29 januari 2010

Debat over de stand van de musical in NL




Een verslag over het debat over de stand van de musical georganiseerd door de Kring van Nederlandse Theatercritici. Theater Bellevue Amsterdam, 28 januari 2010.

Door Pieter Rings


Een paar dingen werden duidelijk bij de discussie die de Kring van Nederlandse Theatercritici (KNT) organiseerde over de stand van zaken van de musical in Nederland. Ten eerste dat televisieopnames, in dit geval door RTL-Boulevard, belangrijker zijn dan het op tijd beginnen van een bijeenkomst met vakgenoten en de andere pers. Naar aanleiding van kamervragen door de SP over vermeende belangenverstrengeling van de publieke omroep met de musicalproducent van Op zoek naar Mary Poppins, was RTL-Boulevard op zoek naar quotes. De bijeenkomst begon daarom bijna een half uur later. Nadat daar weer het eerste kwartier over de zoektocht naar de nieuwe Mary Poppins werd gepraat als zijnde het ultieme marketinginstrument kwamen ook meer structurele zaken aan de orde.

Wat ook duidelijk werd is dat een groots opgezette musical alleen kan slagen met een bezoekersaantal van 100.000 à 150.000. Dat een musical daarom populair moest zijn en dat elk marketingsinstrument daarbij veroorloofd was. Ook het terug vallen op eerdere successen. Tegelijkertijd werd het belang genoemd van kleinere producties en van initiatieven als het M-Lab om het vak levend te houden.

Onder de acht genodigden waren er drie die musicalproductiebedrijven vertegenwoordigden. Matthijs Bongertman (directeur Senf Theaterpartners), Ruud de Graaf (impresario Ruud De Graaf BV) en Roel Vente (directeur V&V Entertainment) gedroegen zich als collega’s, die zich ‘positief’ jaloers noemden ten aanzien van elkaar successen en doeltreffende marketingtechnieken. Mocht er onderling haat en nijd zijn, dan zouden zij de laatsten zijn die dat naar buiten toe zouden doen blijken, vertelde Roel Vente lachend. Vriend en vijand waren het erover eens dat Op zoek naar Mary Poppins een prachtig marketinginstrument was. Een andere genodigde, Tim Boersma, eigenaar BFC, een onafhankelijk publiciteitsbureau onderstreepte dat ook. Later zou hij onthullen hoe Jan-Peter Balkenende bij de première van Hairspray terecht kwam.

De weerslag van de economische crisis op de bezoekersaantallen konden ze niet ontkennen, maar meer moeite hadden ze met de grotere wispelturigheid van een nieuwe generatie publiek dat kan kiezen, en dat ook steeds op een later tijdstip doet, uit een steeds groter aanbod. Rob Wiegman, directeur van het Oude en Nieuwe Luxor Theater zag een grotere afname (13%) bij de zakelijke markt (de georganiseerde bezoeken door bijvoorbeeld bedrijven) dan bij de particuliere vraag. Erwin van Lambaart zag dat in januari, doorgaans een rustige maand, nu opeens de kaartverkoop weer aantrok:’Mensen willen meer keuzevrijheid. Minder abonnementen. Meer op zoek op internet.’

Ruud de Graaf zag dat de inspanningen om het publiek te bereiken hoger waren, dat dus de marketingkosten ook hoger uitvielen en die drukken weer op de exploitatie. ‘Daar hebben we allemaal last van.’

Bij het zoeken naar publiek is het meeste aanbod dan ook gericht op het grote publiek. Veel retro, vrolijkheid, bestaande formules. De musical over Mandela was daarop de grote uitzondering. Ook door de aandacht die ze van de NPS kreeg. Een initiatief overigens van de NPS zelf.

Koen van Dijk van M-Lab onderscheidde zich door voorbij te gaan aan alle marketing. ‘Wij doen geen marktonderzoek. Ik doe wat ik op dat moment interessant vind. Musicals zijn niet allemaal groots en entertainment en bedoeld voor het grote publiek. Maar het is lastig om die andere musicals, om nieuwe titels onder de aandacht te brengen en in de markt te zetten.’
Erwin van Lambaart benadrukte nog eens dat een musical een enorm complexe kunstvorm is waarbij een groot aantal vakmensen betrokken is. Het duurt vaak jaren voordat een goed verhaal, een nieuw initiatief volgroeid is. En er is iedere tien jaar weer een andere generatie musicalbezoekers die een eerdere, bestaande musical nog niet kent.

Theaterjournalist Jacques d’Ancona was goed voor enkele kritische noten. Hij was in de veronderstelling dat bij grote musicals de primeurs steevast naar De Telegraaf gaan. Ook vond hij niet iedere beroemde Nederlander geschikt om een rol in een musical te spelen.

De aanwezigen onderschreven het belang van een goede pers. Rode-loper-interviewtjes bij premières mogen niet de enige berichtgeving zijn. ‘Populair’ zou geen reden moeten zijn om niet serieus te worden genomen. Waar is het serieuze televisieprogramma en artikelen over musicals?

Bij de discussie onder leiding van Hein Janssen kwamen soms vragen en opmerkingen vanuit de zaal. Aanwezig waren veel mensen vanuit het vak van de musical en de theaterkritiek. Het was dan ook een goede gelegenheid om in één keer de verzamelde pers, producenten en programmeurs aan te horen, toe te spreken, om aandacht voor iets te vragen en onduidelijkheden recht te zetten. De informele sfeer deed vermoeden dat de Nederlandse musical misschien niet één grote familie, alswel één grote vereniging was. Overigens zonder dat aan de tegenstellingen en hete hangijzers voorbij werd gegaan.

Nieuwtjes waren er ook. De Nijntje musicals gaan door en worden na Nijntje III herhaald. De musical Urinetown, die zo succesvol in M-Lab was, gaat met grotendeels dezelfde cast nu langs de theaters in het land in en Ruud De Graaf BV brengt een musical uit rondom Tante Es (Jurgen Rayman). Ook zijn er aanwijzigingen dat musicalmedewerkers zich in navolging van toneelacteurs gaan organiseren. Ze zulllen in dat geval een volwaardige gesprekspartner worden bij Joop van den Ende Theaterproducties, zo verzekerde Erwin van Lambaart.
Op de foto v.l.n.r. Hein Janssen, Rob Wiegman, Roel Vente, Matthijs Bongertman, Erwin van Lambaart, Tim Boersma, Jacque d 'Ancona, Koen van Dijk, Ruud de Graaf.
Het bestuur van de Kring van Nederlandse Theatercritici bestaat uit: Hein Janssen, Lucia van Heteren, Pieter Rings, Maaike Staffhorst en Ingrid van Frankenhuyzen.
Het door de KNT georganiseerd debat over de stand van zaken in de musicalwereld is bepaald niet onopgemerkt gebleven. Zie ook:
Musicalsite: http://www.musicalsites.nl/pivot/entry.php?id=1024
Musical & Theaterparadijs: http://www.theaterparadijs.nl/site/content/view/3530/1/
RTL-Boulevard, uitzending gemist 28-1-2010: http://www.rtl.nl/components/actueel/rtlboulevard/index_video.xml

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

27 januari 2010

PERSBERICHT

Amsterdam, 25 januari 2010


De stand van zaken in de Nederlandse musical – Is er crisis?
Debat georganiseeerd door de Kring van Nederlandse Theatercritici
Donderdag 28 januari, 16.00-18.00 uur. Theater Bellevue, Leidsekade 90, Amsterdam


In Nederland wordt er snel gesproken over een crisis. 'Crisis in theater' en 'crisis in de theaterkritiek' zijn daar twee van. Is er inmiddels ook sprake van crisis in de musicalwereld? Op donderdag 28 januari organiseert de Kring van Nederlandse Theatercritici (KNT) een debat over de ontwikkelingen in de Nederlandse musical. Is er sprake van een crisis?

In dit debat stellen wij de volgende vragen aan de orde:
- Is er sprake van crisis en zo ja waar bestaat deze uit? Wat is de artistieke toekomst van de musical? Heeft de nationale en mondiale financiële crisis invloed op de musicalwereld, haar kwaliteit, artistiek en productioneel? Is het moeilijk de kwaliteit hoog te houden?

- Welke invloed hebben marketinginstrumenten op de kwaliteit en het succes? Welke rol spelen tv-audities en competities als 'Op zoek naar..'? Welke rol speelt het al dan niet hebben van een opleiding? Wat is de rol die een opleiding speelt, kan spelen, zou moeten spelen?

- Is de kwaliteit gewaarborgd met goede hoofdrolspelers die door werkdruk afgewisseld moeten worden met understudies, of biedt dat juist kansen voor meer acteurs/dansers/zangers?

Aan het debat nemen deel:
Matthijs Bongertman – directeur Senf Theaterpartners
Tim Boersma - eigenaar BFCC, onafhankelijk publiciteitsbureau voor de entertainmentbranche
Jacques d’Ancona – theaterjournalist
Koen van Dijk - schrijver, regisseur en artistiek leider van M-Lab
Ruud de Graaf - impresario Ruud De Graaf BV
Erwin van Lambaart – algemeen directeur Joop van den Ende Theaterproducties
Kees Tukker - hoofd tv programmering Avro (cultuurprogramma’s als Op zoek naar..)
Roel Vente – mededirecteur V&V Entertainment
Rob Wiegman - directeur Nieuwe Luxor Theater, voorzitter Musical Awards 2008-09

Gespreksleider is Hein Janssen (voorzitter KNT en theaterredacteur van De Volkskrant).

Het debat is gratis toegankelijk.


Voor meer informatie: Lucia van Heteren, Lucia.van.heteren@wxs.nl

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

29 september 2009

Pieter Hofman ontvangt de Prijs van de Kritiek 2009 voor zijn Gastprogrammering van Het Muziektheater

Pieter Hofman, heeft maandagavond de 43ste Prijs van de Kritiek in ontvangst genomen. Deze prijs wordt ieder jaar uitgereikt door de Kring van Nederlandse Theatercritici (KNT). Pieter Hofman kreeg de prijs als directeur van de Gastprogrammering van Het Muziektheater. De prijs werd uitgereikt in Het Muziektheater na de première van de opera After Life.

Het juryrapport roemt de staat van dienst van Pieter Hofman. Gedurende ruim 25 jaar heeft hij een indrukwekkend en gevarieerd aantal gezelschappen naar Nederland gebracht. Het waren gezelschappen van internationale faam, zoals het Bolshoi Ballet, de Merce Cunningham Dance Company, het Kirov Ballet, de Martha Graham Company, het Ballett Frankfurt, The Royal Ballet, het Philip Glass Ensemble, producties van Robert Wilson en het Berliner Ensemble. Maar ook werden producties van hier nog nauwelijks bekende dans- en muziektheatergroepen uit de hele wereld geprogrammeerd.

In een persoonlijke rede noemde Cees Dam, architect van Het Muziektheater, Hofmans kennis van de opvoeringpraktijk en zijn karakter: ‘Pieter Hofman is een hoffelijke man.’ ‘Zijn prachtige voorstellingen zijn als bouwstenen van nieuwe dromen en soms als prikkel om tegen de stroom in te roeien.’ Cees Dam wist dat Pieter Hofman zijn keuzes altijd instinctief maakte en altijd alleen. Kritieken zijn niet doorslaggevend en vaak ook tegenstrijdig. ‘In het wereldwijde oerwoud van theatervoorstellingen heeft hij een evenwichtige keuze bewaard en verraadde nooit de puzzel achter zijn afwegingen.’

In een reactie erkende Pieter Hofman dat een publiekstoegankelijke keuze bij de programmering van een grote zaal heeft moeten concurreren met een avontuurlijker keuze, maar dat hij altijd oog heeft gehad voor de producties van nieuwe en jonge theatermakers. Ook sprak hij de wens uit dat theatercritici ruimte en mogelijkheden in de pers zouden blijven krijgen, mede om de kunstwereld aan te blijven jagen.

De Kring van Nederlandse Theatercritici is een breed opgezet samenwerkingsverband van recensenten van theater, dans, opera en muziek. De leden stemmen elk jaar op een instelling of persoon die een belangrijke bijdrage heeft geleverd aan de podiumkunsten in Nederland. De prijs bestaat uit een sculptuur van beeldend kunstenaar Michiel Jansen.


Reblog this post [with Zemanta]

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

04 juli 2009

Prijs van de kritiek 2009


De Kring van Nederlandse Theatercritici (KNT) heeft de Prijs van de Kritiek 2009 toegekend aan de Gastprogrammering van het Muziektheater in de persoon van de directeur Gastprogrammering Pieter Hofman. Dit werd zaterdag bekend gemaakt bij monde van KNT- voorzitter Hein Janssen tijdens de slotavond van een internationaal congres van theatercritici dat tijdens het Holland Festival werd gehouden.

U als leden van de KNT stemden uit een drietal nominaties die eerder door diezelfde leden werden aangedragen. Uit deze laatste stemming kwam de Gastprogrammering als winnaar uit de bus.


Uit het juryrapport:

De Gastprogrammering van Het Muziektheater in Amsterdam, heeft ruim 25 jaar een indrukwekkend en gevarieerd aantal gezelschappen naar Nederland gebracht. Het waren gezelschappen van internationale faam, zoals het Bolshoi Ballet, de Merce Cunningham Dance Company, het Kirov Ballet, de Martha Graham Company, het Ballett Frankfurt, The Royal Ballet, het Philip Glass Ensemble, producties van Robert Wilson en het Berliner Ensemble. Van dat laatste gezelschap werd dit jaar Die Dreigroschenoper met groot succes naar Amsterdam gehaald. Maar ook werden producties van hier nog nauwelijks bekende dans- en muziektheatergroepen uit de hele wereld geprogrammeerd.

Het mogelijk maken van optredens in Het Muziektheater is een uiterst gecompliceerde zaak gezien de reeds seizoenen van te voren onwrikbaar vastgelegde voorstellings- en repetitie-periodes van de vaste bespelers van Het Muziektheater: Het Nationale Ballet en De Nederlandse Opera. Ook de financiële beperkingen van het budget en de zaalcapaciteit vragen behalve visie en kundigheid ook extra inventiviteit, vasthoudendheid en enthousiasme.

Directeur van de Gastprogrammering Pieter Hofman heeft blijk gegeven van dat alles een meer dan gewone dosis te bezitten. De door hem gekozen voorstellingen waren misschien niet altijd voor iedereen even prikkelend, inspirerend, of vernieuwend, maar ze gaven altijd een duidelijk en fascinerend beeld van waar men zich elders in de wereld op theatergebied mee bezig hield.

De Prijs van de Kritiek 2009 wordt later dit jaar aan Pieter Hofman overhandigd en bestaat uit een sculptuur van beeldend kunstenaar Michiel Jansen.



Heb jij de nieuwe Messenger nog niet?! Download 'm hier

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

25 juni 2009

Zeg, is dit niet een beetje een dooie site?

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

26 november 2008

Prijs van de Kritiek 2008



Roel Voortinholt ontvangt de Prijs van de Kritiek 2008 voor Introdans Ensemble voor de Jeugd. In het nieuwe Muziekkwartier in Enschede hield Hans van Manen een lofrede voor Voorintholt.

Foto: Hans Gerritsen

V.l.n.r. Roel Voorintholt, Ingrid van Frankenhuyzen, Lucia van Heteren (beiden van het bestuur van de Kring van Nederlandse Theatercritici)

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

29 september 2008

Kring van Nederlandse Theatercritici


Roel Voorintholt wint Prijs van de Kritiek 2008

Den Haag, 29 september 2008

Roel Voorintholt, artistiek directeur van Introdans, is winnaar van de Prijs van de Kritiek 2008. Voorintholt krijgt de onderscheiding voor zijn artistieke beleid bij de Arnhemse dansgroep en in het bijzonder voor de kinderprogramma‘s met Introdans Ensemble voor de Jeugd.

Uit het juryrapport: ,,Roel Voorintholt, dit jaar 25 jaar in het vak, verdient de Prijs van de Kritiek voor zijn opwaardering van de jeugddans en voor zijn vindingrijke zoektocht in de schatkist van de Nederlandse dans waarbij hij meermalen interessante juweeltjes heeft opgedoken, geschikt voor een jeugdig en volwassen publiek. Hij heeft menig kind geïntroduceerd in de dynamische wereld van de dans.’’Roel Voorintholt was meer dan tien jaar één van de gezichtsbepalende dansers van Introdans. In 1983 kwam hij als stagiair bij het gezelschap. In september 1989 kreeg hij de opdracht een zelfstandige afdeling op te zetten met aanbod voor kinderen en jongeren. Onder zijn leiding zijn Introdans Ensemble voor de Jeugd en Introdans Educatie, de zelfstandige tak die workshops op scholen verzorgt, van toonaangevend belang geworden. Sinds 1 januari 2005 is Roel Voorintholt artistiek directeur van Introdans.

De leden van de Kring van Nederlandse Theatercritici spreken met de Prijs van de Kritiek vanaf 1967 jaarlijks hun waardering uit voor een persoon, groep of instelling die het afgelopen seizoen een bijzondere prestatie heeft geleverd. Eerdere winnaars van de Prijs van de Kritiek zijn onder anderen Theo Maassen, de Rotterdamse Schouwburg, Johan Simons, Krisztina de Châtel, Pierre Audi, Jirí Kylián en toneelgroep De Appel.
De prijs, die bestaat uit een bronzen sculptuur van beeldend kunstenaar Michiel Jansen, wordt op een nader te bepalen tijdstip uitgereikt.

Het bestuur van de Kring van Nederlandse Theatercritici bestaat uit Hein Janssen (voorzitter), Lucia van Heteren, Maja Landeweer, Wijbrand Schaap, Pieter Rings en Ingrid van Frankenhuyzen.

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

28 juni 2007

Dood Toneel blijkt Universeel

Young Theatre Critics Seminar tijdens Sterijino Pozorje Festival in Novi Sad, Servië.
27 mei t/m 3 juni

In juni bezochten Robbert van Heuven en Erica Smits op uitnodiging van de Kring van Nederlandse Theatercritici een seminar van het IATC voor jonge critici tijdens het Strerijino Pozorje Festival in het Servische Novi Sad. Een kort verslag.


Erica Smits en Robbert van Heuven

Slaapverwekkend conservatieve theatervoorstellingen zijn universeel. Al na een half uurtje lijkt Uncles Dream, een Dostojewski-bewerking van het Servisch Nationaal Theater, de jonge critici, ondanks alle culturele verschillen, te verenigen in ultieme verveling. Geen enkele verbeelding of creativiteit. Spelen wat er staat. Punt. In de nabespreking maakt een collectieve woede zich dan ook van ons meester. Wie maakt er in godsnaam nog zulk museumtoneel? Overal in Europa maken Nationale Tonelen zulke rommel, blijkt uiteindelijk.

Het is maar een van de vele culturele overeenkomsten en verschillen die worden getackeld tijdens het Young Theatre Critics Seminar dat tijdens het Sterijino Pozorje Festival in Novi Sad, wordt gehouden. Uit alle hoeken van Europa zijn jonge collega´s naar de Servische universiteitsstad gekomen: van Groot-Brittannië tot Polen en van Slowakijke tot Servië. Onder het motto ‘in/out of the context?’ discussiëren ze over de rol van de culturele context die een criticus met zich meeneemt als hij/zij naar een voorstelling kijkt die afkomstig is uit een totaal andere context. Wat schrijf je over een voorstelling die artistiek gezien niet ‘je-van-het’ is in onze ogen, maar in de Servische theaterwereld wel vernieuwend is of een belangwekkend thema als nationale identiteit na de oorlog aansnijdt?

Een interessante vraag. Zeker in dit land waar men tot voor kort dezelfde taal sprak, maar waar nu Servisch, Bosnisch en Kroatisch verschillende talen genoemd worden, terwijl er aan de taal zelf niets veranderd is. In veel van de voorstellingen van het regionale theaterfestival komt de vraag naar identiteit dan ook terug. Het meest duidelijke voorbeeld daarvan is misschien wel Fragile! van de Sloveense Tena Stivicic. Daarin zoekt een aantal personages uit verschillende Balkanlanden hun toevlucht in Londen in een poging daar hun droom te verwezenlijken. Tot zover raakt de voorstelling aan universele en grensoverschrijdende thema’s. Maar als een van de Servische deelnemers aan het seminar weet te vertellen dat de muziek afkomstig is uit de tijd van vóór de oorlog en bij alle ex-Joegoslaven herinneringen oproept aan een betere tijd, dringt het begrip ‘yugonostalgia’ door. En ook waarom er soms ineens een lach en een zucht van herkenning door de zaal ging.

Ook het groots opgezette spektakel Simeon the Foundling lijkt een manier om greep te krijgen op de nationale identiteit. Het is een vreemde mix van episch theater, religieuze symboliek, musical en Servische mythologie van de (aldaar) befaamde jonge schrijfster Milena Markovic. De zoektocht naar de wortels van de Servische ziel mag dan theatraal een rommeltje zijn, het maakt wel wat los bij de toeschouwers en sleept dan ook zowat alle prijzen va het festival in de wacht.

Ondertussen heeft de jonge Vlatko Ilic zich met zijn afstudeervoorstelling Only the end of the world (naar een tekst van Lagarce) de verontwaardiging van het publiek op de hals gehaald. Zijn radicaal post-dramatische benadering van een klassieke tekst mag dan bij het publiek (en bij de Hollandse critici, want veel te veel abstract om het abstracte) minder in de smaak vallen, de Servische collega`s zijn laaiend enthousiast. Voor hen is de voorstelling een radicale breuk met het traditionele theater en is Ilic een held omdat hij met zo’n voorstelling durft af te studeren.

Op een plek waar zo veel interessant en politieks gaande is, is het misschien wel des te wranger dat een voorstelling als Uncle’s Dream nog steeds zoveel lachers op de hand weet te krijgen en op de steun van het grote publiek kan rekenen. Het lijkt erop dat zij dit theater vooral waarderen als vlucht uit het alledaagse. Zij zitten helemaal niet te wachten op radicaal politiek theater. Maar ach, is dat niet net zo goed grensoverschrijdend?

Dit is een verkorte versie van een langer verslag dat uiteindelijk zal verschijnen op www.robbertvanheuven.nl en www.ericasmits.nl en hopelijk ook op deze site.
De jonge critici hebben besloten samen te werken om een Europees Digitaal Tijdschrift mogelijk te maken.
www.theatre-in-context.eu staat nu nog in de grondverf. Na de zomerstop hopen we er een bruisend internationaal platform van te maken.

Labels: ,

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

04 juni 2007

Dansgezelschap Greco/PC ontduikt CAO

Niet naakt op toneel: ontslagen

Door Ingrid van Frankenhuyzen / NRC Handelsblad

LET OP: deze oorspronkelijke versie wijkt af van in de NRC gepubliceerde bericht

Een danseres bij het gezelschap Emio GrecoPC zou vorig jaar zijn ontslagen omdat zij weigerde naakt op het toneel te dansen. Dit staat te lezen in een brandbrief die Kevin Polak, zelf danser en helpdesk consulent bij kunstenvakbond FNV-Kiem, schreef. Aan de vooravond van de verdeling van de nieuwe rijkssubsidies, voert de dansgroep gesprekken o.a. in Rotterdam over de mogelijke vestiging als stadsgezelschap. Polak maakt zich echter zorgen. Het gezelschap zich niet heeft aangesloten bij het DOD, de brancheorganisatie waarin CAO-zaken als pensioenpremies en omscholingsregelingen voor dansers vastliggen. Emio GrecoPC, de groep van choreograaf Emio Greco en regisseur Pieter Scholten, is weliswaar niet verplicht zich aan te sluiten, maar volgens Polak lapt het gezelschap regels aan zijn laars: ,,Geen CAO scheelt het gezelschap ongeveer 30% salariskosten waardoor er een oneerlijke concurrentiepositie ontstaat ten opzichte van andere groepen.”
De danseres zou tijdens repetities ineens te horen hebben gekregen dat ze naakt moest optreden. Toen zij dit weigerde, zou ze zijn ontslagen. Dat wil zeggen ze zou zijn gedwongen haar eigen ontslagaanvraag te tekenen onder dreiging dat het gezelschap anders “haar carrière ten nadele zou beïnvloeden.” Na een gesprek met een advocaat heeft de danseres zelf besloten af te zien van verdere juridische stappen; omdat het gezelschap niet is aangeloten bij de dans-CAO maakte ze volgens het advocatenkantoor weinig kans.
Het gezelschap noemt alle aantijgingen pertinent onjuist maar zegt wel door de “minimale subsidieomvang als productiekern” niet in staat te zijn geweest de lasten te kunnen dragen. In de toekomst is dat wel een wens. Over de danseres in kwestie zegt Emio GrecoPC dat de danseres zelf, door persoonlijke omstandigheden, de arbeidsovereenkomst heeft beëindigd. Ze zou de keuze hebben gehad ook niet-naakt te dansen. Er werd ,,een minnelijke regeling getroffen die door de kantonrechter is geaccordeerd, hetgeen niet gebeurd zou zijn wanneer de reden van ontbinding was geweest dat zij weigerde naakt te dansen .”
FNV-Kiem-voorzitter Herman Leisink: “Ik ken dit specifieke geval niet. Op grond van de Wet Gewetensbezwaren mag de danseres formeel niet ontslagen worden omdat ze vooraf niet geïnformeerd was. Toen ze eenmaal aan het repeteren was, kwam de aap pas uit de mouw. Vergelijk het maar met een drukker die ineens boeken over rechtsradicalisme moet gaan drukken. Aan dreigementen dat bij weigering ze je carrière zullen knakken, is juridisch niet veel te doen. En omdat dansers jong zijn, de concurrentie groot is en hun carrières kort zijn, zwijgen ze. Maar inmiddels hebben we wel contact met EmioPC.”

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

Nederlands Dans Theater op Holland festival

Nederlands Dans Theater: Sooner or Later van Lightfoot León. Gezien 31/5 Westergasfabriek Amsterdam.

Door Ingrid van Frankenhuyzen / NRC Handelsblad

Vorig jaar won het Brits-Spaanse echtpaar Paul Lightfoot en Sol León met Shoot the Moon de Zwaan voor de beste dansproductie. Het verhaal over drie paren die hun relatie dansend vorm geven in een decor van draaiende kamers, groeide in korte tijd –ook door de omarmende akkoorden van Philps Glass’compositie Tirol Concerto – uit tot een melancholieke theaterhit. Toen het Holland Festival het duo vroeg iets voor de industriële hal van de Westergasfabriek in Amsterdam te maken, besloten Lightfoot en León Shoot the Moon een vervolg te geven. Met inachtneming van de speciale locatie want dat was nieuw voor hen.
Lighfoot en León deelden de hal in tweeën op: er zijn twee danspodia en twee gescheiden rug-aan-rug-tribunes. De toeschouwers zitten links om een reprise van Shoot the Moon te zien, en rechts om de nieuwe choreografie, Second Chance te zien. Na de pauze wisselt het publiek van helft, ziet het andere deel en hoort het nog een keer dezelfde muziek van Philip Glass.
Met de enorme meegebrachte decors, videoschermen en dansvloeren die als een loopband kunnen rollen, lijkt het net of je je in thuishaven Lucent Theater bevindt. Behalve dat zich simultaan twee voorstellingen afspelen en je het elastieken gezicht van danseres Parvaneh Sharafali eindelijk eens van dichtbij kunt bewonderen, is de locatie als gegeven van alle meerwaarde ontdaan. Nergens lijkt het licht, het decor, de ruimte voor de dans op de ruimte te zijn afgestemd. En dat is een gemiste (dramaturgische) kans in Sooner or Later zoals de choreografieën samen heten, want een keurige zwarte doos maken in zo’n industriële hal is zonde. Je merkt dus duidelijk dat locatietheater niet in de genen van zo’n groot gezelschap als het NDT zit: het gebruik van volgspots in zo’n kleine ruimte wordt bijvoorbeeld onvermijdelijk een lelijk en schokkerig element.
Is het dan inhoudelijk interessant? Deels. Shoot the Moon en Glass samen blijven in alle lyriek prachtig en het dubbelspel tussen video, decor en dans is nog steeds erg mooi. Maar Second Chance heeft choreografisch veel minder impact. De structuur is minder dwingend en de 11 dansers zijn vooral individueel, schijnbaar willekeurig aan het bewegen. Hoewel Lightfoot en León gekostumeerde voorouders opvoeren om te laten zien dat de moeilijkheid van de liefde generatie op generatie wordt doorgegeven, is het nergens wrang, intiem of pijnlijk. De opa en oma op metershoge rolstelten kijken als poortwachters toe hoe het nageslacht leeft en ploetert in de huiskamer die nu niet draait maar van verschuivende muren voorzien is. De verglijdende tijd is het thema, l’histoire se repète lijkt de boodschap van het choreografenduo. Wat zich niet zal herhalen is de impact die Shoot the Moon vorig jaar had. De tweede kans die Lightfoot en León kregen wordt ternauwernood ingelost. Het was beter geweest iets compleet nieuws te maken voor de 19e eeuwse Westergasfabriek.

Labels:

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

23 mei 2007

Guangdong Modern Dance Company

Guangdong Modern Dance Company: Upon Calligraphy. Choreografie: Liu Qi.

Door Ingrid van Frankenhuyzen / NRC Handelsblad 21 mei 2007

LET OP: DIT IS DE OORSPRONKELIJKE RECENSIE, NIET DE DOOR NRC HANDELSBLAD GEREDIGEERDE VERSIE

Hoeveel dansbewegingen zouden er bestaan? Meer dan 40.000? Want dat is ongeveer het aantal tekens of karakters dat het Chinees kent. Choreografe Liu Qi van de Guangdong Modern Dance Company schildert in Upon Calligraphy met lichamen zoals een penseel in de kalligrafie ‘schoonschrijft’ en daarbij kiest ze voor oostelijke en westelijke bewegingsvormen. De kalligrafie is in China, en vele andere culturen een bijna meditatieve kunstvorm en die kunstzinnige, enigszins harmonieuze sfeer is in Qi’s choreografie voelbaar.
Het eerste moderne dansgezelschap van China, opgericht in 1992, is een van culturele visitekaartjes van het land. Op het Holland Dance Festival waren ze zes jaar geleden te gast en toen viel al op hoezeer de esthetische, westerse en Nederlands Dans Theater-achtige dansvormen uit de jaren negentig vermengd werden met bewegingen die wij onmiddellijk herkennen als Chinees. Zo begint Upon Calligraphy behalve met een grappige in chaos uitmondende projectie van Chinese tekens, met een traditionele mouwendans waarbij de franjes sierlijk heen en weer gedrapeerd worden. Maar het kostuum met de mouwen wordt opgehesen en dan worden de westerse invloeden zichtbaar. De klassieke danstechniek zit er virtuoos in bij de dansers: menig danser hier kan nog een puntje zuigen aan de lenigheid en amplitude van de Chinezen.
Upon Calligraphy is ingedeeld in vier delen die terug te voeren zijn op de geschiedenis van de kalligrafie. Op de eigentijdse samples van water-, stads- en natuurgeluiden begint het ‘primitief’: met hoekige marionetbewegingen nemen de dansers meer poses in dan dat ze vloeiend bewegen. In het tweede deel wordt er een lieflijk duet tussen man en vrouw gedanst, deel drie wordt gevormd door stoere energieke mannen in blokken van licht en in het laatste deel dansen de dames van Guangdong zoals Kate Bush in een Kylian-choreografie zou dansen.
Zeker door de avondrode belichting en de spannende schemering in het licht, wordt het een esthetisch fraaie avond. Maar de overdaad aan schoonheid die Liu Qi presenteert, bevredigt toch niet helemaal. Uiteindelijk krijgt de combinatie in danstalen geen meerwaarde, sterker nog het doet hier en daar wat ouderwets (mooi) aan. Maar schoonheid zonder contrapunt blijft toch wat leeg.
Dat Liu Qi kan verrassen bewijst ze echter in het programma voor de pauze: in Fight under the Table geven twee dansers hun testosterongevecht om een tafel elegant en acrobatisch gestalte. Hier bereikt de energie wel de zaal zoals ook choreograaf Willy Tsao dat met veel synchroon bewegende dansers doet in het 11 minuten durende Winter (op Vivaldi). Prachtige dansers, pure vorm. Op zulke momenten is het niet moeilijk je over te geven aan een avondje niet-nadenkesthetiek.

Labels:

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

Fellini's la Stra op het strand

In het Haagse strandpaviljoen De Fuut wordt Fellini’s film La Strada opgevoerd in een danstheaterversie. Spitzen, een legerjeep en een Italiaans diner inbegrepen.

Door Ingrid van Frankenhuyzen / NRC Next , 21 mei 2007

Een nietsvermoedende badgast op het buitenterras van het Haagse strandpaviljoen De Fuut kauwt op zijn tosti als hij ineens een ‘malloot’ op spitzen voor zijn neus ziet dansen. De argeloze man lijkt een moment deel te zijn geworden van de locatievoorstelling La Strada, een danstheaterversie van de gelijknamige film uit 1954 van Frederico Fellini. Choreograaf en danser Thom Stuart van het gezelschap De Dutch Don’t Dance Division (DeDDDD): ,,Ik had al heel lang het idee om van Fellini’s verhaal en de prachtige muziek van Nino Rota een voorstelling te maken maar nu hadden we de plek. We reizen vaak met voorstellingen mee op festival de Parade maar dit jaar kun je zeggen dat we onze eigen Parade-productie hebben op een vaste locatie: het strand.”
Deze zomermaanden speelt de groep, bekend van onder andere een eigentijdse Notenkraker in de Grote Kerk in Den Haag, zijn versie van Fellini’s Oscar-winnende film over boeienkoning Zampano (Thom Stuart) die het arme meisje Gelsomina (HannaH de Leeuwe) van haar moeder koopt en als circusslaafje bruut behandelt. De naïeve Gelsomina wordt verliefd op Il Matto, de liefdevolle koordanser (Rinus Sprong) en dat heeft dramatische gevolgen.
Na een doorloop vertelt Stuart op het terras: ,,We wilden La Strada niet naspelen maar we zijn op onze manier wel trouw aan het verhaal. Oké, het ongeluk wordt bij ons een moord en Gelsomina komt bij ons vrijwillig aangesjokt door het zand, maar de tristesse van de film zit er nog wel in. We wilden het iets komischer, een beetje commedia dell’arte zonder eendimensionaal te worden. We gebruiken weinig tekst maar er zit weer wel een korte film in. Il Matto is bij ons een clownesk romantische figuur meer dan een wereldwijze man. En in plaats van op een koord danst hij op spitzen.”
Op het podium van De Fuut hangt het koord ónder het plafond; Rinus Sprong houdt zich er met één hand aan vast terwijl hij ‘evenwichtig’ over het podium trippelt. Technicus Marco van de Velde blijkt een professionele vierbalsjongleur, actrice HannaH de Leeuwe (ze speelde o.a. mee in Soldaat van Oranje) transformeert van verlegen meisje tot dansende circusartiest. Gelsomina deinst regelmatig mee in de leger-Jeep (uit 1954!) die als minilocatie gebruikt wordt en waarin Zampano zijn bruutheden tegenover haar begaat. Op het podium danst ze eenmaal getemd een acrobatisch duet met Zampano.
Het strand zorgt er volgens Stuart en zijn compagnon Rinus Sprong ook voor dat La Strada theater, dans én belevenis wordt. Toegankelijkheid is één van hun credo’s. Sprong: ,,Door alleen al op spitzen op het strand te dansen zien mensen dat dans niet iets moeilijks en abstracts is.” Hoe ze dan op een toch moeilijk dansbare plek als een strand terecht kwamen? Min of meer bij toeval. Als hondenbezitters liepen ze vaak op het hondenstrand. Ze dronken wel eens wat bij De Fuut waar voor viervoeters overigens ook ‘blikvoer du jour’ op het menu staat. Eigenaar Leo van der Vegt organiseerde er jazzoptredens, hij wilde meer dan bekend staan om het goede eten. Hij had eerder DeDDDD op de Parade gezien met de voorstelling Carmen. Stuart: ,,We besloten samen te werken. La Strada moest een gebeurtenis worden. Dus Leo doet de keuken, wij spelen en dansen. Anders dan in het theater ben je nu van 18.30 tot een uur of 22.00 onder de pannen. We wilden een echte Italiaanse avond met een driegangenmenu. Bij het voorgerecht krijg je al een muzikale amuse, de echte voorstelling begint na het hoofdgerecht. En naast alle dans, theater en het eten is er altijd dat immense decor van de zee, bij goed en slecht weer”
Tijdens de doorloop op Hemelvaartsdag drukt een meisje haar neus plat tegen de ruit. Gefascineerd door het geworstel met kettingen van boeienkoning Zampano, laat ze haar ijsje smelten. Als Zampano aan het einde van de voorstelling naar de zee rent, voor de golven knielt en voor dood neervalt, buigt een toevallige en bezorgde wandelaar zich over hem: ,,Gaat het wel goed met u meneer?” De gasten op het terras lachen en de man speelt als onwetende even een rolletje in La Strada. Lachend en zwaaiend loopt hij vervolgens verder, de culinaire theaterbezoekers zijn klaar voor het toetje.

La Strada, 22 t/m 31 mei, 5 t/m 20 juni, 4 t/m 20 september om 18.30. Toegang inclusief diner: € 37,50. Strandpaviljoen De Fuut, Strandslag 10 Markenseplein Den Haag. Info: www. ddddd.nu Reserveren: (070)3549074

Labels: ,

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

Boxing Pushkin

Poesjkin Festival: Boxing Pushkin. Gezien 14/ 5/07 Schouwburg Arnhem.

Door Ingrid van Frankenhuyzen / NRC Handelsblad

Vrolijk chaotisch, dynamisch associatief: voila de wereld van de Rus Alexander Poesjkin in de voorstelling Boxing Pushkin. Maar liefst 25 leden van orkest de ereprijs Apeldoorn en de Studio for New Music Moscow, 5 zangers, 1 acteur van werkplaats Generale Oost, 7 dansers en tal van dansacademiestudenten doen mee aan deze festivalvoorstelling. Onder regie van choreografe Andrea Boll (Hans Hof Ensemble) wervelt het korte tekstfragmenten van en over Poesjkin, spettert het zweet van de dansers op de toeschouwers -die allemaal rondom een echte boksring staan, speelt het licht nerveus voor kermis en spelen zich simultaan onder het publiek kleine andere metascènes als een echtelijke ruzie af: “Weet ik veel wat een dekabrist is. Ik zei toch dat ik geen zin had om naar het theater te gaan. Op RTL5 was vanavond iets veel leukers te zien geweest”.
Boll vertrok vanuit de idee dat volgens schrijver Daniil Charms, Poesjkin (1799-1837) voor de een revolutionair (dekabrist) was, voor de ander de romantische dichter, voor weer een ander een vrouwenverslinder. Iedereen heeft zo zijn eigen Poesjkin. De ‘grootste Rus’ aller tijden die het leven verloor tijdens een duel, krijgt dan ook telkens een andere identiteit (‘boxing’) als alle dansers hem eventjes vertolken door een zwarte lange jas aan te trekken. Zoveel mensen zoveel Poesjkins: de voorstelling eindigt dan ook met alle deelnemers in zwarte jassen.
Maar meer dan dat er gesproken wordt, gooien de dansers zichzelf door de touwen van de boksring. Woest zoekend, permanent op de vlucht, met elkaar vechtend, wodka drinkend en af en toe een regel poëzie voordragend. In een constante energiestroom.
Boxing Puskin is dan ook een swingend theatrale belevenis waar je erg vrolijk van wordt. Er is maar één essentiële gemiste kans: de live spelende musici en zangers onder leiding van dirigent Igor Dronow lijken er niet zoveel toe te doen. Hun moderne Russische composities gaan min of meer verloren onder al het theatrale geweld. Zij zitten ‘slechts’ achter in de zaal en in de regie wordt niet stilgestaan bij de muziek. Maar ach, musici en instrumenten hadden de acrobatische toeren van de dansers natuurlijk nooit overleefd.

Labels: ,

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.