23 mei 2007

Guangdong Modern Dance Company

Guangdong Modern Dance Company: Upon Calligraphy. Choreografie: Liu Qi.

Door Ingrid van Frankenhuyzen / NRC Handelsblad 21 mei 2007

LET OP: DIT IS DE OORSPRONKELIJKE RECENSIE, NIET DE DOOR NRC HANDELSBLAD GEREDIGEERDE VERSIE

Hoeveel dansbewegingen zouden er bestaan? Meer dan 40.000? Want dat is ongeveer het aantal tekens of karakters dat het Chinees kent. Choreografe Liu Qi van de Guangdong Modern Dance Company schildert in Upon Calligraphy met lichamen zoals een penseel in de kalligrafie ‘schoonschrijft’ en daarbij kiest ze voor oostelijke en westelijke bewegingsvormen. De kalligrafie is in China, en vele andere culturen een bijna meditatieve kunstvorm en die kunstzinnige, enigszins harmonieuze sfeer is in Qi’s choreografie voelbaar.
Het eerste moderne dansgezelschap van China, opgericht in 1992, is een van culturele visitekaartjes van het land. Op het Holland Dance Festival waren ze zes jaar geleden te gast en toen viel al op hoezeer de esthetische, westerse en Nederlands Dans Theater-achtige dansvormen uit de jaren negentig vermengd werden met bewegingen die wij onmiddellijk herkennen als Chinees. Zo begint Upon Calligraphy behalve met een grappige in chaos uitmondende projectie van Chinese tekens, met een traditionele mouwendans waarbij de franjes sierlijk heen en weer gedrapeerd worden. Maar het kostuum met de mouwen wordt opgehesen en dan worden de westerse invloeden zichtbaar. De klassieke danstechniek zit er virtuoos in bij de dansers: menig danser hier kan nog een puntje zuigen aan de lenigheid en amplitude van de Chinezen.
Upon Calligraphy is ingedeeld in vier delen die terug te voeren zijn op de geschiedenis van de kalligrafie. Op de eigentijdse samples van water-, stads- en natuurgeluiden begint het ‘primitief’: met hoekige marionetbewegingen nemen de dansers meer poses in dan dat ze vloeiend bewegen. In het tweede deel wordt er een lieflijk duet tussen man en vrouw gedanst, deel drie wordt gevormd door stoere energieke mannen in blokken van licht en in het laatste deel dansen de dames van Guangdong zoals Kate Bush in een Kylian-choreografie zou dansen.
Zeker door de avondrode belichting en de spannende schemering in het licht, wordt het een esthetisch fraaie avond. Maar de overdaad aan schoonheid die Liu Qi presenteert, bevredigt toch niet helemaal. Uiteindelijk krijgt de combinatie in danstalen geen meerwaarde, sterker nog het doet hier en daar wat ouderwets (mooi) aan. Maar schoonheid zonder contrapunt blijft toch wat leeg.
Dat Liu Qi kan verrassen bewijst ze echter in het programma voor de pauze: in Fight under the Table geven twee dansers hun testosterongevecht om een tafel elegant en acrobatisch gestalte. Hier bereikt de energie wel de zaal zoals ook choreograaf Willy Tsao dat met veel synchroon bewegende dansers doet in het 11 minuten durende Winter (op Vivaldi). Prachtige dansers, pure vorm. Op zulke momenten is het niet moeilijk je over te geven aan een avondje niet-nadenkesthetiek.

Labels:

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

Fellini's la Stra op het strand

In het Haagse strandpaviljoen De Fuut wordt Fellini’s film La Strada opgevoerd in een danstheaterversie. Spitzen, een legerjeep en een Italiaans diner inbegrepen.

Door Ingrid van Frankenhuyzen / NRC Next , 21 mei 2007

Een nietsvermoedende badgast op het buitenterras van het Haagse strandpaviljoen De Fuut kauwt op zijn tosti als hij ineens een ‘malloot’ op spitzen voor zijn neus ziet dansen. De argeloze man lijkt een moment deel te zijn geworden van de locatievoorstelling La Strada, een danstheaterversie van de gelijknamige film uit 1954 van Frederico Fellini. Choreograaf en danser Thom Stuart van het gezelschap De Dutch Don’t Dance Division (DeDDDD): ,,Ik had al heel lang het idee om van Fellini’s verhaal en de prachtige muziek van Nino Rota een voorstelling te maken maar nu hadden we de plek. We reizen vaak met voorstellingen mee op festival de Parade maar dit jaar kun je zeggen dat we onze eigen Parade-productie hebben op een vaste locatie: het strand.”
Deze zomermaanden speelt de groep, bekend van onder andere een eigentijdse Notenkraker in de Grote Kerk in Den Haag, zijn versie van Fellini’s Oscar-winnende film over boeienkoning Zampano (Thom Stuart) die het arme meisje Gelsomina (HannaH de Leeuwe) van haar moeder koopt en als circusslaafje bruut behandelt. De naïeve Gelsomina wordt verliefd op Il Matto, de liefdevolle koordanser (Rinus Sprong) en dat heeft dramatische gevolgen.
Na een doorloop vertelt Stuart op het terras: ,,We wilden La Strada niet naspelen maar we zijn op onze manier wel trouw aan het verhaal. Oké, het ongeluk wordt bij ons een moord en Gelsomina komt bij ons vrijwillig aangesjokt door het zand, maar de tristesse van de film zit er nog wel in. We wilden het iets komischer, een beetje commedia dell’arte zonder eendimensionaal te worden. We gebruiken weinig tekst maar er zit weer wel een korte film in. Il Matto is bij ons een clownesk romantische figuur meer dan een wereldwijze man. En in plaats van op een koord danst hij op spitzen.”
Op het podium van De Fuut hangt het koord ónder het plafond; Rinus Sprong houdt zich er met één hand aan vast terwijl hij ‘evenwichtig’ over het podium trippelt. Technicus Marco van de Velde blijkt een professionele vierbalsjongleur, actrice HannaH de Leeuwe (ze speelde o.a. mee in Soldaat van Oranje) transformeert van verlegen meisje tot dansende circusartiest. Gelsomina deinst regelmatig mee in de leger-Jeep (uit 1954!) die als minilocatie gebruikt wordt en waarin Zampano zijn bruutheden tegenover haar begaat. Op het podium danst ze eenmaal getemd een acrobatisch duet met Zampano.
Het strand zorgt er volgens Stuart en zijn compagnon Rinus Sprong ook voor dat La Strada theater, dans én belevenis wordt. Toegankelijkheid is één van hun credo’s. Sprong: ,,Door alleen al op spitzen op het strand te dansen zien mensen dat dans niet iets moeilijks en abstracts is.” Hoe ze dan op een toch moeilijk dansbare plek als een strand terecht kwamen? Min of meer bij toeval. Als hondenbezitters liepen ze vaak op het hondenstrand. Ze dronken wel eens wat bij De Fuut waar voor viervoeters overigens ook ‘blikvoer du jour’ op het menu staat. Eigenaar Leo van der Vegt organiseerde er jazzoptredens, hij wilde meer dan bekend staan om het goede eten. Hij had eerder DeDDDD op de Parade gezien met de voorstelling Carmen. Stuart: ,,We besloten samen te werken. La Strada moest een gebeurtenis worden. Dus Leo doet de keuken, wij spelen en dansen. Anders dan in het theater ben je nu van 18.30 tot een uur of 22.00 onder de pannen. We wilden een echte Italiaanse avond met een driegangenmenu. Bij het voorgerecht krijg je al een muzikale amuse, de echte voorstelling begint na het hoofdgerecht. En naast alle dans, theater en het eten is er altijd dat immense decor van de zee, bij goed en slecht weer”
Tijdens de doorloop op Hemelvaartsdag drukt een meisje haar neus plat tegen de ruit. Gefascineerd door het geworstel met kettingen van boeienkoning Zampano, laat ze haar ijsje smelten. Als Zampano aan het einde van de voorstelling naar de zee rent, voor de golven knielt en voor dood neervalt, buigt een toevallige en bezorgde wandelaar zich over hem: ,,Gaat het wel goed met u meneer?” De gasten op het terras lachen en de man speelt als onwetende even een rolletje in La Strada. Lachend en zwaaiend loopt hij vervolgens verder, de culinaire theaterbezoekers zijn klaar voor het toetje.

La Strada, 22 t/m 31 mei, 5 t/m 20 juni, 4 t/m 20 september om 18.30. Toegang inclusief diner: € 37,50. Strandpaviljoen De Fuut, Strandslag 10 Markenseplein Den Haag. Info: www. ddddd.nu Reserveren: (070)3549074

Labels: ,

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

Boxing Pushkin

Poesjkin Festival: Boxing Pushkin. Gezien 14/ 5/07 Schouwburg Arnhem.

Door Ingrid van Frankenhuyzen / NRC Handelsblad

Vrolijk chaotisch, dynamisch associatief: voila de wereld van de Rus Alexander Poesjkin in de voorstelling Boxing Pushkin. Maar liefst 25 leden van orkest de ereprijs Apeldoorn en de Studio for New Music Moscow, 5 zangers, 1 acteur van werkplaats Generale Oost, 7 dansers en tal van dansacademiestudenten doen mee aan deze festivalvoorstelling. Onder regie van choreografe Andrea Boll (Hans Hof Ensemble) wervelt het korte tekstfragmenten van en over Poesjkin, spettert het zweet van de dansers op de toeschouwers -die allemaal rondom een echte boksring staan, speelt het licht nerveus voor kermis en spelen zich simultaan onder het publiek kleine andere metascènes als een echtelijke ruzie af: “Weet ik veel wat een dekabrist is. Ik zei toch dat ik geen zin had om naar het theater te gaan. Op RTL5 was vanavond iets veel leukers te zien geweest”.
Boll vertrok vanuit de idee dat volgens schrijver Daniil Charms, Poesjkin (1799-1837) voor de een revolutionair (dekabrist) was, voor de ander de romantische dichter, voor weer een ander een vrouwenverslinder. Iedereen heeft zo zijn eigen Poesjkin. De ‘grootste Rus’ aller tijden die het leven verloor tijdens een duel, krijgt dan ook telkens een andere identiteit (‘boxing’) als alle dansers hem eventjes vertolken door een zwarte lange jas aan te trekken. Zoveel mensen zoveel Poesjkins: de voorstelling eindigt dan ook met alle deelnemers in zwarte jassen.
Maar meer dan dat er gesproken wordt, gooien de dansers zichzelf door de touwen van de boksring. Woest zoekend, permanent op de vlucht, met elkaar vechtend, wodka drinkend en af en toe een regel poëzie voordragend. In een constante energiestroom.
Boxing Puskin is dan ook een swingend theatrale belevenis waar je erg vrolijk van wordt. Er is maar één essentiële gemiste kans: de live spelende musici en zangers onder leiding van dirigent Igor Dronow lijken er niet zoveel toe te doen. Hun moderne Russische composities gaan min of meer verloren onder al het theatrale geweld. Zij zitten ‘slechts’ achter in de zaal en in de regie wordt niet stilgestaan bij de muziek. Maar ach, musici en instrumenten hadden de acrobatische toeren van de dansers natuurlijk nooit overleefd.

Labels: ,

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

04 mei 2007

Op Springdance waait een frisse bries

Ingrid van Frankenhuyzen / NRC Handelsblad 30/04/07

Een pief-paf-poef-ik-schiet-dansje of een neofolkloristisch hiphopgospel? Het was allemaal te zien op het tweejaarlijkse Springdance Festival in Utrecht. Een festival met weinig echte dans - festivaldirecteur Simon Dove overwoog zelfs het woord dance uit de naam te halen - maar des te meer met uitingen op de scheidslijn van de beeldende kunst en de performance.
Het festival staat bekend als conceptueel en dat bracht de afgelopen jaren veel navelstarende makers met zich mee.
Dit jaar waren er weer van die choreografen die in hun eigen hersenpan lijken opgesloten, maar er waait inmiddels toch een fris briesje over het festival. Die neofolkoristische gospel Scourge bijvoorbeeld reflecteert direct op de maatschappij, dat wil zeggen de Amerikaanse, want Marc Bamuthi Joseph is een zwarte maker met Haïtiaanse roots. En de Haïtiaanse Afro-Amerikanen staan onderaan in de rassenhierarchie; zijn zij de echte negers van de wereld. Bamuthi is een sterk performer maar zijn ellenlange raptekst komt rechtstreeks uit het klasje vormingstoneel: hij vergelijkt globalisering met genocide. Ondertussen staan drie danseressen decoratief Afrikaans te dansen, hiphopt een Poetry Slammer voorzichtig mee en speelt een bandje wat funk. Ondanks alle individuele talenten en goede bedoelingen doet Scourge je de tenen krommen.
Anderen hebben juist te veel vorm en te weinig inhoud. De Deense Mette Ingvartsen laat in Why we love action een groepje dansers in een groen decor onder prachtig groen licht simultaan vechten, huilen en schieten. Wat ze ermee wil zeggen, lijkt ze even vergeten. Aan vormelijke overdaad ontkwam ook Ibrahim Quiraishi niet door drie performers op een catwalk te laten staan en daarbij je trommelvliezen uit je oren te beuken met harde muziek. David Weber-Krebs laat op een spannende orgeluitvoering van Stravinskys Sacre du Printemps, drie dames vooral niets doen in een kale kerk. Nergens wordt er enige noodzak en urgentie gevoeld. Ook de twee voor dans gehandicapte makers Hooman Sharifi (dik) en Jean Luc Ducourt (oud) hebben in The desert is growing ...niet zoveel wereldschokkends te vertellen maar vooral Sharifi heeft met dat rare lijf genoeg charisma om de aandacht van hun improvisatiedans vast te houden.
Dat briesje dat door het festival waait, komt ook door de boeking van oudere voorstellingen in de programmering. De Tjechische Kristýna Lhotáková deed met Featured - haar Zwanenmeer-interpretatie met drie oude mannen - vorig jaar al het Noorderzon festival in Groningen aan en de in Nederland werkende Nicole Beutler ging vorig jaar zo ver en o zo precies in haar conceptualisme dat Enter Ghost irritatie én bewondering oproept. Drie dames die wat staan te schudden en kermen, meer inhoud heeft het niet maar haar timing is genadeloos spannend. Er komt dus weer wat leven en afwisseling in de brouwerij van Springdance. Met of zonder het woord dance, stemt het hoopvol.

Labels:

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

Intrigerende dans van Peeping Tom

Ingrid van Frankenhuyzen / NRC Handelsblad 25/4/07

Een hoogbejaarde vrouw die bijna wordt gevierendeeld, een klassieke zangeres die in sexy onderjurk uit de dood ontwaakt, Andy Warhol en Clara Schumann die even als personages voorbijschuiven en een trits dansers die aan elkaar is gekleefd met een dikke laag turfmolm: voilá de onderwereld, Le Sous Sol, van het Brusselse danstheatercollectief Peeping Tom. Het is het derde deel van een trilogie waarin de personages uit de eerste twee voorstellingen Le Jardin (2002) en Le Salon (2004), dood en wel terugkeren. Of zijn ze niet dood?
In het even bizarre, humorvolle als poëtische voorgeborchte, trekt een hele stoet bonte types voorbij. Peeping Tom-oprichters Gabriela Carrizo en Franck Chartier ontwikkelden door de turflaag een perfecte bodem voor acrobatische danstoeren waarop met name Samuel Lefeuvre excelleert. In het mooie decor en licht van Yves Leirs hangt de giechelende bejaarde Maria Otal aan de weldadige borst van mezzosopraan Euridike de Beul. Of ze zoent dansend met Samuel. Gabriela mag haar dochter niet van school halen van poortbewaakster Eurdike. Met de minuut wordt het surrealistischer. Wat dat betreft is Le Sous Sol de perfecte uitwerking van de licht vervreemdende stijl uit de eerste twee voorstellingen waarin hun leermeester Alain Platel nog rond leek te waren. Maar nu hebben Carrizo en Chartier definitief hun eigen vorm gevonden: Le Sous Sol is ongekend intrigerende dans, theater en muziek. Wat mij betreft het hoogtepunt van dit seizoen.

Labels:

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

Reactie op NRC-artikel over de dans

Dag,
in bijlage een stuk dat drie auteurs hebben geschreven als alternatief voor / reactie op het stuk dat Ingrid van Frankenhuyzen heeft geschreven ter vooraankondiging van een discussiebijeenkomst over de Nederlandse dans maandag a.s. Hierover heeft Benien van Berkel vorige week contact gehad.
Wij hopen uiteraard dat jullie het interessant vinden dit te plaatsen náást Ingrid's stuk, om de tegenstelling meteen duidelijk te poneren, of in ieder geval zo spoedig mogelijk, zodat er meerdere stemmen in de pers hebben geklonken vóór de bijeenkomst plaatsvindt.

Ik hoor graag van jullie!
met vriendelijke groet,

Annemieke Keurentjes




‘Wat we nodig hebben zijn gepassioneerde dansmakers, programmeurs en recensenten. Allemaal moeten we erop gericht zijn dans als kunst, in al zijn vormen, te vieren.’ (Nicole Beutler, choreograaf)

Het is onrustig in de kunstensector in Nederland. Een nieuwe regering en Minister voor Cultuur zetten de komende vier jaar hun eigen stempel op het kunstbeleid. Maar ook heeft de overheid een proces op gang gebracht om de verhouding tussen de kunstinstellingen en de subsidieverstrekker(-s) te veranderen. De Raad voor Cultuur heeft onlangs een lijvig advies aan de regering uitgebracht. In het veranderingsproces lijken twee vragen centraal te staan: hoe bepaalt de overheid haar positie ten opzichte van de kunstinstellingen, en: wat is een verantwoorde, functionele verdeling van kunstinstellingen over het land.

Het Nederlandse dansveld heeft de uitkomsten van dit herschikkingsproces niet afgewacht en heeft in een eigen onderzoek de inhoud centraal gesteld. Wat zijn inspiratiebronnen in een veranderende omgeving, wat is de artistieke drive, hoe krijgt deze vorm? In wat voor omgeving kan een bevlogen danskunstenaar tot bloei komen? Met wie worden relaties onderhouden om deze praktijk te realiseren en openbaar te maken, en de kunstvorm verder te ontwikkelen?

Op 16 april a.s. wordt een document gepresenteerd met de titel “Dans zichtbaar beter”, dat de bevindingen van het afgelopen jaar bevat. Onderwerpen zijn bijvoorbeeld de samenwerking met andere kunstenaars, de verhouding tot de actualiteit en de communicatie met het publiek. “Dans zichtbaar beter” sluit af met een agenda voor de komende periode, want dans heeft veel te bieden maar ook nog veel te winnen. Het is een uitdaging ervoor te zorgen dat de dans een levendige plek in de samenleving heeft, die recht doet aan de eigen kracht van deze kunstdiscipline en aan de grote schaal waarop Nederland danst.

Dat klinkt allemaal weinig revolutionair. Eén en ander past echter naadloos in de ontwikkeling van de dans in Nederland.
De dans heeft onmiskenbaar aan belang gewonnen in de loop van haar relatief jonge historie in het kunstenveld. De gesubsidieerde, professionele theaterdans is in een paar decennia uitgegroeid van een tuintje met twee grote balletgezelschappen, tot een wijds landschap met tientallen gezelschappen van uiteenlopend formaat, productiekernen, onafhankelijk werkende choreografen, festivals met internationale programmering, productiehuizen en werkplaatsen. Bij haar ontwikkeling heeft de Nederlandse dans slim gebruik gemaakt van buitenlandse expertise door ze in te huren of op te zoeken (van Sonia Gaskell en Benjamin Harkarvy bij Het Nationale Ballet en het Nederlands Dans Theater tot de studiereizen van Pauline de Groot en Bianca van Dillen), of door buitenlandse kunstenaars op te nemen in het bestel (Jiri Kylian, Krisztina de Châtel, Itzik Galili). Het internationaal werken is het danskind met de paplepel ingegoten, en dat is nog steeds merkbaar in de huidige praktijk. Naast voorstellingen die door podia en festivals in het buitenland worden afgenomen gaan vele danskunstenaars vanuit Nederland de wereld over om les te geven, gastchoreografieën te maken, research te doen of aan coproducties te werken. Zo maakt Anouk van Dijk een voorstelling bij Beijing Dance Company, André Gingras bij Rambert Ballet. David Zambrano onderricht internationaal zijn flying low techniek, leden van de LISA groep en Emio Greco PC reizen over hele wereld om hun werk te maken en te presenteren. Deel uitmaken van het internationale circuit betekent niet alleen voorstellingen in het buitenland spelen, maar het zorgvuldig opbouwen en onderhouden van een netwerk, en nieuwsgierig zijn naar andere artistieke visies. Die internationale uitwisseling is een bloeiende praktijk die zich deels onttrekt aan statistieken en aan het zicht van beleidsmakers en journalisten.

Door de aanvankelijk kleine omvang van de theaterdans in Nederland heeft zich geen duidelijk breekpunt in de ontwikkeling voorgedaan. Op het moment dat in de muziek (actie Notenkraker) en in het toneel (actie Tomaat) een nieuwe generatie zich afzette tegen vastgeroeste praktijken van hun voorgangers had een klein aantal dansinstellingen zich bij wijze van spreken nog maar net een plaats veroverd in het kunstbestel. De veranderingen die in de twee andere kunstdisciplines met veel kabaal werden afgedwongen kregen in de dans ‘gewoon’ een plaats in de uitbreiding van de kunstvorm. Revolutionair élan was niet nodig voor verandering, maar voor het bereiden van de weg voor een volgende generatie. Jonge makers hebben vervolgens hun weg gezocht zonder polarisatie. De pubertijd van de Nederlandse danskunst voltrok zich zonder generatieconflict, en is benut voor groei tot een veelzijdig wezen. Die veelzijdigheid is niet schreeuwerig of extreem, zoals gelukkig ook niet de meeste mensen schreeuwerig of extreem zijn. Maakt dat de dans in Nederland saai? Verre van!

Er zijn in Nederland jaarlijks duizenden dansvoorstellingen te bezoeken. De bezoekcijfers zijn de laatste vijf jaar gestegen. Hoewel het rijksdansbudget het kleinste is van alle podiumdisciplines, is er van de calimero onder de kunsten beslist geen sprake. De verscheidenheid in stijlen is groot: zie de formele dans van het Nederlands Dans Theater, het theatrale van het Hans Hof Ensemble, de virtuele inspiratiebronnen van Andrea Bozic, de fascinatie voor het fysiek bij Emio Greco/PC, de urban culture bij ISH.
Dans is misschien ook zichtbaarder dan ooit. Er is nog maar een enkele maker in Nederland die ervoor kiest zijn werk alleen in het traditionele theater te presenteren. Het aantal voorstellingen op scholen, in stadswijken, op festivals en andere bijzondere plekken breidt zich uit. De reden daarvoor is soms heel praktisch: een gebrek aan belangstelling van de reguliere podia. De overwegingen van de makers zijn echter vooral artistiek: ‘Misschien past mijn werk wel beter in een galerie’ (Keren Levi). ‘Multi-perspectief is een constant aspect van mijn werk, en dat is boeiend als het publiek aan vier kanten om het podium zit.’ (Ton Simons) . ‘Als je het reguliere publiek wil uitbreiden, moet je dat publiek opzoeken. Het is al lang bewezen dat het ene volk niet vrijwillig bij het andere op visite gaat. Dat kan je alleen doorbreken door met nieuwe podia op de proppen te komen.’ ( Nanine Linning).

De keuzes die artistiek leiders van gezelschappen en productiehuizen, programmeurs én beleidsmakers maken zijn van verregaande invloed op de kwaliteit en veelzijdigheid van de Nederlandse dans van de nabije toekomst. Het is van belang dat er voldoende kansen geboden (blijven) worden voor een breed palet aan talent en verschillende artistieke visies. Eigentijdse ontwikkelingen op bijvoorbeeld het terrein van multimedia, danstheater, geëngageerd danswerk, culturele crossovers en street art verdienen daar ook een plek in. De dans in Nederland is volwassen geworden. Nu komt het erop aan haar vitaal te houden.

Leontien Wiering is directeur van de Nederlandse Dansdagen en adjunct-directeur voor de sector Dans van de Theaterschool Amsterdam
Simon Dove is directeur van Springdance
Annemieke Keurentjes is researcher bij het Holland Festival


.

Labels: ,

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.