22 februari 2007

Van Muiswinkel & Van Vleuten, Prediker en Hooglied

Van Muiswinkel en Van Vleuten voor emigranten

VELSEN
Kun je geëmigreerde Nederlanders in Australië in een cabaretprogramma vertellen wat er van hun vaderland is geworden anno 2006? En is dat dan ook nog om te lachen voor mensen die zijn vertrokken toen Simon Carmiggelt nog zijn Kronkels voorlas op tv? Het cabaretduo Van Muiswinkel en Van Vleuten worstelt in zijn nieuwe voorstelling Prediker en Hooglied in een idyllisch stadspark anderhalf uur met die vragen, omdat ze een uitnodiging hebben gekregen om voor Nederlandse emigranten op te treden.
De verleiding is groot, al zijn er praktische bezwaren. Van Vleuten is aan de ‘tweede leg’ en is in de weer met de kinderwagen, speentjes en flesjes. En dan is er nog de humorterreur die misschien beter niet geëxporteerd kan worden naar ‘Down Under’. De nepfilosofietjes van cabaretiers bepalen de meningen in Nederland en zorgen voor ‘een geestelijk klimaat dat even verfrissend is als dat in een Poolse zwavelmijn’.
In Prediker en Hooglied sluimert het verlangen naar de tijd toen het in dit land nog betrekkelijk ‘normaal’ was. Toen Van Gogh nog gewoon een schilder was en geen vermoorde cineast. De gesprekken worden gevoerd in de verheven stijl uit de jaren vijftig. De twee liedjes hebben een sfeer die onmiskenbaar is ontleend aan Stephen Sondheims musical A Sunday in the Park.
Hun verlangen gaat terug naar de tijd waarin de emigratiegolf op haar hoogtepunt was en hun cabaretprogrammaatje zou dus aansluiten bij het beeld dat geëmigreerde Nederlanders nog van dit land hebben. Het duo probeert in het park wat ideetjes uit waarmee ze die illusie zondermeer gaan doorprikken. Van Vleuten leest griezelig perfect in de ironische stijl van Carmiggelt een Kronkel voor over een zelfmoordaanslag in zijn stamcafé en zingt als Van Gogh – de schilder – zijn verre achterneef Theo toe dat hij in zijn tijd nog op een maagdelijk wit vel papier kon schrijven en schilderen wat hij wilde. Van Muiswinkels korte klinische reconstructie van de moord op Theo van Gogh is ijzingwekkend.
De laatste smokkelt, als toevallige passant, een paar typetjes in het concept en zet ondermeer een nuffige herenkapper neer die uitlegt dat het knippen en scheren zich tegenwoordig niet meer beperkt tot het hoofdhaar. En dan zijn er nog de twee lijsttrekkers van Nederland Nu en de Lijst Jan Joost van Woerkom met als programmapunten ondermeer: ‘Voor integratie moet een soort van plan komen of zoiets’.
De opzet van Prediker en Hooglied is prachtig bedacht en dwingt het publiek grappig in de rol van de geëmigreerden, die met enige afstand naar hun vaderland kijken. Je zou bijna jaloers worden op degenen die lang geleden hun heil elders hebben gezocht en kunnen lachen om dit idiote landje in het besef er geen deel meer van uit te maken. Prediker en Hooglied heeft een érg lange aanloop nodig voordat het op stoom komt. En als na anderhalf uur het doek valt blijft het gevoel dat het nog schort aan een paar flinke uitsmijters. Maar ja…, de tragiek van een subliem duo is dat het publiek altijd wil dat het zichzelf overtreft.

Ruud Buurman

Van Muiswinkel en Van Vleuten. Prediker en Hooglied. Gezien 21 dec. Stadsschouwburg Velsen. Tournee t.m. mei 2007. Info en speellijst: www.harrykies.nl

Labels:

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

Katinka Polderman (GPD)

Polderman vindt niets zomaar normaal

Polderman is de naam. Katinka Polderman. Een uit Zeeuwse klei getrokken nuchtere meid, die zonder omhaal kribbig zingt over de domheid waar ze allergisch voor is. Wie haar debuutvoorstelling Polderman bezoekt, gaat twintig liedjes later rijk van geest naar huis, met een brede grijns. Het gebeurt niet zo héél vaak dat inhoud en schaterlach zo mooi samenkomen in één programma.
Polderman heeft lak aan uiterlijkheden. Een styliste is aan haar niet besteed, evenals kledingadviezen. Traag en trouw aan haar eigen karakter en vol heerlijke zelfspot (‘ik lijk een fenomeen dat maar wat heen en weer strompelt over het podium, maar da’s een keuze’) trekt ze ten strijde tegen de stompzinnigheid. Het programma waarmee ze door Nederland toert, is een ode aan het onafhankelijk denken, een aanklacht tegen de kuddegeest.
Haar podium staat vol lege bierkratten. Ze begeleidt zichzelf op een gitaar. Niet al te virtuoos, maar vooruit. Haar hond is een mormel dat luistert naar de merkwaardige naam ‘Busje’ en dat gedurende de hele voorstelling in haar gitaarkoffer ligt te maffen. Soms spreekt ze het beest vermanend toe als ie ‘zijn reet’ zit te likken. Met duo’s op het toneel, zucht ze in een van haar vele terloopse geestige opmerkingen, is er altijd sprake van een machtsstrijd.
Anderhalf jaar geleden won Katinka Polderman (25) de jury- en publieksprijs van het Leids Cabaret Festival. Ze volgde toen nog de kleinkunstopleiding aan de Koningstheateracademie in Den Bosch. De vrouwelijke versie van Kees Torn werd ze genoemd, vanwege haar sloomheid, oneliners en liedkunst. Maar het venijn en sarcasme dat ze in dit programma over de zaal uitstort doet eerder denken aan Joop Visser en zeker aan Jeroen van Merwijk.
De centrale vraag die Polderman in veel van haar liedjes stelt is óf het wel zo normaal is wat iedereen normaal is gaan vinden. Haar loflied op Christina Aguilera, waarin ze deze zangeres hartelijk bedankt voor haar bijdrage in het emancipatieproces dat mede door toedoen van dit rolmodel voor jonge meisjes weer terug bij af is, is een fraai voorbeeld daarvan. In ‘Nederland verdient een goeie oorlog’ gaat ze hilarisch en tegelijk stevig bijtend de ontevredenheid in dit welvarende land te lijf.
Ze kwetst en trapt intelligent tegen gevoeligheden in Stille tocht, Homo (on)vriendelijk lied, Ongenuanceerd Anti-kinderlied en het Rokersstrijdlied vlak voor de pauze. Is grof en banaal in Zaadlied en met haar meezing-carnavalskraker ‘Haar op mijn kut’, het slotlied. Voor al te veel subtiliteiten en raffinement moet je niet bij Polderman zijn. Maar we hebben ons op dat moment allang overgegeven. Ook omdat ze ons na de pauze muisstil krijgt met een plaatje van een liedje over hoe ze zichzelf ooit ziet zitten met haar geliefde in het bejaardenhuis.
Jawel, de Zeeuwse klei heeft ook voor een gevoelige kant gezorgd.

Ruud Buurman

Katinka Polderman, Polderman. Regie: Anita Uitde Haag. Gezien: 15 dec. Koningstheater ’s Hertogenbosch. Tournee t.m. mei 2007. Info en speellijst: www.harrykies.nl en www.katinkapolderman.nl

Labels:

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

Gino Sancti/Terminaal

Inburgeringscursus humor gewenst voor Gino Sancti

Een eerste programma van jonge cabaretiers is vaak verrassend, omdat ze er hun jaren opgespaarde en bijgeschaafde ideetjes in kwijt kunnen. Of we met echt talent te maken hebben is vaak al te zien aan de opvolger, het tweede programma. Zak je daarmee door het ijs, dan is je dérde voorstelling de kans te bewijzen dat je fraaie debuut geen toevalstreffer was.
Voor het Vlaamse duo Gino Sancti, winnaar van het Wim Sonneveld Concours van het Amsterdams Kleinkunst Festival in 2002, kan het doek dicht. Na het leuke en intelligente debuut ‘Niet Op De Openbare Weg Strooien’ volgde het verbijsterend slechte ‘Après Ski’. Dit seizoen komen Han Coucke en Stan van Erum de grens over met ‘Terminaal’.
Twee vrienden wonen samen in een huis. De een is getrouwd, maar het stel kan geen kind krijgen. Met hulp van de vriend lukt het wel. Het kind wordt vertroeteld door de twee papa’s, maar gaat na een paar jaar dood. De vrouw vertrekt en vindt nieuw geluk, de mannen blijven, tot aan het einde van hun leven in het bejaardenhuis, achter met het gemis aan hun vrouw en vooral kind. Dát verhaaltje moet getalenteerde cabaretiers en humoristen toch voldoende mogelijkheden bieden voor het uitdiepen van de karakters en schrijnende humor.
Niets van dat alles. Terminaal is een opeenstapeling van slecht uitgewerkte en clichématige typetjes, nepemoties, tenenkrommend acteerwerk. Elke nuance en subtiliteit ontbreekt en met de woordgrapjes kun je hoogstens tijdens een schoolcabaret nog nét wegkomen. Tijdens zo’n schoolcabaret zou je niet vallen over een beroerde imitatie het nummer ‘De Voorzitter’ van Toon Hermans (‘Mevrouw Lóóf…… hútjes… Loofhutjes’), in dit programma illustreert het een gebrek aan originaliteit en is het een teken van onkunde. Het enige dat nog enigszins overeind blijft in ‘Terminaal’ is het muzikale, maar de téksten van de liedjes hebben dezelfde diepgang als het hele programma: die van een lek kinderbadje.
Er is nog voldoende bagger van eigen bodem te zien op de Nederlandse kleinkunstpodia, waarop desondanks nog publiek af komt dat zowaar nog mogelijkheden ziet er een lach uit te persen. De grens met Vlaanderen moet, tot een nieuw kabinet een inburgeringscursus Humor verplicht heeft gesteld, maar even dicht. Onder het motto ‘Eigen Bagger Eerst!’

Ruud Buurman

Gino Sancti, Terminaal. Gezien: Oude Raadhuis Hoofddorp. Tournee t.m. april 2007. Info: www.mojotheater.nl

Labels:

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

Alex Roeka, Hadeskade

Rusteloze Roeka bezingt het licht in Hadeskade

AMSTERDAM
Het werk van de Amsterdamse zanger en dichter Alex Roeka ademde tot nu toe de sfeer van een middeleeuwse schilder als Jeroen Bosch. Roeka schilderde op vier cd’s en theaterconcerten de hel, de zonde en de dwaasheid der mensheid met woorden. Zijn hel was de stad, zijn zonde de drank en de hoeren, zijn dwaasheid was het verstoten van de liefde. In het vijfde hoofdstuk van zijn liederencyclus, ‘Hadeskade’ loopt de rusteloze zwerver af op een helder licht aan het einde van zijn donkere tunnel.
Een licht dat nu ook andere vlinders zal aantrekken dan de trouwe schare nachtvlinders die zijn cd’s en zijn concerten tot nu toe beluisterden. In ‘Hadeskade’ schilderen Roeka en zijn onmisbare muzikale kompanen prachtige landschappen, scherpe portretten en stillevens. Met zwierige uitbundigheid en soms adembenemende precisie. In muziekstijlen die ruiger en heftiger zijn dan voorheen, schitterend gearrangeerd door pianist Jaco Benckhuijsen.
Een gepassioneerd man met een gitaar en een gruizige stem, drie uitmuntende begeleiders op vleugel, bas en accordeon en sober licht. Meer krijgt het oog niet bij concerten van Roeka. Wie zijn of haar oren de kost geeft heeft echt niets meer nodig. Zijn bijna verlegen praatjes tussen de nummers zijn geestig en effectief. Als Roeka op het podium zijn liederen brengt lijkt het alsof hij zelf nog het meest verbaasd is dat er mensen zijn die zijn woorden begrijpen en met hem mee willen op zijn tochten langs de schemerkant van het leven.
In Hadeskade zingt hij het verhaal van zijn verloren liefde, zijn droom die kapot spat, zijn omzwervingen in de kroegen en goten van de stad waar hij het gemis denkt te kunnen vergeten. De stad die hij elke nacht ten onder zag gaan en die de volgende dag gewoon weer doordraaide. Eén ding is duidelijk: de zelfkant van het leven verliest alle romantiek en heldhaftigheid voor hen die er regelmatig in ronddolen.
Roeka lijkt er bijna verslaafd aan, maar tegelijk maakt dat leven hem intens wanhopig. Het maakt echter ook dat hij als geen ander een tekst kan maken als ‘Het lied van de vreemde’, waarin hij een vluchteling die hij ontmoette in een park, een stem geeft, zoals die maar zelden in een lied te horen is. Het prachtige ‘Lege Ochtendkroeg’ is zijn autobiografie in drie coupletten, allen eindigend met: ‘geen volgend leven, hoeven ze mij straks te geven om te verbeteren wat ik fout heb gedaan. Het zal toch weer hetzelfde gaan.’ Het is een bijna gelaten constatering van een onvermijdelijkheid die bij zijn persoon hoort.
Het is de Roeka zoals we die kennen. Tot in het muzikale verhaal de inkeer komt en tenslotte het grote geluk van de liefde die terugkeert. Dan spat de hoop van het podium, dan pakt hij uit in liederen waarbij je als toehoorder ineens ontdekt dat je je spieren spant en je je vastklampt aan de leuning van je stoel.
Naast de nummers die op de cd zijn opgenomen brengt Roeka twee nieuwe, gezeten op een stoel in de hoek van het podium, zichzelf begeleidend op gitaar. Huiveringwekkend mooi is zijn lied van de man die met zijn pas overleden vrouw praat, gezeten op de rand van het sterfbed. Het lied over de enkeling die zijn stem wil verheffen boven het gebral van de massa is een krachtig protestlied. Een volgende cd van Roeka mag morgen uitkomen.

Ruud Buurman

Alex Roek, Hadeskade. Alex Roeka (gitaar en zang) Jaco Benckhuijsen (vleugel) Reijer Zwart (bas) en Peter van Os (accordeon). Gezien en gehoord: 5 nov. Kleine Komedie Amsterdam. Toernee t.m. mei 2007. info en speellijst: www.alexroeka.nl

Labels:

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

Marc-Marie Huijbregts Opdat Ik Niet Vergeet

Huijbregts bezorgt zijn visite kippenvel

De zalen van Marc-Marie Huijbregts zijn geen theaterzalen, het zijn zijn huiskamers. Waarin hij, als tussen de schuifdeuren op zondagmiddag, zijn visite trakteert op verhalen. Alsof die hem ter plekke te binnen schieten. In zijn huiskamers laat hij het licht aan, om de gasten te kunnen zien en er een gesprek mee aan te gaan. Er herinneringen mee te delen, voordat ze worden vergeten. Soms zingt hij een lied, met een prachtstem, diep uit zijn tenen en daarmee krijgt hij ze muisstil en ontroerd.
‘Opdat Ik Niet Vergeet’, zijn derde soloprogramma na Marc-Marie en het in 2003 met de VSCD-cabaretprijs (de huidige Poelifinario) bekroonde M-M Huijbregts, laat een man zien die breekbaar durft te zijn. Maar die zichzelf zo geestig presenteert en zo’n fraai overwicht op zijn publiek heeft dat niemand het in zijn hoofd haalt daar misbruik van te maken.
Net als in zijn voorgaande programma’s vormen zijn herinneringen de kapstokken waaraan deze voorstelling is opgehangen. Herinneringen aan zijn katholieke Tilburgse jeugd, zijn ooms en tantes, het overlijden van zijn moeder en de dood van poedel Sjakkie. Oude bekenden voor wie Huijbregts de laatste jaren trouw heeft gevolgd.
Het is een avond als een talkshow. Waarin de gastheer opkomt in een djellaba, een Arabisch kledingstuk dat hij van zijn Algerijnse vriend cadeau kreeg, en zich languit voor zijn publiek werpt. Alsof hij een priester is, die gewijd moet worden. Hij geeft zich aan ons, zegt hij, maar dan moeten wij hem ook iets teruggeven. Antwoorden op zijn pesterige vraagjes bijvoorbeeld. Daarmee loopt hij het risico juist die mensen aan te spreken die eigenlijk niks te vertellen hebben. Maar hij is zó gevat dat hij elke mogelijke situatie in zijn voordeel kan doen kantelen, zonder de aangesprokene te vloeren.
Een van Huijbregts grootste krachten is dat hij in elk verhaal met grote emotionele lading zoveel lucht brengt dat je er om kan lachen zonder je oneerbiedig te voelen. Recente gebeurtenissen, als zijn ontluisterende ontmoeting met de koningin en zijn reisje naar Athene waar net de Paralympics bezig waren, brengen zijn publiek onder de stoelen van het lachen. Vijf seconden later durft niemand meer een speld te laten vallen en ontroert hij als hij bloedserieus een gospel zingt.
Hij omzeilt kundig de valkuil van een egodocument door enkele stevige ethische kwesties aan de orde te stellen: zijn mensen die zich dienstbaar opstellen, zoals priesters, bodyguards en stewardessen nu wel echt zo onbaatzuchtig? Is God echt wel zo liefdevol naar zijn schepping? En waarom associeert iedereen Willem Holleeder met Freddie Heineken en is zijn chauffeur Ab Doderen vergeten? Ook die is toch in 1983 ontvoerd en heeft dagenlang in een loods in Amsterdam Chinees moeten eten.
Na bijna anderhalf uur valt Huijbregts midden in een zin voorover en dooft het licht. Einde voorstelling. Vlak daarvoor heeft hij verteld dat zijn Algerijnse schoonouders nog steeds in de waan leven dat hun zoon met een vrouw samenleeft. En dat hij hoopt als eerste van de twee dood te gaan, om die illusie niet te verstoren. Het idee op Schiphol de kist met zijn vriend te moeten uitzwaaien, omdat die in Algerijnse bodem wil worden begraven, maakt hem nu al wanhopig.
Kippenvel.

Ruud Buurman

Marc-Marie Huijbregts, Opdat Ik Niet Vergeet. Gezien 25 oktober Purmaryn Purmerend. Tournee t.m. 19 mei 2007. Info en speellijst: www.marc-marie.nl

Labels:

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

‘Het Verschil’ zorgt voor kortsluiting

’s HERTOGENBOSCH
Een jonge vrouw, kennelijk met een verleden waarin de liefde haar in de steek liet, zoekt rust in het zuiden van Spanje, in Andalusië. In het huis waarin zij haar intrek neemt, is zij niet alleen. Zij voelt de aanwezigheid van twee mensen die hier ooit gelukkig waren, een joodse broer en een zus. Toen Andalusië nog de uitzonderlijke plek was waar joden, christenen en moslims vreedzaam samenleefden. Tot de joden werden verdreven, vervolgd en opgesloten en onverdraagzaamheid hen tot ‘het verschil’ maakten.
Daarover gaat ‘Het Verschil’, een waagstuk van toneel, muziektheater, cabaret en stand up-comedy van regisseur Ruut Weissman. Dezelfde die ruim tien jaar geleden Tip Top bedacht, een voorstelling over het naoorlogse amusement waarvan door de vervolging van de joden in de Tweede Wereldoorlog weinig was overgebleven. Een prachtige voorstelling.
En dat wordt ‘Het Verschil’ uiteindelijk óók, met zijn droom-cast van Anoushka Zeegelaar Breedveld, Ali Cifteci als de zus en broer, Wende Snijders als de jonge rustzoekende vrouw, Jenny Arean als beschouwer langs de zijlijn, stand up-comedian Raoul Heertje (of Jan Jaap van der Wal) en een uitmuntend muzikaal trio onder leiding van Rutger Laan.
Het is niet moeilijk de voorstelling alleen al te waarderen omdat ze twee van de indrukwekkendste stemmen van de Nederlandse kleinkunst, Snijders en Arean in huis heeft, die ijzingwekkend mooie liedteksten van Jurrian van Dongen, George Groot en Ivo de Wijs zingen. Of vanwege een van Nederlands scherpste stand up-comedians, Raoul Heertje. Maar het gaat om het geheel.
En dan vergt ‘Het Verschil’ de volle aandacht de draad niet kwijt te raken, vanwege de diverse theaterstijlen, de sprongen in de wereldgeschiedenis en de invalshoeken die het in zich verenigt. Het vergt ook de volle concentratie een verband te zien tussen de soms wat al te vage gedeclameerde teksten van Zeegelaar Breedveld en Cifteci, geschreven door Rob de Graaf, winnaar van de Toneelschrijfprijs, en de liedteksten.
‘Het Verschil’ zorgt door die wisselende stemmingen en stijlen voortdurend voor verrassingen en kleine kortsluitingen in je hoofd. Een indrukwekkend lied van Arean over een joods echtpaar dat door haar onverschilligheid de dood in is gejaagd, wordt gevolgd door een kort en ruw betoog van Heertje over Verdonks maatregel voor een bonus van vijfenzeventig euro voor de politieagent die een illegaal oppakt. Een uitzonderlijk gepassioneerde Snijders heeft haar laatste noot nauwelijks doen wegsterven of Heertje smoort de brok in je keel met een platte grap of de nuchtere constatering dat ‘niemand oorlog wil, maar dat er toch altijd oorlogen zijn. Dus kennelijk zijn er mensen die oorlogen willen’.
‘Het Verschil’ gaat niet over die ene oorlog, die ene ultieme barbaarse vervolging en massavernietiging die nog vers in ons geheugen staat. Weissmans verhaal gaat over onverdraagzaamheid, vervolging en oorlogen van alle tijden. De schijnbaar plompverloren, geestige en scherpe onderbrekingen van Raoul Heertje zijn er niet alleen voor de lucht en de lach, maar zijn onmisbaar dat eeuwenoude verhaal op jezelf in het heden te betrekken.
Dat nog niet alles even helder is, is zonder twijfel een kinderziekte. Kinderziektes hebben één zekerheid: ze verdwijnen. Maar ook mét verdient de voorstelling volle zalen, want ze maakt dit seizoen werkelijk het verschil.

Ruud Buurman

‘Het Verschil’. Met Raoul Heertje, Wende Snijders, Jenny Arean, Anoushka Zeegelaar Breedveld, Ali Cifteci. Muziek: Rutger Laan. Teksten: Rob de Graaf, Jurrian van Dongen, George Groot en Ivo de Wijs. Idee en regie: Ruut Weissman. Gezien 3 febr. Theater Aan de Parade Den Bosch. Tournee t.m. 7 juni. Info en speellijst: www.bvgool.nl

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

21 februari 2007

Nederlands Dans Theater I Falling Angels

Première The Second Person (Crystal Pite), reprises Falling Angels (Jiri Kylián) en Quintet (William Forsythe). Tournee t/m 15/3. Info: www.ndt.nl

Door Ingrid van Frankenhuyzen/NRC Handelsblad

Overweldigend blijft een aantal van 24 dansers altijd, zeker als ze allemaal in mannenpakken rondlopen en serieus strenge brillen dragen. De Canadese choreografe Crystal Pite maakt in The Second Person dankbaar gebruik van het massa-effect om erna de eenzaamheid van solo’s en duetten te kunnen onderstrepen. Want om een mysterieus en melancholiek soort eenzaamheid draait het wel in The Second Person van het Nederlands Dans Theater I.
Haar tweede choreografie voor het NDT begint schools: op de band zijn teksten te horen als ‘This is a picture of you as a young man. This is your hand. This is your back […] But look, the light is changing’. Elk woord wordt voorspelbaar uitgebeeld met de bijbehorende beweging. Soms spreekt een marionet de woorden uit, een andere marionet danst met de groep mee, door dansers voortbewogen. Het lijkt aanvankelijk een vrij simpel verhaaltje van iemand die terugreist naar het verleden, als een (fotografische) reis naar identiteit.
Maar net op het moment dat je je gaat vervelen slaat Crystal Pite (1970) toe. De simpele teksten blijven achterwege, de prikkelende compositie van Owen Belton zuigt je in het verhaal. Hij mixt folkloristische zang uit allerlei culturen met direct op het gemoed werkende drieakkoorden synthezisermuziek. De man die naar identiteit zoekt gaat vallend op in de massa en blijkt door de rolwisselingen een ‘elckerlyc’. Hij is zijn eigen tweede persoon, hij is iedereen. Zonder ergens expliciet te worden want Pite maakt zeer associatieve dans. In de The Second Person creëert de ex-danseres van Ballet Frankfurt een eigen, bijna dissociatief universum. Identiteit blijkt een fragmentarisch iets. En o, wat is het mooi, eigenzinnig speels en poëtisch in de wereld van Pite.
Een aanwinst dus voor het gezelschap dat Jiri Kylián vooraf bij de presentatie van een DVD-box van zijn werk, omschreef als traditioneel. De tijd van rebellie was voorbij voor het NDT. Met choreografieën als The Second Person is dat helemaal niet zo erg. En wie na twee decennia nog afscheid wil nemen van een van de mooiste en meest bescheiden dansers van het NDT: Nancy Euverink is na dit programma Falling Angels, danseres af. Helaas.

Labels:

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

19 februari 2007

Ad de Bont (GPD)

Wereldberoemd buiten Nederland
Jeugdtheaterschrijver Ad de Bont viert jubileum met gewaagd experiment

In Duitse theaters, van Hamburg tot Müchen, wordt zijn naam met eerbied uitgesproken. De BBC verfilmde een stuk van hem met Jeremy Irons in de hoofdrol. In Nederland won hij zo'n beetje alle prijzen die er te winnen zijn in zijn vakgebied: het jeugdtheater. Daarom is Ad de Bont volslagen onbekend bij het grote publiek. Hij viert zijn 25-jarig jubileum met een bizarre voorstelling naar een nog vreemdere, experimentele theatertekst: De Hompelaar. Ook voor tere zieltjes.

Door Wijbrand Schaap
Zwolle (GPD) _ Als iemand maar vaak genoeg roept: 'Ik haat je! Ik haat je! Ik haat je!', ga je vanzelf Kaatje heten. Zo eenvoudig kan poëzie zijn. En humor. En tragiek. Voor Ad de Bont (57) was dat inzicht aanleiding voor een nieuw experiment. De schrijver die al 25 jaar artistiek aan de leiding staat van het beste jeugdtheatergezelschap van Nederland, Theatergroep Wederzijds, schreef een tekst die het beste van Dylan Thomas samenbrengt met het delirium van Werner Schwab en Duitse hardrockschlagers. In De Hompelaar, zijn jubileumstuk dat vanaf 23 februari in tientallen Nederlandse theaters is te zien, beschrijft hij in prachtige taal de lotgevallen van een klein jongetje wiens vader wel heel erg vreemd gaat, wiens moeder zelfmoord pleegt en die opgroeit met een tante met wel heel erg volwassen fantasieën. En dat allemaal voor kinderen van 10 tot 88 jaar in een voorstelling waarin de acteurs van Wederzijds samen met 25 prachtige, levensgrote poppen van Theater Gnaffel samenspelen.
,,Ik ben al 25 jaar bezig met de vraag wat er allemaal kan voor kinderen”, zegt Ad de Bont, wanneer ik hem vraag of er dan werkelijk geen grenzen zijn aan wat je in jeugdtheater kunt vertellen. ,,Ik vind dat alles moet kunnen voor kinderen. Kinderen maken deel uit van dezelfde wereld waar jij en ik deel van uitmaken. Als mijn moeder sterft, of mijn zus kanker heeft, dan maken zij dat mee. Vroeger zei je nog: 'houd dat maar weg voor die kinderen.' Daar hoef je nu niet meer aan te beginnen. Op tv zien ze alles. Seks. Geweld. Een documentaire over euthanasie, waarbij er iemand voor je ogen sterft.”

Bosnië
Met deze opvatting heeft De Bont in 25 jaar een indrukwekkend repertoire opgebouwd van kunstzinnige stukken, maar ook van stukken die heel erg over de actualiteit gingen. Voorlopig hoogtepunt, zowel artistiek als publicitair, was de tekst 'Mirad, een jongen uit Bosnië'. In een uiterst sobere vorm, die bestond uit een acteur en een actrice die van achter een lessenaartje voorlazen, werd het publiek deelgenoot van het leven van een 14-jarige jongen uit Bosnië. Via brieven aan zijn naar Nederland gevluchte oom en tante worden we de verschrikkingen ingezogen van de burgeroorlog die Joegoslavië veranderde in de verzameling losse republieken die het nu is. Het stuk werd in talloze talen vertaald en verfilmd. De BBC nam het project op met Jeremy Irons in de hoofdrol.
Naast zulke indringende actuele stukken, schrijft De Bont ook meer artistiek werk. De Hompelaar is daar een treffend voorbeeld van: ,,Nu wilde ik een stuk schrijven waarbij mijn bedoelingen vooraf niet duidelijk waren”, vertelt De Bont. ,,Niet voor het publiek, maar ook niet voor mezelf. Je kunt namelijk niet alles vangen onder bedoelingen of moraal. Ik wilde nu een stuk schrijven dat de autonome kracht van de taal vooropstelt.”

Rooie oortjes
Een eerste versie van dat stuk heette De Luistering. Het begint met een droomscène, waarin een vrouw van middelbare leeftijd in heel poëtische taal een erotische fantasie beschrijft, waarin ze door zes mannen overweldigd wordt. Gewaagd, erkent ook De Bont: ,,Ik dacht: wat moeten kinderen hiermee? Dat wilde ik gaan onderzoeken. Toen heb ik de tekst gerepeteerd met een paar acteurs en daar een cd van gemaakt. Die cd hebben we meegenomen naar scholen en we hebben aan de kinderen gevraagd: we hebben iets waarvan we niet weten wat kinderen daar aan hebben. Willen jullie luisteren en dan vertellen wat we ermee moeten? Misschien zeggen jullie wel: 'Doe dat maar voor volwassenen'. Tot onze verbazing luisterden ze met rooie oortjes. Zij zeiden na afloop: 'dit is een geheime blik in de wereld van de volwassenen. Alsof je door een sleutelgat in de slaapkamer van je vader en moeder kijkt'. Dat vond ik prachtig. Er zijn natuurlijk een hoop geheimen waarvan kinderen wel een bestaan vermoeden, maar die nooit echt aan de orde komen. Natuurlijk zien ze hun moeder haar borsten opkrikken. Horen ze rare gesprekken van hun moeder met haar vriendinnen of horen ze vreemde geluiden van de slaapkamer komen. Kennelijk was er toch een verbinding die ik zelf niet eens vermoedde. Dat gaf me moed om verder te schrijven. Ik kan die vragen nu vrijelijk oproepen: haat tussen zussen, wat is het om je moeder te verliezen door zelfmoord? Dat maken kinderen ook mee. Er zitten inhoudelijk veel elementen in waar je goed over kunt praten.”
Het stuk werd uiteindelijk door de Humanistische Omroep Stichting aangekocht en als hoorspel uitgezonden. De Hompelaar borduurt voort op De Luistering: ,,Het oorspronkelijke stuk eindigde met de zelfmoord van de moeder. Ik wilde er nu voor zorgen dat het verhaal daarna verder ging. Dus heb ik er een tweede deel aan vastgeschreven.”
Wat niet wegneemt dat zo'n zelfmoord, of de brand waarmee het tweede deel eindigt, nogal heftig is om voor tienjarigen te brengen. De voorstelling is echter buitengewoon helder en liefdevol, blijkt bij een eerste try-out met een kinderpubliek. De reacties zijn goed: er zijn emoties, maar er is vooral betrokkenheid en fascinatie. ,, Ik verwacht geen gelazer”, zegt De Bont na afloop. ,,Uiteindelijk is het ook een heel idiote, bijna vrolijke, bizarre gebeurtenis, al zit er heel veel pijn en drama onder.”

Hamburg
Dat hij met zijn werk in het buitenland beroemder is dan in Nederland, deert de schrijver en regisseur niet. De Bont schreef de openingsvoorstelling voor de jeugdafdeling van het beroemde Schauspielhaus in Hamburg, waar onlangs ook Ivo van Hove een regie deed. Zijn stuk Moeder Afrika werd onlangs drievoudig bekroond met Duitse prijzen, nadat hij eerder in Nederland al talloze prijzen voor ander werk kreeg. Dat het grote publiek zijn werk en zijn gezelschap, Wederzijds, nauwelijks kent, komt omdat Wederzijds eigenlijk altijd uitsluitend in gymzalen speelt. Maar zelden speelt een Wederzijds-stuk in schouwburgen. Met De Hompelaar, dat wel veel 'openbare' voorstellingen heeft, is een kentering ingezet. ,,Deze productie is gemaakt om in een gymzaal te kunnen spelen zonder kunstlicht. Maar we kunnen bijna nergens meer terecht. Een gymzaal voor een dag vrijmaken, dat schijnt voor de meeste scholen niet meer mogelijk te zijn. Er wordt steeds meer gesport, en door bezuinigingen moeten ze veel strakker exploiteren. We moeten nu bijvoorbeeld soms alweer om half vier eruit, omdat de turnvereniging klaar staat. Ik vraag me af of we een volgend groot project nog wel aan moeten bieden voor de gymzalen. Misschien moeten we dan gelijk zeggen dat we het alleen nog in theaters doen. Dat zou heel erg jammer zijn. Maar de tijden veranderen en daar moet je in mee.”

De Hompelaar door Wederzijds en Gnaffel. Première: 22 februari in Amsterdam. Speelperiode: 12 februari t/m 28 april 2007. Inlichtingen: www.wederzijds.nl.

Labels: ,

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

Mark Rietman (GPD)

Mark Rietman speelt notoire vreemdganger in Het Wijde Land
'Het moet vooral niet te zwaar worden'

Mark Rietman heeft een beetje het imago van de goeiige tobber. In de legendarische tv-serie Oud Geld speelde hij de in zichzelf gekeerde 'nerd' Kiet Bussink, en radioluisteraars kunnen sinds begin februari genieten van zijn vertolking van Ollie B. Bommel in het gelijknamig hoorspel. Nu speelt hij bij de Theatercompagnie een vrouwenverslinder in Schnitzlers toneelstuk Het Wijde Land. ,,Soms denk ik: 'Man, stort eens in!'”

Door Wijbrand Schaap
Amsterdam (GPD) _ ,,Wat is fout? In de burgerlijk moraal gebeurt zoveel dat fout heet te zijn, maar dat eigenlijk niet is.” Mark Rietman, veel bekroond acteur, nuanceert graag het beeld dat mensen zouden kunnen krijgen van zijn rol in Arthur Schnitzlers Het Wijde Land. In dit toneelstuk uit het begin van de twintigste eeuw speelt hij Frederik Hofreiter, een man die er een nogal egocentrische huwelijksmoraal op nahoudt. Hij gaat openlijk vreemd en ontsteekt uiteindelijk in woede als zijn vrouw hetzelfde doet. In de regie van Theu Boermans bij De Theatercompagnie staat Rietman centraal in een groot ensemble, waarin verder opvallende acteurs optreden als Katja Herbers en Leny Breederveld.
We kennen Mark Rietman vooral als acteur van integere, kwetsbare mannenrollen. Hoe is het om een nu eens een echte slechterik te spelen? Rietman zoekt in die rol naar die ene zwakke plek: ,,Misschien heeft hij ook wel een gat in zijn eigen ziel, waardoor hij zich niet aan de medemens kan verbinden. Theu Boermans zegt dat hij op de vlucht is voor de dood. Hij accepteert zijn sterfelijkheid niet. Hij voelt dat het bestaan zinloos is, en heeft daarom geen morele principes meer. Waarom zou je je houden aan regels terwijl dat alleen maar afspraken zijn? Je kunt heel erg van iemand houden, maar tegelijkertijd iemand voorbij zien komen waarmee je ook heel graag zou willen samenleven. Dat kan gebeuren. En ook al is dit stuk honderd jaar oud, ook in deze tijd loop je daarbij nog tegen morele grenzen op.”

Twijfel
Voor Rietman is de hoofdrol in Het Wijde Land een lang gekoesterde wens. Hij zag er zelfs voor af van een rol in De Familie Avenier, het stuk van Maria Goos waarin veel van zijn collega's uit de legendarische tv-serie Oud Geld weer meespelen. ,,Ik heb dit stuk meer dan twintig jaar geleden gezien in Den Haag met Guido de Moor in de hoofdrol. Dat vond ik geweldig, en het is me ook altijd bijgebleven. Nu ik er zelf mee bezig ben komen er ook steeds meer beelden uit die voorstelling terug in mijn herinnering. Ik denk dat ik diep van dat stuk houd. Ik herken die zoektocht wel. Veel mannen hebben dat, die twijfel aan hun eigen oprechtheid.”
Schnitzler, die ook het schandaalstuk Reidans schreef, is een meester van de ontkenning: nooit zegt iemand wat hem werkelijk bezighoudt. Best lastig spelen, zoiets: ,,Soms is het lekker om te weten dat je ergens in de loop van het stuk een scène hebt waarin je er doorheen kunt zakken, waarna het deksel er weer terug op gaat. Maar in dit stuk blijft iedereen doen alsof er niets aan de hand is. Soms denk ik: Man, stort eens in!”
Dat net-niet-instorten moet toch eigenlijk een makkie zijn voor een acteur die beschikt over een groot talent voor ironie. Zijn bijrol in het stuk Alexander, dit najaar, bracht broodnodige humor in dat wat zware stuk: ,,In deze rol zit al zoveel ironie dat ik eigenlijk meer moet zoeken naar de tragische ernst van mijn personage dan andersom. Iedereen ontkent alles. Dat is heel modern, eigenlijk. Zo gaan we bijna altijd om met liefdesaangelegenheden. We willen het er ergens wel over hebben, maar het moet vooral niet te zwaar worden.”

Risico
Rietman heeft ooit zelf regie-ambities gehad, maar heeft die inmiddels weer op een laag pitje gezet. Die fase van twijfel over zijn acteercarrière, een jaar of zeven geleden, heeft hem uiteindelijk wel een beter acteur gemaakt. Rietman dankt daarvoor vooral zijn collega Victor Löw: ,,Hij zat een beetje in hetzelfde schuitje als ik. En hij heeft me uiteindelijk ook weer in dat spelen getrokken. Ik vond namelijk dat ik wel aardig kon acteren, maar ik vond ook dat ik een beetje grijs was. Er waren geen grote uitschieters. Het werd te gewoontjes, bleef te klein. Victor ging toen een stuk met mij doen: 'Dans van de reiger' van Hugo Claus. Hij zei: ik ga je bij elke zin tekst vragen om niet in het grijze middengebied te gaan zitten, want dat kennen we nu wel. Hij zei: doe bij elke zin wat anders, wat extreems. Dat heeft voor mij dat acteren weer geopend. Ik durf sindsdien meer risico te nemen in mijn spel.”
Rietman geeft ook zelf les aan aankomende acteurs. Niet alleen op de toneelschool, blijkt. ,,Er zijn een paar stagiaires die nu meedoen aan Het Wijde Land, en die help ik wel eens een beetje. Soms snappen ze niet gelijk wat Theu Boermans bedoelt als hij bijvoorbeeld zegt: Ik wil meer vuur. Dan gaat zo'n speler alleen maar iets harder praten. Op zo'n moment zeg ik zachtjes tegen zo'n medespeler: misschien moet je gewoon even boos worden. En dat werkt dan soms. Ik vind het nog steeds leuk om te kijken naar hoe anderen spelen, en hoe ze tot spelen komen.”
Die collegiale houding siert de man die algemeen erkend is al een van de beste acteurs van Nederland: ,,Inmiddels heb ik wel een soort gemak gekregen. Ik weet dat ik kan acteren, ik weet hoe het moet. Ik zie dat ook bij mijn collega's van dezelfde leeftijd. Maar er zit meer in. Ik zou Pierre Bokma wel weer eens in een grote Shakespeare willen zien. Of Gijs Scholten van Aschat. Niet dat ik vind dat ze nu aan het klooien zijn, maar ik heb gewoon behoefte om ze weer eens in iets groots te zien.”
En hoe ziet Rietman dat voor zichzelf? ,,Toen ik de Louis d'Or had gekregen voor Raak me Aan (in 2005) zei mijn regisseur, Ger Thijs, tegen me: Jij en Carine Crutzen, jullie moeten gewoon de grote rollen spelen. Hij zei: Jullie moeten je wanhoop geven, dat is jullie taak in deze wereld.” Hij zwijgt even. ,,Dat sloeg wel bij me aan. Die wanhoop. Dat is wel waar ik voor ga.”

Het Wijde Land door De Theatercompagnie. Van 21 februari t/m 27 april in vele theaters in Nederland. Première: 23 januari. Inlichtingen: www.theatercompagnie.nl.


Labels: ,

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

Blackbird (GPD)

Heike Wisse toont talent in Blackbird

Door Wijbrand Schaap
Den Haag (GPD) _ Het weerzien met een oude liefde hoeft geen probleem te zijn voor een man van zesenvijftig. Tenzij die geliefde van 15 jaar geleden nu een frisse blom van 27 is. Dan heb je dus wel een probleem. Ziedaar de thematiek van Blackbird. Dit toneelstuk van de Schotse auteur David Harrower wordt nu gebracht door Het Nationale Toneel als duet voor Derek de Lint en Heike Wisse.
Harrower is een bijzondere toneelschrijver. Hij is een van de succesvolle vertegenwoordigers van het nieuwe Britse theater, een theater dat langzaam maar zeker Nederland binnendruppelt via Oostenrijk en Duitsland, omdat rechtstreeks inkopen in Engeland nog steeds 'not done' is onder veel Nederlandse gezelschappen.
Harrowers 'Messen in Hennen' was een paar jaar terug zijn opmerkelijke binnenkomst in dat circuit. Het werd toen uiterst treffend gebracht met Tamar van den Dop in een regie van Annie van Hoof, die inmiddels de enige werkelijke specialist van het genre genoemd kan worden.
Maaike van Langen, die het stuk nu regisseert bij Het Nationale Toneel, staat nog midden in haar ontwikkeling. Haar debuut in de grote zaal, vorig jaar bij Het Nationale Toneel, was niet bepaald gelukkig. Ze bracht toen een overdreven uitleggerige en hysterische versie van Bruid in de Morgen, de licht belegen incestklassieker van Hugo Claus. Kennelijk had het grote toneel, het grote publiek en het grote decor, met dito organisatie en personeel, haar overvallen. Hoe het ook zij, in de kleine zaal lijkt Van Langen een stuk beter op haar gemak.
Derek de Lint en Heike Wisse krijgen alle gelegenheid om hun volume laag en de spanning hoog te houden. Het levert een intrigerend steekspel op, waarbij Heike Wisse de show steelt als het pedofilieslachtoffer dat uiteindelijk minder slachtoffer en meer dader lijkt. Dat in het midden laten was de grote opdracht die Harrower zichzelf stelde, en in haar respectvolle regie slaagt Van Langen er goed in om de balans niet door te laten slaan. De voorstelling blijft daardoor iets prettig ongemakkelijks houden. Vooral Wisse slaagt erin om niet al te zwaar op de hand en boos te zijn, wat met een te zwaar moraliserende regie-opvatting wel zou kunnen gebeuren.
Alleen aan het einde gaat het mis. Of het een aanwijzing is van Harrower of een ingreep van Van Langen is niet duidelijk, maar in de voorstelling is een 'American Beauty'-moment ingebouwd. Wat in de tekst een toespeling is, loopt op het toneel uit op een opengeknoopte blouse en een betaste borst. De ontluisterende grondscène die volgt is zonde. De vraag was: is de man nu gewoon een oude geilbak die sinds zijn eerste ontmoeting met de twaalfjarige nog steeds fantaseert over die pedofiele ervaring, of niet? Nu, door die uitleggerige zondeval, wordt het antwoord gegeven. Dat is jammer.
Heeft de schrijver dat antwoord bedacht, diskwalificeert hij zichzelf. Heeft Van Langen de ingreep noodzakelijk geacht, moet ze nog het een en ander leren.

Blackbird door Het Nationale Toneel. Gezien: 17 februari 2007 in het Theater aan de Haven in Scheveningen. Tournee t/m 8 april 2007. Inlichtingen: www.nationaletoneel.nl


Labels: ,

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

16 februari 2007

Dood in Venetië (GPD)

Van Ulsen indrukwekkend in Dood in Venetië

Door Wijbrand Schaap
Gouda (GPD) _ Het kan dus toch. Een boekbewerking op toneel brengen die aan de volle breedte en diepte van het boek recht doet, en tegelijkertijd het wezen van acteren in ere laat. Henk van Ulsen, de tachtigjarige solist die in zijn lange carrière talloze keren Gogols Dagboek van een Gek speelde, laat het zien. Dankzij regisseur Gijs de Lange die wederom aantoont perfect aan te voelen waar de kracht van zijn materiaal ligt.
Dood in Venetië, de solo naar de legendarische novelle van Thomas Mann uit 1912 die iedereen kent van die film uit 1971, is een waardig en indrukwekkend voorlopig hoogtepunt in Van Ulsens lange acteercarrière. Dat hoogtepunt bereikt hij, gezeten achter een tafeltje en voorlezend van een bundeltje papier.
De schoonheid van een boek zit verborgen in de taal, die via een ingewikkeld stelsel van impulsen uiteindelijk de verbeelding van de lezer in beweging zet. Wie een boek voor toneel wil bewerken heeft dus de zware taak die taal intact te laten, terwijl toneel ook eist dat er iets te zien is. Maar dat beeld mag de verbeelding niet verstoren. Ziedaar het talent van Guy Cassiers die Proust in een toneelschrijver wist te veranderen door bij zijn bewerking van Op zoek naar de verloren tijd beelden te maken die nog sterker dan taal op de verbeelding werkten.
Maar zie daar ook het talent van Gijs de Lange die snapt dat de oude Henk van Ulsen achter een tafeltje, zoekend naar de perfecte vertolking van zijn tekst, het mooiste eerbetoon aan een literair meesterwerk kan zijn. En dat hij daarbij nog op een heel bescheiden manier respect betuigt voor juist Guy Cassiers, siert De Lange.
In navolging van Cassiers gebruikt De Lange lichtjes gemanipuleerde close-up videobeelden van het vertellende, spelende, zoekende hoofd van Van Ulsen. We zien zo goed dat hier een acteur zit die groots wil spelen, maar zich krachtig inhoudt. We zien ook een acteur die haast wil maken met die enorme tekst, maar die zich tegelijkertijd tot rust weet te manen. We zien overigens ook in totaal 10 seconden aan beeld uit de beroemde film van Visconti. Genoeg om een herinnering op te wekken, genoeg ook om te snappen dat De Lange hiermee die film ook alle credits geeft als een niet te evenaren hoogtepunt van cinematografie.
Deze voorstelling over een schrijver op leeftijd die op zoek naar inspiratie in Venetië fataal bevangen raakt door de schoonheid van een mysterieuze jongen is een worsteling met alleen maar winnaars. Dat je dit eigenlijk in een zo klein mogelijk zaaltje moet zien, omdat ze dan eindelijk niet die rare geluidsversterking nodig hebben, is een klein smetje. Tenslotte moet ook Van Ulsen zijn tournee kunnen betalen. We kunnen niet allemaal bij hem op de koffie komen.
Dood in Venetië door Henk van Ulsen. Gezien, 15 februari in de Goudse Schouwburg. Tournee t/m 12 mei 2007. Inlichtingen: www.fransvanbronkhorst.nl


Labels: ,

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

14 februari 2007

Duetten rond levensvragen

NRC Handelsblad

Productiehuis Rotterdam: Private Peace van Piet Rogie. Dance Works Rotterdam: Duet Gallery.

Door Ingrid van Frankenhuyzen

Existentiële vragen over leven en liefde: choreograaf Piet Rogie stelt ze zonder te antwoorden in zijn nieuwste productie Private Peace. De hoofdpersoon van het op band vertelde verhaal is een eilandbewoner wiens huis en wiens schip met porselein ooit in vlammen opgingen. Met de aangespoelde schoteltjes als decor vormt hij woorden als river, lover of dust. In zijn eenzame en bizarre universum dwalen af en toe ook nog twee dansende gasten rond die net als de man veezeer introvert bewegen.
Sinds Rogie zijn rijkssubsidie verloor, heeft hij in zijn werk alle franje weggelaten. Bijna verbeten zoekt hij naar de naakte zin van het bestaan. In Private Peace levert het af en toe weer beeldschone taferelen op van een man op zoek naar houvast, zeker in combinatie met de melancholieke muziek van o.a. György Ligeti en György Kurtag, maar even zo vaak is het theatraal zo hermetisch en klein, dat je bijna in slaap sukkelt. Iemand zou Rogie dramaturgisch bij de les moeten houden want de beeldengoochelaar blijft een van Nederlands eigenzinnigste makers.
Het duettenprogramma Duet Gallery van Dance Works Rotterdam bevat naast ouder werk van Ton Simons (Little Ease), Dana Caspersen (Prelude 17) en Bruno Listopad (Corpo Pensante), één Nederlandse première: E27SD van Rafael Bonachela, oorspronkelijk uit 2004. Ook hij creëert een eigenzinnig universum: twee dansers lijken na een avond stappen problemen te krijgen met hun herinnering. Zoals dronkenschap tijd en ruimte ontregelt, zo ontregelend spannend wil Bonachela- de man die ook de choreografieën voor Kylie Minogue maakt- het duet zien te krijgen. Tekstflarden( ‘I can hear into my mind’)die dienen als herinnering, spannende en snoeiharde synthesizermuziek, dansers die hoewel wat spastisch verkleefd lijken : ja het is wel voorstelbaar dat je de wereld zo ervaart in een achterafsteegje bij de disco. Opwindend is het niet, wel oké om mee te maken. Zeker samen met de andere duetten die eigenlijk laten zien dat dans deze avond een existentiële kwestie vol levensvragen is.

Labels: ,

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

13 februari 2007

Anouk van Dijk: Pushing Air

NRC Handelsblad

‘Pushing Air: dans vol lege dynamiek

Gezien 9/2/07 Brakke Grond Amsterdam

Door Ingrid van Frankenhuyzen

Maar liefst drie mensen ontwierpen het geluid bij Anouk van Dijks nieuwe voorstelling Pushing Air: de harde bonken en beuken van Anton Abbes, Jorn van Dijk en David Hernandez is dan ook de motor achter de dansvoorstelling. Elke gecomputeriseerde tromroffel zweept de vier dansers op en verleidt hen tot schokkende bewegingen alsof er reptielen worden geëlektrocuteerd. Ze kruipen rond als leguanen met een zonnesteek. Soms brengen de danser ook zelf geluid voort. Met hun voeten bijvoorbeeld door over een ribbelmatje- met microfoon- heen te wrijven. Een van hen playbackt zelfs computergeluiden in een microfoon. De gedachte erachter: wie lucht verplaatst maakt geluid en maakt ook ruimte. Wie ademt (als danser) kan niet zonder tijd en ruimte.
De filosofie achter Pushing Air is duidelijk maar daarmee is er nog geen diepgravende of diep rakende choreografie ontstaan. Ruim een uur lang schokken en kruipen de dansers rond in een donker speelvlak, afgebakend door ijzeren stangen. Ze hebben niet veel met elkaars aanwezigheid op en slechts sporadisch dansen ze ‘als mensen’ samen. Wat er gebeurt of moet gebeuren blijft hangen, de dramaturgie is er vooral een van de status quo. Nergens wordt het spannend, nergens scherp of afwijkend. De luchtverplaatsing is vooral een hoop dynamisch gekabbel.
Natuurlijk beheersen de dansers het stuiptrekken erg goed want aan de dansers ligt het niet. En Anouk van Dijk mag dan af en toe zeer fraaie frases laten zien, als geheel is Pushing Air veel pretentieuze, gebakken lucht. Het is een beetje de makke van de hedendaagse Nederlandse moderne dans: best leuk, best goed maar verrassen, confronteren, uitdagen, vernieuwen of tot nadenken stemmen doet het niet. Nederlandse moderne dans heeft de zeggingskracht van ambtenarendans: met oogkleppen op wordt de eigen, voor buitenstaanders weinig inspirerende, binnenwereld tot maatstaf. Anouk van Dijk had er deze keer ook teveel last van.

Labels: ,

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

12 februari 2007

Aan het einde van de regenboog (AD)

ALGEMEEN DAGBLAD

Toneel: drie sterren.
Aan het einde van de regenboog van Peter Quilter. Gezien: 3 februari, Oude Luxor Rotterdam. Tournee t.m. juni 2007

Kleinsma te blakend voor verlopen diva

ERIC VAN DER VELDEN
ROTTERDAM
Veertien fameuze songs en een verhaal dat zo oud is als de showbizz zelf. Aan het einde van de regenboog van de Engelse schrijver Peter Quilter stelt als theaterstuk niet zo gek veel voor. Het is wat je noemt een acteursvehikel, zo geschreven dat de hoofdrolvertolkster alle kans krijgt om te schitteren.
De Nederlandse keus voor Simone Kleinsma is minder vanzelfsprekend. Zij moet immers Judy Garland (1922-1969) vertolken, een Amerikaanse ster die in alles haar tegenpool is geweest. Garland was grofgebekt, pathetisch, wispelturig, ongedisciplineerd, verslaafd, en uiteindelijk niet opgewassen tegen de druk van haar gigantische roem. Een blik op het strak getrainde lijf van de altijd zo blijmoedig overkomende Kleinsma, en je weet al genoeg: onze eigen miss showbizz zingt straks op haar zeventigste nog steeds de longen uit haar lijf.
Kleinsma geeft wat zij in huis heeft – en dat is veel. Maar hoe hard ze ook strijd tegen haar eigen blakende imago, een werkelijk wanhopige en uitgeputte diva wil maar niet te voorschijn komen. Met de liedjes is zij wel volledig geloofwaardig: doorleefd gezongen met een live orkestje, zonder het vibrato en de aanzwellende violen waarmee Garland destijds haar publiek wist in te pakken.
Paul de Leeuw als haar nichterige pianist en Kees Boot als haar manager en ‘nieuwe verloofde’ stellen zich dienstbaar op. Respectabele vertolkingen, al zou het wat gevaarlijker hebben gekund. Nu overheersen de liefdevolle bedoelingen met Garland, terwijl de vaardig geschreven dialoog ook ruimte laat voor een andere mogelijkheid: grof eigen belang. De aankleding is zo verzorgd als je mag verwachten bij een Joop van den Ende-productie, maar ook hier een kanttekening: de changementen tussen hotelkamer en theater duren net iets te lang.

Labels: ,

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

10 februari 2007

Brokeback Mountain (GPD)

Humor redt lieve Brokeback Mountain

Door Wijbrand Schaap
Den Bosch (GPD)_Twee mannen met een kudde schapen op een stille berg. Dat vraagt om een mooi verhaal. Pulitzer Prize-winnares Annie Proulx schreef dat verhaal hartverscheurend mooi op en Ang Lee maakte er een film van die haast nog mooier is. Kom daar maar eens aan met je theater. Toch durfde regisseur Jos van Kan dat: een toneelbewerking maken van Brokeback Mountain. Het is nog best mooi geworden ook. Dat is een knappe prestatie van het Brabantse gezelschap De Wetten van Kepler, dat vorig jaar iets schitterends maakte van het boerendrama Biest.
Op dit moment regent het boekbewerkingen in het Nederlandse theater. Kentering van een Huwelijk door Ursul de Geer, De Stille Kracht door Ger Thijs en Dood in Venetië door Henk van Ulsen zijn er de markantste voorbeelden van. En nu dus ook Brokeback Mountain, al zal menigeen dat verhaal beter kennen van de film.
Dat boeken mooi materiaal kunnen zijn, staat vast. Madeleine Jutten-Matzer maakte dit jaar iets moois van Alleen op de Wereld, nadat ze eerder al een prachtbewerking liet zien van Hokwerda's kind van Oek de Jong. Dat succes niet vanzelfsprekend is, werd aangetoond door de bewerking van Sándor Marái's Kentering van een Huwelijk.
De valkuil zit hem in de vertelling, die in een boek anders werkt dan op het toneel. Wanneer je de vertellersrol, in het boek meestal in handen van de schrijver, op het toneel laat spelen door de personages over wie verteld wordt, schep je een probleem. Zijn die acteurs nu personage of verteller, of allebei, en zo ja, wanneer dan precies? De in literatuur zo gebruikelijke werkwoordsvorm verleden tijd schept op het toneel bovendien afstand. Want hoe zit het met die ene die dood ging?
Zo'n ingebouwde afstand hoeft geen probleem te zijn. Je krijgt er bijvoorbeeld humor voor terug. En betrokkenheid, omdat de verteller over zichzelf lijkt te vertellen. In de toneelversie van Brokeback Mountain is de humor dan ook de mooiste toevoeging aan het origineel. Acteurs Willem Schouten en Sieger Sloot hebben plezier in het verhaal, en dat geeft de vertelling een prettige luchtigheid mee.
Maar dan mis je dus wel die schitterende natuurbeschrijvingen uit het boek en de stomende zindering tussen die twee cowboys en hun verboden hunkering uit de film. Beschrijvingen zijn gemaakt om te lezen, en zindering werkt het beste met de extreme close-ups die de film als medium biedt.
Gelukkig is er daarom nog Wendell Jaspers. Die ene close-up van haar, geprojecteerd op het decor van Brokeback Mountain, maakt heel veel goed van het gemis aan bronstigheid tussen die twee o, zo lieve mannen. Die ene close-up vertelt ons overigens ook dat we wij van het toneel het ergste moeten vrezen: Wendell Japsers gaat een bloeiende carrière tegemoet. In de film.

Brokeback Mountain door De Wetten van Kepler. Gezien: 9 februari 2007 in De Verkadefabriek in Den Bosch (première) tournee t/m 31 maart 2007. Inlichtingen: www.wettenvankepler.nl


Labels: ,

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

09 februari 2007

Kentering van een huwelijk (GPD)

'Kentering' te braaf gebracht

Door Wijbrand Schaap
Leiden (GPD) _ Ooit – en dan heb ik het over een eeuw of 26 terug, toen de goden nog op de Olympus huisden – was theater een vertel-ding. Iemand vertelde een verhaal, afgewisseld met wat liedjes en dansjes. Al gauw vond men dat een beetje niksig: er werden acteurs ingehuurd, die deden of ze ter plekke het verhaal beleefden. Het wonder geschiedde en dat werkt nu al zo'n 25 eeuwen. Ursul de Geer, die na enkele jaren vol tv weer terug is aan het toneel, heeft daar een beetje lak aan. Zijn bewerking van de bestseller 'Kentering van een huwelijk' van de Hongaarse auteur Sándor Márai is zelfs geen verteltheater: het is pre-Olympisch beschrijftheater geworden.
Kentering van een huwelijk is een boek over twee huwelijken die niet lukken, maar het is ook een politiek manifest over de teloorgang van de onschuld in het Europa van voor WO II. Met heel erg mooie zinnen. Van die zinnen die je per stuk op een tegeltje zou willen zetten. Zinnen die je nog eens herleest en nog eens. Beetje voor jezelf proeven, kauwen en herkauwen en langzaam op de tong laten smelten. Daarna pas slikken. We hebben er geen bezwaar tegen als u dat thuis doet. Op een toneel ziet dat er vaak niet uit.
In de toneelversie van 'Kentering' wordt wat afgeproefd en gesmolten. Nu gebeurt dat gelukkig door goede acteurs: Saskia Temmink, hoewel nog steeds te ernstig, acteert prettig; Huub Stapel ziet er als altijd prachtig uit en Will van Kralingen is natuurlijk gewoon Will van Kralingen. Daar kan ook een slecht stuk niets aan veranderen. Nummer vier, Just Meijer, is niet zozeer een goed acteur als wel iemand die leuk viool speelt.
Grootste probleem van 'Kentering' is de bewerking die regisseur Ursul de Geer van zijn lievelingsboek heeft gemaakt. De schaarse dialogen zijn vrijwel letterlijk uit het boek overgenomen en de uitvoerige beschrijvende passages zijn keurig verdeeld over de rollen. Die monologen zijn zo verschrikkelijk beschrijvend, dat je wel een ongelooflijk meesterlijk acteur van het formaat Jeroen Willems – plus moet zijn om daar leven in te brengen. Het zij de acteurs dus vergeven dat ze blijven steken in afstandelijke mooispelerij en er dus niet in slagen om dit luisterboek enige 'soul' mee te geven.
De Geer heeft niets geleerd van de frivoliteit waarmee Ger Thijs Max Havelaar en De Stille Karcht bewerkte, noch neemt hij iets van de geniale terloopsheid over waarmee Guy Cassiers het werk van Marcel Proust tot theater wist te maken.
Nu is er dus geen theater. Het decor, dat bestaat uit lange gesloten cafébanken, werkt ook al niet mee. De helft van de tijd zit je naar pratende hoofden en bovenlijven te kijken omdat de acteurs achter die banken staan. Bizar. Is er iets met de voeten van Huub Stapel?
Zo blijft er dus een slecht in beeld gebrachte babbelvoorstelling over. Met prachtige zinnen en oneliners, dat wel. Tip voor De Geer: organiseer een voorleesavond. Doe het hele boek met een stuk of wat vrienden en lichtbeelden. Scheelt weer een vrachtwagen decor.

Kentering van een Huwelijk. Gezien: 8 februari 2007 in Leiden (première). Tournee t/m 5 juni. Inlichtingen: www.impresariaatwallis.nl


Labels: ,

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

08 februari 2007

2MoveDanceCompany/Soltar

NRC Handelsblad 6 februari 2007

Wij willen dans bij de mensen brengen

Ingrid van Frankenhuyzen

Polak en De Jong starten nieuw gezelschap

Is moderne dans moeilijk? Niet volgens dansers Kevin Polak en Miquel de Jong. Met een uitzonderlijk concept en gezelschap brengen ze dans dichterbij het publiek.

Het is een nieuw gezelschap in de Nederlandse dans en volgens de website een gezelschap dat je de choreograaf en zijn choreografie laat zien. Hoewel gezelschap misschien een wat groot woord is. 2MoveDanceCompany bestaat uit twee dansers, kent geen echte premières, heeft geen kantoor met dito overhead, geen choreograaf als boegbeeld, geen eigen dansstudio, geen technici of medewerkers en geen subsidie. Dansers Kevin Polak en Miquel de Jong zijn en hebben een concept. Een concept om de moderne dans waar het in Nederland toch niet zo goed mee gaat dicht bij de mensen te brengen en echt persoonlijk te maken. Het werkt als volgt: in hun spaarzame vrije tijd nodigen Polak en De Jong een choreograaf uit die voor hen een (gratis) dansduet van 15 minuten maakt. Ze filmen de repetities en interviewen de choreograaf. De voorstelling bestaat uit de gemonteerde, op een groot doek geprojecteerde film van een minuut of zes die het publiek van alles vertelt over de maker zelf en over het hoe, wat en waarom van de choreografie. Na de film wordt er door Polak en De Jong gedanst. Voor het publiek is het vaak gratis, de theaters betalen een lage gage. De theaters, (buiten)festivals maar ook een jubilerend bedrijf kunnen naar wens kiezen uit één of meer choreografieën. Tot nu toe heeft 2MoveDanceCompany drie duetten op het repertoire: Brotherhood van Piet Rogie, La Fletrissuré van Jens van Daele en, net nieuw, Soltar van Claudia Hauri. Dat moeten er uiteraard meer worden.
In een van Conny Janssen geleende studio in Rotterdam vertellen De Jong en Polak over hun motieven. Je zou kunnen zeggen dat Nederland al vol zit met dansgezelschappen, zegt De Jong, maar voor een groot publiek is de stap naar het theater nog te groot. Dans staat bekend als moeilijk en blijkt nog te ver van mensen af te staan. Wij geloven in laagdrempeligheid. In de film kun je als toeschouwer echt een verbinding leggen tussen de maker en zijn of haar werk. Eigenlijk kun je filmisch zien wat er normaliter geschreven staat in het programmaboekje. Dat bijna nooit iemand leest trouwens. Nu krijg je een kijkje in de keuken. Polak vult aan: Maar de dans laat genoeg over voor ieders eigen verbeelding. Toegankelijkheid mag niet ten koste gaan van kwaliteit, het blijft wel echte moderne dans van niveau.
De Jong en Polak laten de nieuwe film en de choreografie Soltar van Claudia Hauri (ex-choreografe van het Rotterdamse gezelschap Lieber Gorilla) zien: ze vertolken twee aan lager wal geraakte oudere Russische, maffiose balletdansers. Ze stoeien op aanstekelijke en theatrale wijze met een wc-pot en een hoop flessen sterke drank. Hun stijldansen zijn vermengd met elegante krachtacrobatiek. Hauri vertelt in de korte film onder meer dat ze van Columbiaans-Zwitserse afkomst is, van tango houdt, graag met stereotiepen als de machoman werkt om uiteindelijk sociale maskers af te werpen. De lijven van beide dansers verraden een goedgetrainde achtergrond: Kevin Polak (1970) danste dan ook bij het Nederlands Dans Theater en Scapino, hij werkt nu voor Pia Meuthen en doet de buitenlandtournees van Conny Janssen Danst. Miquel de Jong (1971) danste bij Scapino maar ook in Londen bij Russell Maliphant en in Frankrijk bij Ballet Preljocaj. Hij danst binnenkort in een Korzo-productie.
Polak vertelt dat het concept van 2MoveDanceCompany ook bedacht is om jonge Nederlandse choreografen in het buitenland onder de aandacht te brengen. Op een of andere manier sijpelt er niets van de jonge generatie door naar het buitenland. Neem Jens van Daele. Een groot talent, maar hij wordt over de grens niet opgemerkt. Wij sturen buitenlandse festivals een dvd en ook doordat we goedkoop zijn, is er al veel interesse. Ook van de kant van jonge (internationale) makers is er veel belangstelling: er is al een wachtlijst aangelegd voor choreografen. Omdat de producties in de vrije tijd van Polak en de Jong tot stand komen, liggen premières en repetitietijden niet vast.
Beide dansers streven er wel naar om met subsidie te kunnen werken, maar hun concept, twee dansers die een gezelschap zijn en leiden, valt buiten alle categorieën en structuren van de fondsen. We bewandelen de omgekeerde weg, eerst een gezelschap, dan pas geld vragen. Het komt dan ook allemaal voort uit passie. En die willen we delen, daar gaat het ons om.

Labels:

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

05 februari 2007

Rosas: D'un soir d'un jour

Rosas: D’un soir un jour van Anne Teresa De Keersmaeker.

Door Ingrid van Frankenhuyzen/NRC Handelsblad

Even waan je je in 1912 toen de fameuze Russische danser Vaslav Nijinski in plaats van een sierlijke vloeiende dans ineens hoekige poses zoals ze op Griekse vazen worden afgebeeld, aan elkaar reeg en als dans presenteerde. Op dezelfde muziek, L’après-midi d’un faune van Claude Debussy, speelt choreografe Anne Teresa De Keersmaeker nu met die dansgeschiedenis en interpreteert ze de typische staccato dansstijl met haar eigen hoekigheden.
D’un soir un jour van het Belgische gezelschap Rosas is dan ook een nieuwe aflevering in het onderzoek naar de relatie tussen muziek en beweging. Behalve Debussy legt De Keersmaeker ook Stravinski en George Benjamin in zes delen onder de loep. Elke laag in de muziek, bijna elk instrument kent een eigen vertolker in beweging – er zijn dertien dansers- en voor een geoefend kijker zit het ongelooflijk ingenieus in elkaar. Voor de pauze worden veel choreografisch eieren gelegd die na de pauze uitgebroed worden. De Keersmaeker vertelt op haar poëtische wijze het verhaal van de faun die niet weet of hij droomt als hij twee nimfen in het bos ziet. Het mechanische van Nijinsky neemt ze over, elke beweging lijkt na de inzet even te bevriezen om de frictie tussen droom en werkelijkheid gestalte te geven.
Na de pauze komen kleine frases en fragmenten uit die dans terug. Toch creëert ze in de eerste helft vooral een terloopse, zeer nonchalante sfeer waarin de dansers als eenlingen af en toe wat rennen en stilstaan en vooral niet academisch esthetisch dansen want een teen strekte je anno 1912 niet door. De schijnbare achteloosheid ontaardt voor de pauze echter in blijkbare willekeurigheid. Spannend wordt het nergens tussen al die identiteitsloze lichamen die doelloos ronddartelen. Pas na de pauze komt D’un soir un jour een beetje (maar nooit helemaal) op gang. De Keersmaeker maakt van Nijinski’s gereconstrueerde ballet Jeux waarin hij tennis tot dans verhief, een eigen film. Alle ernst maakt plaats voor lichte humor als een man droomt dat er in een park tennis gespeeld wordt. De Keersmaeker eindigt groots en energiek op Debussy’s tennismuziek. Alle referenties, alle bewegingen vallen op hun plaats en eindelijk wordt er met ritme, schwung, heuse harmonieën en aanstekelijk mysterie gedanst. Maar die laatste 10 minuten maken toch een lange avond uiteindelijk niet meer goed.

Labels:

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

04 februari 2007

Lichaam (GPD)

Ideeënloos Lichaam mist originaliteit

Door Wijbrand Schaap
Eindhoven(GPD)_ Met kleine borsten heb je geen bh nodig. Papa fume une pipe n'est pas papa pijpen in een Frans restaurant. Donker is brrr. Je kunt a: traag bewegen in strijklicht; b: iets met een gemimede bal; c: een tof orgasme nadoen en d: dat allemaal niet met z'n tweetjes. Studentenhuizen zijn seksparadijzen. Windmachines mag je van de Arbo-wet niet recht op de zaal richten en een enkeling vraagt zich af waartoe het allemaal dient.
Tot zover 'Lichaam', het nieuwste toneelstuk waarmee het Zuidelijk Toneel nu langs de schouwburgen reist. Het is het resultaat van zeker drie maanden zoeken, zwoegen, improviseren, praten en denken door zes acteurs, twee dramaturgen, een vormgever en een regisseur. De zes acteurs worden betaald om hun best te doen, dus doen ze hun best. De dramaturgen heten Cecile Brommer en Rosa van Toledo en hebben vast ook hun best gedaan, maar daar merken we niets van. De dikke stapel papier ontbreekt namelijk waarmee ze het vorige project van hun regisseur van inhoud probeerden te voorzien. Die regisseur, Olivier Provily, ontbrak op zijn beurt bij het slotapplaus van de première. Daarmee werden de hardnekkige geruchten over slaande ruzies binnen de ploeg niet ontkracht.
Wat is er aan de hand? Regisseur Olivier Provily heeft werkelijk geen enkel idee. Hij heeft ten eerste geen idee wat hij met honderdvijftig vierkante meter podium aan moet vangen. Ten tweede heeft hij geen idee wat hij met het theater als kunstvorm wil en dat is nog een stukje lastiger. Natuurlijk is de zoekende, autonome kunstenaar iets wat we moeten koesteren. Een goede theatermaker is altijd op zoek. Naar meer, minder, beter, dieper, groter, intenser.
Provily is een ander type zoeker. Hij is de autistische zoeker die het liefste zonder publiek, met zijn rug naar de zaal en zijn medewerkers toe, met blokjes, tubes en draadjes knutselt. Buitengewoon interessant om tegen te komen op een atelier-route, maar minder om twee uur lang naar te kijken. De mensen die dát fantastisch vinden, zijn te gering in aantal om ook maar één schouwburg mee te vullen.
Geen idee hebben is al erg, onorigineel zijn is nog erger. Net als Provily's vorige schouwburgstuk Fragmenten is Lichaam op zijn best een herkauwen van beelden in combinaties die anderen in het recente verleden beter, scherper, spannender, uitdagender hebben getoond. Meer nog dan in Fragmenten valt het amateurisme op. De humoristisch bedoelde passages zijn flauw en voorspelbaar, het samenspel grenst aan het infantiele en 'traag bewegen en moeilijk kijken' moet tragiek voorstellen.
Misschien heeft hij vroeger wel te veel geblowd, ofzo, weet je? Hoe dan ook heeft Provily op dit moment onvoldoende originele ideeën om het grote publiek aan te kunnen. Het beste is dat hij vanaf nu minstens tien jaar in kleine zaaltjes gaat uitzoeken wat hij nou eigenlijk wil. Dan zien we wel weer. Wat we ondertussen met Het Zuidelijk Toneel moeten? Na de wankelmoedige afgelopen jaren en het debacle van het vorige stuk, Breekbaar, weet ik het ook even niet meer.

Lichaam door Het Zuidelijk Toneel. Gezien: 2 februari 2007, Eindhoven. Tournee. Inlichtingen: www.hzt.nl


Labels: ,

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.