NRC Handelsblad 21 december 2006
Het mag allemaal best wat enger
Ingrid van Frankenhuyzen
De Notenkraker wordt afgestoft in ballet met spitzen en breakdance
De Notenkraker wordt in Den Haag opgevoerd met jonge en heel oude dansers, leerlingen en profs. De oorlog en de nachtmerries zijn bij ons niet zo zoetsappig.
Alle muizen verzamelen, hup hup. Niet aan jullie neus zitten, dat kan niet hoor, choreograaf Rinus Sprong van dansgezelschap De Dutch Dont Dance Division repeteert de Notenkraker met een schare jonge kinderen.
Op tweede kerstdag zal de Haagse versie van dit klassieke sprookjesballet in de Grote Kerk in première gaan. Het verhaal van de Oostenrijkse schrijver E.T.A. Hoffmann over het meisje Clara dat met Kerst een notenkrakerpop krijgt, wordt in talrijke versies en overal ter wereld rond de Kerst gedanst. De basis voor dit succes is de Russische oerchoreografie die Petipa en Ivanov in 1892 maakten, en de muziek die Tsjaikovksi voor het stuk componeerde.
De voorstelling van de choreografen Thom Stuart (40) en Rinus Sprong (47) is een vorm van community art, waarbij kunstenaars samenwerken met wijk- of stadsbewoners. In deze choreografie delen jonge meisjes van een Haagse balletschool de dansvloer met een vrouw van zestig, studenten van verschillende dansacademies, professionele dansers op spitzen, jonge break-dansers en twee dansers van het American Ballet Theatre.
Het idee om het zo te doen met de Notenkraker hebben we eerlijk gezegd uit Amerika overgenomen, vertelt Stuart. Maar we doen vaker projecten met amateurs en profs. Stuart: Je merkt dat daardoor onze Notenkraker overal in de stad leeft. En in onze versie is veel echt: niet alleen is de kerk echt een kerk, onze oma is echt zestig en niet een jonge danser die doet alsof.
Stuart en Sprong hebben moderne dans, flamenco, streetdance en klassieke spitzendans toegevoegd aan de muziek van Tsjaikovski. Ondanks deze moderne elementen, is de voorstelling toch een klassiek gedanst kerstsprookje, zegt Stuart. Ik voel me niet geroepen om een superexperimentele Notenkraker te maken, maar we hebben het ballet wel afgestoft en minder tuttig gemaakt.
Op Kerstavond droomt Clara dat de houten notenkraker tot leven komt. Wat volgt zijn avonturen met vijandige muizenlegers en uiteindelijk verandert de pop volgens de wetten van een sprookje in een knappe prins. Stuart: De oorlog en de nachtmerries zijn bij ons niet zo zoetsappig als in het origineel, het mag allemaal best wat enger zijn.
De kinderen repeteren opvallend gedisciplineerd een oorlogsscène en zijn verkleed als muizen, indianen en cowboys met klapperpistolen. De Rattenkoning zet zijn kostuum met rattenhoofd op. Tussendoor stuitert een vrolijke Pim Spelier (7) die de rol van speciale muis speelt die doodgeschoten wordt. Hij zit net als zijn grotere zusje op ballet. Met zijn Harry Potter-achtige brilletje lijkt hij geen typische balletdanser in spe. Ik vind ballet wel leuk, zegt Pim. Ik ben een muis. Het is niet eng om doodgeschoten te worden. En ik heb ook een solo: ik mag met het bord de pauze aankondigen.
Stuart en Sprong creëerden eerder mixvoorstellingen met amateurs naast professionals en met moderne dansstijlen naast klassieke. Het tweetal stond in 2005 bijvoorbeeld aan de wieg van het spektakel Dance into Trance, een parade van 1.200 dansers. Ook de Notenkraker is hun vertrouwd: ze hebben het ballet zelf vaak gedanst bij het Scapino Ballet en bij het Shore Ballet in New Jersey (VS). Stuart: De Notenkraker is mijn favoriete klassieke ballet. Het heeft humor, spektakel, drama en anders dan de Zwanenmeren gaat het niet eindeloze actes lang door.
Typisch Haags is de setting die Stuart en Sprong voor het ballet bedachten: een kerstontvangst van graaf en gravin van Wassenaer voor de ambassadeurs. Hun dochter heet niet Clara maar Amalia, haar broertje heet Willem. Op het feest laat de multiculturele gemeenschap zich van zijn beste kant zien: naast een Russische, Petipa-achtige bloemenwals, doet ook Bollywood zn intrede. Een van de moeders van de meisjes is Hindoestaanse, zegt Stuart. Zij heeft de dansers ingewijd in de Indiase dans van de Hindi-goden. We hebben ook personages als Vader Falafel. Wat dat betreft is het een internationaal Haags sprookje.
Tussen de in totaal 75 dansers door danst Rinus Sprong zelf mee. Hij is de goochelende oom Unico, in de originele Notenkraker peetoom Drosselmeijer geheten. Ouders die deze middag naar de eerste resultaten mogen komen kijken, lachen en glimlachen ontroerd om een aantal scènes. Stuart: En met Tsjaikovski die opklinkt in een kerk, kan de Kerst niet mooier.
Info: Een fotoreportage is te zien op www.nrc.nl/kunst
Labels: Interview Thom Stuart