30 januari 2007

Wie is er bang voor Virginia Woolf

ALGEMEEN DAGBLAD
*****
Wie is er bang voor Virginia Woolf? van Edward Albee. Vertaling: Gerard Reve. Gezien: 27 jan., Schouwburg Leiden. Tournee t.m. mei.

Het lijkt warempel wel comedy

ERIC VAN DER VELDEN
LEIDEN
Eerlijk gezegd dachten we het beetje gehad te hebben met deze moderne klassieker uit 1962. Hoeveel vuilbekkende Martha’s en vilein filerende George’s kan een mens in een theater- en filmbezoekend leven verdragen?
Heel veel, blijkt het antwoord. Als de uitvoering maar goed is. Olga Zuiderhoek heeft de eerste woorden met Porgy Franssen nog niet gewisseld, of er maakt zich al een opwinding van je meester. Alsof er een grand slam tennisfinale los barst, of beter nog: een wereldkampioenschap boksen. Dit echtpaar speelt vuil, heel vuil. Met het pas getrouwde stel Honey (Eline ten Camp) en Nick (Ruben Brinkman) als participerend publiek zoeken ze tijdens een met drank overladen nacht elkaars grenzen op, om uiteindelijk in nieuw, angstig vaarwater te belanden.
De interpretatie van regisseur Gerardjan Rijnders verschilt niet wezenlijk van de beroemde film met Liz Taylor en Richard Burton. Wat wel ander is, is het veel hogere tempo. Een nerveus beweeglijke Franssen anticipeert al voordat de snoeihard serverende Zuiderhoek geslagen heeft. Door-en-door kennen ze elkaar. Met ‘techniek’ kunnen ze elkaar niet meer verrassen. Wel nog met snelheid. Een benadering, die de humor ten goede komt. Pure en heerlijke comedy, wordt het soms.
De benadering is lichtvoetig, maar dat betekent niet dat de onderliggende tragiek verloren gaat. Juist omdat de benadering zo weinig pretentieus en hoogdravend is, valt op dat het om een werkelijk prachtig gelaagd drama gaat. Neem het einde. George vernietigt het enige dat het paar nog samen heeft, een verzonnen kind. Nu is het definitief over en uit, zou je denken. Maar Franssen en Zuiderhoek laten zo’n oorverdovende ontroerende stilte vallen, dat er ook andere mogelijkheden bij je opkomen.

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

De Familie Avenier (Volkskrant)

De familie Avenier stelt teleur

Maria Goos wil met inwisselbare personages te veel vertellen

Door: Hein Janssen

In haar nieuwe toneelstuk De geschiedenis van de familie Avenier heeft Maria Goos twee lijken nodig om de gebeurtenissen te sturen en voort te stuwen. In deel 1 van dit 4-delige feuilleton, waarvan donderdag de eerste twee delen in premiere zijn gegaan, legt grootmoeder Avenier het loodje. Deel 2 is gegroepeerd rond de kist waarin zoon Jan ligt opgebaard. De dood is de motor waarop dit leven draait. En voordat die dood toeslaat, wordt heel wat groot en klein verdriet geleden.
De familie Avenier is een gewoon Nederlands gezin, uitgerust met een zachte g want geworteld in Brabant. Kleine middenstanders die een kruidenierszaak runnen en een dorpscafe. In deel 1 is het 1955, is men de ellende van oorlog en armoede net te boven en staat de welvaart op het punt stapje voor stapje toe te slaan. Deel 2 speelt zich in 1970 af en in die vijftien jaar lijkt het land in sneltreinvaart zijn naiviteit kwijtgeraakt. Of zoals een van de personages het samenvat: wat we nu een depressie noemen, heette vroeger gewoon chagrijnig.
De familie Avenier is in de eerste plaats een familiekroniek. Maar Goos wil ook een tijdsbeeld schetsen, of liever: laten zien hoe de tijd verloopt, en hoe het land en zijn inwoners daarin zijn veranderd. Vaardig als in haar eerdere stukken Familie en Cloaca zet Goos ook hier weer personages van vlees en bloed op toneel, die in rappe, vlotte en soms fraai ontregelende dialogen met elkaar communiceren. Maar in dit geval zijn het er te veel: in krap drie uur moeten we kennismaken met maar liefst dertien personages, die bovendien tamelijk inwisselbaar zijn: het zijn goedwillende, soms tamelijk hulpeloze kleine luyden, met een weinig originele kijk op het leven. Drie broers, een zuster, de aangetrouwde tak, wat kinderen, dromend van emigreren naar Australie, een eigen wasmachine en ten slotte vrije seks en een leuk flatje.
Voor een feuilleton is het van belang dat die personages tot de verbeelding spreken, dat je benieuwd bent naar hun lotgevallen. Dat is hier niet het geval; je ziet ze hooguit als die malle oom, die hysterische tante of dat leuke nichtje van je eigen familie, die hier in kleding en pruikenpartij bovendien nogal karikaturaal zijn vormgegeven.
Ook de maatschappelijke kant van De familie Avenier stelt teleur. Het gesappel in de jaren vijftig en de vrijheid-blijheid-mentaliteit van de jaren zeventig zijn tamelijk clichematig beschreven. Er komt van alles voorbij, zonder echte duiding: de oorlog, de jodenvervolging, de eerste gastarbeider, abortus, lesbische liefde en aan het eind blijkt een van de neefjes ook nog een hippie die stoned is, terwijl we Bob Dylan horen - The times, they are a-changin.
Maria Goos heeft zo veel willen vertellen dat ze eigenlijk een twaalfdelige tv-serie had moeten schrijven in plaats van een toneelstuk in vier delen. Met haar series Pleidooi en Oud Geld heeft ze bewezen uitstekend overweg te kunnen met allerlei thema's en rode draden die vernuftig door elkaar heen lopen. Op televisie zou De familie Avenier dan misschien een Hollandse Heimat zijn geworden, met een vleugje Six Feet Under, gezien haar fascinatie voor de morbide kanten in het bestaan.
Door al die voortdurend pratende, op en af lopende, met zichzelf en hun familie in de knoop liggende mensen heeft deze voorstelling van Het Toneel Speelt in regie van Jaap Spijkers ook weinig schwung gekregen. Het levert tamelijk veel statische taferelen op, en dat betekent dat de spelers vooral op hun verbale kwaliteiten zijn aangewezen.
Daarmee zit het overigens helemaal goed. Met een schitterende Gijs Scholten van Aschat als cafébaas Christ (zijn grafrede voor zijn zwager Jan is een hoogtepunt), een mooi verbeten Carine Crutzen als zijn vrouw, een tragikomische Peter Blok als kruidenier, en een excellerende Tjitske Reidinga als de verpersoonlijking van de harde, ambitieuze en gretige, moderne vrouw anno 1970.
Voor de toekomst van de familie Avenier en het verloop van dit feuilleton is het te hopen dat de nieuwe generatie wat meer lef, doorzettingsvermogen en avontuur te bieden heeft.
Hein Janssen

De geschiedenis van de familie Avenier van Maria Goos door Het Toneel Speelt, regie Jaap Spijkers. In Stadsschouwburg Amsterdam t/m 28 januari. Tournee.

Labels: ,

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

28 januari 2007

Wie is er bang (GPD)

George is uit de kast

Door Wijbrand Schaap
Leiden (GPD) _ Opnieuw is een goed bewaard geheim uit een toneelstuk van Edward Albee prijsgegeven. Onlangs nog bekloeg de Amerikaanse schrijver zich erover dat de Nederlandse versie van In Wankel Evenwicht door Toneelgroep Carver een geheim toont wat hij graag verborgen had willen houden. In 'Wie is er bang voor Virginia Woolf', dat nu door Nederland reist, is een nog groter geheim blootgegeven: George, de mannelijke helft van de klassieke toneelzuipers George en Martha, is wel degelijk 'van de mannen'. Of hoe noem je zoiets. De man die samen met zijn echtgenote Martha een jonger stel voor een nacht doorzakken uitnodigt, valt als een baksteen voor de charmes van zijn 20 jaar jongere gast: Nick. Blond en sterk. Zoiets. En Nick worstelt nog. Een beetje.
Ziehier de belangrijkste vernieuwing die de zoveelste versie van Who's Afraid of Virginia Woolf aan het Nederlandse publiek te bieden heeft. Dat mag verfrissend heten, want we werden het vergelijken een beetje moe. Deze versie, waarin de homo-erotische invalshoek een totaal andere verhouding in het stuk veroorzaakt, is daarom wel bijzonder. Of het ook de mooiste, indrukwekkendste en leukste versie ooit is, valt te betwijfelen.
Traditioneel moet het zinderen van de lust én de haat tussen de echtelieden die een kind hebben verzonnen om hun leven inhoud te geven. De jonge gasten, Nick en Honey, die zij voor hun nacht doorzakken uitnodigen zijn vooral pineut, maar ze vertegenwoordigen ook de verloren jeugd en de verloren toekomst van beide vechtersbazen. Nu regisseur Gerardjan Rijnders in deze versie met Olga Zuiderhoek en Porgy Franssen de nadruk legt op de geaardheid van George maakt de zindering tussen George en Martha plaats voor een zindering tussen George en Nick. De overige conflicten en situaties in deze toch al wel wat grijsgedraaide toneelklassieker krijgen daardoor iets banaals, en zelfs iets overbodigs.
Het neemt niet weg dat Franssen fantastisch speelt. Na een wat moeizaam begin weet hij goed de aandacht naar zich toe te trekken. En dat gaat heel lekker. Dat is maar goed ook, want Olga Zuiderhoek heeft duidelijk meer moeite om te vlammen. Natuurlijk is ze ouderwets aards en dat geeft wel een grappige draai aan de diva-rol die Martha doorgaans is. Maar een gevaarlijke sexy heks is ze niet, meer een uitgebluste huisvrouw met een slijter teveel in de buurt. Honey, het domme blondje dat via een schijnzwangerschap hunk Nick verschalkte, is door Rijnders nu echt volslagen hysterisch gemaakt. Ruben Brinkman, de acteur die Georges vlam Nick moet spelen, doet dat best aardig: het is leuk om nu eens een heel ander soort vertwijfeling bij deze macho te zien: niet omdat hij door een veel oudere vrouw wordt besprongen, maar omdat George zíjn geheim heeft ontdekt.
Toch is het jammer dat, wat in het oorspronkelijke stuk alleen maar één van de mogelijke suggesties is, nu zo evident voor het voetlicht wordt gezet. Albee heeft er misschien wel gelijk in, dat hij zijn geheimen graag geheimen laat blijven.
Wie is er bang voor Virginia Woolf. Gezien: 27 januari 2007 in Leiden. Tournee t/m 19 mei. Inlichtingen: www.hummelinckstuurman.nl


Labels: ,

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

26 januari 2007

Familie Avenier (GPD)

Goos' Familiekroniek geeft goed gevoel

Door Wijbrand Schaap
Amsterdam (GPD) _ Brabant. Je zal er maar geboren zijn. Voor veel mensen uit de Randstad is dat én werkelijkheid én nachtmerrie. Want met een Brabants accent, of met iets dat nog zuidelijker klinkt, wordt je in de grote stad niet serieus genomen. Maria Goos, de schrijfster van klassiekers als de tv-serie Oud Geld en de toneelstukken Familie en Cloaca, is in Brabant geboren. Het leverde haar zoveel blijken van medeleven op, dat ze besloot om haar eigen levensverhaal tot toneel te maken. Een jeugd in Brabant is namelijk niet alleen maar ellende. De Geschiedenis van de Familie Avenier is er bovendien het resultaat van. Het mag er best wezen.
Nu begint 'Familie Avenier' wel tamelijk ellendig, maar dat is minder de schuld van Brabant als van de tijd waarover het eerste deel van dit vierdelige epos gaat: de jaren vijftig. Het land was in wederopbouw, gevoelens en warmte zaten nog gezellig bij oorlogstrauma's en nare familiegeheimen onder het tapijt. In het stuk wordt dat zó treffend uitgebeeld dat die eerste scènes hier en daar wat traag en saai overkomen. Hoe goed de inmiddels vaste spelersgroep van Maria Goos' stukken ook speelt, de fifties waren en worden gewoon niet echt leuk. In Nederland dan. Want die paar jazznegers die op weg naar Parijs in Brabant stranden, waren wel de voorboden van betere tijden. Natuurlijk zijn er kleine, typisch Goossiaanse tekstjuweeltjes, observatietjes en momenten van ontroering, maar het is allemaal nog iets te petieterig. Leuk is het zeker, maar kanonnen als Peter Blok, Marisa van Eyle en Gijs Scholten van Aschat moeten er stevig voor waken om de humoristischer delen niet tot een boerenklucht te laten afglijden. Je zit tenslotte vlakbij 't Schaap met de Vijf Poten en 'Toen was geluk nog gewoon', en Maria Goos wil toch meer dan dat.
De avond krijgt vleugels wanneer deel twee wordt ingezet. Het decor is minder naturel, het drama wat groter en de verteltrant frivoler. Nu was 1970 natuurlijk ook een veel boeiender jaar, met hippies in het Kralingse Bos, existentialistische junks in Parijs en de ontluikende welvaart in de provincie. Gijs Scholten van Aschat en Marcel Hensema, die overigens steeds Utrechtser gaat praten tijdens de rit, doen een pracht-act over Brabantse bakkebaarden op het festival van Kralingen en opnieuw Van Aschat doet een schitterende seksuele revolutie-dans met Carine Crutzen. 'Hotlips' Tjitske Reidinga overstijgt haar verse Gooise Vrouwen-imago in een prachtige instorting voor de charmes van haar uit ballingschap terugkerende ex.
Het ensemble staat, ook in de kleinere rollen, als een huis. Dat is te danken aan Jaap Spijkers, die met deze voorstelling debuteert als regisseur voor de grote zaal. Hij zal er, met zijn spelers, voor moeten blijven waken om niet te vallen voor de verleiding van de makkelijke lach. De schrijfstijl van Maria Goos, die soms wat overvol is, en soms ook teveel in het kleine juweeltje blijft steken, kan deze voorstelling makkelijk doen ontaarden in een schaterfeest.
Hoezeer dat ook mag, in deel drie en deel vier, op het programma voor 2008, willen we toch ook het grote verhaal definitief zien gloren. Dat is dus het verhaal dat van de De Geschiedenis van de Familie Avenier de Nederlandse versie maakt van Heimat of Novecento. We kijken er nu al naar uit.

De Geschiedenis van de Familie Avenier, deel 1 en 2, door Het Toneel Speelt. Gezien: 25 januari 2007 in Amsterdam. Tournee t/m 6 mei 2007. Inlichtingen: www.hettoneelspeelt.nl

Labels: ,

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

22 januari 2007

Phaedra's love

AD

****
Het Nationale Toneel. Phaedra’s Love van Sarah Kane. Regie: Susanne Kennedy. Met: Marie-Louise Stheins, Merijn de Jong, Annelien van Binsbergen, Jobst Schnibbe, Ben Ramakers en Flip Filz. Gezien: za. 20 jan., Theater aan de Haven. Daar nog te zien: wo 24, do 25 en wo 31 jan., do 1 t.m. za. 3 febr., wo 14 t.m. za. 17 mrt.

Heftige Phaedra’s Love

ERIC VAN DER VELDEN
DEN HAAG
De zoetgevooisde Sinatra-evergreen I did it my way in de snerpende punk-versie van de Sex Pistols. Daarmee eindigt Phaedra’s Love. De toon van dit toneelstuk wordt er treffend mee samengevat: een fuck off tegen het leven in het algemeen, en zijn schepper in het bijzonder. Het was de Engelse schrijfster Sarah Kane ernst. In 1999 pleegde zij op 28-jarige leeftijd zelfmoord.
Schrijven kon ze. Het klassieke gegeven van koningin Phedre die verliefd is op haar stiefzoon Hippolytus en daarmee de rivale wordt van haar eigen dochter, kantelt zij dusdanig dat er een ontluisterend beeld van het begrip liefde ontstaat. Wat Phaedra liefde noemt, is in feite wanhoop. Ze aanbidt haar apatische stiefzoon als een Jezus, maakt hem tot iets wat hij niet wil zijn, terwijl hij zelf meedogenloos eerlijk tegenover haar blijft. De scene waarin Marie-Louise Stheins (Phaedra) zich aan hem aanbiedt, is ongehoord pijnlijk, genant en schrijnend. Verreweg het heftigste dat in jaren op het toneel te zien is geweest.
De jonge, net afgestudeerde regisseur Susanne Kennedy laat met haar spelers innerlijke noodzaak ervaren. Een gedrevenheid die zij combineert met een groot talent voor rake theatrale beelden, zoals een vervaarlijk zwiepend hart, dat even als schommel wordt gebruikt.
Het kan niet anders. Door deze productie van het Nationale Toneel zou Sarah Kane zich uitstekend begrepen hebben gevoeld.

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

21 januari 2007

Hoek van Boukje Schweigman en Theun Mosk (Parool)

Een nieuwe voorstelling van regisseur/mimer Boukje Schweigman en vormgever Theun Mosk is altijd iets om naar uit te kijken. Samen maakten ze inmiddels vijf veelgeprezen en bekroonde mimevoorstellingen die je bijblijven vanwege hun ongewone intimiteit, hun heldere beelden en hun poëtische kracht. Maar zelfs de meest fantasierijke theatermakers maken wel eens een tegenvallende voorstelling en met Hoek is dat helaas het geval.
Lees verder >>

Andere recente recensies:
Zeeuwse nachten 2 van het Volksoperahuis >>
Wankel Evenwicht van Carver/O.T. >>

Labels: ,

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

Italiaanse Nacht

Oostpool mag best gevaarlijker

Door Wijbrand Schaap
Arnhem (GPD) _ Logica heeft zo zijn nare kantjes. Zo kunt u moeiteloos instemmen met iemand die alleen zijn eigen vrienden wil uitnodigen op zijn verjaardag. Maar kunt u ook instemmen met de schijnbaar logische conclusie dat het dan ook normaal is om alleen eigen volk binnen de landsgrenzen te hebben? Zulke kromme logica, waarin een privéfeestje gelijkgesteld wordt aan een heel land, is in overvloed te horen tijdens Italiaanse Nacht, het nieuwste stuk van Toneelgroep Oostpool. De voorstelling staat daarmee met beide voeten stevig in de tijdgeest.
Italiaanse Nacht is van oorsprong een stuk uit 1930 van de Oostenrijks-Hongaarse volksschrijver Ödön von Horváth, die we in Nederland vooral kennen van zijn kermisstuk Kasimir en Karoline. Regisseur Arie de Mol regisseerde dat stuk een paar jaar geleden bij zijn eigen gezelschap, Els Inc. Het was een verrassend apolitieke voorstelling, zeker voor Arie de Mol, die in al zijn werk graag vingers op zere plekken legt. De versie van het in Nederland nog nooit gespeelde Italiaanse Nacht die hij nu samen met vertaler Rob Klinkenberg aflevert, is gelukkig weer 'ouderwets' stevig in zijn politieke lading.
Een dorpje maakt zich op voor de viering van het 'Feest van de Europese Verbroedering met dit keer als themaland Italië'. De sociaal-democratische wethouder ziet de plannen echter gedwarsboomd door de opportunistische herbergier, die zijn feestzaal op dezelfde dag ook heeft verhuurd aan de lokale Neo-Nazi's. De voorstelling opent heel 'onschuldig' met een vrolijk gezongen 'Internationale', en loopt via een huiveringwekkende toespraak van de lokale Nazi-chef uit op een puinhoop, waarin linksradikalen, andersglobalisten, apolitieke kunstenaars en lonsdalers geen spaan heel laten van het sociaaldemocratische feestje.
Arie de Mol wil met zijn stuk geen stelling nemen vóór of tegen een bepaalde stroming, maar wel tegen het extremisme. Vandaar ook de koddige afbeelding van socialistische stuntels en de grote moeite die is gestoken in het zo redelijk mogelijk schetsen van de radicalen. De speech van hun leider, gespeeld door Victor Griffioen, is een hoogtepunt, net als het kleuterballetje, uitgevoerd door de jonge toneelschoolstudentes Victoria Osborn en Laura de Boer. Op alle fronten straalt het spelplezier overigens van deze voorstelling af, en dat is ontwapenend. Het is iets waarmee de nu samenwerkende gezelschappen Oostpool en Els Inc. al jaren hun publiek voor zich innemen. Jammer is de politiek correcte keuze om van de wethouder een vrouw te maken met een watje als echtgenoot. Hoe goed Oostpolers Juul Vrijdag en Remco Melles hun werk ook doen, een rolwissel naar de oorspronkelijke man-vrouwverhouding zou eigenlijk spannender zijn geweest.
Mede dankzij het sympathieke spelplezier van de grotendeels jonge cast is Italiaanse Nacht geen gevaarlijke voorstelling geworden, zoals een paar jaar geleden 'Alles moet weg' van Els Inc. dat wel was. Ook dat stuk ging over postfortuynistische vertwijfeling, maar de uitkomst was dubieuzer. Nu is het helder dat we medelijden dienen te hebben met die goedbedoelende dorpssocialisten. Niks mis mee, maar een tikje voorspelbaar is dat dan weer wel.
Italiaanse Nacht door Oostpool. Gezien: 20 januari 2007 in Huis Oostpool, Arnhem. Daar nog t/m 4-2. Landelijke tournee t/m 25 maart. Inlichtingen: www.oostpool.nl.

Labels: ,

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

18 januari 2007

Station Zuid: Mind the Gap

NRC Handelsblad, 15 januari 2007

Ballet Mind the Gap mist spanning

Ingrid van Frankenhuyzen

Station Zuid moet sinds 2005 de moderne dans in Brabant, Limburg en Zeeland terugbrengen bij het publiek. Programmeur Marc Vlemmix nam die taak op zich, maar ziet zich, net als alle andere gezelschappen en productiehuizen, voor de lastige taak gesteld in dezelfde vijver naar getalenteerde choreografen en goede voorstellingen te vissen. Hij trok dan ook oude bekenden als André Gingras, Václav Kunes en Stepehen Shropshire aan en kwam met één onbekende choreograaf: Edward Clug. Vlemmix ambities liggen hoog want Station Zuid moet niet alleen een regionaal maar zeker ook een internationaal danshuis worden.
De derde productie van Station Zuid, Mind the Gap, is een double bill van Václav Kunes (ex-danser bij het Nederlands Dans Theater) en Stephen Shropshire (ex-danser bij Galili Dance). De Tsjech Kunes creëert in Wishes and Fears een slaapkamer met spiegelkasten. Acht dansers liggen soms hardop te dromen op de meditatieve klanken, ze lijken te slaapwandelen maar breken even vaak in sierlijke spasmen uit. Vooral danser Christian Guerematchi geeft een nachtmerrie met zijn hypermobiele lichaam prachtig vorm. Als geheel heeft Wishes and Fears echter weinig zeggingskracht: Kunes danstaal is vaardig en mooi maar toch vooral braaf en standaard. Er ontwikkelt zich in de opbouw niets en het eind is al even willekeurig als de rest. Bovendien is het lichtontwerp zo donker (een mode in de danswereld) dat je weinig contact kunt maken met de voorstelling. Uiteindelijk is Kunes droomwereld dan ook slaapopwekkend.
De Amerikaan Stephen Shropshire onderzoekt in Dandy het gelijknamige fenomeen van de enigszins excentrieke, modieuze jongeman die dol lijkt op loungen. Op de compositie LArlésienne van Georges Bizet dansen vier mannelijke en vier vrouwelijke dandys nuffig rond met wandelstokken en een hoed. Ze zijn uiteraard uitgedost in kleurrijke, te strakke jurken, spencers en broeken. Stuk voor stuk zijn ze licht neurotisch en sporadisch grappig. De types zien er allemaal aanstekelijk uit maar Shropshire heeft net als Kunes last van een dramaturgisch status quo: er zit weinig spannende theatrale opbouw in Dandy. Het verzandt in willekeur. Nergens wordt het noodzakelijk, nergens irritant als een dandy, nergens echt over the top.

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

Onafhankelijk Toneel: Penelope

NRC Handelsblad, 13 januari 2007

Mannenversie van de Odyssee kenden we al

Ingrid van Frankenhuyzen

Heeft Penelope bloed aan haar handen? In de gelijknamige jongerenvoorstelling van het Onafhankelijk Toneel staat de vrouw van de mythische held Odysseus terecht in een rechtbankdrama.
Je moet echt bang zijn, er zijn mannen aan het schieten! Els van der Jagt en Ton Lutgerink geven aanwijzingen aan twaalf meiden van 14 tot 22 jaar. Zij zijn de jonge slavinnen van koningin Penelope. De scène wordt opnieuw gerepeteerd, de maagden vallen op de muziek dood neer, staan op, sterven opnieuw en rennen weer in paniek rond. Odysseus is thuis, Odysseus houdt huis.
Regisseurs Van der Jagt en Lutgerink maken al jaren theaterdansvoorstellingen met en voor jongeren bij hun Rotterdams gezelschap, het Onafhankelijk Toneel. We knipten en plakten altijd als in een film scènes aan elkaar. Deze keer wilden we een echt, ouderwets verhaal vertellen. Ze lieten een stuk te schrijven dat teruggreep op de Odyssee van Homerus. Daarin zwerft de Griekse koning Odysseus na tien jaar Trojaanse oorlog nog eens tien jaar rond voor hij terugkeert naar zijn vrouw Penelope. Al die tijd hield zij zich een huis vol aanbidders van het lijf en voedde zij hun zoon Telemachos op. Een andere bron voor het stuk was Margaret Atwood die in The Penelopaid de moord op de twaalf trouwe maagden en Penelopes aandeel hierin centraal stelt. De Penelope van het Onafhankelijk Toneel is een echte toneelversie met tekst, zang, dans en videoprojecties.
Odysseus (een rol van Hans Hof-danser Andreas Denk) is op het toneel aanwezig maar hij zwijgt, speelt trompet, loopt onopvallend opvallend heen en weer en danst op de drie rotsen op het podium. Lutgerink: Het mannenverhaal van Odysseus kenden we al. Met een knipoog kun je zeggen dat onze voorstelling een feministisch stuk is. Vanuit het dodenrijk klagen de meiden Odysseus, Penelope en hun zoon Telemachos aan. Met engelengeduld dirigeren Van der Jagt en Lutgerink het twaalftal maagden door de mise-en-scène, de woede- en zeemansliederen, de slaap- en vogeldansen.
Op het achterdoek worden hun portretten geprojecteerd, als waren het dodenmaskers. Penelope, een opvallende rol van de zwarte actrice Romana Vrede, vertelt dat ze de slavinnen verraadde om zelf te kunnen overleven. Penelope gaat over rechtvaardigheid, over sociale regels, over keuzes die je maakt als je in een bepaalde geloofs- of cultuurtraditie leeft, zegt Els van der Jagt. Hoe kun je aan je afkomst ontsnappen? Wie bepaalt wat goed en fout is? Lutgerink vult aan: Het is een thema dat voor veel jongeren speelt. Zo is Penelope zelf ooit uitgehuwelijkt. Ze kiest ervoor om trouw te zijn aan Odysseus die twintig jaar lang niet thuiskomt. Is dat uit liefde of omdat ze bang is gestenigd te worden bij ontrouw? En wat moet ze met Odysseus die uiteindelijk terugkeert met een oorlogstrauma? Zoiets speelt nu ook met Amerikaanse soldaten. Het zijn grote themas in een literaire voorstelling.
De makers wilden niet meegaan in de jongerencultuur omdat het van hokjesgeest zou getuigen dat jongeren niet van andere theatrale vormen dan urban en hiphop zouden houden. Penelope moet een inhoudelijk debat uitlokken.
Yke Ntoane (17) en Winnie Roseval (20) kenden het verhaal van de Odyssee van school. De eerste deed net als alle andere jongeren auditie voor Penelope, de tweede werd gevraagd om mee te spelen, maar beiden twijfelen nog tussen een universitaire en toneelschoolcarrière. Winnie: Wij lijken een beetje op wraakgodinnen, ook al zijn we in het dodenrijk, we vinden geen rust. De wat abstracte vorm van de voorstelling zal misschien even wennen zijn voor onze leeftijdgenoten, maar diegenen die het tot nu toe gezien hebben, waren wel enthousiast.
Yke: Het is heerlijk om te spelen, vooral de feestscène. Dan staan we heel intiem met onszelf te dansen en verleiden we de aanbidders van Penelope.

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

16 januari 2007

Notenkraker/Dutch Do'nt Dance Division

NRC Handelsblad 21 december 2006

Het mag allemaal best wat enger

Ingrid van Frankenhuyzen

De Notenkraker wordt afgestoft in ballet met spitzen en breakdance

De Notenkraker wordt in Den Haag opgevoerd met jonge en heel oude dansers, leerlingen en profs. De oorlog en de nachtmerries zijn bij ons niet zo zoetsappig.

Alle muizen verzamelen, hup hup. Niet aan jullie neus zitten, dat kan niet hoor, choreograaf Rinus Sprong van dansgezelschap De Dutch Dont Dance Division repeteert de Notenkraker met een schare jonge kinderen.

Op tweede kerstdag zal de Haagse versie van dit klassieke sprookjesballet in de Grote Kerk in première gaan. Het verhaal van de Oostenrijkse schrijver E.T.A. Hoffmann over het meisje Clara dat met Kerst een notenkrakerpop krijgt, wordt in talrijke versies en overal ter wereld rond de Kerst gedanst. De basis voor dit succes is de Russische oerchoreografie die Petipa en Ivanov in 1892 maakten, en de muziek die Tsjaikovksi voor het stuk componeerde.

De voorstelling van de choreografen Thom Stuart (40) en Rinus Sprong (47) is een vorm van community art, waarbij kunstenaars samenwerken met wijk- of stadsbewoners. In deze choreografie delen jonge meisjes van een Haagse balletschool de dansvloer met een vrouw van zestig, studenten van verschillende dansacademies, professionele dansers op spitzen, jonge break-dansers en twee dansers van het American Ballet Theatre.

Het idee om het zo te doen met de Notenkraker hebben we eerlijk gezegd uit Amerika overgenomen, vertelt Stuart. Maar we doen vaker projecten met amateurs en profs. Stuart: Je merkt dat daardoor onze Notenkraker overal in de stad leeft. En in onze versie is veel echt: niet alleen is de kerk echt een kerk, onze oma is echt zestig en niet een jonge danser die doet alsof.

Stuart en Sprong hebben moderne dans, flamenco, streetdance en klassieke spitzendans toegevoegd aan de muziek van Tsjaikovski. Ondanks deze moderne elementen, is de voorstelling toch een klassiek gedanst kerstsprookje, zegt Stuart. Ik voel me niet geroepen om een superexperimentele Notenkraker te maken, maar we hebben het ballet wel afgestoft en minder tuttig gemaakt.

Op Kerstavond droomt Clara dat de houten notenkraker tot leven komt. Wat volgt zijn avonturen met vijandige muizenlegers en uiteindelijk verandert de pop volgens de wetten van een sprookje in een knappe prins. Stuart: De oorlog en de nachtmerries zijn bij ons niet zo zoetsappig als in het origineel, het mag allemaal best wat enger zijn.

De kinderen repeteren opvallend gedisciplineerd een oorlogsscène en zijn verkleed als muizen, indianen en cowboys met klapperpistolen. De Rattenkoning zet zijn kostuum met rattenhoofd op. Tussendoor stuitert een vrolijke Pim Spelier (7) die de rol van speciale muis speelt die doodgeschoten wordt. Hij zit net als zijn grotere zusje op ballet. Met zijn Harry Potter-achtige brilletje lijkt hij geen typische balletdanser in spe. Ik vind ballet wel leuk, zegt Pim. Ik ben een muis. Het is niet eng om doodgeschoten te worden. En ik heb ook een solo: ik mag met het bord de pauze aankondigen.

Stuart en Sprong creëerden eerder mixvoorstellingen met amateurs naast professionals en met moderne dansstijlen naast klassieke. Het tweetal stond in 2005 bijvoorbeeld aan de wieg van het spektakel Dance into Trance, een parade van 1.200 dansers. Ook de Notenkraker is hun vertrouwd: ze hebben het ballet zelf vaak gedanst bij het Scapino Ballet en bij het Shore Ballet in New Jersey (VS). Stuart: De Notenkraker is mijn favoriete klassieke ballet. Het heeft humor, spektakel, drama en anders dan de Zwanenmeren gaat het niet eindeloze actes lang door.

Typisch Haags is de setting die Stuart en Sprong voor het ballet bedachten: een kerstontvangst van graaf en gravin van Wassenaer voor de ambassadeurs. Hun dochter heet niet Clara maar Amalia, haar broertje heet Willem. Op het feest laat de multiculturele gemeenschap zich van zijn beste kant zien: naast een Russische, Petipa-achtige bloemenwals, doet ook Bollywood zn intrede. Een van de moeders van de meisjes is Hindoestaanse, zegt Stuart. Zij heeft de dansers ingewijd in de Indiase dans van de Hindi-goden. We hebben ook personages als Vader Falafel. Wat dat betreft is het een internationaal Haags sprookje.

Tussen de in totaal 75 dansers door danst Rinus Sprong zelf mee. Hij is de goochelende oom Unico, in de originele Notenkraker peetoom Drosselmeijer geheten. Ouders die deze middag naar de eerste resultaten mogen komen kijken, lachen en glimlachen ontroerd om een aantal scènes. Stuart: En met Tsjaikovski die opklinkt in een kerk, kan de Kerst niet mooier.

Info: Een fotoreportage is te zien op www.nrc.nl/kunst

Labels:

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

15 januari 2007

Cecilia (GPD)

Cecilia is overbodig knutseltheater

Door Wijbrand Schaap
Den Bosch (GPD) _ Papier doet rare dingen met plannen. Op papier zien plannen er namelijk vaak heel erg mooi uit. Zo is ook het plan om het gouden duo Ria Marks en Titus Tiel Groenestege te koppelen aan Nynke Laveman en Oleg Fateëv van een zeldzame schoonheid. Op papier. De uitvoering van het plan heeft geleid tot één van de tenenkrommendste knutselvoorstellingen sinds jaren. Het muziektheaterstuk 'Cecilia en het meisje voor ½ dagen' is verrassingsloze woordkunst en voorspelbaar bewegingstheater dooraderd met gevoelloze muziekriedeltjes.
Waar ging het mis? Titus Tiel Groenestege en Ria Marks kunnen toch wel iets? Hun trilogie van Paradevoorstellingen 'Valse Wals – Bankstel – Zucht' was tenslotte één van de mooiste theaterervaringen van de voorbije tien jaar? En Oleg Fateëv? Die speelde toch zo hartverscheurend mooi accordeon bij zowel Jeroen Willems' Brel-voorstellingen als bij Wunderbaum? En de Friese Fado's van Nynke Laveman zijn ongekend bijzonder en overtuigend.
Apart zijn deze vier de top. Samen lukt het niet. Dus ligt de schuld bij de bedenker. Moniek Kramer, niet onverdienstelijk als scenariste en ooit gevierd als schrijfster van laat twintigste-eeuws kleinkunsttheater, heeft met al het gouden materiaal dat Orkater haar aanbood helemaal niets van de grond gekregen. Het verhaal, over een dementerend stel waarbij een vermoeden van ontrouw tot de nodige verwarring leidt, is flinterdun. Dat mag, zolang je het maar goed vertelt. Maar nee. Om die dunheid te maskeren schrapt schrijfster Moniek Kramer de meeste lidwoorden en bijvoeglijke naamwoorden en houdt wat bijwoordelijke bepalingen en zelfstandige naamwoorden over, doorspekt met een enkel (hulp)werkwoordje. Vaag 'begrijp me goed'-geknipoog is het gevolg. Titus Tiel Groenestege en Ria Marks moeten het definitief afleggen tegen de regie als die hen bewegingen laat maken die een plat citaat zijn van eerdere Marks&Groenestege-successen. De originaliteit van toen is weg.
Het decor is al even gewild kunstzinnig als het verhaal en het spel. Een vloer met daarop een wand die rond kan draaien, waarschijnlijk om het verloop van de tijd weer te geven. Hoe verrassend. En dan een meisje dat zo nu en dan in de handeling springt, waarbij ze soms de alfahulp is en soms meldt dat ze achtervolgd wordt door een lieve accordeonist met hondenogen. Nynke Laveman mist acteertechniek: al haar expressie is ter ondersteuning van haar – inderdaad mooie – stem. Dat acteert niet lekker, zeker niet in de gereformeerde soepjurk die ze aan heeft. De muziek doet vervolgens alsof je ervoor moet hebben doorgeleerd. Makkelijke tonen worden glashard afgestraft door en maatwissel of een rare uithaal met slapmysterieuze nootjes en woordjes.
Het soort 'kijk eens wat slim'-theater dat Orkater brengt met Cecilia ontstaat wanneer de bedenker geen verhaal te vertellen heeft, hoe abstract ook. Nu is het een abstractie zonder ziel.
Als toeschouwer vergeet je zoiets gelukkig sneller dan de demente personages waar het stuk over gaat. Dat scheelt.

Cecilia en het meisje voor halve dagen door Orkater. Gezien: 12 januari 2007 in De Verkadefabriek in Den Bosch. Tournee t/m 31 maart 2007. Inlichtingen: www.orkater.nl.


Labels: ,

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

11 januari 2007

Dogville (AD)

****
Dogville van Lars von Trier door ro theater. Gezien: première, Rotterdamse Schouwburg. Aldaar t/m 6 januari. Tournee t/m 24 febr.

Beter dan Brecht

ERIC VAN DER VELDEN
ROTTERDAM

Het is een prachtfilm én een formidabel toneelstuk. Het ro theater klaart met Dogville (2003) van Lars von Trier het bijna onmogelijke: een filmscript zo naar theater vertalen dat je het origineel vergeet en dus ook geen behoefte meer tot vergelijken voelt.
Dat het lijkt alsof Dogville altijd al een toneelstuk is geweest, komt ongetwijfeld ook door Von Triers sterke verwantschap met de grote Duitse toneelvernieuwer Bertolt Brecht. Bezoek ook De Goede Mens van Sezuan (op dit moment te zien bij De Appel), en zie de opvallende overeenkomsten. En de verschillen. Beiden geven aan de hand van een parabel een ontluisterende ontleding van menselijk gedrag. Beiden maken politiek theater, maar Von Trier laat ook zien dat de ontwikkeling niet heeft stilgestaan. Hij vertelt met een beklemmende eigentijdse suspense en de inhoud graaft bij hem dieper. Briljant is zijn slot. De begrippen goed en kwaad worden dusdanig effectief aan het kantelen gebracht, dat je met uren aan gespreksstof het theater verlaat.
Met behulp van heerlijk ouderwetse zetstukken en een fraaie geavanceerde belichting geeft regisseur Pieter Kramer de vertelling een dwingende, harde sfeer mee, verwant aan de hardboiled detectives uit de jaren '50. Ton Kas haalt als een cynische verteller de gebeurtenissen terug die tot de bloederige ondergang van het Amerikaanse dorpje Dogville hebben geleid. De vluchteling Grace (Jacqueline Blom) diende zich aan. De zelfbenoemde ethicus en kunstenaar Tom (Frank Lammers) bekommerde zich om haar. Wat even op harmonie en tolerantie leek, ging ten onder aan wantrouwen, machtswellust, en uiteindelijk wraakzucht.
Het is dat de première niet helemaal vlekkeloos verliep (zendmicrofoons!), anders zou het hoogste aantal sterren zijn gegeven.

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

Is.man (AD)

****
IS.MAN. Tekst en regie: Adelheid Roosen. Gezien: vr. 5 jan. Tournee t/m april 2007.

Monument voor groenoog

ERIC VAN DER VELDEN
AMSTERDAM

Adelheid Roosen verplaatst zich in de moslimman die in staat is tot eerwraak. Dat is mooi, en uitermate politiek correct, maar levert het ook spannend theater op? Het antwoord is voluit 'ja'.
Met IS.MAN laat de voormalige cabaretière opnieuw zien dat zij is uitgegroeid tot toneelschrijver en -regisseur van belang. Eerder kreeg zij juichende kritieken met De Gesluierde Monologen, over de belevingswereld van moslimvrouwen.
IS.MAN is in de eerste plaats een meeslepende vertelling. De acteur Youssef Sjoerd Idilbi verhaalt in een poëtisch werkend 'Nederturks' over de wurgende greep van een primitieve cultuur. Een jonge, in Nederland woonachtige, Turk wordt met list en bedrog afgehouden van zijn droomvrouw. De door zijn familie bedisselde toekomst pakt door een noodlottige opeenstapeling van stijfkoppige beslissingen en vastgeroest normbesef gruwelijk uit. In wezen de tragedie zoals wij die kennen van de klassieke toneelstukken Medea en Oresteia, maakt Roosen duidelijk. Wat wij nu ervaren als kunst, was ooit ook in de westerse 'beschaving' herkenbare realiteit.
IS.MAN laat je niet alleen de gruwelijkheid van de Turkse plattelandscultuur ervaren, ook de schoonheid komt aan bod. De grootvader die oordeelt en veroordeelt als een ware godfather is tegelijkertijd een indrukwekkende muzikant. Een derwish danser laat een geprojecteerd beeld van een gezichtloos dansend meisje zo samenvallen dat een ontroerend monument ontstaat voor 'groenoog', zoals de Turk zijn vermeende bastaarddochter consequent noemt. Dit meisje werd letterlijk het kind van de rekening.

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

Spreekuur

Pretentieloze gein rond vadermoord

Door Wijbrand Schaap

Amsterdam (GPD) _ Dat is in Nederland dus risico nemen: een voorstelling maken die vooral veel humor om te lachen heeft, zonder schrijnen. Het mag natuurlijk wel, maar wil je serieus genomen worden moet je op zijn minst voor een paar schrijnende gevallen tussen je grappen zorgen. Wat Karim el Guennouni en Mohammed Azaay in hun nieuwste voorstelling doen is dus riskant: 'Spreekuur' schrijnt niet, of nauwelijks.
Sinds de film 'Shouf Shouf Habibi' het pad verbreedde dat Najib Amhali eerder had uitgehakt in het Hollandse politiek correcte kreupelhout, kunnen we spreken van een nieuw genre: weinig-aan-de-hand-theater over en door Marokkanen. Er was Het Schnitzelparadijs en er was De Varkensfabriek, de eerste voorstelling van Guennouni en Azaay. Dat was zo'n doorslaand succes dat ze besloten hebben om hun samenwerkingsverband onder die naam voort te zetten. Hun tweede stuk heet 'Spreekuur' en is opnieuw een verzameling typetjes in een gênante situatie.
Dit keer spelen ze drie broers, één vriendinnetje met haar vader, twee zussen, een moeder en een viertal bezoekers van het koffiehuis 'Echt Gezellig'. Omdat de vader onder mysterieuze omstandigheden aan zijn einde is gekomen is actie geboden, maar het familiekapitaal om die actie te financieren is verdwenen. Zo kan er niet begraven worden in Marokko, omdat de jongste broer een operatie aan zijn heup heeft laten doen. Nu, ja. Het loopt dus soort van goed af, nadat het benefietfeest om geld in te zamelen voor de begrafenis uit de hand gelopen is.
Azaay en Guennouni zijn goede acteurs, die, als zovele getalenteerden van niet-Nederlandse origine, maar nauwelijks in gewone rollen te zien zijn. Dat is jammer, temeer omdat deze formule van vrolijk typetjestheater niet een hele carrière lang goed zal blijven. Nederlandse regisseurs, gezelschappen en castingbureau's zullen nog eens goed moeten kijken waarom ze dit soort acteurs dus alleen maar in clichérollen neer willen zetten. Want die clichérollen kunnen ze dus al. Dat zie je aan 'Spreekuur'.
Het gaat niet allemaal even lekker, natuurlijk. De travestiescènes zijn genant, een paar typetjes saai. Maar de Surinamer die jaloers is op de slechte reputatie van de Marokkanen is daarnaast een leuk cliché, de Turkse taxichauffeur met André Hazes-verslaving een aardige vondst. De doofstomme rapper met antisemitische sympathieën is absoluut origineel, maar echt spannend is het personage van de overdreven integrerende bioloog die sprinkhanen bestudeert, en plotseling Wilderstrekjes gaat vertonen.
Mogelijkheden te over voor humor die schrijnt, maar daar zijn Azaay en Guennouni niet op uit: het moet wel echt gezellig blijven. Daar zijn ze met vlag en wimpel in geslaagd. Dat kun je jammer vinden, maar dat hoeft niet.
Spreekuur van De Varkensfabriek. Gezien: 10 januari in Bellevue Amsterdam. Tournee t/m 12 mei 2007. Inlichtingen: www.grunfeld.nl

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

07 januari 2007

Is.Man (GPD)

Roosen schetst traditie van kleine bange mannen

Door Wijbrand Schaap
Amsterdam (GPD) _ Uiteindelijk heeft de Islam net zo weinig met eerwraak te maken als het katholieke geloof met de scheiding tussen Jan uit Volendam en zijn Ellemieke van Elders. De voorstelling Is.Man van Adelheid Roosen leert ons dat een man die uit zijn beschermende omgeving wordt losgerukt, veroordeeld is tot hopeloos dolen en op het laatst zelfs tot moord uit angst. Geloof, in het toneelstuk verbeeld door een hemels draaiende soefimeester, kan daar heel weinig aan veranderen.
Eerst waren er de Gesluierde Monologen. Dat stuk over de verborgen wereld van de Moslimvrouw maakte een stille triomftocht langs buurthuizen en theaters tot in het Midden Oosten aan toe. Was dat stuk al een soort reactie op Eve Enslers 'Vagina Monologen', nu is het stuk Is.Man een reactie op de Gesluierde Monologen. Met haar alomvattende gretigheid wilde Adelheid Roosen nu wel eens snappen wat er in het hoofd van de Moslim-man omgaat. En hoewel ze nadrukkelijk niet in de ziel wilde wroeten van Mohammeds en Samirs die slechts één letter als achternaam hebben, kwam ze toch uit bij geweld. Haar research leidde uiteindelijk tot een zoektocht naar de motieven achter 'eerwraak'. In de gevangenis sprak ze met daders, in 'Blijf van mijn Lijf'-huizen met (bijna)-slachtoffers in een poging om begrip te kunnen krijgen voor de man die zijn vrouw, of zelfs zijn zus of dochter, vermoordt omdat ze op een verkeerde manier naar de buurman heeft gekeken.
Het resultaat van haar zoektocht schreef Roosen op in de vorm van een toneelmonoloog waarin de zoon van een eerwreker het verhaal van zijn vader en grootvader vertelt. Die grootvader, verbeeld door de Koerdische muzikant Brader Musiki, is in de voorstelling veruit de indrukwekkendste aanwezigheid. In zijn onverstaanbare klaagzangen, maar meer nog in zijn zwijgen, is hij de oosterse variant van Marlon Brando. Hij is een Don Corleone, de Capo di tutti Koerdische Capi die vanuit zijn geïsoleerde oost-turkse bergdorpje macht uitoefent over zijn achter-achterkleinkinderen in een moderne stad, duizenden kilometers verderop. Hij is de traditie, de geschiedenis waarover niemand vragen stelt, maar waar niemand ook voor kan vluchten. Hij is het die met zijn dorpsraad iedere inburgeringscursus bij voorbaat tot een farce maakt.
De kleinzoon, gespeeld door een iets te heftig gebarende en articulerende Friese acteur met Palestijns bloed, probeert ons, maar ook zichzelf, uit te leggen wat niet uit leggen valt: dat familie- of clan-eer voor een man het allerhoogste is en dat een vrouw er eigenlijk standaard op uit is om die eer aan te tasten, al is dat door verkracht te worden door de buurman. Dat het niet uit te leggen is, maakt Is.Man duidelijk. Dat de spiraal van eergeweld ook niet zomaar te doorbreken is door een hier levende immigrantenzoon, is de belangrijkste boodschap van dit toneelstuk.
Op het laatst worden de vier mannen op het toneel eigenlijk steeds kleiner met hun rare regeltjes, hun bizarre woede en hun bij voorbaat mislukte pogingen tot verzoening. Op het laatst worden de metershoge jurken die aan kleerhaakjes aan de zoldering van het theater hangen het belangrijkste beeld. Zijn het de kleren van de dode vrouwen? Zijn het godinnen? Zijn het de vrouwen zelf die zo onnoemelijk veel superieurder zijn dan al dat mannelijke gekonkel? Gaat het uitsluitend om een lid-woord? Is, met excuses voor het taalgebruik, dé man dé lul of man lul? Daar kunnen we dan nog heel lang over napraten.

Is.Man van Bos theaterproducties. Gezien: 5 januari in Amsterdam, première. Tournee t/m 11 april 2007. Inlichtingen: www.bostheaterproducties.nl

Labels: ,

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.