02 april 2007

Wees ons genadig (GPD)

Regisseur en schrijver Alex van Warmerdam is vooral bekend van zijn films, waaronder Ober, Abel en De Noorderlingen. Zijn theaterwerk is minstens even prachtig. Na hits als Adel Blank en De Verschrikkelijke Moeder is Wees Ons Genadig opnieuw een prachtig, licht absurd en een tikkeltje surrealistisch maar vooral enorm leuk stuk theater geworden.

Gezien: première op 30 maart 2007 in de Amsterdamse Stadsschouwburg. Tournee t/m 15 juni 2007. Inlichtingen: www.orkater.nl

Nieuwe Van Warmerdam is een klein meesterwerkje

*****
Door Wijbrand Schaap
Amsterdam (GPD) _ Is het Pierre Bokma met of juist zonder een groen rokje? Of is het de superaardse lompheid van Aat Ceelen? Het kan natuurlijk ook heel goed het ruige Vlaams van Stefaan Degand zijn, of, het allermooist van alles en iedereen: Ariane Schlüter, de actrice die zo ongeveer elk jaar wel voor een hoofdprijs wordt genomineerd en hem vaak nog krijgt ook. Misschien is het allerleukste van het stuk 'Wees Ons genadig' dan toch wel geen van deze vier acteurs. Want het raarste is namelijk de ober. Een jongetje met een bizar kapsel dat zo nu en dan wapperend met een zwarte vlag toneelknecht en edelfigurant loopt te zijn, zonder dat zijn naam in persbericht, aankondiging of programmaboek wordt gemeld. Ziedaar het grootste mysterie van het nieuwste stuk van Alex van Warmerdam: de kennelijk niet-bestaande acteur.
'Wees ons Genadig' is een prachtig miniatuurtje. In zinnen die niets lijken te verhullen vertelt Alex van Warmerdam een verhaal over drie mannen die allemaal proberen te voldoen aan de simpele eis van één vrouw: verras me, verbijster me met een mooi kunstwerk. Deze simpele vraag levert problemen op, omdat de stelster ervan nogal veeleisend blijkt te zijn. De mannen falen, niet alleen in de ogen van de vrouw, maar ook in elkaars ogen. Toch weten ze te winnen.
Navertellen is eigenlijk geen doen bij een stuk van Alex van Warmerdam: zijn grootste kracht ligt namelijk in de verbeelding en niet zozeer in de verhaallijn Hoe regisseur Van Warmerdam het probleem van schrijver Van Warmerdam, namelijk het drie keer herhalen van feitelijk hetzelfde probleem, weet op te lossen, is daarom al reden genoeg om te gaan kijken.
De toeschouwer krijgt de drie kunstwerken niet te zien of te horen. Dus hoe ze zijn, volgens de vrouw Katherina, de zo kritische muze van de schilder, de dichter en componist, horen we alleen maar in taal. En daar zitten een paar briljante omschrijvingen tussen, waar iedere criticus inspiratie uit kan putten. Het verwerpen van een gedicht door het 'een volgescheten luier' te noemen, is nog de minst schofferende kritiek die in het stuk wordt gegeven.
Maar krachtiger dan welke recensie dan ook is de blik van Pierre Bokma, die via een koptelefoon onhoorbaar kennis neemt van het muziekstuk van zijn vriend. Hoe hij vervolgens die ogenslapstick weer omschrijft is één van de vele hoogtepunten in dit theaterstuk van krap anderhalf uur.
Het stuk is, kortom, briljant. Op een paar saaie passages na, maar zonder zulke uitglijders zou het geen meesterwerk zijn. Dan was het alleen maar perfect.

Labels: ,

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

25 maart 2007

De Graaf van Monte Christo (GPD)

De Graaf van Monte Christo is een roman van Alexandre Dumas over een man die zich wreekt op zijn vijanden die hem onterecht 20 jaar opsloten. het boek is tientallen malen verfilmd, en wordt nu voor het eerst op het professionele Nederlandse toneel gespeeld. Stefan de Walle speelt de titelrol van dit melodrama bij het Nationale Toneel in de serie Topstukken.

Gezien: première op 24 maart 2007 in Den Haag. De tournee duurt t/m 9 juni. Inlichtingen: www.nationaletoneel.nl

Dumas' Graaf is musical zonder meezingers

***

Door Wijbrand Schaap
Den Haag (GPD) _ Zou er een knopje aan Harry de Wit zitten? Zo'n knopje waarmee je de meest aanwezige muzikant en componist van het Nederlandse theater uit, of dan toch in ieder geval zachter kunt zetten? Het zou mooi zijn, want de man die zich tijdens De Graaf van Monte Christo door het Nationale Toneel op een licht gothic-achtige manier in de orkestbak met orgels, fluiten en trommels ophoudt, wil hem nogal eens van jetje geven. Valt er een mooie stilte op de planken, knalt Harry de Wit er een stevig schetterende dreun overheen. Iedereen wakker, dat dan weer wel, maar na tien keer gaat het een beetje vervelen.
En wakker hoeven we niet eens te worden gehouden, in dit bijna vier uur durende toneelstuk. Dat mag al een hele prestatie heten van het Nationale Toneel. De toneelbewerking die Sofie Kassies maakte van het beroemdste verhaal uit de Franse 19e eeuw, is onderhoudend genoeg om tot zeker een uur voor het einde de spanning erin te houden. De montage is bijna filmisch, en dat loopt lekker, op die dreunen van Harrie de Wit na, dan.
Maar wat moet je met dit avonturenverhaal over een man die na onschuldig te zijn veroordeeld, een fortuin vergaart waarmee hij zich wreekt op zijn rivalen? Zit er een boodschap in waarmee we tegen twaalven verontrust of juist gerustgesteld de nacht in gaan? Neen. Is ook niet altijd nodig, natuurlijk, maar een beetje kaal voelt het wel. Je kunt van musicals zeggen wat je wilt, maar Les Misérables gaf je meer emotie mee dan deze voorstelling. En je kon nog een deuntje meezingen. Nu rest er aan het eind het gevoel dat wraak nemen en rancune eigenlijk niet zoveel opleveren. Tja.
Wat niet wegneemt dat er, dankzij het stijlvolle toneelbeeld van Niek Kortekaas, veel moois te zien valt. En een leuke schermpartij op het eind is natuurlijk ook helemaal niet erg. Stefan de Walle, die in dit stuk gelukkig een stuk minder galmt dan hij in het recente verleden nogal eens wilde doen, is er goed in.
Regisseur Johan Doesburg weet niet goed welke toon hij het drama mee wil geven, lijkt het. Sommige passages zijn zwaar op het melodramatische af, terwijl er op andere momenten vet komedie wordt gespeeld. Die passages, waarin actrice Mirjam Stolwijk de voorstelling overigens met verve draagt, zijn het interessantst, en het is jammer dat die lichtheid niet gelijkmatiger over de rest van de avond verdeeld is. Nu moet het opeens emotioneel worden tegen het einde. Nu mag Camilla Siegertsz weer los, terwijl ze zich de hele avond zo heerlijk ingehouden had, en doet Pieter van der Sman een hypertheatrale instorting die zijn doel mijlenver voorbij schiet. Dat soort onevenwichtigheden maakt het laatste deel van de voorstelling alsnog tot de lange zit, die het aan het begin juist nog niet was. Jammer.

Labels: ,

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

20 maart 2007

De eeuw van mijn dochter - Annette Speelt (De Pers, uitgebreide versie)

Redt Amelie ons Nederland?

20 maart 2007

Het is dan toch gebeurd. De visionair Jan Peter Balkenende is overleden. De grote acteur Jeroen Krabbé (Jaap Spijkers) houdt een toespraak, waarin hij, als vriend, de man herdenkt die als profeet “heel de natie leidde naar het beloofde land van lang vervlogen tijden / toen het geluk nog heel gewoon was en de buren / hun hoed afnamen voor de buren.” Eigenlijk wil Krabbé premier worden en hij legt het aan met mevrouw Balkenende (Nettie Blanken). Die gebruikt hem vervolgens voor het hoogste doel: het naar spruitjes riekende gedachtegoed van haar man voortzetten. Ondertussen maken de Griekse goden zich zorgen: wie kan hen stoppen? Zij vestigen hun hoop op Amelie, de dochter van de premier. Maar zij hebben niet gerekend op de nietsontziendheid van de moderne politiek.
Annette Speelt, de theatergroep van Michel Sluysmans en Thijs Römer, nodigden de Leidse dichter Ilja Leonard Pfeijffer uit om een actuele klassieke tragedie voor hen te schrijven met de huidige Nederlandse samenleving als onderwerp. Dat deed hij zoals het hoort: in vijf bedrijven, in alexandrijnen en op rijm. Het is een prima vondst: het strakke keurslijf van de alexandrijn als metafoor voor de benarde jaren vijftig.
Toch is Pfeiffer duidelijk geen toneelschrijver. Er ontwikkelt zich nauwelijks een plot en de personages zijn behoorlijk plat en zonder ontwikkeling. Ze zijn volledig ondergeschikt aan het basisidee van het stuk en hebben geen ziel van zichzelf. Ze leven niet. Daar komt bij dat Pfeijffer nog moet leren dat theater het sterkste werkt als personages dingen niet zeggen. Het beklemmende effect van de alexandrijnen werkt bijvoorbeeld het best als je de personages daar niet steeds op hardop van bewust laat zijn zijn. Ook wrijft hij ons er wel heel vaak in dat Nederland benepen is en bang.
Dat raakt aan een ander problematisch punt van de voorstelling: wat wil Annette Speelt hiermee? Echt veel fantasie is er niet voor nodig om vast te stellen dat Balkende hangt naar andijviestamppot en een schone stoep. Doordat wordt nagelaten echt diep op het thema in te gaan en in combinatie met de gekunstelde vorm dreigt de voorstelling te worden wat zij de politiek verwijt: gekunsteld en met (te) weinig inhoud.
Dat neemt niet weg dat teksten van Pfeijffer, los van zijn onervarenheid als toneelschrijver, geestig, venijnig en bij vlagen virtuoos zijn, met als hoogtepunt de tirade in metrum van mevrouw Balkenende op alles wat maar zwart, homoseksueel of anderszins on-Nederlands is. Ook wordt er prima gespeeld door een groep acteurs die er duidelijk plezier in heeft. Vooral Jaap Spijkers als Krabbé hangt losjes in het metrum en zit geregeld prettig tegen het schmieren aan.
De eeuw van mijn dochter is dan ook een heel aardige voorstelling die slechts aan het einde licht verontrust. Voor dat laatste blijft het thema te summier uitgewerkt. Het is vooral een genoegen om Pfeijffers scherpe pen gecombineerd te zien met licht engagement en een groep prima acteurs.

De eeuw van mijn dochter door Annette Speelt
Tekst: Ilja Leonard Pfeijffer
Regie: Anny van Hoof
Spel: Jaap Spijkers, Nettie Blanken, Lidewij Mahler, Thijs Römer, Michel Sluysmans en Eva Duijvestein.
Gezien: 17 maart 2007, Theater aan het Spui, Den Haag

Robbert van Heuven, 2007

Labels: , ,

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

Marleen Scholten (GPD)

'Toneel mag best pijn doen'


Kader: Het Vierde Rijk


Scherp toneelstuk van schrijver Peer Wittenbols en regisseur Rob Ligthert. Twee stellen, op de vlucht voor de harde samenleving in Nederland, hebben een theatertje gekocht in Pinsk, vlak bij de Wit-Russische hoofdstad Minsk. Hun ideaal om daar een nieuw en zuiver leven te beginnen wordt wreed verstoord door drie Hollandse nieuwkomers die er een erotisch kuurparadijs willen vestigen.


Kader: Peer Wittenbols en Rob Ligthert


Sins 2001 vormen regisseur Rob Ligthert en schrijver Peer Wittenbols het artistieke hart van Toneelgroep Oostpool, het in Arnhem gevestigde toneelgezelschap dat zich specifiek richt op Overijssel en Gelderland.
Als duo werken ze al zeker zestien jaar samen en maakten voorstellingen waarin jonge acteurs samen spelen met ervaren rotten als Hans Hoes, en Han Römer. Actrice Monic Hendrickx speelde in de eerste jaren een paar van haar mooiste rollen bij Ligthert en Wittenbols.
Hoogtepunt van hun samenwerking was het toneeldrieluik 'Trilogie van het Verlies'. In de stukken Zullen we het Liefde noemen, Het Zouthuis en Goedbloed werd een genadeloos, maar ook uiterst humoristisch beeld geschetst van jonge Nederlanders in vertwijfeling. Het Vierde Rijk is het eerste stuk waarmee ze de grote schouwburgen van Nederland bespelen.


Kader: Marleen Scholten, actrice, 27 jaar, geboren in Groningen.


Nu te zien bij Toneelgroep Oostpool in Het Vierde Rijk als: Hanna, een streng gereformeerde jonge vrouw, op zoek naar het paradijs verdwaald in een oud theater in het Wit-Russische Pinsk.
Bekend van tv: Mijn Dochter en Ik, waarin ze de rol van dochter Chris speelde. De serie werd voor het eerst uitgezonden van 1993 tot 1996, maar wordt nog steeds herhaald.
Bekend in het theater: twee jaar geleden speelde ze de bezeten titelrol in Dirk Tanghe's heftige bioshow over de beeldhouwster Camille Claudel, muze van Auguste Rodin.
Beroemd van: Het theatercollectief Wunderbaum, ooit ontstaan als Jong Hollandia, een opvallend gezelschap dat vooral op vreemde locaties als achtertuinen of winkelcentra werkt. Het collectief werd onlangs bekroond met de Mary Dresselhuysprijs.
Binnenkort te zien in hoofdrollen in Johan Simons' bewerking van Tarkovski's Dekalog, Nachtwake bij De Paardenkathedraal en de film Nadine.


Interview door Wijbrand Schaap

Arnhem (GPD)

Veel mensen kennen je nu nog van je rol in Mijn dochter en ik, de televisieserie waar je vroeger als jong meisje in meespeelde. Die serie wordt nog steeds herhaald. achtervolgt je dat?
,,Totaal niet. Maar ik merk de herhalingen ook niet want ik heb al een jaar geen tv meer in huis.

Principes?
Nee, hoor. Ik ben er alleen sinds mijn verhuizing nog niet aan toegekomen om er een aan te sluiten.

Na 'Mijn dochter en ik' ben je naar de toneelschool gegaan, terwijl je ook voor het grote geld had kunnen kiezen. Bewust?
Zeker. Toen de opnames klaar waren kwam er iemand met mij praten met de vraag: wat zullen we nu doen met je carrière? Wil je nu graag soap of musical? Ik vond het geen moment moeilijk om die verleiding te weerstaan. Niet omdat ik mezelf daar te goed voor vond. Het was meer dat ik in die serie met zoveel hele goede acteurs had gewerkt, dat ik dolgraag wilde leren wat zij al konden. En dus was de enige optie voor mij de toneelschool.

Dat je vader, Henk Scholten, een grote naam heeft in de theaterwereld, als directeur van een groot subsidiefonds, de Utrechtse Stadsschouwburg en nu het Theaterinstituut, maakte daar niets in uit?
Juist niet. Mijn ouders hebben mij helemaal vrijgelaten in mijn beslissing. Maar in 1997 was ik echt nog te jong om te denken: dit is commercieel en dat niet, en dat is wel goed en dat niet. Hallo: ik was achttien. Ik wist nog niks. Ik wist wel dat ik heel graag wilde acteren. En ik wist dat dat niet bij tv kon. De televisie gaat heel snel. Wanneer je daar als kind binnenkomt vind men je al heel snel goed, omdat je gewoon dingen doet zoals je ze doet. Dat heet naturel en dat werkt goed op tv. Ik wist niet waaróm dingen goed of slecht waren. Ik ben dolblij dat ik dat geleerd heb op de toneelschool.

Dit stuk is nogal heftig. Er vloeit bloed. Er zijn heftige emoties, het geloof wordt aangevallen. En aan het eind ben je de weg kwijt. Hoe repeteer je zoiets?
Ik probeer me heel strak aan de kern te houden: de geschreven tekst. In deze voorstelling bestaat 70 procent van het acteren eigenlijk uit de geschreven tekst. Je hoeft er helemaal niet zoveel omheen te doen. Je moet zíjn, en gewoon je tekst zeggen.

Je personage Hanna komt binnen als een behoorlijk dikke roze wolk, enorm gelukkig, maar eigenlijk schuilt er de hele tijd een enorme angst achter. Ze is bang dat haar baby bezeten is van demonen. Dat klinkt als Rosemary's baby, die enge thriller uit de seventies.
Dat merk je dus vooral aan het einde. Ze gaat na de bevalling op zoek naar de moederkoek, en durft haar kind niet aan te kijken. Uiteindelijk bekent ze dat ze altijd bang was tijdens de zwangerschap, omdat haar man dronken was bij het verwekken en de hele tijd vloekte toen ze seks hadden. Voor een meisje dat zo gereformeerd is als zij is dat een verschrikking.

Kom je zelf uit een christelijk nest?
Mijn opa was een dominee, maar zelf ben ik niet christelijk opgevoed. Des te interessanter is het om iemand te spelen die daar helemaal in opgaat. Die zegt: ik heb Hem en ik heb mijn man, en daardoor voel ik me zo sterk.

Dit stuk gaat heftige reacties oproepen. Bereid je je daarop voor?
Het stuk is natuurlijk heel zwart, maar als je de voorstelling ziet, zit er wel degelijk hoop in. Voor mij zit er hoop in die treurigheid van het einde, wanneer de twee hoofdfiguren besluiten dat ze niet langer samen kunnen zijn. De vrouw gaat er niet aan ten onder. Ze heeft de kracht om eruit te stappen en zelf opnieuw te beginnen. In mijn personage zit ook hoop. Hanna accepteert uiteindelijk haar kind. Ik vraag me af of het publiek dat ook als hoopvol zal ervaren. Ik verwacht toch dat veel mensen met pijn in hun maag naar buiten komen, na afloop. Dat is niet erg. Dat mag best, in het theater op dit moment.

Hoezo?
Aan het begin van het stuk is er een openingsspeech waarin de hoofdfiguur Hans alles opnoemt, waar hij niet meer de dupe van wil zijn. Hij wil niet meer beïnvloed worden door al het gruwelijke van het Nederland van vandaag. Dat is een beetje naïef van die man, en dat leidt ertoe dat hij naar een gat als Pinsk trekt om zijn eigen paradijs te creëren. Dat levert niet anders dan ontberingen, harde aarde en grijze luchten op. Ik vind het heel erg dat mensen nu al zover heen zijn dat ze zulk vluchtgedrag vertonen. Daar mogen we best eens over nadenken.

Labels: ,

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

05 maart 2007

Heksenjacht (De Pers, uitgebreide versie)

Degelijk is niet altijd saai

5 maart 2007, Dagblad De Pers (uitgebreide versie)

Door Robbert van Heuven

Het Nationale Toneel is niet het meest vernieuwende gezelschap van Nederland. Hun voorstellingen neigen door hun degelijkheid nogal eens naar de saaie kant. Dat heeft vaak te maken met het feit dat Het Nationale Toneel in de beste Britse traditie de teksten speelt, zonder daar aan een diepere laag toe te voegen. Zij laten de tekst het werk doen. De laatste jaren gaat komt daar langzaam verbetering in, dankzij jong bloed in de gelederen, zoals Annette Speelt en Susanne Kennedy.
Heksenjacht van Arthur Miller, in de regie van Franz Marijnen, is inderdaad vooral degelijk. In de eerste minuten dreigt, na herkenning van de overbekende Haagse acteerstijl bij acteur Peter Tuinman (met veel uithalen en rollende r´en) de verveling toe te slaan. Maar gelukkig is het stuk en de cast sterk genoeg om de toeschouwer uiteindelijk mee te slepen en op verschillende momenten daadwerkelijk te boeien.
In het dorpje Salem ziet de plaatselijke dominee Parris zijn dochter, zijn nichtje Abigail (Wendell Jaspers) en andere dorpsmeisjes ´s nachts dansen in het bos. Als zijn dochter vervolgens in coma raakt, laat Parris een geleerde prediker overkomen, die verstand heeft van Zwarte Kunsten. Om zelf niet van hekserij beschuldigd te worden, veinzen Abigail en de andere meisjes dat ze betoverd werden door anderen en noemen een reeks namen van onschuldige dorpsbewoners. Er wordt door de ondergouverneur van de staat een rechtbank ingesteld om de gevallen van hekserij te onderzoeken. Ondertussen zijn Abigail, maar ook andere dorpsbewoners, niet te beroerd om iedereen te beschuldigen die hen (zakelijk, in de liefde, of anderzijds) in de weg loopt als heks te bestempelen. Een hetze ontstaat en een leugentje om bestwil leidt tot een massamoord. De ondergouverneur (Bram van der Vlugt) is, volledig overtuigd van het bestaan van hekserij, niet meer in staat de werkelijkheid te zien. Het hoogste gezag is niet meer vatbaar voor argumenten en velen worden gearrestereerd en opgehangen. Onder hen de eerlijke boer en ex-minnaar van Abigail John Proctor (Jochum ten Haaf).
Niet het verhaal van Heksenjacht is boeiend, maar ook het thema is actueel en interessant. Onschuldigen worden vermoord op basis van kortzichtigheid en vooroordelen bij de machthebbers. ‘U bent voor deze rechtbank of u bent er tegen’, voegt de ondergouverneur één van zijn arrestanten nog toe. Die relevantie van tekst en thema is echter vooral te danken aan de tekst van Arthur Miller, die de tekst schreef als aanklacht tegen de Amerikaanse communistenjacht in de jaren vijftig. De nogal zouteloze regie van Marijnen voegt daar helaas weinig aan toe. Behalve misschien door de ensceneringvondst, waarbij de acteurs die niet spelen om het speelvlak heen zitten als een zwijgende jury. Ze staan nooit op om in te grijpen, maar schuiven soms zelfs een plaatsje op om het gebeuren beter te kunnen zien.
Op het acteerwerk is niets aan te merken, zij het dat de Haagse Stijl nogal overheerst. Verder willen de scènes waarin de meisjes door de duivel bezeten zijn in al hun hysterie nogal op de zenuwen werken. Maar de vraag is natuurlijk hoe je zoiets wel realistisch op het podium brengt. In ieder geval zetten Jochum ten Haaf en Bram van der Vlugt prachtige rollen neer.
Al met levert Heksenjacht een vrij aangename toneelavond op met een degelijk stuk toneel. Het is alleen wel jammer dat Marijnen, met zo´n actueel onderwerp, de toeschouwer nergens wil verontrusten. En dus gaat het publiek weer ongeschonden en met een rein geweten naar huis.

Heksenjacht van Het Nationale Toneel
Tekst: Arthur Miller
Regie: Franz Marijnen
Met: Bram van der Vlugt, Wendell Jaspers, Jochum ten Haaf, Peter Tuinman e.a.
Gezien: 3 maart 2007, Koninklijke Schouwburg, Den Haag

Labels: , ,

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

04 maart 2007

Heksenjacht (GPD)

Indrukwekkend en spannend, maar historisch drama

****
TONEEL: Heksenjacht (Arthur Miller) door Het Nationale Toneel. Met o.a. Peter Tuinman, Bram van der Vlugt, Jochum Ten Haaf en Wendell Jaspers. gezien: 3 maart in Den Haag. Tournee t/m 19 mei 2007. Inlichtingen: www.nationaletoneel.nl

Door Wijbrand Schaap

Den Haag (GPD)_Het heeft Arthur Miller, toneelschrijver en ex van Marilyn Monroe, altijd een beetje dwars gezeten dat New York niet vol lag met tempelruïnes zoals Athene. Arthur Miller had daarom een missie: tragedies schrijven, voor een Nieuw Land zonder eeuwenoude mythologie. De Amerikaanse Euripides schreef tijdens zijn leven, dat in 2005 afliep, dus Dood van een Handelsreiziger, Van de Brug af gezien en Heksenjacht. Onder andere.
Heksenjacht (The Crucible) is gebaseerd op ware gebeurtenissen. Aan het einde van de 17e eeuw loopt in de havenstad Salem een uit de hand gelopen spel van tienermeisjes uit op een heksenproces waar zelfs de Spaanse Inquisitie zich nog voor zou schamen.
Miller schreef The Crucible in 1953 als een felle aanklacht tegen de Amerikaanse Commissie voor Onamerikaanse Activiteiten onder leiding van de extreem rechtse senator McCarthy. Deze politicus zag, als zovele Amerikanen tijdens de koude oorlog, een tsunami van communisten het vrije westen overspoelen. De processen, waarin mensen werden gedwongen om linkse sympathieën toe te geven en anderen daarvan te beschuldigen, zijn een gitzwarte bladzij in de Amerikaanse geschiedenis. Al toont de huidige 'War on Terror' ons dat leren van de geschiedenis niet echt 'in' is. Er is sinds 1692 niet zo bar veel veranderd.
Dat geldt overigens ook, op een dit keer prettige manier, voor het theater dat het Nationale Toneel brengt. Het Haagse gezelschap is namelijk verschrikkelijk goed in helder, strak en groot toneel op het randje van opera. Regisseur Franz Marijnen, bekend van zijn bombast, had een topcast tot zijn beschikking en die levert ook de verwachte kwaliteit. Peter Tuinman is lekker op dreef als de panikerende dominee wiens nichtje rare dansjes doet en Rik van Uffelen zet zijn tot inzicht komende inquisiteur mooi neer. Bram van der Vlugt laat zijn vriendelijke uitstraling prachtig botsen met de wreedheid van zijn personage en Jochum ten Haaf maakt eindelijk duidelijk waarom hij West End en Broadway veroverde als Vincent van Gogh: hij gaat er vol in, zonder te piepen of te vroom te worden. Wendell Jaspers bewijst, in de rol van aanstichtster van de hele santenkraam, dat ze de overstap van het kleine naar het grote toneel moeiteloos aankan.
De voorstelling is spannend en indrukwekkend. Uiteindelijk verzandt het stuk echter in de historische en persoonlijke details die Miller aan het slotdeel van het verhaal meegaf. De documentaire maakt plaats voor haarkloverij en sentiment. De tragedie verliest daardoor gaandeweg aan universele kracht. Gelukkig is die universele band met de actualiteit er vóór en na de voorstelling wel, op monitoren in de foyer, waar hedendaagse politici gekoppeld worden aan uitspraken uit het stuk. Maar dat is in de foyers en niet op het toneel. Iets meer actualiteit op het toneel had de avond geen kwaad gedaan.

Labels: ,

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

19 februari 2007

Mark Rietman (GPD)

Mark Rietman speelt notoire vreemdganger in Het Wijde Land
'Het moet vooral niet te zwaar worden'

Mark Rietman heeft een beetje het imago van de goeiige tobber. In de legendarische tv-serie Oud Geld speelde hij de in zichzelf gekeerde 'nerd' Kiet Bussink, en radioluisteraars kunnen sinds begin februari genieten van zijn vertolking van Ollie B. Bommel in het gelijknamig hoorspel. Nu speelt hij bij de Theatercompagnie een vrouwenverslinder in Schnitzlers toneelstuk Het Wijde Land. ,,Soms denk ik: 'Man, stort eens in!'”

Door Wijbrand Schaap
Amsterdam (GPD) _ ,,Wat is fout? In de burgerlijk moraal gebeurt zoveel dat fout heet te zijn, maar dat eigenlijk niet is.” Mark Rietman, veel bekroond acteur, nuanceert graag het beeld dat mensen zouden kunnen krijgen van zijn rol in Arthur Schnitzlers Het Wijde Land. In dit toneelstuk uit het begin van de twintigste eeuw speelt hij Frederik Hofreiter, een man die er een nogal egocentrische huwelijksmoraal op nahoudt. Hij gaat openlijk vreemd en ontsteekt uiteindelijk in woede als zijn vrouw hetzelfde doet. In de regie van Theu Boermans bij De Theatercompagnie staat Rietman centraal in een groot ensemble, waarin verder opvallende acteurs optreden als Katja Herbers en Leny Breederveld.
We kennen Mark Rietman vooral als acteur van integere, kwetsbare mannenrollen. Hoe is het om een nu eens een echte slechterik te spelen? Rietman zoekt in die rol naar die ene zwakke plek: ,,Misschien heeft hij ook wel een gat in zijn eigen ziel, waardoor hij zich niet aan de medemens kan verbinden. Theu Boermans zegt dat hij op de vlucht is voor de dood. Hij accepteert zijn sterfelijkheid niet. Hij voelt dat het bestaan zinloos is, en heeft daarom geen morele principes meer. Waarom zou je je houden aan regels terwijl dat alleen maar afspraken zijn? Je kunt heel erg van iemand houden, maar tegelijkertijd iemand voorbij zien komen waarmee je ook heel graag zou willen samenleven. Dat kan gebeuren. En ook al is dit stuk honderd jaar oud, ook in deze tijd loop je daarbij nog tegen morele grenzen op.”

Twijfel
Voor Rietman is de hoofdrol in Het Wijde Land een lang gekoesterde wens. Hij zag er zelfs voor af van een rol in De Familie Avenier, het stuk van Maria Goos waarin veel van zijn collega's uit de legendarische tv-serie Oud Geld weer meespelen. ,,Ik heb dit stuk meer dan twintig jaar geleden gezien in Den Haag met Guido de Moor in de hoofdrol. Dat vond ik geweldig, en het is me ook altijd bijgebleven. Nu ik er zelf mee bezig ben komen er ook steeds meer beelden uit die voorstelling terug in mijn herinnering. Ik denk dat ik diep van dat stuk houd. Ik herken die zoektocht wel. Veel mannen hebben dat, die twijfel aan hun eigen oprechtheid.”
Schnitzler, die ook het schandaalstuk Reidans schreef, is een meester van de ontkenning: nooit zegt iemand wat hem werkelijk bezighoudt. Best lastig spelen, zoiets: ,,Soms is het lekker om te weten dat je ergens in de loop van het stuk een scène hebt waarin je er doorheen kunt zakken, waarna het deksel er weer terug op gaat. Maar in dit stuk blijft iedereen doen alsof er niets aan de hand is. Soms denk ik: Man, stort eens in!”
Dat net-niet-instorten moet toch eigenlijk een makkie zijn voor een acteur die beschikt over een groot talent voor ironie. Zijn bijrol in het stuk Alexander, dit najaar, bracht broodnodige humor in dat wat zware stuk: ,,In deze rol zit al zoveel ironie dat ik eigenlijk meer moet zoeken naar de tragische ernst van mijn personage dan andersom. Iedereen ontkent alles. Dat is heel modern, eigenlijk. Zo gaan we bijna altijd om met liefdesaangelegenheden. We willen het er ergens wel over hebben, maar het moet vooral niet te zwaar worden.”

Risico
Rietman heeft ooit zelf regie-ambities gehad, maar heeft die inmiddels weer op een laag pitje gezet. Die fase van twijfel over zijn acteercarrière, een jaar of zeven geleden, heeft hem uiteindelijk wel een beter acteur gemaakt. Rietman dankt daarvoor vooral zijn collega Victor Löw: ,,Hij zat een beetje in hetzelfde schuitje als ik. En hij heeft me uiteindelijk ook weer in dat spelen getrokken. Ik vond namelijk dat ik wel aardig kon acteren, maar ik vond ook dat ik een beetje grijs was. Er waren geen grote uitschieters. Het werd te gewoontjes, bleef te klein. Victor ging toen een stuk met mij doen: 'Dans van de reiger' van Hugo Claus. Hij zei: ik ga je bij elke zin tekst vragen om niet in het grijze middengebied te gaan zitten, want dat kennen we nu wel. Hij zei: doe bij elke zin wat anders, wat extreems. Dat heeft voor mij dat acteren weer geopend. Ik durf sindsdien meer risico te nemen in mijn spel.”
Rietman geeft ook zelf les aan aankomende acteurs. Niet alleen op de toneelschool, blijkt. ,,Er zijn een paar stagiaires die nu meedoen aan Het Wijde Land, en die help ik wel eens een beetje. Soms snappen ze niet gelijk wat Theu Boermans bedoelt als hij bijvoorbeeld zegt: Ik wil meer vuur. Dan gaat zo'n speler alleen maar iets harder praten. Op zo'n moment zeg ik zachtjes tegen zo'n medespeler: misschien moet je gewoon even boos worden. En dat werkt dan soms. Ik vind het nog steeds leuk om te kijken naar hoe anderen spelen, en hoe ze tot spelen komen.”
Die collegiale houding siert de man die algemeen erkend is al een van de beste acteurs van Nederland: ,,Inmiddels heb ik wel een soort gemak gekregen. Ik weet dat ik kan acteren, ik weet hoe het moet. Ik zie dat ook bij mijn collega's van dezelfde leeftijd. Maar er zit meer in. Ik zou Pierre Bokma wel weer eens in een grote Shakespeare willen zien. Of Gijs Scholten van Aschat. Niet dat ik vind dat ze nu aan het klooien zijn, maar ik heb gewoon behoefte om ze weer eens in iets groots te zien.”
En hoe ziet Rietman dat voor zichzelf? ,,Toen ik de Louis d'Or had gekregen voor Raak me Aan (in 2005) zei mijn regisseur, Ger Thijs, tegen me: Jij en Carine Crutzen, jullie moeten gewoon de grote rollen spelen. Hij zei: Jullie moeten je wanhoop geven, dat is jullie taak in deze wereld.” Hij zwijgt even. ,,Dat sloeg wel bij me aan. Die wanhoop. Dat is wel waar ik voor ga.”

Het Wijde Land door De Theatercompagnie. Van 21 februari t/m 27 april in vele theaters in Nederland. Première: 23 januari. Inlichtingen: www.theatercompagnie.nl.


Labels: ,

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

Blackbird (GPD)

Heike Wisse toont talent in Blackbird

Door Wijbrand Schaap
Den Haag (GPD) _ Het weerzien met een oude liefde hoeft geen probleem te zijn voor een man van zesenvijftig. Tenzij die geliefde van 15 jaar geleden nu een frisse blom van 27 is. Dan heb je dus wel een probleem. Ziedaar de thematiek van Blackbird. Dit toneelstuk van de Schotse auteur David Harrower wordt nu gebracht door Het Nationale Toneel als duet voor Derek de Lint en Heike Wisse.
Harrower is een bijzondere toneelschrijver. Hij is een van de succesvolle vertegenwoordigers van het nieuwe Britse theater, een theater dat langzaam maar zeker Nederland binnendruppelt via Oostenrijk en Duitsland, omdat rechtstreeks inkopen in Engeland nog steeds 'not done' is onder veel Nederlandse gezelschappen.
Harrowers 'Messen in Hennen' was een paar jaar terug zijn opmerkelijke binnenkomst in dat circuit. Het werd toen uiterst treffend gebracht met Tamar van den Dop in een regie van Annie van Hoof, die inmiddels de enige werkelijke specialist van het genre genoemd kan worden.
Maaike van Langen, die het stuk nu regisseert bij Het Nationale Toneel, staat nog midden in haar ontwikkeling. Haar debuut in de grote zaal, vorig jaar bij Het Nationale Toneel, was niet bepaald gelukkig. Ze bracht toen een overdreven uitleggerige en hysterische versie van Bruid in de Morgen, de licht belegen incestklassieker van Hugo Claus. Kennelijk had het grote toneel, het grote publiek en het grote decor, met dito organisatie en personeel, haar overvallen. Hoe het ook zij, in de kleine zaal lijkt Van Langen een stuk beter op haar gemak.
Derek de Lint en Heike Wisse krijgen alle gelegenheid om hun volume laag en de spanning hoog te houden. Het levert een intrigerend steekspel op, waarbij Heike Wisse de show steelt als het pedofilieslachtoffer dat uiteindelijk minder slachtoffer en meer dader lijkt. Dat in het midden laten was de grote opdracht die Harrower zichzelf stelde, en in haar respectvolle regie slaagt Van Langen er goed in om de balans niet door te laten slaan. De voorstelling blijft daardoor iets prettig ongemakkelijks houden. Vooral Wisse slaagt erin om niet al te zwaar op de hand en boos te zijn, wat met een te zwaar moraliserende regie-opvatting wel zou kunnen gebeuren.
Alleen aan het einde gaat het mis. Of het een aanwijzing is van Harrower of een ingreep van Van Langen is niet duidelijk, maar in de voorstelling is een 'American Beauty'-moment ingebouwd. Wat in de tekst een toespeling is, loopt op het toneel uit op een opengeknoopte blouse en een betaste borst. De ontluisterende grondscène die volgt is zonde. De vraag was: is de man nu gewoon een oude geilbak die sinds zijn eerste ontmoeting met de twaalfjarige nog steeds fantaseert over die pedofiele ervaring, of niet? Nu, door die uitleggerige zondeval, wordt het antwoord gegeven. Dat is jammer.
Heeft de schrijver dat antwoord bedacht, diskwalificeert hij zichzelf. Heeft Van Langen de ingreep noodzakelijk geacht, moet ze nog het een en ander leren.

Blackbird door Het Nationale Toneel. Gezien: 17 februari 2007 in het Theater aan de Haven in Scheveningen. Tournee t/m 8 april 2007. Inlichtingen: www.nationaletoneel.nl


Labels: ,

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

16 februari 2007

Dood in Venetië (GPD)

Van Ulsen indrukwekkend in Dood in Venetië

Door Wijbrand Schaap
Gouda (GPD) _ Het kan dus toch. Een boekbewerking op toneel brengen die aan de volle breedte en diepte van het boek recht doet, en tegelijkertijd het wezen van acteren in ere laat. Henk van Ulsen, de tachtigjarige solist die in zijn lange carrière talloze keren Gogols Dagboek van een Gek speelde, laat het zien. Dankzij regisseur Gijs de Lange die wederom aantoont perfect aan te voelen waar de kracht van zijn materiaal ligt.
Dood in Venetië, de solo naar de legendarische novelle van Thomas Mann uit 1912 die iedereen kent van die film uit 1971, is een waardig en indrukwekkend voorlopig hoogtepunt in Van Ulsens lange acteercarrière. Dat hoogtepunt bereikt hij, gezeten achter een tafeltje en voorlezend van een bundeltje papier.
De schoonheid van een boek zit verborgen in de taal, die via een ingewikkeld stelsel van impulsen uiteindelijk de verbeelding van de lezer in beweging zet. Wie een boek voor toneel wil bewerken heeft dus de zware taak die taal intact te laten, terwijl toneel ook eist dat er iets te zien is. Maar dat beeld mag de verbeelding niet verstoren. Ziedaar het talent van Guy Cassiers die Proust in een toneelschrijver wist te veranderen door bij zijn bewerking van Op zoek naar de verloren tijd beelden te maken die nog sterker dan taal op de verbeelding werkten.
Maar zie daar ook het talent van Gijs de Lange die snapt dat de oude Henk van Ulsen achter een tafeltje, zoekend naar de perfecte vertolking van zijn tekst, het mooiste eerbetoon aan een literair meesterwerk kan zijn. En dat hij daarbij nog op een heel bescheiden manier respect betuigt voor juist Guy Cassiers, siert De Lange.
In navolging van Cassiers gebruikt De Lange lichtjes gemanipuleerde close-up videobeelden van het vertellende, spelende, zoekende hoofd van Van Ulsen. We zien zo goed dat hier een acteur zit die groots wil spelen, maar zich krachtig inhoudt. We zien ook een acteur die haast wil maken met die enorme tekst, maar die zich tegelijkertijd tot rust weet te manen. We zien overigens ook in totaal 10 seconden aan beeld uit de beroemde film van Visconti. Genoeg om een herinnering op te wekken, genoeg ook om te snappen dat De Lange hiermee die film ook alle credits geeft als een niet te evenaren hoogtepunt van cinematografie.
Deze voorstelling over een schrijver op leeftijd die op zoek naar inspiratie in Venetië fataal bevangen raakt door de schoonheid van een mysterieuze jongen is een worsteling met alleen maar winnaars. Dat je dit eigenlijk in een zo klein mogelijk zaaltje moet zien, omdat ze dan eindelijk niet die rare geluidsversterking nodig hebben, is een klein smetje. Tenslotte moet ook Van Ulsen zijn tournee kunnen betalen. We kunnen niet allemaal bij hem op de koffie komen.
Dood in Venetië door Henk van Ulsen. Gezien, 15 februari in de Goudse Schouwburg. Tournee t/m 12 mei 2007. Inlichtingen: www.fransvanbronkhorst.nl


Labels: ,

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

10 februari 2007

Brokeback Mountain (GPD)

Humor redt lieve Brokeback Mountain

Door Wijbrand Schaap
Den Bosch (GPD)_Twee mannen met een kudde schapen op een stille berg. Dat vraagt om een mooi verhaal. Pulitzer Prize-winnares Annie Proulx schreef dat verhaal hartverscheurend mooi op en Ang Lee maakte er een film van die haast nog mooier is. Kom daar maar eens aan met je theater. Toch durfde regisseur Jos van Kan dat: een toneelbewerking maken van Brokeback Mountain. Het is nog best mooi geworden ook. Dat is een knappe prestatie van het Brabantse gezelschap De Wetten van Kepler, dat vorig jaar iets schitterends maakte van het boerendrama Biest.
Op dit moment regent het boekbewerkingen in het Nederlandse theater. Kentering van een Huwelijk door Ursul de Geer, De Stille Kracht door Ger Thijs en Dood in Venetië door Henk van Ulsen zijn er de markantste voorbeelden van. En nu dus ook Brokeback Mountain, al zal menigeen dat verhaal beter kennen van de film.
Dat boeken mooi materiaal kunnen zijn, staat vast. Madeleine Jutten-Matzer maakte dit jaar iets moois van Alleen op de Wereld, nadat ze eerder al een prachtbewerking liet zien van Hokwerda's kind van Oek de Jong. Dat succes niet vanzelfsprekend is, werd aangetoond door de bewerking van Sándor Marái's Kentering van een Huwelijk.
De valkuil zit hem in de vertelling, die in een boek anders werkt dan op het toneel. Wanneer je de vertellersrol, in het boek meestal in handen van de schrijver, op het toneel laat spelen door de personages over wie verteld wordt, schep je een probleem. Zijn die acteurs nu personage of verteller, of allebei, en zo ja, wanneer dan precies? De in literatuur zo gebruikelijke werkwoordsvorm verleden tijd schept op het toneel bovendien afstand. Want hoe zit het met die ene die dood ging?
Zo'n ingebouwde afstand hoeft geen probleem te zijn. Je krijgt er bijvoorbeeld humor voor terug. En betrokkenheid, omdat de verteller over zichzelf lijkt te vertellen. In de toneelversie van Brokeback Mountain is de humor dan ook de mooiste toevoeging aan het origineel. Acteurs Willem Schouten en Sieger Sloot hebben plezier in het verhaal, en dat geeft de vertelling een prettige luchtigheid mee.
Maar dan mis je dus wel die schitterende natuurbeschrijvingen uit het boek en de stomende zindering tussen die twee cowboys en hun verboden hunkering uit de film. Beschrijvingen zijn gemaakt om te lezen, en zindering werkt het beste met de extreme close-ups die de film als medium biedt.
Gelukkig is er daarom nog Wendell Jaspers. Die ene close-up van haar, geprojecteerd op het decor van Brokeback Mountain, maakt heel veel goed van het gemis aan bronstigheid tussen die twee o, zo lieve mannen. Die ene close-up vertelt ons overigens ook dat we wij van het toneel het ergste moeten vrezen: Wendell Japsers gaat een bloeiende carrière tegemoet. In de film.

Brokeback Mountain door De Wetten van Kepler. Gezien: 9 februari 2007 in De Verkadefabriek in Den Bosch (première) tournee t/m 31 maart 2007. Inlichtingen: www.wettenvankepler.nl


Labels: ,

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

09 februari 2007

Kentering van een huwelijk (GPD)

'Kentering' te braaf gebracht

Door Wijbrand Schaap
Leiden (GPD) _ Ooit – en dan heb ik het over een eeuw of 26 terug, toen de goden nog op de Olympus huisden – was theater een vertel-ding. Iemand vertelde een verhaal, afgewisseld met wat liedjes en dansjes. Al gauw vond men dat een beetje niksig: er werden acteurs ingehuurd, die deden of ze ter plekke het verhaal beleefden. Het wonder geschiedde en dat werkt nu al zo'n 25 eeuwen. Ursul de Geer, die na enkele jaren vol tv weer terug is aan het toneel, heeft daar een beetje lak aan. Zijn bewerking van de bestseller 'Kentering van een huwelijk' van de Hongaarse auteur Sándor Márai is zelfs geen verteltheater: het is pre-Olympisch beschrijftheater geworden.
Kentering van een huwelijk is een boek over twee huwelijken die niet lukken, maar het is ook een politiek manifest over de teloorgang van de onschuld in het Europa van voor WO II. Met heel erg mooie zinnen. Van die zinnen die je per stuk op een tegeltje zou willen zetten. Zinnen die je nog eens herleest en nog eens. Beetje voor jezelf proeven, kauwen en herkauwen en langzaam op de tong laten smelten. Daarna pas slikken. We hebben er geen bezwaar tegen als u dat thuis doet. Op een toneel ziet dat er vaak niet uit.
In de toneelversie van 'Kentering' wordt wat afgeproefd en gesmolten. Nu gebeurt dat gelukkig door goede acteurs: Saskia Temmink, hoewel nog steeds te ernstig, acteert prettig; Huub Stapel ziet er als altijd prachtig uit en Will van Kralingen is natuurlijk gewoon Will van Kralingen. Daar kan ook een slecht stuk niets aan veranderen. Nummer vier, Just Meijer, is niet zozeer een goed acteur als wel iemand die leuk viool speelt.
Grootste probleem van 'Kentering' is de bewerking die regisseur Ursul de Geer van zijn lievelingsboek heeft gemaakt. De schaarse dialogen zijn vrijwel letterlijk uit het boek overgenomen en de uitvoerige beschrijvende passages zijn keurig verdeeld over de rollen. Die monologen zijn zo verschrikkelijk beschrijvend, dat je wel een ongelooflijk meesterlijk acteur van het formaat Jeroen Willems – plus moet zijn om daar leven in te brengen. Het zij de acteurs dus vergeven dat ze blijven steken in afstandelijke mooispelerij en er dus niet in slagen om dit luisterboek enige 'soul' mee te geven.
De Geer heeft niets geleerd van de frivoliteit waarmee Ger Thijs Max Havelaar en De Stille Karcht bewerkte, noch neemt hij iets van de geniale terloopsheid over waarmee Guy Cassiers het werk van Marcel Proust tot theater wist te maken.
Nu is er dus geen theater. Het decor, dat bestaat uit lange gesloten cafébanken, werkt ook al niet mee. De helft van de tijd zit je naar pratende hoofden en bovenlijven te kijken omdat de acteurs achter die banken staan. Bizar. Is er iets met de voeten van Huub Stapel?
Zo blijft er dus een slecht in beeld gebrachte babbelvoorstelling over. Met prachtige zinnen en oneliners, dat wel. Tip voor De Geer: organiseer een voorleesavond. Doe het hele boek met een stuk of wat vrienden en lichtbeelden. Scheelt weer een vrachtwagen decor.

Kentering van een Huwelijk. Gezien: 8 februari 2007 in Leiden (première). Tournee t/m 5 juni. Inlichtingen: www.impresariaatwallis.nl


Labels: ,

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

04 februari 2007

Lichaam (GPD)

Ideeënloos Lichaam mist originaliteit

Door Wijbrand Schaap
Eindhoven(GPD)_ Met kleine borsten heb je geen bh nodig. Papa fume une pipe n'est pas papa pijpen in een Frans restaurant. Donker is brrr. Je kunt a: traag bewegen in strijklicht; b: iets met een gemimede bal; c: een tof orgasme nadoen en d: dat allemaal niet met z'n tweetjes. Studentenhuizen zijn seksparadijzen. Windmachines mag je van de Arbo-wet niet recht op de zaal richten en een enkeling vraagt zich af waartoe het allemaal dient.
Tot zover 'Lichaam', het nieuwste toneelstuk waarmee het Zuidelijk Toneel nu langs de schouwburgen reist. Het is het resultaat van zeker drie maanden zoeken, zwoegen, improviseren, praten en denken door zes acteurs, twee dramaturgen, een vormgever en een regisseur. De zes acteurs worden betaald om hun best te doen, dus doen ze hun best. De dramaturgen heten Cecile Brommer en Rosa van Toledo en hebben vast ook hun best gedaan, maar daar merken we niets van. De dikke stapel papier ontbreekt namelijk waarmee ze het vorige project van hun regisseur van inhoud probeerden te voorzien. Die regisseur, Olivier Provily, ontbrak op zijn beurt bij het slotapplaus van de première. Daarmee werden de hardnekkige geruchten over slaande ruzies binnen de ploeg niet ontkracht.
Wat is er aan de hand? Regisseur Olivier Provily heeft werkelijk geen enkel idee. Hij heeft ten eerste geen idee wat hij met honderdvijftig vierkante meter podium aan moet vangen. Ten tweede heeft hij geen idee wat hij met het theater als kunstvorm wil en dat is nog een stukje lastiger. Natuurlijk is de zoekende, autonome kunstenaar iets wat we moeten koesteren. Een goede theatermaker is altijd op zoek. Naar meer, minder, beter, dieper, groter, intenser.
Provily is een ander type zoeker. Hij is de autistische zoeker die het liefste zonder publiek, met zijn rug naar de zaal en zijn medewerkers toe, met blokjes, tubes en draadjes knutselt. Buitengewoon interessant om tegen te komen op een atelier-route, maar minder om twee uur lang naar te kijken. De mensen die dát fantastisch vinden, zijn te gering in aantal om ook maar één schouwburg mee te vullen.
Geen idee hebben is al erg, onorigineel zijn is nog erger. Net als Provily's vorige schouwburgstuk Fragmenten is Lichaam op zijn best een herkauwen van beelden in combinaties die anderen in het recente verleden beter, scherper, spannender, uitdagender hebben getoond. Meer nog dan in Fragmenten valt het amateurisme op. De humoristisch bedoelde passages zijn flauw en voorspelbaar, het samenspel grenst aan het infantiele en 'traag bewegen en moeilijk kijken' moet tragiek voorstellen.
Misschien heeft hij vroeger wel te veel geblowd, ofzo, weet je? Hoe dan ook heeft Provily op dit moment onvoldoende originele ideeën om het grote publiek aan te kunnen. Het beste is dat hij vanaf nu minstens tien jaar in kleine zaaltjes gaat uitzoeken wat hij nou eigenlijk wil. Dan zien we wel weer. Wat we ondertussen met Het Zuidelijk Toneel moeten? Na de wankelmoedige afgelopen jaren en het debacle van het vorige stuk, Breekbaar, weet ik het ook even niet meer.

Lichaam door Het Zuidelijk Toneel. Gezien: 2 februari 2007, Eindhoven. Tournee. Inlichtingen: www.hzt.nl


Labels: ,

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

30 januari 2007

De Familie Avenier (Volkskrant)

De familie Avenier stelt teleur

Maria Goos wil met inwisselbare personages te veel vertellen

Door: Hein Janssen

In haar nieuwe toneelstuk De geschiedenis van de familie Avenier heeft Maria Goos twee lijken nodig om de gebeurtenissen te sturen en voort te stuwen. In deel 1 van dit 4-delige feuilleton, waarvan donderdag de eerste twee delen in premiere zijn gegaan, legt grootmoeder Avenier het loodje. Deel 2 is gegroepeerd rond de kist waarin zoon Jan ligt opgebaard. De dood is de motor waarop dit leven draait. En voordat die dood toeslaat, wordt heel wat groot en klein verdriet geleden.
De familie Avenier is een gewoon Nederlands gezin, uitgerust met een zachte g want geworteld in Brabant. Kleine middenstanders die een kruidenierszaak runnen en een dorpscafe. In deel 1 is het 1955, is men de ellende van oorlog en armoede net te boven en staat de welvaart op het punt stapje voor stapje toe te slaan. Deel 2 speelt zich in 1970 af en in die vijftien jaar lijkt het land in sneltreinvaart zijn naiviteit kwijtgeraakt. Of zoals een van de personages het samenvat: wat we nu een depressie noemen, heette vroeger gewoon chagrijnig.
De familie Avenier is in de eerste plaats een familiekroniek. Maar Goos wil ook een tijdsbeeld schetsen, of liever: laten zien hoe de tijd verloopt, en hoe het land en zijn inwoners daarin zijn veranderd. Vaardig als in haar eerdere stukken Familie en Cloaca zet Goos ook hier weer personages van vlees en bloed op toneel, die in rappe, vlotte en soms fraai ontregelende dialogen met elkaar communiceren. Maar in dit geval zijn het er te veel: in krap drie uur moeten we kennismaken met maar liefst dertien personages, die bovendien tamelijk inwisselbaar zijn: het zijn goedwillende, soms tamelijk hulpeloze kleine luyden, met een weinig originele kijk op het leven. Drie broers, een zuster, de aangetrouwde tak, wat kinderen, dromend van emigreren naar Australie, een eigen wasmachine en ten slotte vrije seks en een leuk flatje.
Voor een feuilleton is het van belang dat die personages tot de verbeelding spreken, dat je benieuwd bent naar hun lotgevallen. Dat is hier niet het geval; je ziet ze hooguit als die malle oom, die hysterische tante of dat leuke nichtje van je eigen familie, die hier in kleding en pruikenpartij bovendien nogal karikaturaal zijn vormgegeven.
Ook de maatschappelijke kant van De familie Avenier stelt teleur. Het gesappel in de jaren vijftig en de vrijheid-blijheid-mentaliteit van de jaren zeventig zijn tamelijk clichematig beschreven. Er komt van alles voorbij, zonder echte duiding: de oorlog, de jodenvervolging, de eerste gastarbeider, abortus, lesbische liefde en aan het eind blijkt een van de neefjes ook nog een hippie die stoned is, terwijl we Bob Dylan horen - The times, they are a-changin.
Maria Goos heeft zo veel willen vertellen dat ze eigenlijk een twaalfdelige tv-serie had moeten schrijven in plaats van een toneelstuk in vier delen. Met haar series Pleidooi en Oud Geld heeft ze bewezen uitstekend overweg te kunnen met allerlei thema's en rode draden die vernuftig door elkaar heen lopen. Op televisie zou De familie Avenier dan misschien een Hollandse Heimat zijn geworden, met een vleugje Six Feet Under, gezien haar fascinatie voor de morbide kanten in het bestaan.
Door al die voortdurend pratende, op en af lopende, met zichzelf en hun familie in de knoop liggende mensen heeft deze voorstelling van Het Toneel Speelt in regie van Jaap Spijkers ook weinig schwung gekregen. Het levert tamelijk veel statische taferelen op, en dat betekent dat de spelers vooral op hun verbale kwaliteiten zijn aangewezen.
Daarmee zit het overigens helemaal goed. Met een schitterende Gijs Scholten van Aschat als cafébaas Christ (zijn grafrede voor zijn zwager Jan is een hoogtepunt), een mooi verbeten Carine Crutzen als zijn vrouw, een tragikomische Peter Blok als kruidenier, en een excellerende Tjitske Reidinga als de verpersoonlijking van de harde, ambitieuze en gretige, moderne vrouw anno 1970.
Voor de toekomst van de familie Avenier en het verloop van dit feuilleton is het te hopen dat de nieuwe generatie wat meer lef, doorzettingsvermogen en avontuur te bieden heeft.
Hein Janssen

De geschiedenis van de familie Avenier van Maria Goos door Het Toneel Speelt, regie Jaap Spijkers. In Stadsschouwburg Amsterdam t/m 28 januari. Tournee.

Labels: ,

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

28 januari 2007

Wie is er bang (GPD)

George is uit de kast

Door Wijbrand Schaap
Leiden (GPD) _ Opnieuw is een goed bewaard geheim uit een toneelstuk van Edward Albee prijsgegeven. Onlangs nog bekloeg de Amerikaanse schrijver zich erover dat de Nederlandse versie van In Wankel Evenwicht door Toneelgroep Carver een geheim toont wat hij graag verborgen had willen houden. In 'Wie is er bang voor Virginia Woolf', dat nu door Nederland reist, is een nog groter geheim blootgegeven: George, de mannelijke helft van de klassieke toneelzuipers George en Martha, is wel degelijk 'van de mannen'. Of hoe noem je zoiets. De man die samen met zijn echtgenote Martha een jonger stel voor een nacht doorzakken uitnodigt, valt als een baksteen voor de charmes van zijn 20 jaar jongere gast: Nick. Blond en sterk. Zoiets. En Nick worstelt nog. Een beetje.
Ziehier de belangrijkste vernieuwing die de zoveelste versie van Who's Afraid of Virginia Woolf aan het Nederlandse publiek te bieden heeft. Dat mag verfrissend heten, want we werden het vergelijken een beetje moe. Deze versie, waarin de homo-erotische invalshoek een totaal andere verhouding in het stuk veroorzaakt, is daarom wel bijzonder. Of het ook de mooiste, indrukwekkendste en leukste versie ooit is, valt te betwijfelen.
Traditioneel moet het zinderen van de lust én de haat tussen de echtelieden die een kind hebben verzonnen om hun leven inhoud te geven. De jonge gasten, Nick en Honey, die zij voor hun nacht doorzakken uitnodigen zijn vooral pineut, maar ze vertegenwoordigen ook de verloren jeugd en de verloren toekomst van beide vechtersbazen. Nu regisseur Gerardjan Rijnders in deze versie met Olga Zuiderhoek en Porgy Franssen de nadruk legt op de geaardheid van George maakt de zindering tussen George en Martha plaats voor een zindering tussen George en Nick. De overige conflicten en situaties in deze toch al wel wat grijsgedraaide toneelklassieker krijgen daardoor iets banaals, en zelfs iets overbodigs.
Het neemt niet weg dat Franssen fantastisch speelt. Na een wat moeizaam begin weet hij goed de aandacht naar zich toe te trekken. En dat gaat heel lekker. Dat is maar goed ook, want Olga Zuiderhoek heeft duidelijk meer moeite om te vlammen. Natuurlijk is ze ouderwets aards en dat geeft wel een grappige draai aan de diva-rol die Martha doorgaans is. Maar een gevaarlijke sexy heks is ze niet, meer een uitgebluste huisvrouw met een slijter teveel in de buurt. Honey, het domme blondje dat via een schijnzwangerschap hunk Nick verschalkte, is door Rijnders nu echt volslagen hysterisch gemaakt. Ruben Brinkman, de acteur die Georges vlam Nick moet spelen, doet dat best aardig: het is leuk om nu eens een heel ander soort vertwijfeling bij deze macho te zien: niet omdat hij door een veel oudere vrouw wordt besprongen, maar omdat George zíjn geheim heeft ontdekt.
Toch is het jammer dat, wat in het oorspronkelijke stuk alleen maar één van de mogelijke suggesties is, nu zo evident voor het voetlicht wordt gezet. Albee heeft er misschien wel gelijk in, dat hij zijn geheimen graag geheimen laat blijven.
Wie is er bang voor Virginia Woolf. Gezien: 27 januari 2007 in Leiden. Tournee t/m 19 mei. Inlichtingen: www.hummelinckstuurman.nl


Labels: ,

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

26 januari 2007

Familie Avenier (GPD)

Goos' Familiekroniek geeft goed gevoel

Door Wijbrand Schaap
Amsterdam (GPD) _ Brabant. Je zal er maar geboren zijn. Voor veel mensen uit de Randstad is dat én werkelijkheid én nachtmerrie. Want met een Brabants accent, of met iets dat nog zuidelijker klinkt, wordt je in de grote stad niet serieus genomen. Maria Goos, de schrijfster van klassiekers als de tv-serie Oud Geld en de toneelstukken Familie en Cloaca, is in Brabant geboren. Het leverde haar zoveel blijken van medeleven op, dat ze besloot om haar eigen levensverhaal tot toneel te maken. Een jeugd in Brabant is namelijk niet alleen maar ellende. De Geschiedenis van de Familie Avenier is er bovendien het resultaat van. Het mag er best wezen.
Nu begint 'Familie Avenier' wel tamelijk ellendig, maar dat is minder de schuld van Brabant als van de tijd waarover het eerste deel van dit vierdelige epos gaat: de jaren vijftig. Het land was in wederopbouw, gevoelens en warmte zaten nog gezellig bij oorlogstrauma's en nare familiegeheimen onder het tapijt. In het stuk wordt dat zó treffend uitgebeeld dat die eerste scènes hier en daar wat traag en saai overkomen. Hoe goed de inmiddels vaste spelersgroep van Maria Goos' stukken ook speelt, de fifties waren en worden gewoon niet echt leuk. In Nederland dan. Want die paar jazznegers die op weg naar Parijs in Brabant stranden, waren wel de voorboden van betere tijden. Natuurlijk zijn er kleine, typisch Goossiaanse tekstjuweeltjes, observatietjes en momenten van ontroering, maar het is allemaal nog iets te petieterig. Leuk is het zeker, maar kanonnen als Peter Blok, Marisa van Eyle en Gijs Scholten van Aschat moeten er stevig voor waken om de humoristischer delen niet tot een boerenklucht te laten afglijden. Je zit tenslotte vlakbij 't Schaap met de Vijf Poten en 'Toen was geluk nog gewoon', en Maria Goos wil toch meer dan dat.
De avond krijgt vleugels wanneer deel twee wordt ingezet. Het decor is minder naturel, het drama wat groter en de verteltrant frivoler. Nu was 1970 natuurlijk ook een veel boeiender jaar, met hippies in het Kralingse Bos, existentialistische junks in Parijs en de ontluikende welvaart in de provincie. Gijs Scholten van Aschat en Marcel Hensema, die overigens steeds Utrechtser gaat praten tijdens de rit, doen een pracht-act over Brabantse bakkebaarden op het festival van Kralingen en opnieuw Van Aschat doet een schitterende seksuele revolutie-dans met Carine Crutzen. 'Hotlips' Tjitske Reidinga overstijgt haar verse Gooise Vrouwen-imago in een prachtige instorting voor de charmes van haar uit ballingschap terugkerende ex.
Het ensemble staat, ook in de kleinere rollen, als een huis. Dat is te danken aan Jaap Spijkers, die met deze voorstelling debuteert als regisseur voor de grote zaal. Hij zal er, met zijn spelers, voor moeten blijven waken om niet te vallen voor de verleiding van de makkelijke lach. De schrijfstijl van Maria Goos, die soms wat overvol is, en soms ook teveel in het kleine juweeltje blijft steken, kan deze voorstelling makkelijk doen ontaarden in een schaterfeest.
Hoezeer dat ook mag, in deel drie en deel vier, op het programma voor 2008, willen we toch ook het grote verhaal definitief zien gloren. Dat is dus het verhaal dat van de De Geschiedenis van de Familie Avenier de Nederlandse versie maakt van Heimat of Novecento. We kijken er nu al naar uit.

De Geschiedenis van de Familie Avenier, deel 1 en 2, door Het Toneel Speelt. Gezien: 25 januari 2007 in Amsterdam. Tournee t/m 6 mei 2007. Inlichtingen: www.hettoneelspeelt.nl

Labels: ,

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

21 januari 2007

Italiaanse Nacht

Oostpool mag best gevaarlijker

Door Wijbrand Schaap
Arnhem (GPD) _ Logica heeft zo zijn nare kantjes. Zo kunt u moeiteloos instemmen met iemand die alleen zijn eigen vrienden wil uitnodigen op zijn verjaardag. Maar kunt u ook instemmen met de schijnbaar logische conclusie dat het dan ook normaal is om alleen eigen volk binnen de landsgrenzen te hebben? Zulke kromme logica, waarin een privéfeestje gelijkgesteld wordt aan een heel land, is in overvloed te horen tijdens Italiaanse Nacht, het nieuwste stuk van Toneelgroep Oostpool. De voorstelling staat daarmee met beide voeten stevig in de tijdgeest.
Italiaanse Nacht is van oorsprong een stuk uit 1930 van de Oostenrijks-Hongaarse volksschrijver Ödön von Horváth, die we in Nederland vooral kennen van zijn kermisstuk Kasimir en Karoline. Regisseur Arie de Mol regisseerde dat stuk een paar jaar geleden bij zijn eigen gezelschap, Els Inc. Het was een verrassend apolitieke voorstelling, zeker voor Arie de Mol, die in al zijn werk graag vingers op zere plekken legt. De versie van het in Nederland nog nooit gespeelde Italiaanse Nacht die hij nu samen met vertaler Rob Klinkenberg aflevert, is gelukkig weer 'ouderwets' stevig in zijn politieke lading.
Een dorpje maakt zich op voor de viering van het 'Feest van de Europese Verbroedering met dit keer als themaland Italië'. De sociaal-democratische wethouder ziet de plannen echter gedwarsboomd door de opportunistische herbergier, die zijn feestzaal op dezelfde dag ook heeft verhuurd aan de lokale Neo-Nazi's. De voorstelling opent heel 'onschuldig' met een vrolijk gezongen 'Internationale', en loopt via een huiveringwekkende toespraak van de lokale Nazi-chef uit op een puinhoop, waarin linksradikalen, andersglobalisten, apolitieke kunstenaars en lonsdalers geen spaan heel laten van het sociaaldemocratische feestje.
Arie de Mol wil met zijn stuk geen stelling nemen vóór of tegen een bepaalde stroming, maar wel tegen het extremisme. Vandaar ook de koddige afbeelding van socialistische stuntels en de grote moeite die is gestoken in het zo redelijk mogelijk schetsen van de radicalen. De speech van hun leider, gespeeld door Victor Griffioen, is een hoogtepunt, net als het kleuterballetje, uitgevoerd door de jonge toneelschoolstudentes Victoria Osborn en Laura de Boer. Op alle fronten straalt het spelplezier overigens van deze voorstelling af, en dat is ontwapenend. Het is iets waarmee de nu samenwerkende gezelschappen Oostpool en Els Inc. al jaren hun publiek voor zich innemen. Jammer is de politiek correcte keuze om van de wethouder een vrouw te maken met een watje als echtgenoot. Hoe goed Oostpolers Juul Vrijdag en Remco Melles hun werk ook doen, een rolwissel naar de oorspronkelijke man-vrouwverhouding zou eigenlijk spannender zijn geweest.
Mede dankzij het sympathieke spelplezier van de grotendeels jonge cast is Italiaanse Nacht geen gevaarlijke voorstelling geworden, zoals een paar jaar geleden 'Alles moet weg' van Els Inc. dat wel was. Ook dat stuk ging over postfortuynistische vertwijfeling, maar de uitkomst was dubieuzer. Nu is het helder dat we medelijden dienen te hebben met die goedbedoelende dorpssocialisten. Niks mis mee, maar een tikje voorspelbaar is dat dan weer wel.
Italiaanse Nacht door Oostpool. Gezien: 20 januari 2007 in Huis Oostpool, Arnhem. Daar nog t/m 4-2. Landelijke tournee t/m 25 maart. Inlichtingen: www.oostpool.nl.

Labels: ,

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

07 januari 2007

Is.Man (GPD)

Roosen schetst traditie van kleine bange mannen

Door Wijbrand Schaap
Amsterdam (GPD) _ Uiteindelijk heeft de Islam net zo weinig met eerwraak te maken als het katholieke geloof met de scheiding tussen Jan uit Volendam en zijn Ellemieke van Elders. De voorstelling Is.Man van Adelheid Roosen leert ons dat een man die uit zijn beschermende omgeving wordt losgerukt, veroordeeld is tot hopeloos dolen en op het laatst zelfs tot moord uit angst. Geloof, in het toneelstuk verbeeld door een hemels draaiende soefimeester, kan daar heel weinig aan veranderen.
Eerst waren er de Gesluierde Monologen. Dat stuk over de verborgen wereld van de Moslimvrouw maakte een stille triomftocht langs buurthuizen en theaters tot in het Midden Oosten aan toe. Was dat stuk al een soort reactie op Eve Enslers 'Vagina Monologen', nu is het stuk Is.Man een reactie op de Gesluierde Monologen. Met haar alomvattende gretigheid wilde Adelheid Roosen nu wel eens snappen wat er in het hoofd van de Moslim-man omgaat. En hoewel ze nadrukkelijk niet in de ziel wilde wroeten van Mohammeds en Samirs die slechts één letter als achternaam hebben, kwam ze toch uit bij geweld. Haar research leidde uiteindelijk tot een zoektocht naar de motieven achter 'eerwraak'. In de gevangenis sprak ze met daders, in 'Blijf van mijn Lijf'-huizen met (bijna)-slachtoffers in een poging om begrip te kunnen krijgen voor de man die zijn vrouw, of zelfs zijn zus of dochter, vermoordt omdat ze op een verkeerde manier naar de buurman heeft gekeken.
Het resultaat van haar zoektocht schreef Roosen op in de vorm van een toneelmonoloog waarin de zoon van een eerwreker het verhaal van zijn vader en grootvader vertelt. Die grootvader, verbeeld door de Koerdische muzikant Brader Musiki, is in de voorstelling veruit de indrukwekkendste aanwezigheid. In zijn onverstaanbare klaagzangen, maar meer nog in zijn zwijgen, is hij de oosterse variant van Marlon Brando. Hij is een Don Corleone, de Capo di tutti Koerdische Capi die vanuit zijn geïsoleerde oost-turkse bergdorpje macht uitoefent over zijn achter-achterkleinkinderen in een moderne stad, duizenden kilometers verderop. Hij is de traditie, de geschiedenis waarover niemand vragen stelt, maar waar niemand ook voor kan vluchten. Hij is het die met zijn dorpsraad iedere inburgeringscursus bij voorbaat tot een farce maakt.
De kleinzoon, gespeeld door een iets te heftig gebarende en articulerende Friese acteur met Palestijns bloed, probeert ons, maar ook zichzelf, uit te leggen wat niet uit leggen valt: dat familie- of clan-eer voor een man het allerhoogste is en dat een vrouw er eigenlijk standaard op uit is om die eer aan te tasten, al is dat door verkracht te worden door de buurman. Dat het niet uit te leggen is, maakt Is.Man duidelijk. Dat de spiraal van eergeweld ook niet zomaar te doorbreken is door een hier levende immigrantenzoon, is de belangrijkste boodschap van dit toneelstuk.
Op het laatst worden de vier mannen op het toneel eigenlijk steeds kleiner met hun rare regeltjes, hun bizarre woede en hun bij voorbaat mislukte pogingen tot verzoening. Op het laatst worden de metershoge jurken die aan kleerhaakjes aan de zoldering van het theater hangen het belangrijkste beeld. Zijn het de kleren van de dode vrouwen? Zijn het godinnen? Zijn het de vrouwen zelf die zo onnoemelijk veel superieurder zijn dan al dat mannelijke gekonkel? Gaat het uitsluitend om een lid-woord? Is, met excuses voor het taalgebruik, dé man dé lul of man lul? Daar kunnen we dan nog heel lang over napraten.

Is.Man van Bos theaterproducties. Gezien: 5 januari in Amsterdam, première. Tournee t/m 11 april 2007. Inlichtingen: www.bostheaterproducties.nl

Labels: ,

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

24 december 2006

Dogville

Dogville brengt onontkoombare kerstgedachte
Door Wijbrand Schaap
Rotterdam (GPD) _
Een keer per jaar sneeuwt het. Zelfs in de tropen. Één keer per jaar eten we stoofperen. Één keer per jaar is het kerst en vrede op aarde. Één keer per jaar denken we – behalve aan ons zelf – ook aan anderen. Daarom lopen de ruzies en conflicten ook nooit zo gierend uit de hand als tijdens de kerstdis. Het ro theater heeft er nu een passende voorstelling bij gemaakt. Alleen dat is al reden genoeg om Dogville te gaan zien, ook als het ergens diep in februari is en de krokussen aan hun tweede bloei zijn begonnen.
Dogville is oorspronkelijk een film van Lars von Trier. Dit hoogtepunt uit de Dogma-stroming is misschien nog niet door iedereen gezien. Iedereen kent de film natuurlijk wel van de geruchten dat hoofdrolspeelster Nicole Kidman regisseur Von Trier wel kon schieten en hem na afloop niet meer wilde spreken. Von Trier maakt namelijk niet zomaar films. Hij maakt onontkoombare films en daar moet je tegen kunnen. Ook als acteur. Dat Pieter Kramer er nu een theaterversie van maakt die even onontkoombaar is, mag een hele prestatie genoemd worden.
Waar Von Trier de film ontdeed van realistische decors en het hele verhaal in beeld bracht in een filmstudio met krijtstrepen op de vloer in plaats van muren, draait Kramer de boel om. Kramer maakt film op het toneel zoals Von Trier theater op film bracht. Het openingsbeeld is al meteen raak: een megaprojectie van een magnifiek uitzicht op de Rocky Mountains die het ingeslapen gehucht Dogville omsluiten. Gedurende de voorstelling worden de locaties van de film als hyperrealistische kijkdoos-tafereeltjes het toneel op gereden of komen ze uit de toneelkap zakken. Op vaste punten zakken echter ook filmlampen uit de kap, die het toneel spoorslags veranderen in een filmstudio. En in die studio, annex kijkdoos, vertelt Ton Kas het verhaal over het dorp dat door goed te willen doen tot afschuwelijke daden komt.
Het inzetten van deze verteller is even riskant als meesterlijk. Kas, de man die vorig jaar de kerstproductie Soul schreef, is met zijn uitstekend doordachte cynisme iemand die mensen nogal makkelijk tegen zich in het harnas jaagt. Op het zomerfestival De Parade geeft hij daar nog wel eens mooie demonstraties van. Maar nu is hij de man die met zijn alziende blik precies de juiste toon treft voor het verhaal over de 'onschuldige' Grace (Jacqueline Blom) die als vluchtelinge eerst genegeerd, dan getolereerd en uiteindelijk misbruikt wordt. Zo'n toon die je wel eens hoort in die gangsterfilms uit de jaren dertig, of de arbeidersfilms van Frank Capra en Arthur Miller. We zullen maar zeggen: Kas is de Nederlandse Humphrey Bogart, maar dan zonder peuk.
Of Jacqueline Blom de Nederlandse Nicole Kidman is? Nee. Maar dat is ook helemaal niet erg. Blom is misschien ouder maar zeker wijzer dan Kidman en zo speelt ze Grace ook. Het is natuurlijk moeilijk voor haar om haar personage in al die soms ultrakorte scènes een beetje gehalte te geven, maar het raadsel van haar gelatenheid weet ze goed tot het allerlaatst vast te houden. Om haar heen spelen de andere acteurs van het ro-ensemble hun rollen vol overtuiging, waarbij vooral Frank Lammers als de Nederlandse Frank Lammers glorieert als de gemankeerde dorpsfilosoof die met zijn ideeën de hele helse santekraam in beweging zet.
Het einde is onverwacht, beklemmend en keihard. Het levert een hoofd vol gedachten op, waarmee je zeker langer dan een heel weekend zoet bent. Dat kan van de gemiddelde kerstgedachte lang niet altijd worden gezegd.

Dogvolle door het ro theater. Gezien: 23 december in Rotterdam. Tournee t/m 24 februari 2007. Inlichtingen: www.rotheater.nl

Labels: ,

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

17 december 2006

Jan Rap en zijn maat

WORSTELEN MET DE SEVENTIES
(Door Wijbrand Schaap)
DEN HAAG (GPD) _ Kratjes. De gemiddelde jongere weet daar wel raad mee. Van kratjes kun je namelijk hele mooie dingen bouwen. Windschermen bijvoorbeeld, op een stormachtige camping in Noordwijk of op Terschelling. Eerst wel al het bier opdrinken, natuurlijk. In 'Jan Rap en z'n maat', het toneelstuk naar het gelijknamige boek van Yvonne Keuls, maken de kids er een decor van.
Kan ook.
'Jan Rap...' was als boek, maar haast meer nog als toneelstuk, een heftig inslaande bom in het rustige Nederland van de jaren zeventig. Na 'The Family', die eerdere hit van Lodewijk de Boer, was het opnieuw een stuk over randgroepjongeren die toen nog gewoon tieners heetten. Gebaseerd op eigen ervaringen als amateur-opvangmoeder schreef Yvonne Keuls een boek over idealistische hulpverleners die uiteindelijk moeten inzien dat de maatschappij, of 'het systeem', niet met uitzonderingen als zij overweg kan. Ze werd er de Carry Slee van de seventies mee.
Het was in die tijd dat ook regisseur Peter de Baan met toneelgroep Sater heel erg maatschappelijk betrokken politiek toneel met boodschappen maakte en schreef. Dat ging voorbij, net als de seventies. De randgroepjongeren van toen zijn de zorgmanagers van vandaag, die uitsluitend nog pleiten voor het keihard aanpakken van hun erfgenamen, de kutmarokkanen van nu. En inmiddels is ook de antipsychiatrie in het curiositeitenkabinet van het verleden bijgezet, net als politiek theater met een boodschap. Wat dus te doen met dat toneelstuk?
Bewerken. Maar niet helemaal.
Peter de Baan schakelde scenarist Ger Beukenkamp in om het stuk geschikt te maken voor de tournee die nu door het land reist. Hij schreef vooral liedjes, waarvan er een aantal best aardig gelukt zijn. Fons Merkies en Jan Tekstra tekenen voor de muziek die voldoende seventies klinkt om leuk te zijn. Jammer alleen dat ze vaak een tape gebruiken als het even heftiger moet worden. Waarom niet nog een bassist en een drummer ingehuurd, zoals Toneelgroep Amsterdam deed bij 'Hemel boven Berlijn'? Dat zou zeker goed gewerkt hebben. Nu werd het er te veel schoolmusical van.
Het mag de pret echter niet drukken, die te beleven valt met een aantal spelers. Susan Visser slaagt er met enige moeite in om van haar Gooische Vrouwen-imago af te komen, Egbert Jan Weber stottert leuk, Terence Schreurs doet iets tofs met een 'wet T-shirt show' onder de douche, maar ster zijn toch de grote meneer Noël S. Keulen en Margreet Boersbroek als Gemma, de vuilbekkende meid om wie het hele stuk begonnen is. Ze kan leuk zingen, al gaat het er uiteindelijk allemaal wel erg hard en heftig aan toe. Dat krijg je van werken met mensen met weinig toneelervaring: doe je emotie, doe je schreeuwen.
Hoewel de voorstelling onderhoudend is, wringt er toch iets, en dat is de moderne blik van de makers. Nu 'het systeem' niet meer de grote vijand is, en de softe schreeuwthearpie van socio Sjoerd Pleijsier even belachelijk gevonden dient te worden als de theehobby van sommige burgemeesters, blijft er van het verhaal bitter weinig overeind.
Dan wreekt zich toch het ontbreken van een echte boodschap, een echte 'wij tegen de rest'-mentaliteit en dat goeie seventiesgevoel. Terwijl dat best weer eens terug zou mogen komen. Inmiddels worden homo's tenslotte weer gehaat, vrouwen nagefloten en invoelende, solidaire zorgvernieuwers uitgelachen. Nu nog een stuk erover maken.

Jan Rap en z'n maat. Gezien: 17 december 2006 in Den Haag (première). Tournee t/m 7 april 2007. Inlichtingen: www.janrap.com.

Labels: ,

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

10 december 2006

Rouw Siert Electra

Toneelgroep Amsterdam maakt opnieuw kennis met Elektra
'Het is een bikkelharde voorstelling'

Toneelgroep Amsterdam is terug aan de top van het Nederlandse theater. Directeur Ivo van Hove werkt ondertussen gestaag verder aan de internationale carrière van niet alleen zichzelf, maar ook zijn gezelschap. Vanaf donderdag 7 december is er bovendien de herneming van een legendarisch stuk waarmee Van Hove ooit in Amsterdam furore maakte: Rouw Siert Elektra.

Door Wijbrand Schaap
Amsterdam (GPD) _ ,,Het is een bikkelharde voorstelling. Daar schrok ik wel van, toen ik hem terug zag.” Ivo van Hove, directeur van Toneelgroep Amsterdam is desondanks goed te spreken over zijn versie van Rouw siert Electra, de bewerking die de Amerikaanse schrijver Eugene O'Neill in de jaren dertig maakte van de klassieke tragedie Oresteia. ,,Nu zelfs, als ik het met mijn acteurs weer repeteer, ben ik verbijsterd over wat ze doen. Dan wil ik het zachter maken, maar zeggen zij: 'Nee, Ivo, dit is zoals je het wilde'. Toen ben ik maar eens naar de dvd gaan kijken die er destijds van gemaakt is, en keek ik hem in één keer uit. Dat zegt wel iets over de kwaliteit. Het sleepte me mee tot het einde. Dat gebeurt met je eigen werk niet zo snel.”
Ook de Nederlandse pers en het publiek waren geschokt door de voorstelling, maar er was ook oog voor de onmiskenbare kwaliteit van het stuk, waarin eer- en bloedwraak op de schaal van een Amerikaanse familie werd getoond. Al had de ontvangst in Nederland volgens Van Hove wel een onsje minder gekund: ,,Het stuk werd in de Nederlandse kranten beschreven als een pornoshow, terwijl het dat toch echt niet is. Het stuk is wel bijna Japans hard en hoekig. Er is geen tederheid. Het is een meedogenloze voorstelling, eigenlijk. Dat heeft zeker te maken met mijn gevoelsklimaat van dat moment.”
En dat gevoelsklimaat was kil. Van Hove zelf denkt niet graag terug aan die periode van 2002 tot 2004. Zijn komst naar Toneelgroep Amsterdam als opvolger van de vertrekkende artistiek leider Gerardjan Rijnders leidde tot grote onrust. Niet alleen had het bestuur ambities van Theu Boermans' gezelschap De Trust om tot een fusie met Toneelgroep Amsterdam te komen, gedwarsboomd, ook de nieuwe stijl van leiding geven van de Vlaamse regisseur leidde tot conflicten. Acteurs vertrokken en ook de steracteur, Pierre Bokma, verkoos een carrière buiten de Amsterdamse Stadsschouwburg. Inmiddels werkt Bokma via een omweg weer bij het gezelschap, nu hij de rol van Agamemnon speelt in de Oresteia die Toneelgroep Amsterdam samen NTGent heeft gemaakt. Toch is de relatie met Bokma nooit slecht geweest, vertelt van Hove nu: ,,Alleen wilde niemand dat geloven. Er waren anderen die niet meer met mij wensten te werken, maar Pierre wilde gewoon na zoveel jaar bij Toneelgroep Amsterdam te zijn geweest iets voor zichzelf. Hij is daar altijd heel erg open over geweest. Ook binnen het gezelschap. Pierre weet bovendien dat de deur hier wagenwijd openstaat, mocht hij terug willen keren. Het leven is wat mij betreft ook te kort voor een breuk tussen mij en Pierre.”
Hoe dan ook: deze nieuwe voorstelling heeft een andere bezetting dan die waarmee het stuk in dat roerige jaar 2003 in première ging: Eelco Smits speelt de rol die Jochem ten Haaf destijds speelde en Hans Kesting heeft de rol van Pierre Bokma erbij genomen, zodat zijn rol nu een dubbelrol is, wat ook de bedoeling is geweest van O'Neill. Daarmee wordt het wel een ander stuk, toch?
,,Natuurlijk past de rol zich aan aan de acteur.”, verklaart van Hove. ,,Bij Hedda Gabler werkte dat ook zo. Dat had ik eerst in New York gemaakt met een Amerikanse cast en daarna hier met Halina Reijn in de hoofdrol. Dat leverde een totaal andere dynamiek op.” Maar niet per se slechter, volgens de regisseur, die met de Nederlandse versie van Hedda Gabler in juni van dit jaar kon rekenen op een gematigde ontvangst door de Nederlandse pers. ,,Ik heb gemerkt dat dat een win-win situatie is. Ik kies ook nooit zomaar een tekst. Ik heb wel een boekenkast vol met toneelwerk, maar ik kan niet zomaar alles op ieder moment doen. Juist daarom is zo'n terugkeer naar iets dat je al gedaan hebt, een prachtige gelegenheid tot verdieping. Het is als thuiskomen na een lange reis. Je kent het huis, maar door het met frisse ogen te bekijken kun je nog beter zien wat je wilt veranderen, wat je wilt weglaten of erbij wilt zetten.”
Dat hernemen van stukken met dezelfde interpretatie, maar met andere acteurs, doet van Hove vaker. De internationale carrière van Van Hove, die zich al uitstrekte over Nederland, België en Amerika waar naast New York en Boston inmiddels ook Los Angeles in zicht is, heeft er inmiddels ook een Duitse dimensie bijgekregen. Eind november ging in het Schauspielhaus in Hamburg 'Der Geizige' in première, een nieuwe versie van Molière's 17e eeuwse komedie De Vrek. Het stuk, dat in Duitsland wisselend werd ontvangen, zal hij wellicht later dit jaar ook in New York maken. Van Hove: ,,Wat ik in Amsterdam doe: repertoire opbouwen, dat doe ik eigenlijk over de hele wereld. Ik ga De Vrek nu ook doen in New York. Dat ga ik wel doen met een totaal ander idee over de casting. Ik ga de Vrek door een vrouw laten spelen, en maak de cast verder helemaal multiraciaal. New York is vooralsnog de enige plek in de wereld waar je op zulk hoog niveau met een multiraciale cast kan werken. Maar dat betekent ook dat ik wat anders met het stuk ga zeggen: geld is niet alleen een mannenzaak, zoals bij Molière, maar ook een zaak van vrouwen en van minderheden. Het zit door de hele maatschappij heen verweven.”
De interpretaties die Van Hove geeft van bekende stukken, worden niet altijd op waarde geschat, volgens de regisseur, die ook heeft gemerkt dat een stuk dat in het ene land met gejuich wordt onthaald, in het andere land op boegeroep kan rekenen. Toch past hij zijn ideeën daar niet op aan. Zijn visie blijft hij trouw: ,,In mijn voorstellingen zijn er meestal geen slachtoffers. Althans: de slachtoffers zijn even goed ook daders als dat de daders slachtoffer zijn. Dat zit in mijn Hedda. Dat zit in Rouw siert Electra. Dat zit in De Vrek. Mensen gunnen elkaar het leven niet. Dat is een eigentijds beeld van hoe we met elkaar omgaan.”

Rouw Siert Elektra wordt gespeeld in de serie Topstukken. Te zien in onder andere: Groningen, Eindhoven en Arnhem. Inlichtingen: www.topstukken.nl

Labels: ,

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

03 december 2006

Oud Vuil

Hartverwarmende anarchie in Oud Vuil

Door Wijbrand Schaap

Leiden (GPD)_Het kan dus toch. Een komedie van Nederlandse bodem die echt leuk is, met een paar schurende grappen waar nu eens iedereen in de zaal om kan lachen. En wat nog meer kan: Jules Croiset senior op het toneel daadwerkelijk lol zien hebben in zijn werk. En dat dat dan overkomt. Oud Vuil is, kortom, een stuk dat je gezien moet hebben, want er wordt geschiedenis mee geschreven.
Het schrijversduo Flip Broekman en Thomas Verbogt slaagt waar vele andere Nederlandse komedieschrijvers faalden. Zij hebben een komisch toneelstuk geschreven dat moeiteloos aansluit bij de Britse comedytraditie waarin uitersten als Monty Python en Keeping up appearances of Men behaving badly gezellig naast elkaar kunnen bestaan. Anders dan de Amerikaanse tv-humor biedt de Britse traditie ruimte voor volslagen onlogische plotwendingen en personages die zich niet aan de wetten van de psychologie houden. Belangrijker nog: je moet als schrijver van zulke comedy je publiek ook heel snel duidelijk maken dat alles in het stuk volkomen voorspelbaar onvoorspelbaar zal verlopen. En dat doen Broekman&Verbogt.
Oud Vuil gaat over een gepensioneerd stel dat de grote stad verruilt voor een dorp. Eenmaal op het platteland loopt hun leven echter anders dan ze hoopten. Iedereen in het dorp blijkt gestoord: de buurjongen is een psychopaat, de dokter een massamoordenaar en de buurvrouw heet Ingeborg Elzevier. De komst van een zwerver die door alle dorpsgenoten al dan niet terecht voor vader wordt aangezien zet een serie gebeurtenissen in beweging die uiteindelijk voor een explosief, maar ook hartverwarmend einde zorgen.
Regisseuse Anny van Hoof heeft ervaring met anarchistische Britse toneelhumor. Bij haar eigen gezelschap Het Groote Hoofd en bij de Theatercompagnie maakte ze al prachtige voorstellingen waarin volks sentiment en absurde logica hand in hand gingen. Omdat ze zelf is opgegroeid in de Brabantse klei durft ze plattelanders ook als plattelanders neer te zetten. Hoewel? De bewoners van het dorp zijn allemaal een soort van import, eigenlijk. Maar dat geldt voor heel Nederland natuurlijk, waarmee de deftige taal van de bewoners weer volkomen logisch wordt. Velp. Of daaromtrent.
Jules Croiset en Nelly Frijda zijn het stadse stel en eindelijk is Nelly Frijda nu eens niet Ma Flodder met een net pakje aan. Eindelijk is ze gewoon een innemend actrice die aards is zonder plat te zijn. Cas Enklaar speelt zowel de dokter als de mysterieuze zwerver en hij doet die dubbelrol met zoveel zichtbaar plezier dat hij alleen daarvoor al onderscheiden mag worden. En wat zullen we zeggen van Abel Nienhuis? Vaak zijn jonge acteurs in dit soort toneelstukken een sluitpost die zichzelf veel te serieus neemt, maar nu niet. Hij groeit in de voorstelling en zeker zijn slotwoorden zijn legendarisch.
Naast een lekker in zijn vel zittende Jules Croiset is echter Ingeborg Elzevier de echte grote ster van Oud Vuil. Wat heeft dat mens er een lol in om een prettig gestoorde dronken oude vrijster te spelen! En wat doet ze dat overtuigend. Zó oud worden wil iedereen wel. En dat het dan ook niet als een nachtkaars uitgaat, natuurlijk. Voor die moraal zorgen Broekman en Verbogt. Heerlijk.

Oud Vuil door Hummelinck Stuurman Theaterproducties. Gezien: 2 december in Leiden. Tournee t/m 4 maart 2007. Inlichtingen: www.humstu.nl


Labels: ,

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

02 december 2006

August August August

Michaël Pas is prachtige August

Door Wijbrand Schaap
Utrecht (GPD)_Dirk Tanghe is terug van een beetje weggeweest. Dat is vaker voorgekomen. De man die bij zijn afstuderen in 1983 al de wonderboy van het theater werd genoemd heeft veel te lijden van een wisselvallig gemoed. De laatste paar grote producties van zijn hand (Theatermaker, Mensenhater) waren zijn minste. Met August, August, August neemt de vijftigjarige regisseur nu doeltreffend revanche. Het is een Tanghe zoals alleen Tanghe die kan maken: even kleurrijk van vorm als zwart van inhoud, even gestileerd van spel als schetsmatig van mis-en-scène.
August, August, August is een stuk dat een normale theatermaker zijn publiek niet aan zou doen. De Tsjechische schrijver Pavel Kohout schreef het in 1967, aan de vooravond van de Praagse Lente van 1968, toen de Tsjecho-Slowaakse democratiseringsbeweging door een inval van Russische troepen in bloed werd gesmoord.
August is een clown met een droom. Hij wil directeur worden. De echte circusdirecteur legt hem onmogelijke proeven op, die August op wonderlijke wijze doorstaat. Op het einde overwint het kwaad.
Het stuk is razend populair in het amateur- en familietheater, maar is inhoudelijk en op tekstgebied eigenlijk een draak. Ook de vertaling die De Paardenkathedraal gebruikt voor deze voorstelling doet aan dat beroerde gebrabbel niets af.
En dan komt dus Tanghe om de hoek kijken. Hij neemt het stuk serieus op een manier die geen andere regisseur zich durft te permitteren. Voor hem gaat het naïeve clowntjesstuk over fundamentele kwesties rond kunstenaarschap, leven en dood. Die bloedige ernst weet Tanghe vervolgens op zijn acteurs over te brengen, en op zijn artistieke staf. Wat kostuums, decor en – vooral – belichting voor elkaar krijgen grenst aan het sublieme.
De acteurs van de sprekende rollen zeggen hun tekst in de geposeerde, trage stijl die inmiddels een handelsmerk is geworden van De Paardenkathedraal, en de amateurspelers die voor het wervelende circusspektakel moeten zorgen zijin vooral aandoenlijk. Verwacht dan ook geen hemelbestormende kunsten als in Toneelgroep Amsterdams Hemel boven Berlijn en ook de magie haalt het niet bij de wonderen van het Cirque du Soleil. Maar je krijgt iets anders. Want in August, August, August speelt Michaël Pas. En Michaël Pas zou dankzij deze titelrol zomaar eens helemaal vanzelf met de hoogste toneelonderscheiding van het seizoen naar huis kunnen gaan wandelen. Deze 40-jarige acteur speelt een kind zonder een kind te zijn, is naïef zonder knipoog en intelligent genoeg om zijn prachtige domheid tot het einde toe vol te houden. Dat is een prestatie die groter is dan je zou denken: het vereist totale overgave aan de rol en de opvatting van de regisseur.
Alleen de ontwapenende aanwezigheid van Michaël Pas is al intrigerend genoeg om de aandacht van het publiek de volle twee en een half uur vast te houden. Dan vergeef je het Tanghe ook zomaar dat hij in zijn geluidsband wel erg voor de hand liggende keuzes maakt uit het circusrepertoire. Was er dan echt niets anders te vinden dan Fellinicomponist Nino Rota?

August, August, August door De Paardenkathedraal. Gezien: 1 december. Tournee t/m 3 mei 2007. Inlichtingen: www.paardenkathedraal.nl.

Labels: ,

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.