28 juni 2007

Dood Toneel blijkt Universeel

Young Theatre Critics Seminar tijdens Sterijino Pozorje Festival in Novi Sad, Servië.
27 mei t/m 3 juni

In juni bezochten Robbert van Heuven en Erica Smits op uitnodiging van de Kring van Nederlandse Theatercritici een seminar van het IATC voor jonge critici tijdens het Strerijino Pozorje Festival in het Servische Novi Sad. Een kort verslag.


Erica Smits en Robbert van Heuven

Slaapverwekkend conservatieve theatervoorstellingen zijn universeel. Al na een half uurtje lijkt Uncles Dream, een Dostojewski-bewerking van het Servisch Nationaal Theater, de jonge critici, ondanks alle culturele verschillen, te verenigen in ultieme verveling. Geen enkele verbeelding of creativiteit. Spelen wat er staat. Punt. In de nabespreking maakt een collectieve woede zich dan ook van ons meester. Wie maakt er in godsnaam nog zulk museumtoneel? Overal in Europa maken Nationale Tonelen zulke rommel, blijkt uiteindelijk.

Het is maar een van de vele culturele overeenkomsten en verschillen die worden getackeld tijdens het Young Theatre Critics Seminar dat tijdens het Sterijino Pozorje Festival in Novi Sad, wordt gehouden. Uit alle hoeken van Europa zijn jonge collega´s naar de Servische universiteitsstad gekomen: van Groot-Brittannië tot Polen en van Slowakijke tot Servië. Onder het motto ‘in/out of the context?’ discussiëren ze over de rol van de culturele context die een criticus met zich meeneemt als hij/zij naar een voorstelling kijkt die afkomstig is uit een totaal andere context. Wat schrijf je over een voorstelling die artistiek gezien niet ‘je-van-het’ is in onze ogen, maar in de Servische theaterwereld wel vernieuwend is of een belangwekkend thema als nationale identiteit na de oorlog aansnijdt?

Een interessante vraag. Zeker in dit land waar men tot voor kort dezelfde taal sprak, maar waar nu Servisch, Bosnisch en Kroatisch verschillende talen genoemd worden, terwijl er aan de taal zelf niets veranderd is. In veel van de voorstellingen van het regionale theaterfestival komt de vraag naar identiteit dan ook terug. Het meest duidelijke voorbeeld daarvan is misschien wel Fragile! van de Sloveense Tena Stivicic. Daarin zoekt een aantal personages uit verschillende Balkanlanden hun toevlucht in Londen in een poging daar hun droom te verwezenlijken. Tot zover raakt de voorstelling aan universele en grensoverschrijdende thema’s. Maar als een van de Servische deelnemers aan het seminar weet te vertellen dat de muziek afkomstig is uit de tijd van vóór de oorlog en bij alle ex-Joegoslaven herinneringen oproept aan een betere tijd, dringt het begrip ‘yugonostalgia’ door. En ook waarom er soms ineens een lach en een zucht van herkenning door de zaal ging.

Ook het groots opgezette spektakel Simeon the Foundling lijkt een manier om greep te krijgen op de nationale identiteit. Het is een vreemde mix van episch theater, religieuze symboliek, musical en Servische mythologie van de (aldaar) befaamde jonge schrijfster Milena Markovic. De zoektocht naar de wortels van de Servische ziel mag dan theatraal een rommeltje zijn, het maakt wel wat los bij de toeschouwers en sleept dan ook zowat alle prijzen va het festival in de wacht.

Ondertussen heeft de jonge Vlatko Ilic zich met zijn afstudeervoorstelling Only the end of the world (naar een tekst van Lagarce) de verontwaardiging van het publiek op de hals gehaald. Zijn radicaal post-dramatische benadering van een klassieke tekst mag dan bij het publiek (en bij de Hollandse critici, want veel te veel abstract om het abstracte) minder in de smaak vallen, de Servische collega`s zijn laaiend enthousiast. Voor hen is de voorstelling een radicale breuk met het traditionele theater en is Ilic een held omdat hij met zo’n voorstelling durft af te studeren.

Op een plek waar zo veel interessant en politieks gaande is, is het misschien wel des te wranger dat een voorstelling als Uncle’s Dream nog steeds zoveel lachers op de hand weet te krijgen en op de steun van het grote publiek kan rekenen. Het lijkt erop dat zij dit theater vooral waarderen als vlucht uit het alledaagse. Zij zitten helemaal niet te wachten op radicaal politiek theater. Maar ach, is dat niet net zo goed grensoverschrijdend?

Dit is een verkorte versie van een langer verslag dat uiteindelijk zal verschijnen op www.robbertvanheuven.nl en www.ericasmits.nl en hopelijk ook op deze site.
De jonge critici hebben besloten samen te werken om een Europees Digitaal Tijdschrift mogelijk te maken.
www.theatre-in-context.eu staat nu nog in de grondverf. Na de zomerstop hopen we er een bruisend internationaal platform van te maken.

Labels: ,

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

23 mei 2007

Fellini's la Stra op het strand

In het Haagse strandpaviljoen De Fuut wordt Fellini’s film La Strada opgevoerd in een danstheaterversie. Spitzen, een legerjeep en een Italiaans diner inbegrepen.

Door Ingrid van Frankenhuyzen / NRC Next , 21 mei 2007

Een nietsvermoedende badgast op het buitenterras van het Haagse strandpaviljoen De Fuut kauwt op zijn tosti als hij ineens een ‘malloot’ op spitzen voor zijn neus ziet dansen. De argeloze man lijkt een moment deel te zijn geworden van de locatievoorstelling La Strada, een danstheaterversie van de gelijknamige film uit 1954 van Frederico Fellini. Choreograaf en danser Thom Stuart van het gezelschap De Dutch Don’t Dance Division (DeDDDD): ,,Ik had al heel lang het idee om van Fellini’s verhaal en de prachtige muziek van Nino Rota een voorstelling te maken maar nu hadden we de plek. We reizen vaak met voorstellingen mee op festival de Parade maar dit jaar kun je zeggen dat we onze eigen Parade-productie hebben op een vaste locatie: het strand.”
Deze zomermaanden speelt de groep, bekend van onder andere een eigentijdse Notenkraker in de Grote Kerk in Den Haag, zijn versie van Fellini’s Oscar-winnende film over boeienkoning Zampano (Thom Stuart) die het arme meisje Gelsomina (HannaH de Leeuwe) van haar moeder koopt en als circusslaafje bruut behandelt. De naïeve Gelsomina wordt verliefd op Il Matto, de liefdevolle koordanser (Rinus Sprong) en dat heeft dramatische gevolgen.
Na een doorloop vertelt Stuart op het terras: ,,We wilden La Strada niet naspelen maar we zijn op onze manier wel trouw aan het verhaal. Oké, het ongeluk wordt bij ons een moord en Gelsomina komt bij ons vrijwillig aangesjokt door het zand, maar de tristesse van de film zit er nog wel in. We wilden het iets komischer, een beetje commedia dell’arte zonder eendimensionaal te worden. We gebruiken weinig tekst maar er zit weer wel een korte film in. Il Matto is bij ons een clownesk romantische figuur meer dan een wereldwijze man. En in plaats van op een koord danst hij op spitzen.”
Op het podium van De Fuut hangt het koord ónder het plafond; Rinus Sprong houdt zich er met één hand aan vast terwijl hij ‘evenwichtig’ over het podium trippelt. Technicus Marco van de Velde blijkt een professionele vierbalsjongleur, actrice HannaH de Leeuwe (ze speelde o.a. mee in Soldaat van Oranje) transformeert van verlegen meisje tot dansende circusartiest. Gelsomina deinst regelmatig mee in de leger-Jeep (uit 1954!) die als minilocatie gebruikt wordt en waarin Zampano zijn bruutheden tegenover haar begaat. Op het podium danst ze eenmaal getemd een acrobatisch duet met Zampano.
Het strand zorgt er volgens Stuart en zijn compagnon Rinus Sprong ook voor dat La Strada theater, dans én belevenis wordt. Toegankelijkheid is één van hun credo’s. Sprong: ,,Door alleen al op spitzen op het strand te dansen zien mensen dat dans niet iets moeilijks en abstracts is.” Hoe ze dan op een toch moeilijk dansbare plek als een strand terecht kwamen? Min of meer bij toeval. Als hondenbezitters liepen ze vaak op het hondenstrand. Ze dronken wel eens wat bij De Fuut waar voor viervoeters overigens ook ‘blikvoer du jour’ op het menu staat. Eigenaar Leo van der Vegt organiseerde er jazzoptredens, hij wilde meer dan bekend staan om het goede eten. Hij had eerder DeDDDD op de Parade gezien met de voorstelling Carmen. Stuart: ,,We besloten samen te werken. La Strada moest een gebeurtenis worden. Dus Leo doet de keuken, wij spelen en dansen. Anders dan in het theater ben je nu van 18.30 tot een uur of 22.00 onder de pannen. We wilden een echte Italiaanse avond met een driegangenmenu. Bij het voorgerecht krijg je al een muzikale amuse, de echte voorstelling begint na het hoofdgerecht. En naast alle dans, theater en het eten is er altijd dat immense decor van de zee, bij goed en slecht weer”
Tijdens de doorloop op Hemelvaartsdag drukt een meisje haar neus plat tegen de ruit. Gefascineerd door het geworstel met kettingen van boeienkoning Zampano, laat ze haar ijsje smelten. Als Zampano aan het einde van de voorstelling naar de zee rent, voor de golven knielt en voor dood neervalt, buigt een toevallige en bezorgde wandelaar zich over hem: ,,Gaat het wel goed met u meneer?” De gasten op het terras lachen en de man speelt als onwetende even een rolletje in La Strada. Lachend en zwaaiend loopt hij vervolgens verder, de culinaire theaterbezoekers zijn klaar voor het toetje.

La Strada, 22 t/m 31 mei, 5 t/m 20 juni, 4 t/m 20 september om 18.30. Toegang inclusief diner: € 37,50. Strandpaviljoen De Fuut, Strandslag 10 Markenseplein Den Haag. Info: www. ddddd.nu Reserveren: (070)3549074

Labels: ,

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

Boxing Pushkin

Poesjkin Festival: Boxing Pushkin. Gezien 14/ 5/07 Schouwburg Arnhem.

Door Ingrid van Frankenhuyzen / NRC Handelsblad

Vrolijk chaotisch, dynamisch associatief: voila de wereld van de Rus Alexander Poesjkin in de voorstelling Boxing Pushkin. Maar liefst 25 leden van orkest de ereprijs Apeldoorn en de Studio for New Music Moscow, 5 zangers, 1 acteur van werkplaats Generale Oost, 7 dansers en tal van dansacademiestudenten doen mee aan deze festivalvoorstelling. Onder regie van choreografe Andrea Boll (Hans Hof Ensemble) wervelt het korte tekstfragmenten van en over Poesjkin, spettert het zweet van de dansers op de toeschouwers -die allemaal rondom een echte boksring staan, speelt het licht nerveus voor kermis en spelen zich simultaan onder het publiek kleine andere metascènes als een echtelijke ruzie af: “Weet ik veel wat een dekabrist is. Ik zei toch dat ik geen zin had om naar het theater te gaan. Op RTL5 was vanavond iets veel leukers te zien geweest”.
Boll vertrok vanuit de idee dat volgens schrijver Daniil Charms, Poesjkin (1799-1837) voor de een revolutionair (dekabrist) was, voor de ander de romantische dichter, voor weer een ander een vrouwenverslinder. Iedereen heeft zo zijn eigen Poesjkin. De ‘grootste Rus’ aller tijden die het leven verloor tijdens een duel, krijgt dan ook telkens een andere identiteit (‘boxing’) als alle dansers hem eventjes vertolken door een zwarte lange jas aan te trekken. Zoveel mensen zoveel Poesjkins: de voorstelling eindigt dan ook met alle deelnemers in zwarte jassen.
Maar meer dan dat er gesproken wordt, gooien de dansers zichzelf door de touwen van de boksring. Woest zoekend, permanent op de vlucht, met elkaar vechtend, wodka drinkend en af en toe een regel poëzie voordragend. In een constante energiestroom.
Boxing Puskin is dan ook een swingend theatrale belevenis waar je erg vrolijk van wordt. Er is maar één essentiële gemiste kans: de live spelende musici en zangers onder leiding van dirigent Igor Dronow lijken er niet zoveel toe te doen. Hun moderne Russische composities gaan min of meer verloren onder al het theatrale geweld. Zij zitten ‘slechts’ achter in de zaal en in de regie wordt niet stilgestaan bij de muziek. Maar ach, musici en instrumenten hadden de acrobatische toeren van de dansers natuurlijk nooit overleefd.

Labels: ,

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

20 maart 2007

De eeuw van mijn dochter - Annette Speelt (De Pers, uitgebreide versie)

Redt Amelie ons Nederland?

20 maart 2007

Het is dan toch gebeurd. De visionair Jan Peter Balkenende is overleden. De grote acteur Jeroen Krabbé (Jaap Spijkers) houdt een toespraak, waarin hij, als vriend, de man herdenkt die als profeet “heel de natie leidde naar het beloofde land van lang vervlogen tijden / toen het geluk nog heel gewoon was en de buren / hun hoed afnamen voor de buren.” Eigenlijk wil Krabbé premier worden en hij legt het aan met mevrouw Balkenende (Nettie Blanken). Die gebruikt hem vervolgens voor het hoogste doel: het naar spruitjes riekende gedachtegoed van haar man voortzetten. Ondertussen maken de Griekse goden zich zorgen: wie kan hen stoppen? Zij vestigen hun hoop op Amelie, de dochter van de premier. Maar zij hebben niet gerekend op de nietsontziendheid van de moderne politiek.
Annette Speelt, de theatergroep van Michel Sluysmans en Thijs Römer, nodigden de Leidse dichter Ilja Leonard Pfeijffer uit om een actuele klassieke tragedie voor hen te schrijven met de huidige Nederlandse samenleving als onderwerp. Dat deed hij zoals het hoort: in vijf bedrijven, in alexandrijnen en op rijm. Het is een prima vondst: het strakke keurslijf van de alexandrijn als metafoor voor de benarde jaren vijftig.
Toch is Pfeiffer duidelijk geen toneelschrijver. Er ontwikkelt zich nauwelijks een plot en de personages zijn behoorlijk plat en zonder ontwikkeling. Ze zijn volledig ondergeschikt aan het basisidee van het stuk en hebben geen ziel van zichzelf. Ze leven niet. Daar komt bij dat Pfeijffer nog moet leren dat theater het sterkste werkt als personages dingen niet zeggen. Het beklemmende effect van de alexandrijnen werkt bijvoorbeeld het best als je de personages daar niet steeds op hardop van bewust laat zijn zijn. Ook wrijft hij ons er wel heel vaak in dat Nederland benepen is en bang.
Dat raakt aan een ander problematisch punt van de voorstelling: wat wil Annette Speelt hiermee? Echt veel fantasie is er niet voor nodig om vast te stellen dat Balkende hangt naar andijviestamppot en een schone stoep. Doordat wordt nagelaten echt diep op het thema in te gaan en in combinatie met de gekunstelde vorm dreigt de voorstelling te worden wat zij de politiek verwijt: gekunsteld en met (te) weinig inhoud.
Dat neemt niet weg dat teksten van Pfeijffer, los van zijn onervarenheid als toneelschrijver, geestig, venijnig en bij vlagen virtuoos zijn, met als hoogtepunt de tirade in metrum van mevrouw Balkenende op alles wat maar zwart, homoseksueel of anderszins on-Nederlands is. Ook wordt er prima gespeeld door een groep acteurs die er duidelijk plezier in heeft. Vooral Jaap Spijkers als Krabbé hangt losjes in het metrum en zit geregeld prettig tegen het schmieren aan.
De eeuw van mijn dochter is dan ook een heel aardige voorstelling die slechts aan het einde licht verontrust. Voor dat laatste blijft het thema te summier uitgewerkt. Het is vooral een genoegen om Pfeijffers scherpe pen gecombineerd te zien met licht engagement en een groep prima acteurs.

De eeuw van mijn dochter door Annette Speelt
Tekst: Ilja Leonard Pfeijffer
Regie: Anny van Hoof
Spel: Jaap Spijkers, Nettie Blanken, Lidewij Mahler, Thijs Römer, Michel Sluysmans en Eva Duijvestein.
Gezien: 17 maart 2007, Theater aan het Spui, Den Haag

Robbert van Heuven, 2007

Labels: , ,

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

16 maart 2007

Vanessa van Durme (Swan Lake): Kijk mama: ik dans

Door Ingrid van Frankenhuyzen/NRC Handelsblad

Haar levensverhaal is zo overweldigend dat het drama in het theater altijd zal verbleken: ex-prostituee, danseuse, actrice, schrijfster en chambre d’hôte-houdster Vanessa van Durme begon haar leven als man. Geboren in het verkeerde lichaam in een tijd -ze is nu bijna 60- dat geslachtsoperaties nog niet door zorgverzekeraars betaald werden, ging de Vlaamse een overlevingsstrijd aan tegen eenzaamheid, vervreemding en verdriet. Van Durme vertelde haar levensverhaal in haar autobiografie Kijk mama, ik dans: ’s lands bekendste transseksueel. En bekend was ze vooral geworden toen de Vlaamse (dans)theatermaker Alain Platel van Les Ballets C de la B voor haar een glorieuze moederrol creëerde in de succesvoorstelling Allemaal Indiaan (2000). Ze is een vaste verschijning geworden in serieuze Vlaamse tv-programma’s en haar solo, haar getheatraliseerde levensverhaal verovert nu ook de internationale podia.
Met haar intens doorleefde gezicht, gekleed in een roze onderjurk heeft Van Durme niet meer decor nodig dan een formica keukentafel, een jongens- en een meisjespop die symbool staan voor haar heden en verleden, haar man/vrouwzijn. Kijk mama, ik dans is verteltheater waarin veel verteld en af en toe een schijndialoog met haar ouders gespeeld wordt. De vertelde verhalen zijn pijnlijk, hilarisch, dagelijks en groot, strijdlustig en altijd aangrijpend. Als klein jongetje wilde ze zwanenmeren dansen in plaats van brandweerman. Tijdens ‘haar’ militaire dienst probeerde ze afgekeurd te worden door te zeggen dat ze manziek was: “Het kan zomaar gebeuren dat ik het hele peloton pijp”. Waarop ze prompt werd goedgekeurd omdat de manschappen dan ten minste rustig bleven. Ze vraagt God bozig waarom hij haar twee mensen laat zijn.
Van Durme schetst haar geslachtsoperatie in 1975 die ze nota bene in een geboortekliniek in Casablanca, Marokko onderging. De joodse arts is na 14 uur blij met haar ‘kutje’, zelf ziet ze het verwoestende resultaat eerder als Ground Zero. Ze is extatisch dat ze van haar penis verlost is ( “het is een soort asielzoekertje dat aanwezig maar niet welkom is”) en haar ontmaagding als vrouw is een van de mooiste momenten van haar leven. Na een tekenend, mannelijk leven vol hoererij en travestieshows, trouwt ze als vrouw met een Nederlander die op dat moment in Spanje gevangen zit. Ze zijn lang gelukkig samen. Als rode draad fungeert sowieso de liefde, vooral de moederliefde. Van Durmes moeder hield ondanks haar eigen verdriet, onvoorwaardelijk van haar kind. Ook als ze ooit opbiecht dat haar droom om te dansen waarheid is geworden. Alleen danst ze geen Zwanenmeer maar ‘danst’ ze voor mannen. Met oprechte tranen doet Van Durme relaas van haar moeders sterfbed.
Regisseur Frank Van Laecke en Vanessa houden de voorstelling prachtig klein, ritmisch en intiem, scenografisch sober. In zijn optimistische ondertoon is Kijk mama, ik dans typisch Vlaams: met veel vechten is het leven maakbaar. Een grotere catharsis bestaat er niet. Geweldig.

Labels: ,

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

05 maart 2007

Heksenjacht (De Pers, uitgebreide versie)

Degelijk is niet altijd saai

5 maart 2007, Dagblad De Pers (uitgebreide versie)

Door Robbert van Heuven

Het Nationale Toneel is niet het meest vernieuwende gezelschap van Nederland. Hun voorstellingen neigen door hun degelijkheid nogal eens naar de saaie kant. Dat heeft vaak te maken met het feit dat Het Nationale Toneel in de beste Britse traditie de teksten speelt, zonder daar aan een diepere laag toe te voegen. Zij laten de tekst het werk doen. De laatste jaren gaat komt daar langzaam verbetering in, dankzij jong bloed in de gelederen, zoals Annette Speelt en Susanne Kennedy.
Heksenjacht van Arthur Miller, in de regie van Franz Marijnen, is inderdaad vooral degelijk. In de eerste minuten dreigt, na herkenning van de overbekende Haagse acteerstijl bij acteur Peter Tuinman (met veel uithalen en rollende r´en) de verveling toe te slaan. Maar gelukkig is het stuk en de cast sterk genoeg om de toeschouwer uiteindelijk mee te slepen en op verschillende momenten daadwerkelijk te boeien.
In het dorpje Salem ziet de plaatselijke dominee Parris zijn dochter, zijn nichtje Abigail (Wendell Jaspers) en andere dorpsmeisjes ´s nachts dansen in het bos. Als zijn dochter vervolgens in coma raakt, laat Parris een geleerde prediker overkomen, die verstand heeft van Zwarte Kunsten. Om zelf niet van hekserij beschuldigd te worden, veinzen Abigail en de andere meisjes dat ze betoverd werden door anderen en noemen een reeks namen van onschuldige dorpsbewoners. Er wordt door de ondergouverneur van de staat een rechtbank ingesteld om de gevallen van hekserij te onderzoeken. Ondertussen zijn Abigail, maar ook andere dorpsbewoners, niet te beroerd om iedereen te beschuldigen die hen (zakelijk, in de liefde, of anderzijds) in de weg loopt als heks te bestempelen. Een hetze ontstaat en een leugentje om bestwil leidt tot een massamoord. De ondergouverneur (Bram van der Vlugt) is, volledig overtuigd van het bestaan van hekserij, niet meer in staat de werkelijkheid te zien. Het hoogste gezag is niet meer vatbaar voor argumenten en velen worden gearrestereerd en opgehangen. Onder hen de eerlijke boer en ex-minnaar van Abigail John Proctor (Jochum ten Haaf).
Niet het verhaal van Heksenjacht is boeiend, maar ook het thema is actueel en interessant. Onschuldigen worden vermoord op basis van kortzichtigheid en vooroordelen bij de machthebbers. ‘U bent voor deze rechtbank of u bent er tegen’, voegt de ondergouverneur één van zijn arrestanten nog toe. Die relevantie van tekst en thema is echter vooral te danken aan de tekst van Arthur Miller, die de tekst schreef als aanklacht tegen de Amerikaanse communistenjacht in de jaren vijftig. De nogal zouteloze regie van Marijnen voegt daar helaas weinig aan toe. Behalve misschien door de ensceneringvondst, waarbij de acteurs die niet spelen om het speelvlak heen zitten als een zwijgende jury. Ze staan nooit op om in te grijpen, maar schuiven soms zelfs een plaatsje op om het gebeuren beter te kunnen zien.
Op het acteerwerk is niets aan te merken, zij het dat de Haagse Stijl nogal overheerst. Verder willen de scènes waarin de meisjes door de duivel bezeten zijn in al hun hysterie nogal op de zenuwen werken. Maar de vraag is natuurlijk hoe je zoiets wel realistisch op het podium brengt. In ieder geval zetten Jochum ten Haaf en Bram van der Vlugt prachtige rollen neer.
Al met levert Heksenjacht een vrij aangename toneelavond op met een degelijk stuk toneel. Het is alleen wel jammer dat Marijnen, met zo´n actueel onderwerp, de toeschouwer nergens wil verontrusten. En dus gaat het publiek weer ongeschonden en met een rein geweten naar huis.

Heksenjacht van Het Nationale Toneel
Tekst: Arthur Miller
Regie: Franz Marijnen
Met: Bram van der Vlugt, Wendell Jaspers, Jochum ten Haaf, Peter Tuinman e.a.
Gezien: 3 maart 2007, Koninklijke Schouwburg, Den Haag

Labels: , ,

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

01 maart 2007

Nachtschade

Victoria: Nachtschade.

Door Ingrid van Frankenhuyzen/NRC Handelsblad

Dirks Pauwels van het Belgische theatergezelschap Victoria verzon het concept voor Nachtschade: zeven vaak beroemde danstheatermakers maken een choreografie voor zeven echte, professionele stripteasedansers. Entertainment ontmoet kunst, dat was de gedachte achter de solo’s. De theatervoyeur wordt nu ook erotisch voyeur. Het begint dan ook met een clichébeeld van danseres Barbara Rom die liggend op haar rug met haar (siliconen)borsten prijkt. Maar al snel valt op dat er geen kunstmatige erotiekmimiek en dito gebaartjes aan te pas komen: Eric De Volder stileert haar als een bescheiden, bijna kuis esthetische vrouw. Haar solo wordt opgevolgd door die van de dikke stripteuse Delphine Clairet die van de uitkleeddans een grappige cabaretvoorstelling maakt. Choreografe Vera Mantero laat de burleske kant zien van Clairet die gehuld in ballonnen uiteindelijk body paint-lingerie van zich af wast en ondertussen de zaal een geschiedenislesje vrouwelijke seksualiteit geeft. In de jaren dertig van de 20e eeuw was seks voor vrouwen taboe, nu mag er genoten worden. Maar de moraal is ook dat wie dik is om te lachen is.
Het klassieke, ‘ordinairdere’ werk komt op naam van Wim Vandekeybus die het kontwiegen van Sarah Moon Howe combineert met film en ronddraaiende tepelfranjes. Echt spannend en kunstzinnig is echter de solo van Caroline Lemaire van de hand van Alain Platel. Haar uitstraling van mooi, o zo onschuldig meisje én dodelijke femme fatale is hypnotiserend. Platel voegt in deze klassieke striptease ogenschijnlijk simpele maar uiterst creatieve vormgrappen met het theaterdoek toe. Het vijfkoppige Emanon Ensemble speelt een speciale versie van Je t’aime moi non plus voor dat tikje humor met knipoog. Platel regisseert het allemaal uiterst geraffineerd. Speciaal voor de dames in het publiek is er een sportschooltype man met zachtmoedige uitstraling: Sidi Meesters loopt uiteindelijk met een kaalgeschoren kruis de zaal in.
Nachtschade is daarmee een bonte revue die af en toe de (theater)kunst raakt. Wat dat betreft is choreografe Claudia Triozzi het meest intrigerend: haar danseres Cecilia Bengolea is nauwelijks te zien doordat ze opgaat in een psychedelische diaprojectie. Af en toe komt er een been tevoorschijn uit het geprojecteerde beeld en juist dat zoeken naar Bengolea’s lichaam is verrassend. Het grappige is dat Nachtschade in een welwillende theaterzaal eigenlijk weinig met erotiek te maken heeft. Misschien lopen er in gewone toneelstukken en choreografieën tegenwoordig al te veel naakte lijven rond om gegeneerd, verlegen of gefascineerd te raken. De choreografen trokken de striptease uit de goedkope sekssfeer, en geven het in Nachtschade enig theatraal maar ook preuts cachet. De gedeelde kern van de striptease en het theater ligt slechts in het doen alsof.

Labels: , ,

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

12 februari 2007

Aan het einde van de regenboog (AD)

ALGEMEEN DAGBLAD

Toneel: drie sterren.
Aan het einde van de regenboog van Peter Quilter. Gezien: 3 februari, Oude Luxor Rotterdam. Tournee t.m. juni 2007

Kleinsma te blakend voor verlopen diva

ERIC VAN DER VELDEN
ROTTERDAM
Veertien fameuze songs en een verhaal dat zo oud is als de showbizz zelf. Aan het einde van de regenboog van de Engelse schrijver Peter Quilter stelt als theaterstuk niet zo gek veel voor. Het is wat je noemt een acteursvehikel, zo geschreven dat de hoofdrolvertolkster alle kans krijgt om te schitteren.
De Nederlandse keus voor Simone Kleinsma is minder vanzelfsprekend. Zij moet immers Judy Garland (1922-1969) vertolken, een Amerikaanse ster die in alles haar tegenpool is geweest. Garland was grofgebekt, pathetisch, wispelturig, ongedisciplineerd, verslaafd, en uiteindelijk niet opgewassen tegen de druk van haar gigantische roem. Een blik op het strak getrainde lijf van de altijd zo blijmoedig overkomende Kleinsma, en je weet al genoeg: onze eigen miss showbizz zingt straks op haar zeventigste nog steeds de longen uit haar lijf.
Kleinsma geeft wat zij in huis heeft – en dat is veel. Maar hoe hard ze ook strijd tegen haar eigen blakende imago, een werkelijk wanhopige en uitgeputte diva wil maar niet te voorschijn komen. Met de liedjes is zij wel volledig geloofwaardig: doorleefd gezongen met een live orkestje, zonder het vibrato en de aanzwellende violen waarmee Garland destijds haar publiek wist in te pakken.
Paul de Leeuw als haar nichterige pianist en Kees Boot als haar manager en ‘nieuwe verloofde’ stellen zich dienstbaar op. Respectabele vertolkingen, al zou het wat gevaarlijker hebben gekund. Nu overheersen de liefdevolle bedoelingen met Garland, terwijl de vaardig geschreven dialoog ook ruimte laat voor een andere mogelijkheid: grof eigen belang. De aankleding is zo verzorgd als je mag verwachten bij een Joop van den Ende-productie, maar ook hier een kanttekening: de changementen tussen hotelkamer en theater duren net iets te lang.

Labels: ,

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

26 november 2006

Oresteia

Oresteia blijft een taaie tekst

Door Wijbrand Schaap
Amsterdam (GPD) _ Met zulke acteurs op het toneel kan het eigenlijk niet mis gaan. Over wie hebben we het hier immers: Elsie de Brauw, Chris Nietvelt, Pierre Bokma, Aus Greidanus Jr., Marieke Heebink. Ga zo maar door. Met die acteurs gaat het dus ook helemaal niet mis, in de Oresteia van Aischylos, waarmee NTGent en Toneelgroep Amsterdam hun uiterst succesvolle samenwerking voortzetten. Eerder dit jaar brachten ze samen al Opening Night. Een Succes uit het verleden dat een keiharde garantie leek te bieden voor de toekomst.
Léek te bieden, want er gaat toch iets mis, in dit klassieke oerstuk van 25 eeuwen oud. Maar wat er dan precies misgaat, dat is nog niet zo makkelijk uit te leggen. Want, behalve naar de beste acteurs van Nederland, die ook nog eens het beste van hun kunnen laten zien dankzij de beste regisseur van Noordwest Europa, Johan Simons, kijken we ook nog eens naar de mooiste theatervormgeving sinds jaren. Scenograaf Jens Killian doet iets simpels met hele rare modder en plexiglazen panelen. Oresteia gaat immers over de schepping van de moderne rechtsstaat uit de modder van de oertijd. En het gaat over godsbeelden en voorouderverering, dus dat Pierre Bokma, als oervader Agamemnon vermoord en in klei bijgezet, dankzij wat simpel bijgekleide tietjes verandert in de voedster van zijn twee kinderen, is zo logisch als wat.
Is de muziek dan de boosdoener? Dat vaag hoorbare 'ambient' geneuzel dat Peter Vermeersch ook al liet horen bij andere Simons-regies? Nee: ook die muziek, waar soms het ijselijke gekrijs van een kinderoffer in doorklinkt, werkt.
Is het dan toch de tekst? Is het dan toch dat 25 eeuwen oude driedelige stuk dat zichzelf voor de tweede keer in 2006 onspeelbaar verklaart? Hadden we eerder dit jaar niet die oerreligieuze, hysterische Oresteia van het Nationale Toneel in de Scheveningse Lourdeskerk? Deze versie mag dan wel honderd keer beter zijn dan die daverende dreunvoorstelling, nog altijd wil het drama niet tot leven komen. Terwijl er alle aanleiding voor is.
Aischylos beschreef het einde van de tijd, waarin eer- en bloedwraak elkaar in een eindeloze spiraal opvolgden, en het begin van de rechtsstaat, waarin wet en rechtspraak de taken van de goden overnemen. Orestes vermoordt zijn moeder omdat zij zijn vader had vermoord uit wraak voor het offer van hun dochter. Orestes wordt achtervolgd door wraakgodinnen en vindt hulp in en bij Athene. In de kromste rechtszaak ooit krijgt Orestes vrijspraak van straf omdat hij een man is.
Er is een reden te bedenken waarom het met deze Oresteia opnieuw misgaat: de taalverliefdheid van de makers, die totaal voorbij gaat aan de muzikaliteit van het theater. Let wel: alle acteurs begrijpen hun tekst en kunnen die ook glashelder verwoorden, maar het is wel vier en een half uur lang tekst, tekst en nog eens tekst.
Sterker dan ooit doet zich hier het gemis van Paul Koek voelen. De man met wie Johan Simons samen de hemel bestormde met Hollandia, maakte zelf eerder dit jaar een muzikale versie van de tragedie Smekelingen, met ook een hoofdrol voor Aus Greidanus Jr.. Samen konden Simons en Koek wonderen verrichten met die taaie Grieken door een combinatie van meesterlijk slagwerk, inhoudelijke frivoliteit en Jeroen Willems.
Nu is het Hollandse strengheid die regeert. Dat is jammer.
Oresteia door NTGent en Toneelgroep Amsterdam. Gezien: 25 november 2006 in Amsterdam. Nog te zien in Amsterdam t/m 6 december, Utrecht van 13 t/m 16 december en Gent van 5 t/m 20 januari 2007. Inlichtingen: www.toneelgroepamsterdam.nl

Labels: , ,

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.