28 juni 2007

Dood Toneel blijkt Universeel

Young Theatre Critics Seminar tijdens Sterijino Pozorje Festival in Novi Sad, Servië.
27 mei t/m 3 juni

In juni bezochten Robbert van Heuven en Erica Smits op uitnodiging van de Kring van Nederlandse Theatercritici een seminar van het IATC voor jonge critici tijdens het Strerijino Pozorje Festival in het Servische Novi Sad. Een kort verslag.


Erica Smits en Robbert van Heuven

Slaapverwekkend conservatieve theatervoorstellingen zijn universeel. Al na een half uurtje lijkt Uncles Dream, een Dostojewski-bewerking van het Servisch Nationaal Theater, de jonge critici, ondanks alle culturele verschillen, te verenigen in ultieme verveling. Geen enkele verbeelding of creativiteit. Spelen wat er staat. Punt. In de nabespreking maakt een collectieve woede zich dan ook van ons meester. Wie maakt er in godsnaam nog zulk museumtoneel? Overal in Europa maken Nationale Tonelen zulke rommel, blijkt uiteindelijk.

Het is maar een van de vele culturele overeenkomsten en verschillen die worden getackeld tijdens het Young Theatre Critics Seminar dat tijdens het Sterijino Pozorje Festival in Novi Sad, wordt gehouden. Uit alle hoeken van Europa zijn jonge collega´s naar de Servische universiteitsstad gekomen: van Groot-Brittannië tot Polen en van Slowakijke tot Servië. Onder het motto ‘in/out of the context?’ discussiëren ze over de rol van de culturele context die een criticus met zich meeneemt als hij/zij naar een voorstelling kijkt die afkomstig is uit een totaal andere context. Wat schrijf je over een voorstelling die artistiek gezien niet ‘je-van-het’ is in onze ogen, maar in de Servische theaterwereld wel vernieuwend is of een belangwekkend thema als nationale identiteit na de oorlog aansnijdt?

Een interessante vraag. Zeker in dit land waar men tot voor kort dezelfde taal sprak, maar waar nu Servisch, Bosnisch en Kroatisch verschillende talen genoemd worden, terwijl er aan de taal zelf niets veranderd is. In veel van de voorstellingen van het regionale theaterfestival komt de vraag naar identiteit dan ook terug. Het meest duidelijke voorbeeld daarvan is misschien wel Fragile! van de Sloveense Tena Stivicic. Daarin zoekt een aantal personages uit verschillende Balkanlanden hun toevlucht in Londen in een poging daar hun droom te verwezenlijken. Tot zover raakt de voorstelling aan universele en grensoverschrijdende thema’s. Maar als een van de Servische deelnemers aan het seminar weet te vertellen dat de muziek afkomstig is uit de tijd van vóór de oorlog en bij alle ex-Joegoslaven herinneringen oproept aan een betere tijd, dringt het begrip ‘yugonostalgia’ door. En ook waarom er soms ineens een lach en een zucht van herkenning door de zaal ging.

Ook het groots opgezette spektakel Simeon the Foundling lijkt een manier om greep te krijgen op de nationale identiteit. Het is een vreemde mix van episch theater, religieuze symboliek, musical en Servische mythologie van de (aldaar) befaamde jonge schrijfster Milena Markovic. De zoektocht naar de wortels van de Servische ziel mag dan theatraal een rommeltje zijn, het maakt wel wat los bij de toeschouwers en sleept dan ook zowat alle prijzen va het festival in de wacht.

Ondertussen heeft de jonge Vlatko Ilic zich met zijn afstudeervoorstelling Only the end of the world (naar een tekst van Lagarce) de verontwaardiging van het publiek op de hals gehaald. Zijn radicaal post-dramatische benadering van een klassieke tekst mag dan bij het publiek (en bij de Hollandse critici, want veel te veel abstract om het abstracte) minder in de smaak vallen, de Servische collega`s zijn laaiend enthousiast. Voor hen is de voorstelling een radicale breuk met het traditionele theater en is Ilic een held omdat hij met zo’n voorstelling durft af te studeren.

Op een plek waar zo veel interessant en politieks gaande is, is het misschien wel des te wranger dat een voorstelling als Uncle’s Dream nog steeds zoveel lachers op de hand weet te krijgen en op de steun van het grote publiek kan rekenen. Het lijkt erop dat zij dit theater vooral waarderen als vlucht uit het alledaagse. Zij zitten helemaal niet te wachten op radicaal politiek theater. Maar ach, is dat niet net zo goed grensoverschrijdend?

Dit is een verkorte versie van een langer verslag dat uiteindelijk zal verschijnen op www.robbertvanheuven.nl en www.ericasmits.nl en hopelijk ook op deze site.
De jonge critici hebben besloten samen te werken om een Europees Digitaal Tijdschrift mogelijk te maken.
www.theatre-in-context.eu staat nu nog in de grondverf. Na de zomerstop hopen we er een bruisend internationaal platform van te maken.

Labels: ,

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

23 mei 2007

Fellini's la Stra op het strand

In het Haagse strandpaviljoen De Fuut wordt Fellini’s film La Strada opgevoerd in een danstheaterversie. Spitzen, een legerjeep en een Italiaans diner inbegrepen.

Door Ingrid van Frankenhuyzen / NRC Next , 21 mei 2007

Een nietsvermoedende badgast op het buitenterras van het Haagse strandpaviljoen De Fuut kauwt op zijn tosti als hij ineens een ‘malloot’ op spitzen voor zijn neus ziet dansen. De argeloze man lijkt een moment deel te zijn geworden van de locatievoorstelling La Strada, een danstheaterversie van de gelijknamige film uit 1954 van Frederico Fellini. Choreograaf en danser Thom Stuart van het gezelschap De Dutch Don’t Dance Division (DeDDDD): ,,Ik had al heel lang het idee om van Fellini’s verhaal en de prachtige muziek van Nino Rota een voorstelling te maken maar nu hadden we de plek. We reizen vaak met voorstellingen mee op festival de Parade maar dit jaar kun je zeggen dat we onze eigen Parade-productie hebben op een vaste locatie: het strand.”
Deze zomermaanden speelt de groep, bekend van onder andere een eigentijdse Notenkraker in de Grote Kerk in Den Haag, zijn versie van Fellini’s Oscar-winnende film over boeienkoning Zampano (Thom Stuart) die het arme meisje Gelsomina (HannaH de Leeuwe) van haar moeder koopt en als circusslaafje bruut behandelt. De naïeve Gelsomina wordt verliefd op Il Matto, de liefdevolle koordanser (Rinus Sprong) en dat heeft dramatische gevolgen.
Na een doorloop vertelt Stuart op het terras: ,,We wilden La Strada niet naspelen maar we zijn op onze manier wel trouw aan het verhaal. Oké, het ongeluk wordt bij ons een moord en Gelsomina komt bij ons vrijwillig aangesjokt door het zand, maar de tristesse van de film zit er nog wel in. We wilden het iets komischer, een beetje commedia dell’arte zonder eendimensionaal te worden. We gebruiken weinig tekst maar er zit weer wel een korte film in. Il Matto is bij ons een clownesk romantische figuur meer dan een wereldwijze man. En in plaats van op een koord danst hij op spitzen.”
Op het podium van De Fuut hangt het koord ónder het plafond; Rinus Sprong houdt zich er met één hand aan vast terwijl hij ‘evenwichtig’ over het podium trippelt. Technicus Marco van de Velde blijkt een professionele vierbalsjongleur, actrice HannaH de Leeuwe (ze speelde o.a. mee in Soldaat van Oranje) transformeert van verlegen meisje tot dansende circusartiest. Gelsomina deinst regelmatig mee in de leger-Jeep (uit 1954!) die als minilocatie gebruikt wordt en waarin Zampano zijn bruutheden tegenover haar begaat. Op het podium danst ze eenmaal getemd een acrobatisch duet met Zampano.
Het strand zorgt er volgens Stuart en zijn compagnon Rinus Sprong ook voor dat La Strada theater, dans én belevenis wordt. Toegankelijkheid is één van hun credo’s. Sprong: ,,Door alleen al op spitzen op het strand te dansen zien mensen dat dans niet iets moeilijks en abstracts is.” Hoe ze dan op een toch moeilijk dansbare plek als een strand terecht kwamen? Min of meer bij toeval. Als hondenbezitters liepen ze vaak op het hondenstrand. Ze dronken wel eens wat bij De Fuut waar voor viervoeters overigens ook ‘blikvoer du jour’ op het menu staat. Eigenaar Leo van der Vegt organiseerde er jazzoptredens, hij wilde meer dan bekend staan om het goede eten. Hij had eerder DeDDDD op de Parade gezien met de voorstelling Carmen. Stuart: ,,We besloten samen te werken. La Strada moest een gebeurtenis worden. Dus Leo doet de keuken, wij spelen en dansen. Anders dan in het theater ben je nu van 18.30 tot een uur of 22.00 onder de pannen. We wilden een echte Italiaanse avond met een driegangenmenu. Bij het voorgerecht krijg je al een muzikale amuse, de echte voorstelling begint na het hoofdgerecht. En naast alle dans, theater en het eten is er altijd dat immense decor van de zee, bij goed en slecht weer”
Tijdens de doorloop op Hemelvaartsdag drukt een meisje haar neus plat tegen de ruit. Gefascineerd door het geworstel met kettingen van boeienkoning Zampano, laat ze haar ijsje smelten. Als Zampano aan het einde van de voorstelling naar de zee rent, voor de golven knielt en voor dood neervalt, buigt een toevallige en bezorgde wandelaar zich over hem: ,,Gaat het wel goed met u meneer?” De gasten op het terras lachen en de man speelt als onwetende even een rolletje in La Strada. Lachend en zwaaiend loopt hij vervolgens verder, de culinaire theaterbezoekers zijn klaar voor het toetje.

La Strada, 22 t/m 31 mei, 5 t/m 20 juni, 4 t/m 20 september om 18.30. Toegang inclusief diner: € 37,50. Strandpaviljoen De Fuut, Strandslag 10 Markenseplein Den Haag. Info: www. ddddd.nu Reserveren: (070)3549074

Labels: ,

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

22 november 2006

Community Art

Gemeenschapskunst centraal op internationaal festival
Iedereen beroemd in het wijktheater

Theater in de wijken is 'hot'. In Utrecht wordt dit weekend het internationale Community Art Festival 'Kunst in mijn buurt' gehouden. Makers en deskundigen van over de hele wereld ontmoeten elkaar. Voor het publiek zijn er talloze voorstellingen te zien.

Door Wijbrand Schaap
Utrecht (GPD)_Reïntegereren? Alleen met een rode neus op. Na 25 jaar carrière in de WAO kun je in de maatschappij toch niet anders dan de clown uithangen? Marianne van der Linden en Albert van de Heuvel, bewoners van de Utrechtse Rivierenwijk, zijn er zo de ster mee van 'Maxima Komt!', de nieuwste voorstelling van STUT Wijktheater. Of moeten we zeggen: 'Community Theatre'? Volgens Jan Rijnierse, medewerker van het alweer bijna 30 jaar oude gezelschap, mag het allebei. Sterker nog: ,,STUT heeft de stap naar internationalisering al jaren geleden gemaakt. We lopen daarmee in de pas met ontwikkelingen in de rest van de wereld.” Dat er nu dus een groot 'Community Art Festival' wordt gehouden in Utrecht, hebben we dus mede te danken aan dit gezelschap, ooit opgericht door toneelschrijver Jos Bours.
'Maxima Komt!' is een typische STUT-voorstelling: een stuk over problemen in de wijk, gemaakt door bewoners uit de wijk, onder professionele begeleiding. Het initiatief kwam dit keer van de Rivierenwijkers zelf. De bewoners van deze grotendeels blanke volkswijk in het zuiden van Utrecht wilden ook een eigen toneelstuk hebben, nadat ze naar 'Mijn Bitterzoet Lombok' waren geweest, een stuk waarmee Stut eerder furore maakte in de multiculturele modelwijk Lombok. Ging die voorstelling vooral over de problemen met integratie, in Rivierenwijk gaat het over reïntegratie: in vele oude Utrechtse wijken zijn de sporen van de grote bedrijfssluitingen in de Utrechtse spoor- en metaalsector nog zichtbaar. Aan het einde van de jaren zeventig gingen dat soort massaontslagen nog altijd voor zeker de helft met de 'WAO-methode'. Personeel werd massaal arbeidsongeschikt verklaard, wat toen meer geld en minder gedoe opleverde. Sinds de herziening van die wet raken juist die mensen in de problemen. Reinierse vertelt dat Stut verbaasd was over de actualiteit van juist dit probleem. Men verwachtte eerder dat angst voor buitenlanders zou spelen, aangezien ook deze wijk bij de voorlaatste verkiezingen vrij massaal op de LPF stemde. Maar over buitenlanders gaat het niet, en ging het niet in de improvisaties.
In het voormalige parochiehuis waar 'Maxima komt!' in première gaat praten de toeschouwers nog lang na. De getoonde problemen zijn herkenbaar en het was bovendien erg leuk om bekende en minder bekende buurtgenoten eens op een andere manier bezig te zien. Of dankzij zulke voorstellingen de bewoners ook politiek actief worden, is de vraag. Reinierse vindt dat ook niet belangrijk: ,,We maken toneel en zijn niet bezig met propaganda-theater. Het gaat er ons om dat mensen op een andere manier naar zichzelf en hun buurt kijken.”
'Community Art' is niet bedoeld om bewoners de straat op te krijgen, zo benadrukt ook Saskia van de Ree, producent van Yo! Opera Festival. Het tweejaarlijkse festival, dat inmiddels wereldwijd erkend is als een vernieuwend platform voor jeugd- en community opera, werkt ook mee aan het Community Art Festival. Eerder presenteerde Yo al opera’s in een winkelcentrum en in een flatgebouw en hielpen ze medewerkers van het stadsbusbedrijf bij het oprichten van hun eigen buschauffeurskoor. Nu werkt Yo! ook samen met scholen in Utrechtse achterstandswijken. Van de Ree: ,,Via de scholen in witte wijken bereik je vooral kinderen van ouders die al bekend zijn met klassieke muziek en opera. Wij willen juist een nieuw publiek aanboren, en daarom zijn we op zoek gegaan naar andere scholen.”
Een van die andere scholen is de Rietendakschool in de Utrechtse wijk Ondiep. Volgens dhr. Dupree, directeur van deze basisschool, is het experiment om kunst in de school te integreren, buitengewoon goed geslaagd, terwijl dat niet direct voor de hand lag: ,,Opera is iets waar vooral de oorspronkelijk Nederlandse kinderen op onze school en hun ouders pukkeltjes van krijgen. Ik merk dat Turkse en Marokkaanse leerlingen veel minder moeite met zingen en dansen hebben.”
Het partnerschap tussen de operawerkplaats en school, waarmee Yo! ook internationaal in de belangstelling staat, bestaat eruit dat professionele operamakers hun plannen voor een opera verwezenlijken samen met de kinderen van de school. Anders dan bij Stut hoeft een project dus helemaal niet over actuele problemen te gaan, en gaat het er al helemaal niet om dat er een schoolopera wordt gemaakt. Van de Ree noemt als voorbeeld een voorstelling over uitgestorven diersoorten, waarbij de leerlingen zich vooral met het maken van gedenktekens hebben beziggehouden. ,,Wij verwachten niet van de kinderen dat ze in alle gevallen samen met klassiek geschoolde zangers op het toneel gaan staan. Door mee te bouwen aan een voorstelling komen ze wel met opera en operamakers in aanraking en leren ze hoe zoiets werkt. Bij de voorstellingen waren ze apetrots.”
Die trots merkte dhr. Dupree ook bij het eerste project: Water. In deze voorstelling gemaakt op de nabijgelegen rioolwaterzuivering, zongen leerlingen wel mee: ,,Er was een meisje bij over wie we ons een beetje zorgen maakten, omdat ze moeilijk meekwam op school. Maar toen zagen we haar opbloeien bij die opera: opeens was ze de ster van de voorstelling en ook haar ouders waren trots.”
Zulke 'cadeautjes' zijn prachtig, maar het hoofddoel blijft tot vooral de kennismaking met kunst, benadrukken beide gesprekspartners. Volgens Saskia van de Ree is Yo! ook meer bezig met het vernieuwen van opera dan met het opvoeden van wijkbewoners: ,,Yo! werkt veel op basis van improvisaties, we streven naar een collectief maakproces waarbij de inbreng van kinderen en operamakers (zangers, componisten, regisseurs) gelijkwaardig is. Dat is een werkwijze die bij toneel vanzelfsprekend is, maar bij de opera nog stof doet opwaaien.”
Dupree van de Rietendakschool noemt nóg een onverwacht effect van de samenwerking: ,,Bij de voorstelling op de rioolwaterzuivering kwamen ouders kijken die al generaties lang in Ondiep wonen. Het gros bleek niet te weten dat er op minder dan 500 meter van hun huis een rioolwaterzuivering was. Hebben ze in ieder geval al één ding bijgeleerd.”

Community Art festival 'Kunst in mijn buurt', van 23 t/m 26 november in diverse Utrechtse theaters. Inlichtingen: www.community-art.nl.

Labels: , ,

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

08 november 2006

Maria Stuart

Will van Kralingen en Mirjam Stolwijk in pittig drama van Schiller
Koninklijke catfight op tournee





Erik Vos, een van de grand old men van het Nederlandse theater, regisseert Maria Stuart. In dit stuk van Friedrich Schiller spelen Will van Kralingen en Mirjam Stolwijk twee koninginnen van Engeland waarvan er één teveel is. En dan kan het er hard aan toe gaan: ,,Op een gegeven moment slaan gewoon de stoppen door bij de dames. Is natuurlijk ook niet zo raar, als je bedenkt wat ze meemaken.”

Door Wijbrand Schaap
Den Haag (GPD)_ Na een tijdje gaat de wandelstok aan de kant. Dat is alleen maar lastig, dat steunen op die stok. Hij moet kunnen bewegen. Het toneel op rennen, aan zijn acteurs kunnen zitten. Zevenenzeventig is hij alweer, maar Erik Vos laat zich door zijn respectabele leeftijd niet tegenhouden. Als er geregisseerd moet worden, zal alles daarvoor wijken. Maria Stuart, de grote tragedie van de Duitse auteur Friedrich Schiller over twee koninginnen die elkaar naar het leven staan, is tenslotte niet zomaar een stuk.
Mirjam Stolwijk, de actrice die de ter dood veroordeelde katholieke Maria Stuart speelt, werkt voor het eerst met de beroemde regisseur: ,,Hij zit zo op de mensen en op de acteurs, en hij is er zo intens mee bezig, dat het altijd in beweging blijft. Dankzij Erik Vos' aanpak worden de personages veel kleurrijker dan ik me kon voorstellen.” Haar tegenspeelster, Will van Kralingen, die de rol van de protestante koningin Elisabeth speelt, beaamt dat: ,,Het is indrukwekkend om te merken hoe goed Erik Vos zich voorbereidt. Hij weet je steeds weer informatie te geven die nieuw is, en waar je echt wat aan hebt. Die bevlogenheid en die geestdrift is enorm inspirerend. Want wie zou hem zevenenzeventig geven? Hij gaat als een wilde tekeer, valt plat op de grond, scheurt een script doormidden als hij dat nodig vindt, hij valt je aan. Hij doet alles nog alsof hij een jongen van twaalf is. Dat rare kind, daar krijgen wij ook iets van mee. Hij legt niets definitief vast, maar houdt je in beweging.”
En dat moeten we heel letterlijk nemen. Erik Vos gaat nog een paar stappen verder dan Friedrich Schiller aan het eind van de achttiende eeuw deed. Voegde Schiller aan de waargebeurde strijd tussen de twee koninginnen van Engeland en Schotland een nooitgebeurde ontmoeting tussen hen toe, Erik Vos maakt van die ontmoeting op zijn beurt een complete vechtpartij. Deze koninklijke 'catfight', zoals dat populair wordt aangeduid, is tonend voor Vos' aanpak. Hij zoekt snel naar verbeelding van dingen die anderen liever niet laten zien. De grand old man van het Nederlandse theater richtte ooit Toneelgroep De Appel op, wat toen, in de vroege zeventiger jaren, eigenlijk het enige gezelschap was waar fysiek en beeldend theater werd gemaakt. Nu hij de leeftijd heeft bereikt die voor sommigen vooral een periode van rust en bezinning inleidt, gaat Vos er nog steeds keihard tegenaan. Dat zit in de vormgeving, die monumentaal is, en sterk geïnspireerd op het sublieme schilderwerk van de Spaanse schilder Goya, maar het zit ook in de muziek, gemaakt door Vos' zoon Matthijs. Die moderne 'score' lijkt op opera maar er klinken ook stevige beats in door. Terwijl hij tussen zijn spelers door beweegt zorgt hij er tegelijkertijd voor dat ze in hun spel 'klein' blijven.
Vos houdt niet van grote gebaren en veel schreeuwen. Dat betekent zoeken, vertelt Will van Kralingen: ,,Hoe kan ik een koningin spelen zonder koninginnetje te spelen? Dat is best lastig met al die mooie kostuums. en dat spectaculaire decor. Wij moeten oppassen dat we door die schitterende kostuums niet te netjes worden.” Maar dat is het niet alleen. Van Kralingen moet, een paar weken voor de première, nog steeds wennen aan haar rol: ,,Ik voel me als Will volslagen belachelijk als koningin. Het is heel raar om een koningin te spelen. Een koningin is niks, namelijk. Mensen maken jou tot koningin. Ik kan dat helemaal niet spelen in mijn eentje.”
En als je al niet gek wordt van je rol,, dan kun je het nog van de regisseur worden. Vos blijft tijdens de repetitie alles in de gaten houden. Gaat een lamp niet op tijd uit, of zet de geluidsband te laat in? Vos onderbreekt. Mirjam Stolwijk is eraan gewend: ,,Erik Vos onderbreekt graag. Daar moet je wel tegen kunnen.” Van Kralingen heeft er, ondanks al haar jaren met Vos, nog wel eens moeite mee: ,,Ik heb ook wel eens tegen Erik gezegd: het is best een keer prettig om niet te onderbreken, zodat we het een keertje helemaal verkeerd kunnen doen. Dan kunnen we ook voelen dat het helemaal verkeerd is. Daar moet je dan even doorheen, dat doet verschrikkelijk veel pijn, maar je leert er wel heel veel van. Erik doet dat zelden. Als het echt fout gaat, dan springt hij erin. Dan kan hij het niet aanzien, dat lijden.”
In zijn strenge aanpak behandelt Erik Vos al zijn acteurs gelijk, ervoer de nog relatief jonge Mirjam Stolwijk: ,,Voor Erik maakt het geen zak uit of je met een carrière van dertig jaar op hert toneel staat, of dat je maar net komt kijken. Hij behandelt iedereen hetzelfde. Als jonkie kun je je nog wel eens belazerd voelen omdat je dingen steeds moet overdoen. Dan is het heel prettig om te zien dat hij mijn ervaren collega's net zo hard aanpakt.”

Will van Kralingen weet heel goed dat voelt. Ze debuteerde ooit bij Erik Vos. ,,Inmiddels is hij wel milder geworden. Vooral tegen mij. Vroeger was hij veel strenger. We hebben wel eens een week niet met elkaar gesproken. Ik had een tekst die ik maar bleef verhaspelen. Hij werd steeds bozer, en ik ook. Na tien keer had ik een trillipje, na vijftien keer een huilbui. Ik weg. Hij woedend. Dat liep volledig uit de hand en we hebben elkaar een week niet gesproken. Het is uiteindelijk goed gekomen, en achteraf vraag je je dan af waar het hele gedoe in godsnaam om begonnen is. En een paar manden later kreeg ik een vast contract aangeboden.”
En voor dat contract is Will van Kralingen Vos nog steeds dankbaar: ,,Erik Vos was de eerste die mij van mij vaardigheden bewust maakte. Hij zei: Will, het paard is de emotie, jij bent de ruiter die dat stuurt. Dat had ik daarvoor nooit in de gaten. Ik stortte me volledig in een scène en dan konden ze me na afloop wegbrengen naar een inrichting, bij wijze van spreken. Dat zal me nu niet meer gebeuren.”
Voor Will van Kralingen is dit de tweede keer dat ze het stuk speelt. Eerder speelde zij de rol van Maria Stuart tegenover Anne-Wil Blankers die toen Elisabeth speelde: ,,Ik merk dat het een volstrekt andere moeilijkheidsgraad heeft. Er is veel verschil tussen Maria en Elisabeth. Elisabeth moet regeren, ze moet aan haar familie denken, en Maria is familie, maar ze moet ook rekening houden met het volk en met de politiek. Zij heeft een groot probleem met haar geweten. Voor Maria is het simpeler: zij staat voor haar keuze en haar geloof. In het echt werd Maria volkomen hysterisch. Ze was natuurlijk al een tikje 'tralala', maar aan het eind was ze helemaal in God. Ze ging jubelend naar de hemel.”
Niet dat Mirjam Stolwijk haar rol zo zal spelen: ,,Ik was er bang voor om teveel het slachtoffer te spelen. Ik heb daar een tijd in vastgezeten. Schiller is heel erg op de hand van Maria. Dat is best lastig. Dan maakt hij er soms een wat te heilig type van, terwijl ze natuurlijk ook niet mis was. Maar bij Schiller dacht ik vaak: komkom, het mag wel een beetje in het midden liggen, want anders is het stuk zo snel gedaan. Waar het kon hebben we dus wel geprobeerd om haar wat harder te maken. En op een gegeven moment slaan gewoon de stoppen door bij de dames. Is natuurlijk ook niet zo raar, als je bedenkt wat ze meemaken.”

Maria Stuart door Het Natonale Toneel. Premiere 16 november in de Koninklijke Schouwburg. Buiten Den Haag te zien: Compagnietheater Amsterdam 6 -23 december, Stadsschouwburg Eindhoven 10 t/m 13 januari 2007. Inlichtingen: www.hnt.nl.

Labels: ,

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

23 oktober 2006

Marijke Schermer - Het Alphapaar


Marijke Schermer schrijft toneelstuk over bedenkers van smakeloze ideeën

Ultiem geluk is te koop


Eerder maakte ze De Claim, een stuk over mensen die een schadevergoeding willen voor hun ongelukkige leven. Nu maakt toneelschrijfster Marijke Schermer een voorstelling over types die programma's bedenken als De Gouden Kooi: ,,Het zijn mensen die al hun intellectuele en financiële vermogen helemaal nooit inzetten om iets van de wereld te proberen te begrijpen.”

Door Wijbrand Schaap

Hengelo (GPD)_,,Maar de bijbel, dat is een heel dik boek!”, roept één van de karakters in Het Alphapaar uit. ,,Je hoeft alleen maar te lezen over het Paradijs, dat is helemaal in het begin en maar een klein stukje!”, stelt haar partner haar gerust. Welkom in de snelle wereld van de media, de programmaformules en het grote geld. Marijke Schermer, toneelschrijfster en regisseur van Toneelgroep Alaska, schreef er een stuk over. Vier etages van een torenflat worden bevolkt door programmaformulebedenkers, een schrijver van doe-het-zelf-boeken en een vrouw die net niet verdronken is. Overal hangen camera's. Dat lijkt een beetje op Big Brother, dus? Dat klopt, volgens de 31-jarige Marijke Schermer:

,,Ik wilde een stuk maken over mensen die beroemd zijn geworden zonder iets te kunnen. Mensen die dus alleen maar beroemd zijn omdat ze op tv zijn, niet omdat ze kunnen voetballen of zingen. Ik kwam er al snel achter dat zulke mensen helemaal niet interessant zijn op het toneel. Dus besloot ik iets te maken over mensen die heel creatief zijn en bevlogen in het bedenken van de meest smakeloze programma's.”

Maar ondertussen is er wel iets aan de hand. De flat waarin de personages zich bevinden is geen gewone flat.

,,Het is een geïsoleerde groep mensen die niet meer echt naar buiten kijkt. Het zijn mensen die al hun intellectuele en financiële vermogen helemaal nooit inzetten om iets van de wereld te proberen te begrijpen. Ze zijn totaal gefixeerd op 'gelukkig worden'. En ze komen er niet aan toe om de krant te lezen. Er is wel een krant, maar steeds als iemand hem pakt roept iemand anders: 'nee, laten liggen, die moet ik nog lezen!'. En zo lezen ze hem dus nooit.”

Er wordt in het stuk gerefereerd aan De Toverberg, de beroemde roman van Thomas Mann over mensen in een sanatorium die ook niet meer naar de wereld willen kijken. Is Het Alphapaar een soort bewerking van dat boek?

,,Er zijn kleine parallellen met Thomas Manns roman, maar voor de rest gaat dit stuk echt over iets anders. Misschien wel over mensen die graag laten merken dat ze Thomas Mans De Toverberg hebben gelezen.”

Het is nogal conceptueel, de tekst. Niet erg realistisch.

,,Dat is de vorm ook. We hebben een heel strak decor, en er zijn geen individuele kostuums. Er zijn mannenpakken en vrouwenpakken. Dus ik kwam er al snel achter dat de acteurs juist heel erg personages moeten gaan spelen en geen ideeën. We zijn dus enorm bezig met nadruk te leggen op de onderlinge relaties, emotionele lijnen en verdieping van de rollen. Als ze met deze teksten ook nog eens exemplarische mensen zouden gaan spelen zou het wel een heel erg pretentieuze en ingewikkelde voorstelling worden. Het moet dus heel licht gebracht worden. Het is ook als een komedie geschreven.”

Bedenk je die vorm dus als schrijver al?


,,Dat het een komedie moest worden wist ik al toen ik het schreef. Maar er zijn anderen die dingen mede bepalen. Richard Jansen, die vroeger speelde in de Fatal Flowers, bepaalt het geluidsdecor, de projecties en de vormgeving. Dat is heel prettig omdat hij een tegenkant laat zien. Ik denk heel erg inhoudelijk, terwijl hij in beelden denkt. Zo vullen we elkaar aan, omdat zijn vormgeving ook al heel veel dicteert. De speelstijl die bedenken we eigenlijk pas op de vloer.”

Het stuk gaat over de maakbaarheid van het geluk. Twee van de personages besluiten dat dat geluk het beste kan worden gemaakt in de vorm van een baby'tje. Dat is nogal een cliché, niet?

,,Dat is ook helemaal niet wat ik zou zien als oplossing. Er wordt niet voor niets aan het eind door een van de andere personages gevraagd wat er nou zo happy is aan dit einde. Er staan duidelijk verschillende keuzes naast elkaar. Een van de andere personages verdrinkt aan het einde. Dat is ook niet echt een moraal, natuurlijk.”

Wat is je boodschap?

,,Ik ben duidelijk tegen de opvattingen zoals een paar personages die uiten, dat geluk maakbaar is, en dat alles mag worden ingezet voor persoonlijk gewin. Maar ik ben ook weer niet zo rechtlijnig als de Clara-figuur, die iets probeert te begrijpen van de wereld. Zij maakt alleen de hele grote fout door zich af te sluiten van de wereld en zo te ontkennen dat het ervaren van dingen een van de belangrijkste middelen is om het leven te leren kennen.”

Put je daarvoor uit eigen ervaring?

Ik heb nu allemaal biologieboeken gelezen als voorbereiding op dit stuk. Ik was begonnen in Darwin, maar dat is helemaal niet leuk, want het gaat alleen maar over planten. Maar ik heb wel Frans de Waal gelezen, en De Naakte Aap van Desmond Morris.”

Dus nu gaat het over aapjes kijken, terwijl je hiervoor een stuk over rechtszaak over prenataal testen schreef. Is dat een ontwikkeling?

,,Vroeger schreef ik veel realistischer. Dit is het eerste stuk dat ik schrijf dat niet over mensen in een huiskamer gaat. Dat was ook een bewuste opdracht die ik mezelf heb gesteld. Ik wilde een complexere structuur, meer lijnen naast elkaar. Vroeger deed ik ook minder research voor stukken. Ik maakte stukken over geïsoleerde mensen in een sneeuwlandschap of een gesloten ruimte. Dan ging het vooral over menselijke verhoudingen of over psychologie. Dan was de buitenwereld niet belangrijk. Tegenwoordig doe ik research omdat ik ook wil dat mijn stukken iets over de wereld zeggen. Als je alleen maar uit je eigen leven of je eigen hoofd put, schrijf je uiteindelijk alleen nog maar stukken over schrijvers die een writers block hebben omdat ze schrijver zijn die alleen nog maar over zichzelf schrijven en niks meemaken.”

Altijd schrijver willen worden?

,,Jawel, maar ik heb eerst nog heel lang gedacht dat ik ook actrice wilde worden. Ik kwam er op de toneelschool in Arnhem achter dat ik liever wilde schrijven en geen actrice wilde worden. ik ben nog wel als actrice afgestudeerd, maar ik wilde gaan schrijven. Ik heb sindsdien ook nooit meer gespeeld. Ik ben ook echt geen acteur. De toneelschool was ook best een zware tijd.”

Waarom ben je er dan aan begonnen?

,,Ik wist helemaal niks, eigenlijk. Ik zat in Groningen op de jeugdopleiding. We waren best een ambitieus clubje. We gingen ook nooit zelf naar toneel kijken, we waren te druk met zelf maken. Op de toneelschool kwam ik er pas achter dat je ook andere dingen kon doen, zoals de regie-opleiding. Maar toen zat ik dus al op de acteursopleiding.”

Nog ambitie om een boek te gaan schrijven?

,,Zeker wel. Maar daar zie ik ook tegenop. Een boek, dat is pas arbeidsintensief. Ik doe al zo lang over een stuk. Ik doe daar vijf maanden over. Een roman kost dan zeker een jaar.”


Het Alphapaar door Toneelgroep Alaska. Première op 28 oktober in het rabotheater te Hengelo. Tournee. Inlichtingen: www.toneelgroepalaska.nl.



Labels: ,

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

16 oktober 2006

Jeroen van den Berg - Blessuretijd

Vechten tot de allerlaatste minuut


Jeroen van den Berg schreef Blessuretijd, een stuk over dementerende ouderen, tot elkaar veroordeeld in een kil verpleegtehuis. Het was een enorm succes in Friesland. Nu is het in een Nederlandse vertaling te zien in de rest van het land. ,,We laten zien dat je nog alle mogelijkheden hebt om iets anders met je leven te doen.”


Door Wijbrand Schaap


Amsterdam (GPD) _ ,,Het is een vreselijke ziekte.” Toneelschrijver Jeroen van den Berg maakte het van dichtbij mee toen zijn oma begon te dementeren. ,,Ik was een jaar of 15, dus het beeld is verwaterd, maar ik vond het verschrikkelijk wat er met haar gebeurde. Dat ze uit haar vertrouwde omgeving weg moest naar zo'n onpersoonlijke omgeving. We moesten al haar spulletjes in dozen doen terwijl ze nog niet dood was. Ik heb thuis nog een doos met spullen uit dat huis. Daar zitten briefjes in die ze voor zichzelf geschreven heeft, en je ziet die steeds warriger worden. Je ziet de persoonlijkheid uit het handschrift verdwijnen. Dat is heel triest om te zien. Ik weet niet hoe erg het is als je het meemaakt. Mijn oma huilde altijd als we weggingen, en dat bleef ze doen, terwijl ze ons niet meer herkende. Er moet dus nog iets van herkenning zijn geweest. Ik ben bang dat ze zich heel opgesloten voelde.”

Het idee voor een toneelstuk over dementie kwam niet van Van den Berg zelf. Het was een verzoek van een aantal acteurs van het Friese theatergezelschap Tryater. ,,Zij zitten allemaal in de leeftijd dat hun ouders met ouderdomsklachten komen, en soms dement worden. Of ze kwamen in een verzorgingstehuis terecht. Dat was voor de acteurs dus iets wat hen direct aanging, en zij wilden daar theater over maken.”

Maar het moest wel in het Fries, terwijl Jeroen van den Berg dan wel uit het noorden komt, maar geen Fries kan schrijven. Dat leverde een omslachtig werkproces op: ,,De acteurs van Tryater hebben geïmproviseerd in het Fries. Daarna heb ik het in het Nederlands opgeschreven. Dat werd een een eerste versie die zij weer in het Fries hebben vertaald en die werd gerepeteerd. En naar aanleiding van die eerste werkversie heb ik het definitieve toneelstuk geschreven dat weer door een echte vertaalster in het Fries is vertaald.”

Een dergelijke werkwijze zorgde er wel voor dat het stuk dicht op de huis van de spelers lag: ,,Ze hebben allemaal geïmproviseerd op basis van mensen die ze zelf heel goed kenden. Vaak speelden ze hun eigen vaders of moeders. Dat maakte de voorstelling heel speciaal. Niet alleen voor de spelers, maar ook voor het publiek. Je voelde dat het heel dichtbij was.”

Het stuk speelt in een verpleeghuis, waar een aantal dementerende ouderen bij elkaar zit. In het begin spelen vooral de onderlinge verschillen een rol. Zo is één van de patiënten de hele tijd aan het strijden voor een betere behandeling en wil een ander meehelpen aan onderzoek naar een medicijn tegen dementie. En er is liefde. Maar gaandeweg verliezen de personages hun eigenheid. Net als in het echte leven. ,,We laten zien dat kje nog van al;les kan als je in zoń toestand komt aan het eind van je leven, maar dat daarna wel onherroepelijk het afscheid komt.”

De voorstelling maakte diepe indruk in Friesland, maar of het dat ook in Nederland zal doen, blijft spannend. Nu wordt het stuk immers gespeeld door acteurs die het niet zelf hebben bedacht.

Van den Berg heeft er echter alle vertrouwen in dat het minstens even goed zal worden als die Friese versie, die alleen in Friesland al 10.000 bezoekers trok. ,,De acteurs die het nu spelen hebben niet die directe band, dus dat geeft een andere spanning. Ik heb een doorloop gezien en ik was verbaasd over hoe goed het was. Deze spelers hebben meer afstand tot het onderwerp en die afstand levert ook inzicht op.”

Bovendien is de spelersgroep met grote namen als Nettie Blanken en Helmert Woudenberg natuurlijk om van te smullen. Dus, ook al regisseert Jeroen van den Bergs boezemvriend en vaste maat Ivar van Urk het stuk net als in Friesland, een kopie wordt het niet: ,,De eerste versie is wel het uitgangspunt, maar het stuk bestaat voor een groot deel uit monologen en een monoloog wordt altijd heel erg gekleurd door de acteur die het doet. De acteurs die deze voorstelling spelen zijn qua sfeer ook heel anders dan de acteurs in Friesland.”


Blessuretijd van Jeroen van den Berg gaat op 20 oktober a.s. in première in Haarlem.

Speellijst: wo 18 & di 19 (try-outs) Haarlem Toneelschuur 023-5173910 vr 20 (première) Haarlem Toneelschuur 023-5173910 za 21 Haarlem Toneelschuur 023-5173910 di 24 Capelle a/d IJssel Isala Theater 010-4586400 do 26 Utrecht Stadsschouwburg 030-2302023 vr 27 Zoetermeer Stadstheater 079-3427565 za 28 Tilburg Theater De NWE Vorst 013-5328532 november 2006 do 2 Velp Kunsthuis 13 026-3642613 za 4 Rotterdam Schouwburg 010-4118110 di 7 & do 16 Gouda Goudse Schouwburg 0182-513750 do 9 Hoorn Schouwburg Het Park 0229-291000 za 11 Amersfoort Theater De Lieve Vrouw 033-4226555 vr 17 Amstelveen Schouwburg 020-5475175 wo 22 Den Bosch Koningstheater 0900-33727233 do 23 Soest Theater Idea 035-6095829 vr 24 t/m zo 26 Amsterdam Theater Bellevue 020-5305301 wo 29 Kampen Stadsgehoorzaal 038-3317373 do 30 Goes Podium 't Beest 0113-233285 december 2006 vr 1 Arnhem Schouwburg 026-4437343 za 2 Hilversum Theater Achterom 035-6233993



Labels: ,

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.