23 mei 2007

Boxing Pushkin

Poesjkin Festival: Boxing Pushkin. Gezien 14/ 5/07 Schouwburg Arnhem.

Door Ingrid van Frankenhuyzen / NRC Handelsblad

Vrolijk chaotisch, dynamisch associatief: voila de wereld van de Rus Alexander Poesjkin in de voorstelling Boxing Pushkin. Maar liefst 25 leden van orkest de ereprijs Apeldoorn en de Studio for New Music Moscow, 5 zangers, 1 acteur van werkplaats Generale Oost, 7 dansers en tal van dansacademiestudenten doen mee aan deze festivalvoorstelling. Onder regie van choreografe Andrea Boll (Hans Hof Ensemble) wervelt het korte tekstfragmenten van en over Poesjkin, spettert het zweet van de dansers op de toeschouwers -die allemaal rondom een echte boksring staan, speelt het licht nerveus voor kermis en spelen zich simultaan onder het publiek kleine andere metascènes als een echtelijke ruzie af: “Weet ik veel wat een dekabrist is. Ik zei toch dat ik geen zin had om naar het theater te gaan. Op RTL5 was vanavond iets veel leukers te zien geweest”.
Boll vertrok vanuit de idee dat volgens schrijver Daniil Charms, Poesjkin (1799-1837) voor de een revolutionair (dekabrist) was, voor de ander de romantische dichter, voor weer een ander een vrouwenverslinder. Iedereen heeft zo zijn eigen Poesjkin. De ‘grootste Rus’ aller tijden die het leven verloor tijdens een duel, krijgt dan ook telkens een andere identiteit (‘boxing’) als alle dansers hem eventjes vertolken door een zwarte lange jas aan te trekken. Zoveel mensen zoveel Poesjkins: de voorstelling eindigt dan ook met alle deelnemers in zwarte jassen.
Maar meer dan dat er gesproken wordt, gooien de dansers zichzelf door de touwen van de boksring. Woest zoekend, permanent op de vlucht, met elkaar vechtend, wodka drinkend en af en toe een regel poëzie voordragend. In een constante energiestroom.
Boxing Puskin is dan ook een swingend theatrale belevenis waar je erg vrolijk van wordt. Er is maar één essentiële gemiste kans: de live spelende musici en zangers onder leiding van dirigent Igor Dronow lijken er niet zoveel toe te doen. Hun moderne Russische composities gaan min of meer verloren onder al het theatrale geweld. Zij zitten ‘slechts’ achter in de zaal en in de regie wordt niet stilgestaan bij de muziek. Maar ach, musici en instrumenten hadden de acrobatische toeren van de dansers natuurlijk nooit overleefd.

Labels: ,

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

02 april 2007

Wees ons genadig (GPD)

Regisseur en schrijver Alex van Warmerdam is vooral bekend van zijn films, waaronder Ober, Abel en De Noorderlingen. Zijn theaterwerk is minstens even prachtig. Na hits als Adel Blank en De Verschrikkelijke Moeder is Wees Ons Genadig opnieuw een prachtig, licht absurd en een tikkeltje surrealistisch maar vooral enorm leuk stuk theater geworden.

Gezien: première op 30 maart 2007 in de Amsterdamse Stadsschouwburg. Tournee t/m 15 juni 2007. Inlichtingen: www.orkater.nl

Nieuwe Van Warmerdam is een klein meesterwerkje

*****
Door Wijbrand Schaap
Amsterdam (GPD) _ Is het Pierre Bokma met of juist zonder een groen rokje? Of is het de superaardse lompheid van Aat Ceelen? Het kan natuurlijk ook heel goed het ruige Vlaams van Stefaan Degand zijn, of, het allermooist van alles en iedereen: Ariane Schlüter, de actrice die zo ongeveer elk jaar wel voor een hoofdprijs wordt genomineerd en hem vaak nog krijgt ook. Misschien is het allerleukste van het stuk 'Wees Ons genadig' dan toch wel geen van deze vier acteurs. Want het raarste is namelijk de ober. Een jongetje met een bizar kapsel dat zo nu en dan wapperend met een zwarte vlag toneelknecht en edelfigurant loopt te zijn, zonder dat zijn naam in persbericht, aankondiging of programmaboek wordt gemeld. Ziedaar het grootste mysterie van het nieuwste stuk van Alex van Warmerdam: de kennelijk niet-bestaande acteur.
'Wees ons Genadig' is een prachtig miniatuurtje. In zinnen die niets lijken te verhullen vertelt Alex van Warmerdam een verhaal over drie mannen die allemaal proberen te voldoen aan de simpele eis van één vrouw: verras me, verbijster me met een mooi kunstwerk. Deze simpele vraag levert problemen op, omdat de stelster ervan nogal veeleisend blijkt te zijn. De mannen falen, niet alleen in de ogen van de vrouw, maar ook in elkaars ogen. Toch weten ze te winnen.
Navertellen is eigenlijk geen doen bij een stuk van Alex van Warmerdam: zijn grootste kracht ligt namelijk in de verbeelding en niet zozeer in de verhaallijn Hoe regisseur Van Warmerdam het probleem van schrijver Van Warmerdam, namelijk het drie keer herhalen van feitelijk hetzelfde probleem, weet op te lossen, is daarom al reden genoeg om te gaan kijken.
De toeschouwer krijgt de drie kunstwerken niet te zien of te horen. Dus hoe ze zijn, volgens de vrouw Katherina, de zo kritische muze van de schilder, de dichter en componist, horen we alleen maar in taal. En daar zitten een paar briljante omschrijvingen tussen, waar iedere criticus inspiratie uit kan putten. Het verwerpen van een gedicht door het 'een volgescheten luier' te noemen, is nog de minst schofferende kritiek die in het stuk wordt gegeven.
Maar krachtiger dan welke recensie dan ook is de blik van Pierre Bokma, die via een koptelefoon onhoorbaar kennis neemt van het muziekstuk van zijn vriend. Hoe hij vervolgens die ogenslapstick weer omschrijft is één van de vele hoogtepunten in dit theaterstuk van krap anderhalf uur.
Het stuk is, kortom, briljant. Op een paar saaie passages na, maar zonder zulke uitglijders zou het geen meesterwerk zijn. Dan was het alleen maar perfect.

Labels: ,

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

30 maart 2007

Batsheva Dance Company: Three (Ohad Naharin)

Batsheva Dance Company: Three. Choreografie Ohad Naharin.

Door Ingrid van Frankenhuyzen/NRC Handelsblad
29/03/07

En weer bewijst hij het: choreograaf Ohad Naharin is een van de weinige echt groten van de dans. Simpeler dan zijn werk Three uit 2005 kan het bij wijze van spreken niet worden want hij doet niet meer en minder dan zijn 17 dansers laten bewegen op muziek. Niet spectaculair mooi balletesk bewegen of virtuoos ingewikkeld, nee, de Israëliër en zijn gezelschap Batsheva Dance Company houden het aards en soms kinderlijk koddig. Maar schijn bedriegt want alle simpelheid zit o zo geraffineerd in elkaar.
Three bestaat uit drie delen waarvan het eerste deel Bellus (schoonheid) op delen uit Bachs Goldbergvariaties gedanst wordt. Zo lucide als piano-aanslagen van Glenn Gould komt Naharin met ritmische aaneengeregen poses die even terloops als aards zijn. Soms in een duet, dan weer in een synchroon gedanst groepsstuk. En tussen al die afgebakende noten en bewegingen, ligt dat mysterie, die bijna onbenoembare energie die al het aardse ontstijgt.
Ohad Naharin (1952) is echter ook een geestverwant van Jiri Kylián – hij is dan ook regelmatig gastchoreograaf bij het Nederlands Dans Theater- en dus zit er her en der een theatrale knipoog tussen al die pure dansvorm.
In deel drie Secus (anders) delen de 17 dansers zich op in drie rijen en doen ze om de beurt een gek kunstje. De gesamplede discobeats met flarden Beach Boys worden ingevuld met een radslag gevolgd door een spagaat, een voor dood neervallende danser of dansers die hun broek naar beneden doen. Tussendoor vertonen ze minder prozaïsche, veel abstractere kunstjes zonder directe betekenis. Het zijn stuiptrekkingen van een hoekige sierlijkheid.
Dit derde deel is de uitsmijter na het introverte, meditatieve deel Humus waarin de dames de lange tonen van Brian Eno in allerlei formaties vormgeven. Weer ogenschijnlijk eenvoudig. Niet alleen in zijn veel theatrale stukken die hij de afgelopen jaren in de Gastprogrammering van het Muziektheater liet zien, is Ohad Naharin een geweldenaar, juist als het om subtiliteit gaat toon hij zich een meester. Three is in twee woorden grote kunst.

Labels: ,

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

25 maart 2007

De Graaf van Monte Christo (GPD)

De Graaf van Monte Christo is een roman van Alexandre Dumas over een man die zich wreekt op zijn vijanden die hem onterecht 20 jaar opsloten. het boek is tientallen malen verfilmd, en wordt nu voor het eerst op het professionele Nederlandse toneel gespeeld. Stefan de Walle speelt de titelrol van dit melodrama bij het Nationale Toneel in de serie Topstukken.

Gezien: première op 24 maart 2007 in Den Haag. De tournee duurt t/m 9 juni. Inlichtingen: www.nationaletoneel.nl

Dumas' Graaf is musical zonder meezingers

***

Door Wijbrand Schaap
Den Haag (GPD) _ Zou er een knopje aan Harry de Wit zitten? Zo'n knopje waarmee je de meest aanwezige muzikant en componist van het Nederlandse theater uit, of dan toch in ieder geval zachter kunt zetten? Het zou mooi zijn, want de man die zich tijdens De Graaf van Monte Christo door het Nationale Toneel op een licht gothic-achtige manier in de orkestbak met orgels, fluiten en trommels ophoudt, wil hem nogal eens van jetje geven. Valt er een mooie stilte op de planken, knalt Harry de Wit er een stevig schetterende dreun overheen. Iedereen wakker, dat dan weer wel, maar na tien keer gaat het een beetje vervelen.
En wakker hoeven we niet eens te worden gehouden, in dit bijna vier uur durende toneelstuk. Dat mag al een hele prestatie heten van het Nationale Toneel. De toneelbewerking die Sofie Kassies maakte van het beroemdste verhaal uit de Franse 19e eeuw, is onderhoudend genoeg om tot zeker een uur voor het einde de spanning erin te houden. De montage is bijna filmisch, en dat loopt lekker, op die dreunen van Harrie de Wit na, dan.
Maar wat moet je met dit avonturenverhaal over een man die na onschuldig te zijn veroordeeld, een fortuin vergaart waarmee hij zich wreekt op zijn rivalen? Zit er een boodschap in waarmee we tegen twaalven verontrust of juist gerustgesteld de nacht in gaan? Neen. Is ook niet altijd nodig, natuurlijk, maar een beetje kaal voelt het wel. Je kunt van musicals zeggen wat je wilt, maar Les Misérables gaf je meer emotie mee dan deze voorstelling. En je kon nog een deuntje meezingen. Nu rest er aan het eind het gevoel dat wraak nemen en rancune eigenlijk niet zoveel opleveren. Tja.
Wat niet wegneemt dat er, dankzij het stijlvolle toneelbeeld van Niek Kortekaas, veel moois te zien valt. En een leuke schermpartij op het eind is natuurlijk ook helemaal niet erg. Stefan de Walle, die in dit stuk gelukkig een stuk minder galmt dan hij in het recente verleden nogal eens wilde doen, is er goed in.
Regisseur Johan Doesburg weet niet goed welke toon hij het drama mee wil geven, lijkt het. Sommige passages zijn zwaar op het melodramatische af, terwijl er op andere momenten vet komedie wordt gespeeld. Die passages, waarin actrice Mirjam Stolwijk de voorstelling overigens met verve draagt, zijn het interessantst, en het is jammer dat die lichtheid niet gelijkmatiger over de rest van de avond verdeeld is. Nu moet het opeens emotioneel worden tegen het einde. Nu mag Camilla Siegertsz weer los, terwijl ze zich de hele avond zo heerlijk ingehouden had, en doet Pieter van der Sman een hypertheatrale instorting die zijn doel mijlenver voorbij schiet. Dat soort onevenwichtigheden maakt het laatste deel van de voorstelling alsnog tot de lange zit, die het aan het begin juist nog niet was. Jammer.

Labels: ,

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

20 maart 2007

De eeuw van mijn dochter - Annette Speelt (De Pers, uitgebreide versie)

Redt Amelie ons Nederland?

20 maart 2007

Het is dan toch gebeurd. De visionair Jan Peter Balkenende is overleden. De grote acteur Jeroen Krabbé (Jaap Spijkers) houdt een toespraak, waarin hij, als vriend, de man herdenkt die als profeet “heel de natie leidde naar het beloofde land van lang vervlogen tijden / toen het geluk nog heel gewoon was en de buren / hun hoed afnamen voor de buren.” Eigenlijk wil Krabbé premier worden en hij legt het aan met mevrouw Balkenende (Nettie Blanken). Die gebruikt hem vervolgens voor het hoogste doel: het naar spruitjes riekende gedachtegoed van haar man voortzetten. Ondertussen maken de Griekse goden zich zorgen: wie kan hen stoppen? Zij vestigen hun hoop op Amelie, de dochter van de premier. Maar zij hebben niet gerekend op de nietsontziendheid van de moderne politiek.
Annette Speelt, de theatergroep van Michel Sluysmans en Thijs Römer, nodigden de Leidse dichter Ilja Leonard Pfeijffer uit om een actuele klassieke tragedie voor hen te schrijven met de huidige Nederlandse samenleving als onderwerp. Dat deed hij zoals het hoort: in vijf bedrijven, in alexandrijnen en op rijm. Het is een prima vondst: het strakke keurslijf van de alexandrijn als metafoor voor de benarde jaren vijftig.
Toch is Pfeiffer duidelijk geen toneelschrijver. Er ontwikkelt zich nauwelijks een plot en de personages zijn behoorlijk plat en zonder ontwikkeling. Ze zijn volledig ondergeschikt aan het basisidee van het stuk en hebben geen ziel van zichzelf. Ze leven niet. Daar komt bij dat Pfeijffer nog moet leren dat theater het sterkste werkt als personages dingen niet zeggen. Het beklemmende effect van de alexandrijnen werkt bijvoorbeeld het best als je de personages daar niet steeds op hardop van bewust laat zijn zijn. Ook wrijft hij ons er wel heel vaak in dat Nederland benepen is en bang.
Dat raakt aan een ander problematisch punt van de voorstelling: wat wil Annette Speelt hiermee? Echt veel fantasie is er niet voor nodig om vast te stellen dat Balkende hangt naar andijviestamppot en een schone stoep. Doordat wordt nagelaten echt diep op het thema in te gaan en in combinatie met de gekunstelde vorm dreigt de voorstelling te worden wat zij de politiek verwijt: gekunsteld en met (te) weinig inhoud.
Dat neemt niet weg dat teksten van Pfeijffer, los van zijn onervarenheid als toneelschrijver, geestig, venijnig en bij vlagen virtuoos zijn, met als hoogtepunt de tirade in metrum van mevrouw Balkenende op alles wat maar zwart, homoseksueel of anderszins on-Nederlands is. Ook wordt er prima gespeeld door een groep acteurs die er duidelijk plezier in heeft. Vooral Jaap Spijkers als Krabbé hangt losjes in het metrum en zit geregeld prettig tegen het schmieren aan.
De eeuw van mijn dochter is dan ook een heel aardige voorstelling die slechts aan het einde licht verontrust. Voor dat laatste blijft het thema te summier uitgewerkt. Het is vooral een genoegen om Pfeijffers scherpe pen gecombineerd te zien met licht engagement en een groep prima acteurs.

De eeuw van mijn dochter door Annette Speelt
Tekst: Ilja Leonard Pfeijffer
Regie: Anny van Hoof
Spel: Jaap Spijkers, Nettie Blanken, Lidewij Mahler, Thijs Römer, Michel Sluysmans en Eva Duijvestein.
Gezien: 17 maart 2007, Theater aan het Spui, Den Haag

Robbert van Heuven, 2007

Labels: , ,

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

16 maart 2007

Vanessa van Durme (Swan Lake): Kijk mama: ik dans

Door Ingrid van Frankenhuyzen/NRC Handelsblad

Haar levensverhaal is zo overweldigend dat het drama in het theater altijd zal verbleken: ex-prostituee, danseuse, actrice, schrijfster en chambre d’hôte-houdster Vanessa van Durme begon haar leven als man. Geboren in het verkeerde lichaam in een tijd -ze is nu bijna 60- dat geslachtsoperaties nog niet door zorgverzekeraars betaald werden, ging de Vlaamse een overlevingsstrijd aan tegen eenzaamheid, vervreemding en verdriet. Van Durme vertelde haar levensverhaal in haar autobiografie Kijk mama, ik dans: ’s lands bekendste transseksueel. En bekend was ze vooral geworden toen de Vlaamse (dans)theatermaker Alain Platel van Les Ballets C de la B voor haar een glorieuze moederrol creëerde in de succesvoorstelling Allemaal Indiaan (2000). Ze is een vaste verschijning geworden in serieuze Vlaamse tv-programma’s en haar solo, haar getheatraliseerde levensverhaal verovert nu ook de internationale podia.
Met haar intens doorleefde gezicht, gekleed in een roze onderjurk heeft Van Durme niet meer decor nodig dan een formica keukentafel, een jongens- en een meisjespop die symbool staan voor haar heden en verleden, haar man/vrouwzijn. Kijk mama, ik dans is verteltheater waarin veel verteld en af en toe een schijndialoog met haar ouders gespeeld wordt. De vertelde verhalen zijn pijnlijk, hilarisch, dagelijks en groot, strijdlustig en altijd aangrijpend. Als klein jongetje wilde ze zwanenmeren dansen in plaats van brandweerman. Tijdens ‘haar’ militaire dienst probeerde ze afgekeurd te worden door te zeggen dat ze manziek was: “Het kan zomaar gebeuren dat ik het hele peloton pijp”. Waarop ze prompt werd goedgekeurd omdat de manschappen dan ten minste rustig bleven. Ze vraagt God bozig waarom hij haar twee mensen laat zijn.
Van Durme schetst haar geslachtsoperatie in 1975 die ze nota bene in een geboortekliniek in Casablanca, Marokko onderging. De joodse arts is na 14 uur blij met haar ‘kutje’, zelf ziet ze het verwoestende resultaat eerder als Ground Zero. Ze is extatisch dat ze van haar penis verlost is ( “het is een soort asielzoekertje dat aanwezig maar niet welkom is”) en haar ontmaagding als vrouw is een van de mooiste momenten van haar leven. Na een tekenend, mannelijk leven vol hoererij en travestieshows, trouwt ze als vrouw met een Nederlander die op dat moment in Spanje gevangen zit. Ze zijn lang gelukkig samen. Als rode draad fungeert sowieso de liefde, vooral de moederliefde. Van Durmes moeder hield ondanks haar eigen verdriet, onvoorwaardelijk van haar kind. Ook als ze ooit opbiecht dat haar droom om te dansen waarheid is geworden. Alleen danst ze geen Zwanenmeer maar ‘danst’ ze voor mannen. Met oprechte tranen doet Van Durme relaas van haar moeders sterfbed.
Regisseur Frank Van Laecke en Vanessa houden de voorstelling prachtig klein, ritmisch en intiem, scenografisch sober. In zijn optimistische ondertoon is Kijk mama, ik dans typisch Vlaams: met veel vechten is het leven maakbaar. Een grotere catharsis bestaat er niet. Geweldig.

Labels: ,

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

05 maart 2007

Heksenjacht (De Pers, uitgebreide versie)

Degelijk is niet altijd saai

5 maart 2007, Dagblad De Pers (uitgebreide versie)

Door Robbert van Heuven

Het Nationale Toneel is niet het meest vernieuwende gezelschap van Nederland. Hun voorstellingen neigen door hun degelijkheid nogal eens naar de saaie kant. Dat heeft vaak te maken met het feit dat Het Nationale Toneel in de beste Britse traditie de teksten speelt, zonder daar aan een diepere laag toe te voegen. Zij laten de tekst het werk doen. De laatste jaren gaat komt daar langzaam verbetering in, dankzij jong bloed in de gelederen, zoals Annette Speelt en Susanne Kennedy.
Heksenjacht van Arthur Miller, in de regie van Franz Marijnen, is inderdaad vooral degelijk. In de eerste minuten dreigt, na herkenning van de overbekende Haagse acteerstijl bij acteur Peter Tuinman (met veel uithalen en rollende r´en) de verveling toe te slaan. Maar gelukkig is het stuk en de cast sterk genoeg om de toeschouwer uiteindelijk mee te slepen en op verschillende momenten daadwerkelijk te boeien.
In het dorpje Salem ziet de plaatselijke dominee Parris zijn dochter, zijn nichtje Abigail (Wendell Jaspers) en andere dorpsmeisjes ´s nachts dansen in het bos. Als zijn dochter vervolgens in coma raakt, laat Parris een geleerde prediker overkomen, die verstand heeft van Zwarte Kunsten. Om zelf niet van hekserij beschuldigd te worden, veinzen Abigail en de andere meisjes dat ze betoverd werden door anderen en noemen een reeks namen van onschuldige dorpsbewoners. Er wordt door de ondergouverneur van de staat een rechtbank ingesteld om de gevallen van hekserij te onderzoeken. Ondertussen zijn Abigail, maar ook andere dorpsbewoners, niet te beroerd om iedereen te beschuldigen die hen (zakelijk, in de liefde, of anderzijds) in de weg loopt als heks te bestempelen. Een hetze ontstaat en een leugentje om bestwil leidt tot een massamoord. De ondergouverneur (Bram van der Vlugt) is, volledig overtuigd van het bestaan van hekserij, niet meer in staat de werkelijkheid te zien. Het hoogste gezag is niet meer vatbaar voor argumenten en velen worden gearrestereerd en opgehangen. Onder hen de eerlijke boer en ex-minnaar van Abigail John Proctor (Jochum ten Haaf).
Niet het verhaal van Heksenjacht is boeiend, maar ook het thema is actueel en interessant. Onschuldigen worden vermoord op basis van kortzichtigheid en vooroordelen bij de machthebbers. ‘U bent voor deze rechtbank of u bent er tegen’, voegt de ondergouverneur één van zijn arrestanten nog toe. Die relevantie van tekst en thema is echter vooral te danken aan de tekst van Arthur Miller, die de tekst schreef als aanklacht tegen de Amerikaanse communistenjacht in de jaren vijftig. De nogal zouteloze regie van Marijnen voegt daar helaas weinig aan toe. Behalve misschien door de ensceneringvondst, waarbij de acteurs die niet spelen om het speelvlak heen zitten als een zwijgende jury. Ze staan nooit op om in te grijpen, maar schuiven soms zelfs een plaatsje op om het gebeuren beter te kunnen zien.
Op het acteerwerk is niets aan te merken, zij het dat de Haagse Stijl nogal overheerst. Verder willen de scènes waarin de meisjes door de duivel bezeten zijn in al hun hysterie nogal op de zenuwen werken. Maar de vraag is natuurlijk hoe je zoiets wel realistisch op het podium brengt. In ieder geval zetten Jochum ten Haaf en Bram van der Vlugt prachtige rollen neer.
Al met levert Heksenjacht een vrij aangename toneelavond op met een degelijk stuk toneel. Het is alleen wel jammer dat Marijnen, met zo´n actueel onderwerp, de toeschouwer nergens wil verontrusten. En dus gaat het publiek weer ongeschonden en met een rein geweten naar huis.

Heksenjacht van Het Nationale Toneel
Tekst: Arthur Miller
Regie: Franz Marijnen
Met: Bram van der Vlugt, Wendell Jaspers, Jochum ten Haaf, Peter Tuinman e.a.
Gezien: 3 maart 2007, Koninklijke Schouwburg, Den Haag

Labels: , ,

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

04 maart 2007

Heksenjacht (GPD)

Indrukwekkend en spannend, maar historisch drama

****
TONEEL: Heksenjacht (Arthur Miller) door Het Nationale Toneel. Met o.a. Peter Tuinman, Bram van der Vlugt, Jochum Ten Haaf en Wendell Jaspers. gezien: 3 maart in Den Haag. Tournee t/m 19 mei 2007. Inlichtingen: www.nationaletoneel.nl

Door Wijbrand Schaap

Den Haag (GPD)_Het heeft Arthur Miller, toneelschrijver en ex van Marilyn Monroe, altijd een beetje dwars gezeten dat New York niet vol lag met tempelruïnes zoals Athene. Arthur Miller had daarom een missie: tragedies schrijven, voor een Nieuw Land zonder eeuwenoude mythologie. De Amerikaanse Euripides schreef tijdens zijn leven, dat in 2005 afliep, dus Dood van een Handelsreiziger, Van de Brug af gezien en Heksenjacht. Onder andere.
Heksenjacht (The Crucible) is gebaseerd op ware gebeurtenissen. Aan het einde van de 17e eeuw loopt in de havenstad Salem een uit de hand gelopen spel van tienermeisjes uit op een heksenproces waar zelfs de Spaanse Inquisitie zich nog voor zou schamen.
Miller schreef The Crucible in 1953 als een felle aanklacht tegen de Amerikaanse Commissie voor Onamerikaanse Activiteiten onder leiding van de extreem rechtse senator McCarthy. Deze politicus zag, als zovele Amerikanen tijdens de koude oorlog, een tsunami van communisten het vrije westen overspoelen. De processen, waarin mensen werden gedwongen om linkse sympathieën toe te geven en anderen daarvan te beschuldigen, zijn een gitzwarte bladzij in de Amerikaanse geschiedenis. Al toont de huidige 'War on Terror' ons dat leren van de geschiedenis niet echt 'in' is. Er is sinds 1692 niet zo bar veel veranderd.
Dat geldt overigens ook, op een dit keer prettige manier, voor het theater dat het Nationale Toneel brengt. Het Haagse gezelschap is namelijk verschrikkelijk goed in helder, strak en groot toneel op het randje van opera. Regisseur Franz Marijnen, bekend van zijn bombast, had een topcast tot zijn beschikking en die levert ook de verwachte kwaliteit. Peter Tuinman is lekker op dreef als de panikerende dominee wiens nichtje rare dansjes doet en Rik van Uffelen zet zijn tot inzicht komende inquisiteur mooi neer. Bram van der Vlugt laat zijn vriendelijke uitstraling prachtig botsen met de wreedheid van zijn personage en Jochum ten Haaf maakt eindelijk duidelijk waarom hij West End en Broadway veroverde als Vincent van Gogh: hij gaat er vol in, zonder te piepen of te vroom te worden. Wendell Jaspers bewijst, in de rol van aanstichtster van de hele santenkraam, dat ze de overstap van het kleine naar het grote toneel moeiteloos aankan.
De voorstelling is spannend en indrukwekkend. Uiteindelijk verzandt het stuk echter in de historische en persoonlijke details die Miller aan het slotdeel van het verhaal meegaf. De documentaire maakt plaats voor haarkloverij en sentiment. De tragedie verliest daardoor gaandeweg aan universele kracht. Gelukkig is die universele band met de actualiteit er vóór en na de voorstelling wel, op monitoren in de foyer, waar hedendaagse politici gekoppeld worden aan uitspraken uit het stuk. Maar dat is in de foyers en niet op het toneel. Iets meer actualiteit op het toneel had de avond geen kwaad gedaan.

Labels: ,

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

01 maart 2007

Nachtschade

Victoria: Nachtschade.

Door Ingrid van Frankenhuyzen/NRC Handelsblad

Dirks Pauwels van het Belgische theatergezelschap Victoria verzon het concept voor Nachtschade: zeven vaak beroemde danstheatermakers maken een choreografie voor zeven echte, professionele stripteasedansers. Entertainment ontmoet kunst, dat was de gedachte achter de solo’s. De theatervoyeur wordt nu ook erotisch voyeur. Het begint dan ook met een clichébeeld van danseres Barbara Rom die liggend op haar rug met haar (siliconen)borsten prijkt. Maar al snel valt op dat er geen kunstmatige erotiekmimiek en dito gebaartjes aan te pas komen: Eric De Volder stileert haar als een bescheiden, bijna kuis esthetische vrouw. Haar solo wordt opgevolgd door die van de dikke stripteuse Delphine Clairet die van de uitkleeddans een grappige cabaretvoorstelling maakt. Choreografe Vera Mantero laat de burleske kant zien van Clairet die gehuld in ballonnen uiteindelijk body paint-lingerie van zich af wast en ondertussen de zaal een geschiedenislesje vrouwelijke seksualiteit geeft. In de jaren dertig van de 20e eeuw was seks voor vrouwen taboe, nu mag er genoten worden. Maar de moraal is ook dat wie dik is om te lachen is.
Het klassieke, ‘ordinairdere’ werk komt op naam van Wim Vandekeybus die het kontwiegen van Sarah Moon Howe combineert met film en ronddraaiende tepelfranjes. Echt spannend en kunstzinnig is echter de solo van Caroline Lemaire van de hand van Alain Platel. Haar uitstraling van mooi, o zo onschuldig meisje én dodelijke femme fatale is hypnotiserend. Platel voegt in deze klassieke striptease ogenschijnlijk simpele maar uiterst creatieve vormgrappen met het theaterdoek toe. Het vijfkoppige Emanon Ensemble speelt een speciale versie van Je t’aime moi non plus voor dat tikje humor met knipoog. Platel regisseert het allemaal uiterst geraffineerd. Speciaal voor de dames in het publiek is er een sportschooltype man met zachtmoedige uitstraling: Sidi Meesters loopt uiteindelijk met een kaalgeschoren kruis de zaal in.
Nachtschade is daarmee een bonte revue die af en toe de (theater)kunst raakt. Wat dat betreft is choreografe Claudia Triozzi het meest intrigerend: haar danseres Cecilia Bengolea is nauwelijks te zien doordat ze opgaat in een psychedelische diaprojectie. Af en toe komt er een been tevoorschijn uit het geprojecteerde beeld en juist dat zoeken naar Bengolea’s lichaam is verrassend. Het grappige is dat Nachtschade in een welwillende theaterzaal eigenlijk weinig met erotiek te maken heeft. Misschien lopen er in gewone toneelstukken en choreografieën tegenwoordig al te veel naakte lijven rond om gegeneerd, verlegen of gefascineerd te raken. De choreografen trokken de striptease uit de goedkope sekssfeer, en geven het in Nachtschade enig theatraal maar ook preuts cachet. De gedeelde kern van de striptease en het theater ligt slechts in het doen alsof.

Labels: , ,

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

19 februari 2007

Blackbird (GPD)

Heike Wisse toont talent in Blackbird

Door Wijbrand Schaap
Den Haag (GPD) _ Het weerzien met een oude liefde hoeft geen probleem te zijn voor een man van zesenvijftig. Tenzij die geliefde van 15 jaar geleden nu een frisse blom van 27 is. Dan heb je dus wel een probleem. Ziedaar de thematiek van Blackbird. Dit toneelstuk van de Schotse auteur David Harrower wordt nu gebracht door Het Nationale Toneel als duet voor Derek de Lint en Heike Wisse.
Harrower is een bijzondere toneelschrijver. Hij is een van de succesvolle vertegenwoordigers van het nieuwe Britse theater, een theater dat langzaam maar zeker Nederland binnendruppelt via Oostenrijk en Duitsland, omdat rechtstreeks inkopen in Engeland nog steeds 'not done' is onder veel Nederlandse gezelschappen.
Harrowers 'Messen in Hennen' was een paar jaar terug zijn opmerkelijke binnenkomst in dat circuit. Het werd toen uiterst treffend gebracht met Tamar van den Dop in een regie van Annie van Hoof, die inmiddels de enige werkelijke specialist van het genre genoemd kan worden.
Maaike van Langen, die het stuk nu regisseert bij Het Nationale Toneel, staat nog midden in haar ontwikkeling. Haar debuut in de grote zaal, vorig jaar bij Het Nationale Toneel, was niet bepaald gelukkig. Ze bracht toen een overdreven uitleggerige en hysterische versie van Bruid in de Morgen, de licht belegen incestklassieker van Hugo Claus. Kennelijk had het grote toneel, het grote publiek en het grote decor, met dito organisatie en personeel, haar overvallen. Hoe het ook zij, in de kleine zaal lijkt Van Langen een stuk beter op haar gemak.
Derek de Lint en Heike Wisse krijgen alle gelegenheid om hun volume laag en de spanning hoog te houden. Het levert een intrigerend steekspel op, waarbij Heike Wisse de show steelt als het pedofilieslachtoffer dat uiteindelijk minder slachtoffer en meer dader lijkt. Dat in het midden laten was de grote opdracht die Harrower zichzelf stelde, en in haar respectvolle regie slaagt Van Langen er goed in om de balans niet door te laten slaan. De voorstelling blijft daardoor iets prettig ongemakkelijks houden. Vooral Wisse slaagt erin om niet al te zwaar op de hand en boos te zijn, wat met een te zwaar moraliserende regie-opvatting wel zou kunnen gebeuren.
Alleen aan het einde gaat het mis. Of het een aanwijzing is van Harrower of een ingreep van Van Langen is niet duidelijk, maar in de voorstelling is een 'American Beauty'-moment ingebouwd. Wat in de tekst een toespeling is, loopt op het toneel uit op een opengeknoopte blouse en een betaste borst. De ontluisterende grondscène die volgt is zonde. De vraag was: is de man nu gewoon een oude geilbak die sinds zijn eerste ontmoeting met de twaalfjarige nog steeds fantaseert over die pedofiele ervaring, of niet? Nu, door die uitleggerige zondeval, wordt het antwoord gegeven. Dat is jammer.
Heeft de schrijver dat antwoord bedacht, diskwalificeert hij zichzelf. Heeft Van Langen de ingreep noodzakelijk geacht, moet ze nog het een en ander leren.

Blackbird door Het Nationale Toneel. Gezien: 17 februari 2007 in het Theater aan de Haven in Scheveningen. Tournee t/m 8 april 2007. Inlichtingen: www.nationaletoneel.nl


Labels: ,

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

16 februari 2007

Dood in Venetië (GPD)

Van Ulsen indrukwekkend in Dood in Venetië

Door Wijbrand Schaap
Gouda (GPD) _ Het kan dus toch. Een boekbewerking op toneel brengen die aan de volle breedte en diepte van het boek recht doet, en tegelijkertijd het wezen van acteren in ere laat. Henk van Ulsen, de tachtigjarige solist die in zijn lange carrière talloze keren Gogols Dagboek van een Gek speelde, laat het zien. Dankzij regisseur Gijs de Lange die wederom aantoont perfect aan te voelen waar de kracht van zijn materiaal ligt.
Dood in Venetië, de solo naar de legendarische novelle van Thomas Mann uit 1912 die iedereen kent van die film uit 1971, is een waardig en indrukwekkend voorlopig hoogtepunt in Van Ulsens lange acteercarrière. Dat hoogtepunt bereikt hij, gezeten achter een tafeltje en voorlezend van een bundeltje papier.
De schoonheid van een boek zit verborgen in de taal, die via een ingewikkeld stelsel van impulsen uiteindelijk de verbeelding van de lezer in beweging zet. Wie een boek voor toneel wil bewerken heeft dus de zware taak die taal intact te laten, terwijl toneel ook eist dat er iets te zien is. Maar dat beeld mag de verbeelding niet verstoren. Ziedaar het talent van Guy Cassiers die Proust in een toneelschrijver wist te veranderen door bij zijn bewerking van Op zoek naar de verloren tijd beelden te maken die nog sterker dan taal op de verbeelding werkten.
Maar zie daar ook het talent van Gijs de Lange die snapt dat de oude Henk van Ulsen achter een tafeltje, zoekend naar de perfecte vertolking van zijn tekst, het mooiste eerbetoon aan een literair meesterwerk kan zijn. En dat hij daarbij nog op een heel bescheiden manier respect betuigt voor juist Guy Cassiers, siert De Lange.
In navolging van Cassiers gebruikt De Lange lichtjes gemanipuleerde close-up videobeelden van het vertellende, spelende, zoekende hoofd van Van Ulsen. We zien zo goed dat hier een acteur zit die groots wil spelen, maar zich krachtig inhoudt. We zien ook een acteur die haast wil maken met die enorme tekst, maar die zich tegelijkertijd tot rust weet te manen. We zien overigens ook in totaal 10 seconden aan beeld uit de beroemde film van Visconti. Genoeg om een herinnering op te wekken, genoeg ook om te snappen dat De Lange hiermee die film ook alle credits geeft als een niet te evenaren hoogtepunt van cinematografie.
Deze voorstelling over een schrijver op leeftijd die op zoek naar inspiratie in Venetië fataal bevangen raakt door de schoonheid van een mysterieuze jongen is een worsteling met alleen maar winnaars. Dat je dit eigenlijk in een zo klein mogelijk zaaltje moet zien, omdat ze dan eindelijk niet die rare geluidsversterking nodig hebben, is een klein smetje. Tenslotte moet ook Van Ulsen zijn tournee kunnen betalen. We kunnen niet allemaal bij hem op de koffie komen.
Dood in Venetië door Henk van Ulsen. Gezien, 15 februari in de Goudse Schouwburg. Tournee t/m 12 mei 2007. Inlichtingen: www.fransvanbronkhorst.nl


Labels: ,

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

14 februari 2007

Duetten rond levensvragen

NRC Handelsblad

Productiehuis Rotterdam: Private Peace van Piet Rogie. Dance Works Rotterdam: Duet Gallery.

Door Ingrid van Frankenhuyzen

Existentiële vragen over leven en liefde: choreograaf Piet Rogie stelt ze zonder te antwoorden in zijn nieuwste productie Private Peace. De hoofdpersoon van het op band vertelde verhaal is een eilandbewoner wiens huis en wiens schip met porselein ooit in vlammen opgingen. Met de aangespoelde schoteltjes als decor vormt hij woorden als river, lover of dust. In zijn eenzame en bizarre universum dwalen af en toe ook nog twee dansende gasten rond die net als de man veezeer introvert bewegen.
Sinds Rogie zijn rijkssubsidie verloor, heeft hij in zijn werk alle franje weggelaten. Bijna verbeten zoekt hij naar de naakte zin van het bestaan. In Private Peace levert het af en toe weer beeldschone taferelen op van een man op zoek naar houvast, zeker in combinatie met de melancholieke muziek van o.a. György Ligeti en György Kurtag, maar even zo vaak is het theatraal zo hermetisch en klein, dat je bijna in slaap sukkelt. Iemand zou Rogie dramaturgisch bij de les moeten houden want de beeldengoochelaar blijft een van Nederlands eigenzinnigste makers.
Het duettenprogramma Duet Gallery van Dance Works Rotterdam bevat naast ouder werk van Ton Simons (Little Ease), Dana Caspersen (Prelude 17) en Bruno Listopad (Corpo Pensante), één Nederlandse première: E27SD van Rafael Bonachela, oorspronkelijk uit 2004. Ook hij creëert een eigenzinnig universum: twee dansers lijken na een avond stappen problemen te krijgen met hun herinnering. Zoals dronkenschap tijd en ruimte ontregelt, zo ontregelend spannend wil Bonachela- de man die ook de choreografieën voor Kylie Minogue maakt- het duet zien te krijgen. Tekstflarden( ‘I can hear into my mind’)die dienen als herinnering, spannende en snoeiharde synthesizermuziek, dansers die hoewel wat spastisch verkleefd lijken : ja het is wel voorstelbaar dat je de wereld zo ervaart in een achterafsteegje bij de disco. Opwindend is het niet, wel oké om mee te maken. Zeker samen met de andere duetten die eigenlijk laten zien dat dans deze avond een existentiële kwestie vol levensvragen is.

Labels: ,

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

13 februari 2007

Anouk van Dijk: Pushing Air

NRC Handelsblad

‘Pushing Air: dans vol lege dynamiek

Gezien 9/2/07 Brakke Grond Amsterdam

Door Ingrid van Frankenhuyzen

Maar liefst drie mensen ontwierpen het geluid bij Anouk van Dijks nieuwe voorstelling Pushing Air: de harde bonken en beuken van Anton Abbes, Jorn van Dijk en David Hernandez is dan ook de motor achter de dansvoorstelling. Elke gecomputeriseerde tromroffel zweept de vier dansers op en verleidt hen tot schokkende bewegingen alsof er reptielen worden geëlektrocuteerd. Ze kruipen rond als leguanen met een zonnesteek. Soms brengen de danser ook zelf geluid voort. Met hun voeten bijvoorbeeld door over een ribbelmatje- met microfoon- heen te wrijven. Een van hen playbackt zelfs computergeluiden in een microfoon. De gedachte erachter: wie lucht verplaatst maakt geluid en maakt ook ruimte. Wie ademt (als danser) kan niet zonder tijd en ruimte.
De filosofie achter Pushing Air is duidelijk maar daarmee is er nog geen diepgravende of diep rakende choreografie ontstaan. Ruim een uur lang schokken en kruipen de dansers rond in een donker speelvlak, afgebakend door ijzeren stangen. Ze hebben niet veel met elkaars aanwezigheid op en slechts sporadisch dansen ze ‘als mensen’ samen. Wat er gebeurt of moet gebeuren blijft hangen, de dramaturgie is er vooral een van de status quo. Nergens wordt het spannend, nergens scherp of afwijkend. De luchtverplaatsing is vooral een hoop dynamisch gekabbel.
Natuurlijk beheersen de dansers het stuiptrekken erg goed want aan de dansers ligt het niet. En Anouk van Dijk mag dan af en toe zeer fraaie frases laten zien, als geheel is Pushing Air veel pretentieuze, gebakken lucht. Het is een beetje de makke van de hedendaagse Nederlandse moderne dans: best leuk, best goed maar verrassen, confronteren, uitdagen, vernieuwen of tot nadenken stemmen doet het niet. Nederlandse moderne dans heeft de zeggingskracht van ambtenarendans: met oogkleppen op wordt de eigen, voor buitenstaanders weinig inspirerende, binnenwereld tot maatstaf. Anouk van Dijk had er deze keer ook teveel last van.

Labels: ,

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

12 februari 2007

Aan het einde van de regenboog (AD)

ALGEMEEN DAGBLAD

Toneel: drie sterren.
Aan het einde van de regenboog van Peter Quilter. Gezien: 3 februari, Oude Luxor Rotterdam. Tournee t.m. juni 2007

Kleinsma te blakend voor verlopen diva

ERIC VAN DER VELDEN
ROTTERDAM
Veertien fameuze songs en een verhaal dat zo oud is als de showbizz zelf. Aan het einde van de regenboog van de Engelse schrijver Peter Quilter stelt als theaterstuk niet zo gek veel voor. Het is wat je noemt een acteursvehikel, zo geschreven dat de hoofdrolvertolkster alle kans krijgt om te schitteren.
De Nederlandse keus voor Simone Kleinsma is minder vanzelfsprekend. Zij moet immers Judy Garland (1922-1969) vertolken, een Amerikaanse ster die in alles haar tegenpool is geweest. Garland was grofgebekt, pathetisch, wispelturig, ongedisciplineerd, verslaafd, en uiteindelijk niet opgewassen tegen de druk van haar gigantische roem. Een blik op het strak getrainde lijf van de altijd zo blijmoedig overkomende Kleinsma, en je weet al genoeg: onze eigen miss showbizz zingt straks op haar zeventigste nog steeds de longen uit haar lijf.
Kleinsma geeft wat zij in huis heeft – en dat is veel. Maar hoe hard ze ook strijd tegen haar eigen blakende imago, een werkelijk wanhopige en uitgeputte diva wil maar niet te voorschijn komen. Met de liedjes is zij wel volledig geloofwaardig: doorleefd gezongen met een live orkestje, zonder het vibrato en de aanzwellende violen waarmee Garland destijds haar publiek wist in te pakken.
Paul de Leeuw als haar nichterige pianist en Kees Boot als haar manager en ‘nieuwe verloofde’ stellen zich dienstbaar op. Respectabele vertolkingen, al zou het wat gevaarlijker hebben gekund. Nu overheersen de liefdevolle bedoelingen met Garland, terwijl de vaardig geschreven dialoog ook ruimte laat voor een andere mogelijkheid: grof eigen belang. De aankleding is zo verzorgd als je mag verwachten bij een Joop van den Ende-productie, maar ook hier een kanttekening: de changementen tussen hotelkamer en theater duren net iets te lang.

Labels: ,

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

10 februari 2007

Brokeback Mountain (GPD)

Humor redt lieve Brokeback Mountain

Door Wijbrand Schaap
Den Bosch (GPD)_Twee mannen met een kudde schapen op een stille berg. Dat vraagt om een mooi verhaal. Pulitzer Prize-winnares Annie Proulx schreef dat verhaal hartverscheurend mooi op en Ang Lee maakte er een film van die haast nog mooier is. Kom daar maar eens aan met je theater. Toch durfde regisseur Jos van Kan dat: een toneelbewerking maken van Brokeback Mountain. Het is nog best mooi geworden ook. Dat is een knappe prestatie van het Brabantse gezelschap De Wetten van Kepler, dat vorig jaar iets schitterends maakte van het boerendrama Biest.
Op dit moment regent het boekbewerkingen in het Nederlandse theater. Kentering van een Huwelijk door Ursul de Geer, De Stille Kracht door Ger Thijs en Dood in Venetië door Henk van Ulsen zijn er de markantste voorbeelden van. En nu dus ook Brokeback Mountain, al zal menigeen dat verhaal beter kennen van de film.
Dat boeken mooi materiaal kunnen zijn, staat vast. Madeleine Jutten-Matzer maakte dit jaar iets moois van Alleen op de Wereld, nadat ze eerder al een prachtbewerking liet zien van Hokwerda's kind van Oek de Jong. Dat succes niet vanzelfsprekend is, werd aangetoond door de bewerking van Sándor Marái's Kentering van een Huwelijk.
De valkuil zit hem in de vertelling, die in een boek anders werkt dan op het toneel. Wanneer je de vertellersrol, in het boek meestal in handen van de schrijver, op het toneel laat spelen door de personages over wie verteld wordt, schep je een probleem. Zijn die acteurs nu personage of verteller, of allebei, en zo ja, wanneer dan precies? De in literatuur zo gebruikelijke werkwoordsvorm verleden tijd schept op het toneel bovendien afstand. Want hoe zit het met die ene die dood ging?
Zo'n ingebouwde afstand hoeft geen probleem te zijn. Je krijgt er bijvoorbeeld humor voor terug. En betrokkenheid, omdat de verteller over zichzelf lijkt te vertellen. In de toneelversie van Brokeback Mountain is de humor dan ook de mooiste toevoeging aan het origineel. Acteurs Willem Schouten en Sieger Sloot hebben plezier in het verhaal, en dat geeft de vertelling een prettige luchtigheid mee.
Maar dan mis je dus wel die schitterende natuurbeschrijvingen uit het boek en de stomende zindering tussen die twee cowboys en hun verboden hunkering uit de film. Beschrijvingen zijn gemaakt om te lezen, en zindering werkt het beste met de extreme close-ups die de film als medium biedt.
Gelukkig is er daarom nog Wendell Jaspers. Die ene close-up van haar, geprojecteerd op het decor van Brokeback Mountain, maakt heel veel goed van het gemis aan bronstigheid tussen die twee o, zo lieve mannen. Die ene close-up vertelt ons overigens ook dat we wij van het toneel het ergste moeten vrezen: Wendell Japsers gaat een bloeiende carrière tegemoet. In de film.

Brokeback Mountain door De Wetten van Kepler. Gezien: 9 februari 2007 in De Verkadefabriek in Den Bosch (première) tournee t/m 31 maart 2007. Inlichtingen: www.wettenvankepler.nl


Labels: ,

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

09 februari 2007

Kentering van een huwelijk (GPD)

'Kentering' te braaf gebracht

Door Wijbrand Schaap
Leiden (GPD) _ Ooit – en dan heb ik het over een eeuw of 26 terug, toen de goden nog op de Olympus huisden – was theater een vertel-ding. Iemand vertelde een verhaal, afgewisseld met wat liedjes en dansjes. Al gauw vond men dat een beetje niksig: er werden acteurs ingehuurd, die deden of ze ter plekke het verhaal beleefden. Het wonder geschiedde en dat werkt nu al zo'n 25 eeuwen. Ursul de Geer, die na enkele jaren vol tv weer terug is aan het toneel, heeft daar een beetje lak aan. Zijn bewerking van de bestseller 'Kentering van een huwelijk' van de Hongaarse auteur Sándor Márai is zelfs geen verteltheater: het is pre-Olympisch beschrijftheater geworden.
Kentering van een huwelijk is een boek over twee huwelijken die niet lukken, maar het is ook een politiek manifest over de teloorgang van de onschuld in het Europa van voor WO II. Met heel erg mooie zinnen. Van die zinnen die je per stuk op een tegeltje zou willen zetten. Zinnen die je nog eens herleest en nog eens. Beetje voor jezelf proeven, kauwen en herkauwen en langzaam op de tong laten smelten. Daarna pas slikken. We hebben er geen bezwaar tegen als u dat thuis doet. Op een toneel ziet dat er vaak niet uit.
In de toneelversie van 'Kentering' wordt wat afgeproefd en gesmolten. Nu gebeurt dat gelukkig door goede acteurs: Saskia Temmink, hoewel nog steeds te ernstig, acteert prettig; Huub Stapel ziet er als altijd prachtig uit en Will van Kralingen is natuurlijk gewoon Will van Kralingen. Daar kan ook een slecht stuk niets aan veranderen. Nummer vier, Just Meijer, is niet zozeer een goed acteur als wel iemand die leuk viool speelt.
Grootste probleem van 'Kentering' is de bewerking die regisseur Ursul de Geer van zijn lievelingsboek heeft gemaakt. De schaarse dialogen zijn vrijwel letterlijk uit het boek overgenomen en de uitvoerige beschrijvende passages zijn keurig verdeeld over de rollen. Die monologen zijn zo verschrikkelijk beschrijvend, dat je wel een ongelooflijk meesterlijk acteur van het formaat Jeroen Willems – plus moet zijn om daar leven in te brengen. Het zij de acteurs dus vergeven dat ze blijven steken in afstandelijke mooispelerij en er dus niet in slagen om dit luisterboek enige 'soul' mee te geven.
De Geer heeft niets geleerd van de frivoliteit waarmee Ger Thijs Max Havelaar en De Stille Karcht bewerkte, noch neemt hij iets van de geniale terloopsheid over waarmee Guy Cassiers het werk van Marcel Proust tot theater wist te maken.
Nu is er dus geen theater. Het decor, dat bestaat uit lange gesloten cafébanken, werkt ook al niet mee. De helft van de tijd zit je naar pratende hoofden en bovenlijven te kijken omdat de acteurs achter die banken staan. Bizar. Is er iets met de voeten van Huub Stapel?
Zo blijft er dus een slecht in beeld gebrachte babbelvoorstelling over. Met prachtige zinnen en oneliners, dat wel. Tip voor De Geer: organiseer een voorleesavond. Doe het hele boek met een stuk of wat vrienden en lichtbeelden. Scheelt weer een vrachtwagen decor.

Kentering van een Huwelijk. Gezien: 8 februari 2007 in Leiden (première). Tournee t/m 5 juni. Inlichtingen: www.impresariaatwallis.nl


Labels: ,

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

04 februari 2007

Lichaam (GPD)

Ideeënloos Lichaam mist originaliteit

Door Wijbrand Schaap
Eindhoven(GPD)_ Met kleine borsten heb je geen bh nodig. Papa fume une pipe n'est pas papa pijpen in een Frans restaurant. Donker is brrr. Je kunt a: traag bewegen in strijklicht; b: iets met een gemimede bal; c: een tof orgasme nadoen en d: dat allemaal niet met z'n tweetjes. Studentenhuizen zijn seksparadijzen. Windmachines mag je van de Arbo-wet niet recht op de zaal richten en een enkeling vraagt zich af waartoe het allemaal dient.
Tot zover 'Lichaam', het nieuwste toneelstuk waarmee het Zuidelijk Toneel nu langs de schouwburgen reist. Het is het resultaat van zeker drie maanden zoeken, zwoegen, improviseren, praten en denken door zes acteurs, twee dramaturgen, een vormgever en een regisseur. De zes acteurs worden betaald om hun best te doen, dus doen ze hun best. De dramaturgen heten Cecile Brommer en Rosa van Toledo en hebben vast ook hun best gedaan, maar daar merken we niets van. De dikke stapel papier ontbreekt namelijk waarmee ze het vorige project van hun regisseur van inhoud probeerden te voorzien. Die regisseur, Olivier Provily, ontbrak op zijn beurt bij het slotapplaus van de première. Daarmee werden de hardnekkige geruchten over slaande ruzies binnen de ploeg niet ontkracht.
Wat is er aan de hand? Regisseur Olivier Provily heeft werkelijk geen enkel idee. Hij heeft ten eerste geen idee wat hij met honderdvijftig vierkante meter podium aan moet vangen. Ten tweede heeft hij geen idee wat hij met het theater als kunstvorm wil en dat is nog een stukje lastiger. Natuurlijk is de zoekende, autonome kunstenaar iets wat we moeten koesteren. Een goede theatermaker is altijd op zoek. Naar meer, minder, beter, dieper, groter, intenser.
Provily is een ander type zoeker. Hij is de autistische zoeker die het liefste zonder publiek, met zijn rug naar de zaal en zijn medewerkers toe, met blokjes, tubes en draadjes knutselt. Buitengewoon interessant om tegen te komen op een atelier-route, maar minder om twee uur lang naar te kijken. De mensen die dát fantastisch vinden, zijn te gering in aantal om ook maar één schouwburg mee te vullen.
Geen idee hebben is al erg, onorigineel zijn is nog erger. Net als Provily's vorige schouwburgstuk Fragmenten is Lichaam op zijn best een herkauwen van beelden in combinaties die anderen in het recente verleden beter, scherper, spannender, uitdagender hebben getoond. Meer nog dan in Fragmenten valt het amateurisme op. De humoristisch bedoelde passages zijn flauw en voorspelbaar, het samenspel grenst aan het infantiele en 'traag bewegen en moeilijk kijken' moet tragiek voorstellen.
Misschien heeft hij vroeger wel te veel geblowd, ofzo, weet je? Hoe dan ook heeft Provily op dit moment onvoldoende originele ideeën om het grote publiek aan te kunnen. Het beste is dat hij vanaf nu minstens tien jaar in kleine zaaltjes gaat uitzoeken wat hij nou eigenlijk wil. Dan zien we wel weer. Wat we ondertussen met Het Zuidelijk Toneel moeten? Na de wankelmoedige afgelopen jaren en het debacle van het vorige stuk, Breekbaar, weet ik het ook even niet meer.

Lichaam door Het Zuidelijk Toneel. Gezien: 2 februari 2007, Eindhoven. Tournee. Inlichtingen: www.hzt.nl


Labels: ,

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

30 januari 2007

De Familie Avenier (Volkskrant)

De familie Avenier stelt teleur

Maria Goos wil met inwisselbare personages te veel vertellen

Door: Hein Janssen

In haar nieuwe toneelstuk De geschiedenis van de familie Avenier heeft Maria Goos twee lijken nodig om de gebeurtenissen te sturen en voort te stuwen. In deel 1 van dit 4-delige feuilleton, waarvan donderdag de eerste twee delen in premiere zijn gegaan, legt grootmoeder Avenier het loodje. Deel 2 is gegroepeerd rond de kist waarin zoon Jan ligt opgebaard. De dood is de motor waarop dit leven draait. En voordat die dood toeslaat, wordt heel wat groot en klein verdriet geleden.
De familie Avenier is een gewoon Nederlands gezin, uitgerust met een zachte g want geworteld in Brabant. Kleine middenstanders die een kruidenierszaak runnen en een dorpscafe. In deel 1 is het 1955, is men de ellende van oorlog en armoede net te boven en staat de welvaart op het punt stapje voor stapje toe te slaan. Deel 2 speelt zich in 1970 af en in die vijftien jaar lijkt het land in sneltreinvaart zijn naiviteit kwijtgeraakt. Of zoals een van de personages het samenvat: wat we nu een depressie noemen, heette vroeger gewoon chagrijnig.
De familie Avenier is in de eerste plaats een familiekroniek. Maar Goos wil ook een tijdsbeeld schetsen, of liever: laten zien hoe de tijd verloopt, en hoe het land en zijn inwoners daarin zijn veranderd. Vaardig als in haar eerdere stukken Familie en Cloaca zet Goos ook hier weer personages van vlees en bloed op toneel, die in rappe, vlotte en soms fraai ontregelende dialogen met elkaar communiceren. Maar in dit geval zijn het er te veel: in krap drie uur moeten we kennismaken met maar liefst dertien personages, die bovendien tamelijk inwisselbaar zijn: het zijn goedwillende, soms tamelijk hulpeloze kleine luyden, met een weinig originele kijk op het leven. Drie broers, een zuster, de aangetrouwde tak, wat kinderen, dromend van emigreren naar Australie, een eigen wasmachine en ten slotte vrije seks en een leuk flatje.
Voor een feuilleton is het van belang dat die personages tot de verbeelding spreken, dat je benieuwd bent naar hun lotgevallen. Dat is hier niet het geval; je ziet ze hooguit als die malle oom, die hysterische tante of dat leuke nichtje van je eigen familie, die hier in kleding en pruikenpartij bovendien nogal karikaturaal zijn vormgegeven.
Ook de maatschappelijke kant van De familie Avenier stelt teleur. Het gesappel in de jaren vijftig en de vrijheid-blijheid-mentaliteit van de jaren zeventig zijn tamelijk clichematig beschreven. Er komt van alles voorbij, zonder echte duiding: de oorlog, de jodenvervolging, de eerste gastarbeider, abortus, lesbische liefde en aan het eind blijkt een van de neefjes ook nog een hippie die stoned is, terwijl we Bob Dylan horen - The times, they are a-changin.
Maria Goos heeft zo veel willen vertellen dat ze eigenlijk een twaalfdelige tv-serie had moeten schrijven in plaats van een toneelstuk in vier delen. Met haar series Pleidooi en Oud Geld heeft ze bewezen uitstekend overweg te kunnen met allerlei thema's en rode draden die vernuftig door elkaar heen lopen. Op televisie zou De familie Avenier dan misschien een Hollandse Heimat zijn geworden, met een vleugje Six Feet Under, gezien haar fascinatie voor de morbide kanten in het bestaan.
Door al die voortdurend pratende, op en af lopende, met zichzelf en hun familie in de knoop liggende mensen heeft deze voorstelling van Het Toneel Speelt in regie van Jaap Spijkers ook weinig schwung gekregen. Het levert tamelijk veel statische taferelen op, en dat betekent dat de spelers vooral op hun verbale kwaliteiten zijn aangewezen.
Daarmee zit het overigens helemaal goed. Met een schitterende Gijs Scholten van Aschat als cafébaas Christ (zijn grafrede voor zijn zwager Jan is een hoogtepunt), een mooi verbeten Carine Crutzen als zijn vrouw, een tragikomische Peter Blok als kruidenier, en een excellerende Tjitske Reidinga als de verpersoonlijking van de harde, ambitieuze en gretige, moderne vrouw anno 1970.
Voor de toekomst van de familie Avenier en het verloop van dit feuilleton is het te hopen dat de nieuwe generatie wat meer lef, doorzettingsvermogen en avontuur te bieden heeft.
Hein Janssen

De geschiedenis van de familie Avenier van Maria Goos door Het Toneel Speelt, regie Jaap Spijkers. In Stadsschouwburg Amsterdam t/m 28 januari. Tournee.

Labels: ,

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

28 januari 2007

Wie is er bang (GPD)

George is uit de kast

Door Wijbrand Schaap
Leiden (GPD) _ Opnieuw is een goed bewaard geheim uit een toneelstuk van Edward Albee prijsgegeven. Onlangs nog bekloeg de Amerikaanse schrijver zich erover dat de Nederlandse versie van In Wankel Evenwicht door Toneelgroep Carver een geheim toont wat hij graag verborgen had willen houden. In 'Wie is er bang voor Virginia Woolf', dat nu door Nederland reist, is een nog groter geheim blootgegeven: George, de mannelijke helft van de klassieke toneelzuipers George en Martha, is wel degelijk 'van de mannen'. Of hoe noem je zoiets. De man die samen met zijn echtgenote Martha een jonger stel voor een nacht doorzakken uitnodigt, valt als een baksteen voor de charmes van zijn 20 jaar jongere gast: Nick. Blond en sterk. Zoiets. En Nick worstelt nog. Een beetje.
Ziehier de belangrijkste vernieuwing die de zoveelste versie van Who's Afraid of Virginia Woolf aan het Nederlandse publiek te bieden heeft. Dat mag verfrissend heten, want we werden het vergelijken een beetje moe. Deze versie, waarin de homo-erotische invalshoek een totaal andere verhouding in het stuk veroorzaakt, is daarom wel bijzonder. Of het ook de mooiste, indrukwekkendste en leukste versie ooit is, valt te betwijfelen.
Traditioneel moet het zinderen van de lust én de haat tussen de echtelieden die een kind hebben verzonnen om hun leven inhoud te geven. De jonge gasten, Nick en Honey, die zij voor hun nacht doorzakken uitnodigen zijn vooral pineut, maar ze vertegenwoordigen ook de verloren jeugd en de verloren toekomst van beide vechtersbazen. Nu regisseur Gerardjan Rijnders in deze versie met Olga Zuiderhoek en Porgy Franssen de nadruk legt op de geaardheid van George maakt de zindering tussen George en Martha plaats voor een zindering tussen George en Nick. De overige conflicten en situaties in deze toch al wel wat grijsgedraaide toneelklassieker krijgen daardoor iets banaals, en zelfs iets overbodigs.
Het neemt niet weg dat Franssen fantastisch speelt. Na een wat moeizaam begin weet hij goed de aandacht naar zich toe te trekken. En dat gaat heel lekker. Dat is maar goed ook, want Olga Zuiderhoek heeft duidelijk meer moeite om te vlammen. Natuurlijk is ze ouderwets aards en dat geeft wel een grappige draai aan de diva-rol die Martha doorgaans is. Maar een gevaarlijke sexy heks is ze niet, meer een uitgebluste huisvrouw met een slijter teveel in de buurt. Honey, het domme blondje dat via een schijnzwangerschap hunk Nick verschalkte, is door Rijnders nu echt volslagen hysterisch gemaakt. Ruben Brinkman, de acteur die Georges vlam Nick moet spelen, doet dat best aardig: het is leuk om nu eens een heel ander soort vertwijfeling bij deze macho te zien: niet omdat hij door een veel oudere vrouw wordt besprongen, maar omdat George zíjn geheim heeft ontdekt.
Toch is het jammer dat, wat in het oorspronkelijke stuk alleen maar één van de mogelijke suggesties is, nu zo evident voor het voetlicht wordt gezet. Albee heeft er misschien wel gelijk in, dat hij zijn geheimen graag geheimen laat blijven.
Wie is er bang voor Virginia Woolf. Gezien: 27 januari 2007 in Leiden. Tournee t/m 19 mei. Inlichtingen: www.hummelinckstuurman.nl


Labels: ,

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

26 januari 2007

Familie Avenier (GPD)

Goos' Familiekroniek geeft goed gevoel

Door Wijbrand Schaap
Amsterdam (GPD) _ Brabant. Je zal er maar geboren zijn. Voor veel mensen uit de Randstad is dat én werkelijkheid én nachtmerrie. Want met een Brabants accent, of met iets dat nog zuidelijker klinkt, wordt je in de grote stad niet serieus genomen. Maria Goos, de schrijfster van klassiekers als de tv-serie Oud Geld en de toneelstukken Familie en Cloaca, is in Brabant geboren. Het leverde haar zoveel blijken van medeleven op, dat ze besloot om haar eigen levensverhaal tot toneel te maken. Een jeugd in Brabant is namelijk niet alleen maar ellende. De Geschiedenis van de Familie Avenier is er bovendien het resultaat van. Het mag er best wezen.
Nu begint 'Familie Avenier' wel tamelijk ellendig, maar dat is minder de schuld van Brabant als van de tijd waarover het eerste deel van dit vierdelige epos gaat: de jaren vijftig. Het land was in wederopbouw, gevoelens en warmte zaten nog gezellig bij oorlogstrauma's en nare familiegeheimen onder het tapijt. In het stuk wordt dat zó treffend uitgebeeld dat die eerste scènes hier en daar wat traag en saai overkomen. Hoe goed de inmiddels vaste spelersgroep van Maria Goos' stukken ook speelt, de fifties waren en worden gewoon niet echt leuk. In Nederland dan. Want die paar jazznegers die op weg naar Parijs in Brabant stranden, waren wel de voorboden van betere tijden. Natuurlijk zijn er kleine, typisch Goossiaanse tekstjuweeltjes, observatietjes en momenten van ontroering, maar het is allemaal nog iets te petieterig. Leuk is het zeker, maar kanonnen als Peter Blok, Marisa van Eyle en Gijs Scholten van Aschat moeten er stevig voor waken om de humoristischer delen niet tot een boerenklucht te laten afglijden. Je zit tenslotte vlakbij 't Schaap met de Vijf Poten en 'Toen was geluk nog gewoon', en Maria Goos wil toch meer dan dat.
De avond krijgt vleugels wanneer deel twee wordt ingezet. Het decor is minder naturel, het drama wat groter en de verteltrant frivoler. Nu was 1970 natuurlijk ook een veel boeiender jaar, met hippies in het Kralingse Bos, existentialistische junks in Parijs en de ontluikende welvaart in de provincie. Gijs Scholten van Aschat en Marcel Hensema, die overigens steeds Utrechtser gaat praten tijdens de rit, doen een pracht-act over Brabantse bakkebaarden op het festival van Kralingen en opnieuw Van Aschat doet een schitterende seksuele revolutie-dans met Carine Crutzen. 'Hotlips' Tjitske Reidinga overstijgt haar verse Gooise Vrouwen-imago in een prachtige instorting voor de charmes van haar uit ballingschap terugkerende ex.
Het ensemble staat, ook in de kleinere rollen, als een huis. Dat is te danken aan Jaap Spijkers, die met deze voorstelling debuteert als regisseur voor de grote zaal. Hij zal er, met zijn spelers, voor moeten blijven waken om niet te vallen voor de verleiding van de makkelijke lach. De schrijfstijl van Maria Goos, die soms wat overvol is, en soms ook teveel in het kleine juweeltje blijft steken, kan deze voorstelling makkelijk doen ontaarden in een schaterfeest.
Hoezeer dat ook mag, in deel drie en deel vier, op het programma voor 2008, willen we toch ook het grote verhaal definitief zien gloren. Dat is dus het verhaal dat van de De Geschiedenis van de Familie Avenier de Nederlandse versie maakt van Heimat of Novecento. We kijken er nu al naar uit.

De Geschiedenis van de Familie Avenier, deel 1 en 2, door Het Toneel Speelt. Gezien: 25 januari 2007 in Amsterdam. Tournee t/m 6 mei 2007. Inlichtingen: www.hettoneelspeelt.nl

Labels: ,

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

21 januari 2007

Hoek van Boukje Schweigman en Theun Mosk (Parool)

Een nieuwe voorstelling van regisseur/mimer Boukje Schweigman en vormgever Theun Mosk is altijd iets om naar uit te kijken. Samen maakten ze inmiddels vijf veelgeprezen en bekroonde mimevoorstellingen die je bijblijven vanwege hun ongewone intimiteit, hun heldere beelden en hun poëtische kracht. Maar zelfs de meest fantasierijke theatermakers maken wel eens een tegenvallende voorstelling en met Hoek is dat helaas het geval.
Lees verder >>

Andere recente recensies:
Zeeuwse nachten 2 van het Volksoperahuis >>
Wankel Evenwicht van Carver/O.T. >>

Labels: ,

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

Italiaanse Nacht

Oostpool mag best gevaarlijker

Door Wijbrand Schaap
Arnhem (GPD) _ Logica heeft zo zijn nare kantjes. Zo kunt u moeiteloos instemmen met iemand die alleen zijn eigen vrienden wil uitnodigen op zijn verjaardag. Maar kunt u ook instemmen met de schijnbaar logische conclusie dat het dan ook normaal is om alleen eigen volk binnen de landsgrenzen te hebben? Zulke kromme logica, waarin een privéfeestje gelijkgesteld wordt aan een heel land, is in overvloed te horen tijdens Italiaanse Nacht, het nieuwste stuk van Toneelgroep Oostpool. De voorstelling staat daarmee met beide voeten stevig in de tijdgeest.
Italiaanse Nacht is van oorsprong een stuk uit 1930 van de Oostenrijks-Hongaarse volksschrijver Ödön von Horváth, die we in Nederland vooral kennen van zijn kermisstuk Kasimir en Karoline. Regisseur Arie de Mol regisseerde dat stuk een paar jaar geleden bij zijn eigen gezelschap, Els Inc. Het was een verrassend apolitieke voorstelling, zeker voor Arie de Mol, die in al zijn werk graag vingers op zere plekken legt. De versie van het in Nederland nog nooit gespeelde Italiaanse Nacht die hij nu samen met vertaler Rob Klinkenberg aflevert, is gelukkig weer 'ouderwets' stevig in zijn politieke lading.
Een dorpje maakt zich op voor de viering van het 'Feest van de Europese Verbroedering met dit keer als themaland Italië'. De sociaal-democratische wethouder ziet de plannen echter gedwarsboomd door de opportunistische herbergier, die zijn feestzaal op dezelfde dag ook heeft verhuurd aan de lokale Neo-Nazi's. De voorstelling opent heel 'onschuldig' met een vrolijk gezongen 'Internationale', en loopt via een huiveringwekkende toespraak van de lokale Nazi-chef uit op een puinhoop, waarin linksradikalen, andersglobalisten, apolitieke kunstenaars en lonsdalers geen spaan heel laten van het sociaaldemocratische feestje.
Arie de Mol wil met zijn stuk geen stelling nemen vóór of tegen een bepaalde stroming, maar wel tegen het extremisme. Vandaar ook de koddige afbeelding van socialistische stuntels en de grote moeite die is gestoken in het zo redelijk mogelijk schetsen van de radicalen. De speech van hun leider, gespeeld door Victor Griffioen, is een hoogtepunt, net als het kleuterballetje, uitgevoerd door de jonge toneelschoolstudentes Victoria Osborn en Laura de Boer. Op alle fronten straalt het spelplezier overigens van deze voorstelling af, en dat is ontwapenend. Het is iets waarmee de nu samenwerkende gezelschappen Oostpool en Els Inc. al jaren hun publiek voor zich innemen. Jammer is de politiek correcte keuze om van de wethouder een vrouw te maken met een watje als echtgenoot. Hoe goed Oostpolers Juul Vrijdag en Remco Melles hun werk ook doen, een rolwissel naar de oorspronkelijke man-vrouwverhouding zou eigenlijk spannender zijn geweest.
Mede dankzij het sympathieke spelplezier van de grotendeels jonge cast is Italiaanse Nacht geen gevaarlijke voorstelling geworden, zoals een paar jaar geleden 'Alles moet weg' van Els Inc. dat wel was. Ook dat stuk ging over postfortuynistische vertwijfeling, maar de uitkomst was dubieuzer. Nu is het helder dat we medelijden dienen te hebben met die goedbedoelende dorpssocialisten. Niks mis mee, maar een tikje voorspelbaar is dat dan weer wel.
Italiaanse Nacht door Oostpool. Gezien: 20 januari 2007 in Huis Oostpool, Arnhem. Daar nog t/m 4-2. Landelijke tournee t/m 25 maart. Inlichtingen: www.oostpool.nl.

Labels: ,

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

15 januari 2007

Cecilia (GPD)

Cecilia is overbodig knutseltheater

Door Wijbrand Schaap
Den Bosch (GPD) _ Papier doet rare dingen met plannen. Op papier zien plannen er namelijk vaak heel erg mooi uit. Zo is ook het plan om het gouden duo Ria Marks en Titus Tiel Groenestege te koppelen aan Nynke Laveman en Oleg Fateëv van een zeldzame schoonheid. Op papier. De uitvoering van het plan heeft geleid tot één van de tenenkrommendste knutselvoorstellingen sinds jaren. Het muziektheaterstuk 'Cecilia en het meisje voor ½ dagen' is verrassingsloze woordkunst en voorspelbaar bewegingstheater dooraderd met gevoelloze muziekriedeltjes.
Waar ging het mis? Titus Tiel Groenestege en Ria Marks kunnen toch wel iets? Hun trilogie van Paradevoorstellingen 'Valse Wals – Bankstel – Zucht' was tenslotte één van de mooiste theaterervaringen van de voorbije tien jaar? En Oleg Fateëv? Die speelde toch zo hartverscheurend mooi accordeon bij zowel Jeroen Willems' Brel-voorstellingen als bij Wunderbaum? En de Friese Fado's van Nynke Laveman zijn ongekend bijzonder en overtuigend.
Apart zijn deze vier de top. Samen lukt het niet. Dus ligt de schuld bij de bedenker. Moniek Kramer, niet onverdienstelijk als scenariste en ooit gevierd als schrijfster van laat twintigste-eeuws kleinkunsttheater, heeft met al het gouden materiaal dat Orkater haar aanbood helemaal niets van de grond gekregen. Het verhaal, over een dementerend stel waarbij een vermoeden van ontrouw tot de nodige verwarring leidt, is flinterdun. Dat mag, zolang je het maar goed vertelt. Maar nee. Om die dunheid te maskeren schrapt schrijfster Moniek Kramer de meeste lidwoorden en bijvoeglijke naamwoorden en houdt wat bijwoordelijke bepalingen en zelfstandige naamwoorden over, doorspekt met een enkel (hulp)werkwoordje. Vaag 'begrijp me goed'-geknipoog is het gevolg. Titus Tiel Groenestege en Ria Marks moeten het definitief afleggen tegen de regie als die hen bewegingen laat maken die een plat citaat zijn van eerdere Marks&Groenestege-successen. De originaliteit van toen is weg.
Het decor is al even gewild kunstzinnig als het verhaal en het spel. Een vloer met daarop een wand die rond kan draaien, waarschijnlijk om het verloop van de tijd weer te geven. Hoe verrassend. En dan een meisje dat zo nu en dan in de handeling springt, waarbij ze soms de alfahulp is en soms meldt dat ze achtervolgd wordt door een lieve accordeonist met hondenogen. Nynke Laveman mist acteertechniek: al haar expressie is ter ondersteuning van haar – inderdaad mooie – stem. Dat acteert niet lekker, zeker niet in de gereformeerde soepjurk die ze aan heeft. De muziek doet vervolgens alsof je ervoor moet hebben doorgeleerd. Makkelijke tonen worden glashard afgestraft door en maatwissel of een rare uithaal met slapmysterieuze nootjes en woordjes.
Het soort 'kijk eens wat slim'-theater dat Orkater brengt met Cecilia ontstaat wanneer de bedenker geen verhaal te vertellen heeft, hoe abstract ook. Nu is het een abstractie zonder ziel.
Als toeschouwer vergeet je zoiets gelukkig sneller dan de demente personages waar het stuk over gaat. Dat scheelt.

Cecilia en het meisje voor halve dagen door Orkater. Gezien: 12 januari 2007 in De Verkadefabriek in Den Bosch. Tournee t/m 31 maart 2007. Inlichtingen: www.orkater.nl.


Labels: ,

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

07 januari 2007

Is.Man (GPD)

Roosen schetst traditie van kleine bange mannen

Door Wijbrand Schaap
Amsterdam (GPD) _ Uiteindelijk heeft de Islam net zo weinig met eerwraak te maken als het katholieke geloof met de scheiding tussen Jan uit Volendam en zijn Ellemieke van Elders. De voorstelling Is.Man van Adelheid Roosen leert ons dat een man die uit zijn beschermende omgeving wordt losgerukt, veroordeeld is tot hopeloos dolen en op het laatst zelfs tot moord uit angst. Geloof, in het toneelstuk verbeeld door een hemels draaiende soefimeester, kan daar heel weinig aan veranderen.
Eerst waren er de Gesluierde Monologen. Dat stuk over de verborgen wereld van de Moslimvrouw maakte een stille triomftocht langs buurthuizen en theaters tot in het Midden Oosten aan toe. Was dat stuk al een soort reactie op Eve Enslers 'Vagina Monologen', nu is het stuk Is.Man een reactie op de Gesluierde Monologen. Met haar alomvattende gretigheid wilde Adelheid Roosen nu wel eens snappen wat er in het hoofd van de Moslim-man omgaat. En hoewel ze nadrukkelijk niet in de ziel wilde wroeten van Mohammeds en Samirs die slechts één letter als achternaam hebben, kwam ze toch uit bij geweld. Haar research leidde uiteindelijk tot een zoektocht naar de motieven achter 'eerwraak'. In de gevangenis sprak ze met daders, in 'Blijf van mijn Lijf'-huizen met (bijna)-slachtoffers in een poging om begrip te kunnen krijgen voor de man die zijn vrouw, of zelfs zijn zus of dochter, vermoordt omdat ze op een verkeerde manier naar de buurman heeft gekeken.
Het resultaat van haar zoektocht schreef Roosen op in de vorm van een toneelmonoloog waarin de zoon van een eerwreker het verhaal van zijn vader en grootvader vertelt. Die grootvader, verbeeld door de Koerdische muzikant Brader Musiki, is in de voorstelling veruit de indrukwekkendste aanwezigheid. In zijn onverstaanbare klaagzangen, maar meer nog in zijn zwijgen, is hij de oosterse variant van Marlon Brando. Hij is een Don Corleone, de Capo di tutti Koerdische Capi die vanuit zijn geïsoleerde oost-turkse bergdorpje macht uitoefent over zijn achter-achterkleinkinderen in een moderne stad, duizenden kilometers verderop. Hij is de traditie, de geschiedenis waarover niemand vragen stelt, maar waar niemand ook voor kan vluchten. Hij is het die met zijn dorpsraad iedere inburgeringscursus bij voorbaat tot een farce maakt.
De kleinzoon, gespeeld door een iets te heftig gebarende en articulerende Friese acteur met Palestijns bloed, probeert ons, maar ook zichzelf, uit te leggen wat niet uit leggen valt: dat familie- of clan-eer voor een man het allerhoogste is en dat een vrouw er eigenlijk standaard op uit is om die eer aan te tasten, al is dat door verkracht te worden door de buurman. Dat het niet uit te leggen is, maakt Is.Man duidelijk. Dat de spiraal van eergeweld ook niet zomaar te doorbreken is door een hier levende immigrantenzoon, is de belangrijkste boodschap van dit toneelstuk.
Op het laatst worden de vier mannen op het toneel eigenlijk steeds kleiner met hun rare regeltjes, hun bizarre woede en hun bij voorbaat mislukte pogingen tot verzoening. Op het laatst worden de metershoge jurken die aan kleerhaakjes aan de zoldering van het theater hangen het belangrijkste beeld. Zijn het de kleren van de dode vrouwen? Zijn het godinnen? Zijn het de vrouwen zelf die zo onnoemelijk veel superieurder zijn dan al dat mannelijke gekonkel? Gaat het uitsluitend om een lid-woord? Is, met excuses voor het taalgebruik, dé man dé lul of man lul? Daar kunnen we dan nog heel lang over napraten.

Is.Man van Bos theaterproducties. Gezien: 5 januari in Amsterdam, première. Tournee t/m 11 april 2007. Inlichtingen: www.bostheaterproducties.nl

Labels: ,

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

24 december 2006

Dogville

Dogville brengt onontkoombare kerstgedachte
Door Wijbrand Schaap
Rotterdam (GPD) _
Een keer per jaar sneeuwt het. Zelfs in de tropen. Één keer per jaar eten we stoofperen. Één keer per jaar is het kerst en vrede op aarde. Één keer per jaar denken we – behalve aan ons zelf – ook aan anderen. Daarom lopen de ruzies en conflicten ook nooit zo gierend uit de hand als tijdens de kerstdis. Het ro theater heeft er nu een passende voorstelling bij gemaakt. Alleen dat is al reden genoeg om Dogville te gaan zien, ook als het ergens diep in februari is en de krokussen aan hun tweede bloei zijn begonnen.
Dogville is oorspronkelijk een film van Lars von Trier. Dit hoogtepunt uit de Dogma-stroming is misschien nog niet door iedereen gezien. Iedereen kent de film natuurlijk wel van de geruchten dat hoofdrolspeelster Nicole Kidman regisseur Von Trier wel kon schieten en hem na afloop niet meer wilde spreken. Von Trier maakt namelijk niet zomaar films. Hij maakt onontkoombare films en daar moet je tegen kunnen. Ook als acteur. Dat Pieter Kramer er nu een theaterversie van maakt die even onontkoombaar is, mag een hele prestatie genoemd worden.
Waar Von Trier de film ontdeed van realistische decors en het hele verhaal in beeld bracht in een filmstudio met krijtstrepen op de vloer in plaats van muren, draait Kramer de boel om. Kramer maakt film op het toneel zoals Von Trier theater op film bracht. Het openingsbeeld is al meteen raak: een megaprojectie van een magnifiek uitzicht op de Rocky Mountains die het ingeslapen gehucht Dogville omsluiten. Gedurende de voorstelling worden de locaties van de film als hyperrealistische kijkdoos-tafereeltjes het toneel op gereden of komen ze uit de toneelkap zakken. Op vaste punten zakken echter ook filmlampen uit de kap, die het toneel spoorslags veranderen in een filmstudio. En in die studio, annex kijkdoos, vertelt Ton Kas het verhaal over het dorp dat door goed te willen doen tot afschuwelijke daden komt.
Het inzetten van deze verteller is even riskant als meesterlijk. Kas, de man die vorig jaar de kerstproductie Soul schreef, is met zijn uitstekend doordachte cynisme iemand die mensen nogal makkelijk tegen zich in het harnas jaagt. Op het zomerfestival De Parade geeft hij daar nog wel eens mooie demonstraties van. Maar nu is hij de man die met zijn alziende blik precies de juiste toon treft voor het verhaal over de 'onschuldige' Grace (Jacqueline Blom) die als vluchtelinge eerst genegeerd, dan getolereerd en uiteindelijk misbruikt wordt. Zo'n toon die je wel eens hoort in die gangsterfilms uit de jaren dertig, of de arbeidersfilms van Frank Capra en Arthur Miller. We zullen maar zeggen: Kas is de Nederlandse Humphrey Bogart, maar dan zonder peuk.
Of Jacqueline Blom de Nederlandse Nicole Kidman is? Nee. Maar dat is ook helemaal niet erg. Blom is misschien ouder maar zeker wijzer dan Kidman en zo speelt ze Grace ook. Het is natuurlijk moeilijk voor haar om haar personage in al die soms ultrakorte scènes een beetje gehalte te geven, maar het raadsel van haar gelatenheid weet ze goed tot het allerlaatst vast te houden. Om haar heen spelen de andere acteurs van het ro-ensemble hun rollen vol overtuiging, waarbij vooral Frank Lammers als de Nederlandse Frank Lammers glorieert als de gemankeerde dorpsfilosoof die met zijn ideeën de hele helse santekraam in beweging zet.
Het einde is onverwacht, beklemmend en keihard. Het levert een hoofd vol gedachten op, waarmee je zeker langer dan een heel weekend zoet bent. Dat kan van de gemiddelde kerstgedachte lang niet altijd worden gezegd.

Dogvolle door het ro theater. Gezien: 23 december in Rotterdam. Tournee t/m 24 februari 2007. Inlichtingen: www.rotheater.nl

Labels: ,

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

17 december 2006

Jan Rap en zijn maat

WORSTELEN MET DE SEVENTIES
(Door Wijbrand Schaap)
DEN HAAG (GPD) _ Kratjes. De gemiddelde jongere weet daar wel raad mee. Van kratjes kun je namelijk hele mooie dingen bouwen. Windschermen bijvoorbeeld, op een stormachtige camping in Noordwijk of op Terschelling. Eerst wel al het bier opdrinken, natuurlijk. In 'Jan Rap en z'n maat', het toneelstuk naar het gelijknamige boek van Yvonne Keuls, maken de kids er een decor van.
Kan ook.
'Jan Rap...' was als boek, maar haast meer nog als toneelstuk, een heftig inslaande bom in het rustige Nederland van de jaren zeventig. Na 'The Family', die eerdere hit van Lodewijk de Boer, was het opnieuw een stuk over randgroepjongeren die toen nog gewoon tieners heetten. Gebaseerd op eigen ervaringen als amateur-opvangmoeder schreef Yvonne Keuls een boek over idealistische hulpverleners die uiteindelijk moeten inzien dat de maatschappij, of 'het systeem', niet met uitzonderingen als zij overweg kan. Ze werd er de Carry Slee van de seventies mee.
Het was in die tijd dat ook regisseur Peter de Baan met toneelgroep Sater heel erg maatschappelijk betrokken politiek toneel met boodschappen maakte en schreef. Dat ging voorbij, net als de seventies. De randgroepjongeren van toen zijn de zorgmanagers van vandaag, die uitsluitend nog pleiten voor het keihard aanpakken van hun erfgenamen, de kutmarokkanen van nu. En inmiddels is ook de antipsychiatrie in het curiositeitenkabinet van het verleden bijgezet, net als politiek theater met een boodschap. Wat dus te doen met dat toneelstuk?
Bewerken. Maar niet helemaal.
Peter de Baan schakelde scenarist Ger Beukenkamp in om het stuk geschikt te maken voor de tournee die nu door het land reist. Hij schreef vooral liedjes, waarvan er een aantal best aardig gelukt zijn. Fons Merkies en Jan Tekstra tekenen voor de muziek die voldoende seventies klinkt om leuk te zijn. Jammer alleen dat ze vaak een tape gebruiken als het even heftiger moet worden. Waarom niet nog een bassist en een drummer ingehuurd, zoals Toneelgroep Amsterdam deed bij 'Hemel boven Berlijn'? Dat zou zeker goed gewerkt hebben. Nu werd het er te veel schoolmusical van.
Het mag de pret echter niet drukken, die te beleven valt met een aantal spelers. Susan Visser slaagt er met enige moeite in om van haar Gooische Vrouwen-imago af te komen, Egbert Jan Weber stottert leuk, Terence Schreurs doet iets tofs met een 'wet T-shirt show' onder de douche, maar ster zijn toch de grote meneer Noël S. Keulen en Margreet Boersbroek als Gemma, de vuilbekkende meid om wie het hele stuk begonnen is. Ze kan leuk zingen, al gaat het er uiteindelijk allemaal wel erg hard en heftig aan toe. Dat krijg je van werken met mensen met weinig toneelervaring: doe je emotie, doe je schreeuwen.
Hoewel de voorstelling onderhoudend is, wringt er toch iets, en dat is de moderne blik van de makers. Nu 'het systeem' niet meer de grote vijand is, en de softe schreeuwthearpie van socio Sjoerd Pleijsier even belachelijk gevonden dient te worden als de theehobby van sommige burgemeesters, blijft er van het verhaal bitter weinig overeind.
Dan wreekt zich toch het ontbreken van een echte boodschap, een echte 'wij tegen de rest'-mentaliteit en dat goeie seventiesgevoel. Terwijl dat best weer eens terug zou mogen komen. Inmiddels worden homo's tenslotte weer gehaat, vrouwen nagefloten en invoelende, solidaire zorgvernieuwers uitgelachen. Nu nog een stuk erover maken.

Jan Rap en z'n maat. Gezien: 17 december 2006 in Den Haag (première). Tournee t/m 7 april 2007. Inlichtingen: www.janrap.com.

Labels: ,

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

03 december 2006

Oud Vuil

Hartverwarmende anarchie in Oud Vuil

Door Wijbrand Schaap

Leiden (GPD)_Het kan dus toch. Een komedie van Nederlandse bodem die echt leuk is, met een paar schurende grappen waar nu eens iedereen in de zaal om kan lachen. En wat nog meer kan: Jules Croiset senior op het toneel daadwerkelijk lol zien hebben in zijn werk. En dat dat dan overkomt. Oud Vuil is, kortom, een stuk dat je gezien moet hebben, want er wordt geschiedenis mee geschreven.
Het schrijversduo Flip Broekman en Thomas Verbogt slaagt waar vele andere Nederlandse komedieschrijvers faalden. Zij hebben een komisch toneelstuk geschreven dat moeiteloos aansluit bij de Britse comedytraditie waarin uitersten als Monty Python en Keeping up appearances of Men behaving badly gezellig naast elkaar kunnen bestaan. Anders dan de Amerikaanse tv-humor biedt de Britse traditie ruimte voor volslagen onlogische plotwendingen en personages die zich niet aan de wetten van de psychologie houden. Belangrijker nog: je moet als schrijver van zulke comedy je publiek ook heel snel duidelijk maken dat alles in het stuk volkomen voorspelbaar onvoorspelbaar zal verlopen. En dat doen Broekman&Verbogt.
Oud Vuil gaat over een gepensioneerd stel dat de grote stad verruilt voor een dorp. Eenmaal op het platteland loopt hun leven echter anders dan ze hoopten. Iedereen in het dorp blijkt gestoord: de buurjongen is een psychopaat, de dokter een massamoordenaar en de buurvrouw heet Ingeborg Elzevier. De komst van een zwerver die door alle dorpsgenoten al dan niet terecht voor vader wordt aangezien zet een serie gebeurtenissen in beweging die uiteindelijk voor een explosief, maar ook hartverwarmend einde zorgen.
Regisseuse Anny van Hoof heeft ervaring met anarchistische Britse toneelhumor. Bij haar eigen gezelschap Het Groote Hoofd en bij de Theatercompagnie maakte ze al prachtige voorstellingen waarin volks sentiment en absurde logica hand in hand gingen. Omdat ze zelf is opgegroeid in de Brabantse klei durft ze plattelanders ook als plattelanders neer te zetten. Hoewel? De bewoners van het dorp zijn allemaal een soort van import, eigenlijk. Maar dat geldt voor heel Nederland natuurlijk, waarmee de deftige taal van de bewoners weer volkomen logisch wordt. Velp. Of daaromtrent.
Jules Croiset en Nelly Frijda zijn het stadse stel en eindelijk is Nelly Frijda nu eens niet Ma Flodder met een net pakje aan. Eindelijk is ze gewoon een innemend actrice die aards is zonder plat te zijn. Cas Enklaar speelt zowel de dokter als de mysterieuze zwerver en hij doet die dubbelrol met zoveel zichtbaar plezier dat hij alleen daarvoor al onderscheiden mag worden. En wat zullen we zeggen van Abel Nienhuis? Vaak zijn jonge acteurs in dit soort toneelstukken een sluitpost die zichzelf veel te serieus neemt, maar nu niet. Hij groeit in de voorstelling en zeker zijn slotwoorden zijn legendarisch.
Naast een lekker in zijn vel zittende Jules Croiset is echter Ingeborg Elzevier de echte grote ster van Oud Vuil. Wat heeft dat mens er een lol in om een prettig gestoorde dronken oude vrijster te spelen! En wat doet ze dat overtuigend. Zó oud worden wil iedereen wel. En dat het dan ook niet als een nachtkaars uitgaat, natuurlijk. Voor die moraal zorgen Broekman en Verbogt. Heerlijk.

Oud Vuil door Hummelinck Stuurman Theaterproducties. Gezien: 2 december in Leiden. Tournee t/m 4 maart 2007. Inlichtingen: www.humstu.nl


Labels: ,

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

02 december 2006

August August August

Michaël Pas is prachtige August

Door Wijbrand Schaap
Utrecht (GPD)_Dirk Tanghe is terug van een beetje weggeweest. Dat is vaker voorgekomen. De man die bij zijn afstuderen in 1983 al de wonderboy van het theater werd genoemd heeft veel te lijden van een wisselvallig gemoed. De laatste paar grote producties van zijn hand (Theatermaker, Mensenhater) waren zijn minste. Met August, August, August neemt de vijftigjarige regisseur nu doeltreffend revanche. Het is een Tanghe zoals alleen Tanghe die kan maken: even kleurrijk van vorm als zwart van inhoud, even gestileerd van spel als schetsmatig van mis-en-scène.
August, August, August is een stuk dat een normale theatermaker zijn publiek niet aan zou doen. De Tsjechische schrijver Pavel Kohout schreef het in 1967, aan de vooravond van de Praagse Lente van 1968, toen de Tsjecho-Slowaakse democratiseringsbeweging door een inval van Russische troepen in bloed werd gesmoord.
August is een clown met een droom. Hij wil directeur worden. De echte circusdirecteur legt hem onmogelijke proeven op, die August op wonderlijke wijze doorstaat. Op het einde overwint het kwaad.
Het stuk is razend populair in het amateur- en familietheater, maar is inhoudelijk en op tekstgebied eigenlijk een draak. Ook de vertaling die De Paardenkathedraal gebruikt voor deze voorstelling doet aan dat beroerde gebrabbel niets af.
En dan komt dus Tanghe om de hoek kijken. Hij neemt het stuk serieus op een manier die geen andere regisseur zich durft te permitteren. Voor hem gaat het naïeve clowntjesstuk over fundamentele kwesties rond kunstenaarschap, leven en dood. Die bloedige ernst weet Tanghe vervolgens op zijn acteurs over te brengen, en op zijn artistieke staf. Wat kostuums, decor en – vooral – belichting voor elkaar krijgen grenst aan het sublieme.
De acteurs van de sprekende rollen zeggen hun tekst in de geposeerde, trage stijl die inmiddels een handelsmerk is geworden van De Paardenkathedraal, en de amateurspelers die voor het wervelende circusspektakel moeten zorgen zijin vooral aandoenlijk. Verwacht dan ook geen hemelbestormende kunsten als in Toneelgroep Amsterdams Hemel boven Berlijn en ook de magie haalt het niet bij de wonderen van het Cirque du Soleil. Maar je krijgt iets anders. Want in August, August, August speelt Michaël Pas. En Michaël Pas zou dankzij deze titelrol zomaar eens helemaal vanzelf met de hoogste toneelonderscheiding van het seizoen naar huis kunnen gaan wandelen. Deze 40-jarige acteur speelt een kind zonder een kind te zijn, is naïef zonder knipoog en intelligent genoeg om zijn prachtige domheid tot het einde toe vol te houden. Dat is een prestatie die groter is dan je zou denken: het vereist totale overgave aan de rol en de opvatting van de regisseur.
Alleen de ontwapenende aanwezigheid van Michaël Pas is al intrigerend genoeg om de aandacht van het publiek de volle twee en een half uur vast te houden. Dan vergeef je het Tanghe ook zomaar dat hij in zijn geluidsband wel erg voor de hand liggende keuzes maakt uit het circusrepertoire. Was er dan echt niets anders te vinden dan Fellinicomponist Nino Rota?

August, August, August door De Paardenkathedraal. Gezien: 1 december. Tournee t/m 3 mei 2007. Inlichtingen: www.paardenkathedraal.nl.

Labels: ,

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

01 december 2006

The return of Ulysses

NRC Handelsblad. Dans: The Return of Ulysses door het Koninklijk Ballet van Vlaanderen. Choreografie: Christian Spuck. Tournee Nederland 2007. Inl: www.balletvlaanderen.be

Feestballet mixt kunst en vermaak

Ingrid van Frankenhuyzen

Het ballet The Return of Odysseus van de Duitser Christian Spuckgaat niet over de Griekse held Odysseus en diens omzwervingen, maar over diens vrouw Penelope, die op hem wacht en een leger vrijers van zich af moet houden.
Het ballet, opgevoerd door het Koninklijk Ballet van Vlaanderen, begint knallend, met het slot van Homeros epos: Odysseus schiet bij terugkomst de minaars van zijn vrouw dood, met de hulp van godin Athena. Daarna zien we vooral de voorafgaande scènes aan het hof van Penelope, die verveeld rozen uitdeelt aan haar minaars, seksueel wat met zich laat sollen en vooral haar rol als sombere eenzame vrouw vervult. Ze is na twee decennia zozeer vergroeid met haar rol dat ze Odysseus uiteindelijk niet herkent en niet anders kan dan terugvallen in haar wachtrol.
Spucks keuze voor het perspectief van Penelope heeft de nodige consequenties: schrijver Homerus heeft in het verhaal van de thuiskomst niet veel rollen voor vrouwen geschreven, daarom laat Spuck de dames van het corps de ballet de intermezzos dansen. Een beetje als in een musical: lekker unisono, strak gechoreografeerd. Het theatrale verhaal wordt vooral gedanst op verschillende muziekstukken van Henry Purcell, live en warm weemoedig gespeeld door deFilharmonie onder leiding van Benjamin Pope en gezongen door sopraan Susanne Duwe. De swingende intermezzos worden vaak gedanst op liefdeschansons van Charles Trenet of Doris Day.
Muzikaal is de avond daardoor één groot feest, hoewel de intermezzos het verhaal ook afremmen. En aan het hof gebeurt toch al niet veel: Penelopes wachtdagen lijken erg op elkaar. Spuck vult de leemte op met humor. De weergod Poseidon waggelt hilarisch heen en weer met zwemvliezen en een reuzentutu, godin Athene is een reisleidster met megafoon.
Spuck (1969) is ex-danser bij William Forsythes Ballet Frankfurt, en diens theatrale invloed is hier merkbaar. Toch is hij geen Forsythe-adept. Hij heeft de neiging elke noot van Purcell op te willen vullen met een beweging. Voor de prachtige danseres Eva Dewaele moet de vertolking van Penelope een uitputtingslag zijn.
Met The Return of Ulysses heeft artistiek leidster Kathryn Bennets een stevig fundament gelegd voor de nieuwe koers van het gezelschap, dat tot voor kort een kruising was tussen het Nederlandse Nationale Ballet en een musicalgezelschap. Na Forsythes Impressing the Czar vorig jaar, toont het Koninklijk Ballet Vlaanderen opnieuw esprit. Spuck maakt een zeer onderhoudende avond met klassieke spitzen, stevige moderne dans, grappig theater en heerlijke muziek. Een perfecte balans tussen entertainment en kunst.

Labels:

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

26 november 2006

Oresteia

Oresteia blijft een taaie tekst

Door Wijbrand Schaap
Amsterdam (GPD) _ Met zulke acteurs op het toneel kan het eigenlijk niet mis gaan. Over wie hebben we het hier immers: Elsie de Brauw, Chris Nietvelt, Pierre Bokma, Aus Greidanus Jr., Marieke Heebink. Ga zo maar door. Met die acteurs gaat het dus ook helemaal niet mis, in de Oresteia van Aischylos, waarmee NTGent en Toneelgroep Amsterdam hun uiterst succesvolle samenwerking voortzetten. Eerder dit jaar brachten ze samen al Opening Night. Een Succes uit het verleden dat een keiharde garantie leek te bieden voor de toekomst.
Léek te bieden, want er gaat toch iets mis, in dit klassieke oerstuk van 25 eeuwen oud. Maar wat er dan precies misgaat, dat is nog niet zo makkelijk uit te leggen. Want, behalve naar de beste acteurs van Nederland, die ook nog eens het beste van hun kunnen laten zien dankzij de beste regisseur van Noordwest Europa, Johan Simons, kijken we ook nog eens naar de mooiste theatervormgeving sinds jaren. Scenograaf Jens Killian doet iets simpels met hele rare modder en plexiglazen panelen. Oresteia gaat immers over de schepping van de moderne rechtsstaat uit de modder van de oertijd. En het gaat over godsbeelden en voorouderverering, dus dat Pierre Bokma, als oervader Agamemnon vermoord en in klei bijgezet, dankzij wat simpel bijgekleide tietjes verandert in de voedster van zijn twee kinderen, is zo logisch als wat.
Is de muziek dan de boosdoener? Dat vaag hoorbare 'ambient' geneuzel dat Peter Vermeersch ook al liet horen bij andere Simons-regies? Nee: ook die muziek, waar soms het ijselijke gekrijs van een kinderoffer in doorklinkt, werkt.
Is het dan toch de tekst? Is het dan toch dat 25 eeuwen oude driedelige stuk dat zichzelf voor de tweede keer in 2006 onspeelbaar verklaart? Hadden we eerder dit jaar niet die oerreligieuze, hysterische Oresteia van het Nationale Toneel in de Scheveningse Lourdeskerk? Deze versie mag dan wel honderd keer beter zijn dan die daverende dreunvoorstelling, nog altijd wil het drama niet tot leven komen. Terwijl er alle aanleiding voor is.
Aischylos beschreef het einde van de tijd, waarin eer- en bloedwraak elkaar in een eindeloze spiraal opvolgden, en het begin van de rechtsstaat, waarin wet en rechtspraak de taken van de goden overnemen. Orestes vermoordt zijn moeder omdat zij zijn vader had vermoord uit wraak voor het offer van hun dochter. Orestes wordt achtervolgd door wraakgodinnen en vindt hulp in en bij Athene. In de kromste rechtszaak ooit krijgt Orestes vrijspraak van straf omdat hij een man is.
Er is een reden te bedenken waarom het met deze Oresteia opnieuw misgaat: de taalverliefdheid van de makers, die totaal voorbij gaat aan de muzikaliteit van het theater. Let wel: alle acteurs begrijpen hun tekst en kunnen die ook glashelder verwoorden, maar het is wel vier en een half uur lang tekst, tekst en nog eens tekst.
Sterker dan ooit doet zich hier het gemis van Paul Koek voelen. De man met wie Johan Simons samen de hemel bestormde met Hollandia, maakte zelf eerder dit jaar een muzikale versie van de tragedie Smekelingen, met ook een hoofdrol voor Aus Greidanus Jr.. Samen konden Simons en Koek wonderen verrichten met die taaie Grieken door een combinatie van meesterlijk slagwerk, inhoudelijke frivoliteit en Jeroen Willems.
Nu is het Hollandse strengheid die regeert. Dat is jammer.
Oresteia door NTGent en Toneelgroep Amsterdam. Gezien: 25 november 2006 in Amsterdam. Nog te zien in Amsterdam t/m 6 december, Utrecht van 13 t/m 16 december en Gent van 5 t/m 20 januari 2007. Inlichtingen: www.toneelgroepamsterdam.nl

Labels: , ,

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

12 november 2006

The Sunshine Boys

Tweede carrière Mini & Maxi geslaagd

Door Wijbrand Schaap
Leiden (GPD)_Het is een wereldberoemd stuk en terecht. Met The Sunshine Boys schreef de Amerikaan Neil Simon een komedie die het beste en het slechtste van de Amerikaanse schrijfcultuur in zich verenigt. De personages gaan er harder met elkaar om dan zelfs de wildste Nederlandse schrijver zou durven schrijven, terwijl er duizend keer meer sentiment in zijn stukken zit dan in 10 jaar Nederlandstalige Top 100. Samen met een goed gedoseerd gevoel voor humor levert dat mooi theater op.
Er ontbreekt maar één ding aan Simons werk, en dat is ironie. Maar ironie is in heel Amerika volslagen onbekend. Daarvoor moet je in Engeland zijn. Het gebrek aan ironie betekent wel dat je als acteur bloedserieus je rol in moet duiken, om er pas een half uur na afloop uit te kruipen, op weg naar je psychiater. Ga je voor die tijd met een vette knipoog het toneel op, ben je het stuk en je publiek kwijt. Mooi dus, dat Karel de Rooy en Peter de Jong niet in die valkuil trappen, al scheren ze er een paar keer rakelings langs. De twee acteurs, die ooit door het leven gingen als het duo Mini&Maxi, tonen daarmee aan dat ze kunnen acteren. Een tweede carrière op je zestigste, dat is een prettig vooruitzicht.
The Sunshine Boys gaat over een oud geworden komisch duo. Zo'n revueduo dat wij kennen als Snip en Snap, Johnny&Rijk, The Mounties, en, wellicht moderner: Mike & Thomas. Willie de Clerck (Peter de Jong) en Oscar Zadelhof (Karel de Rooij) hebben veertig jaar bruiloften en partijen gedaan, en zijn ook voor tv beroemd geworden, ondanks het feit dat ze elkaar buiten het werk niet konden luchten of zien. Na een ruzie over spreken met consumptie zijn ze uit elkaar gegaan, en nu zijn ze, ieder apart, een levende legende. Een dieptragische status, zo laat Neil Simon ons weten. Willie de Clerck, de komische inkopper van het voormalige duo, is een verschrikkelijk chagrijn. Hij haat de wereld en zichzelf en tot overmaat van ramp is hij ook nog eens flink aan het dementeren. Hij heeft alleen nooit iets anders gedaan dan optreden met zijn gezworen vijand, de wat ballerige aangever Oscar Zadelhof, dus als ze een aanbieding krijgen om voor de tv nog één keer hun fameuze dokterssketch te doen, durven ze geen van beiden nee te zeggen. Al is het met tegenzin.
Natuurlijk gaat het mis, en natuurlijk is het einde bitterzoet, zodat er nog een traantje kan worden weggepinkt. Zo gaat dat met de beste Amerikaanse komedies.
Zoals gezegd, dit soort komedies verdraagt geen ironie, en dat betekent dat er bloedernstig gespeeld dient te worden. Karel de Rooij en Peter de Jong komen daar ver in, maar kunnen er tegelijkertijd weinig aan doen dat ze van zichzelf zulke verschrikkelijk aardige mensen zijn. In de vele radio- en tv-interviews is hun al gevraagd naar de overeenkomsten tussen The Sunshine Boys en Mini&Maxi, en die overeenkomsten zijn er dus, godzijdank, niet. De Rooij en De Jong kunnen van elkaar op aan, ze zullen elkaar altijd beschermen en dat straalt af op hun spel. Daarmee verdwijnt wel iets van de scherpte van het stuk en wordt Neil Simons angel van zijn gemene weerhaakjes ontdaan, maar wat zou dat? Hier staan twee collega's op het toneel. Twee mannen die we graag nog eens veertig jaar actief zouden zien. Mannen voor wie goede schrijvers als Ger Thijs, Peer Wittenbols of Rob de Graaf nog eens een paar stukken zouden moeten schrijven. Ik kan er haast niet op wachten.

The Sunshine Boys met Karel de Rooij en Peter de Jong. gezien: 11 november 2006, Leiden (première). Tournee t/m 26 mei 2007. Inlichtingen: Interpresario

Labels:

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

29 oktober 2006

Stille Kracht

Sterk ensemble schittert in glasheldere Stille Kracht

Door Wijbrand Schaap
Leiden (GPD) _ Natuurlijk is ze een diva, met alle nadelen van dien. Actrice Johanna Ter Steege is zo'n vrouw die haar reputatie mede dankt aan het feit dat ze maar heel weinig te zien is. Haar grote doorbraak, in de film Spoorloos, was immers ook een rol die vooral bestond uit er niet zijn. Haar rol van Leonie van Oudijk in de nieuwe toneelbewerking van De Stille Kracht biedt de mogelijkheid om eens wat langer van haar aanwezigheid te genieten. En dan wordt duidelijk dat ze best goed kan acteren, maar dat haar 'personality' nog net een tikje meer op de voorgrond staat.
Het toneelstuk kan deze egotrip echter makkelijk aan. Sterker nog: regisseur Ger Thijs heeft zijn ensemble zo goed in de hand dat naast de ster van de avond de overige acteurs minstens even helder schitteren. Ze doen dat in een strakke, bijna als een schaakmatch geregisseerde mis-en-scène, op een toneel dat vooral kaal is, gedomineerd door een groot rond raam dat het grootste deel van de avond uitzicht lijkt te bieden op regen.
De Stille Kracht is een klassieker, geschreven door Louis Couperus in 1900, en sindsdien één keer voor tv bewerkt en één keer voor toneel. Wie nu midden veertig is zal zich de tv-serie nog kunnen herinneren, al zal die herinnering vooral beperkt zijn tot die ene scène waarin Pleunie Touw naakt onder de douche staat en belaagd wordt door druppeltjes sirisap. Dat was niet meer van z'n olala, dat was kinky van voordat dat woord was uitgevonden. Koningshuisspecialist Ton Vorstenbosch bewerkte daarna de roman in 1997 tot een best aardige toneelavond die het boek adekwaat volgde. Het is echter geen legendarische voorstelling geworden.
De versie die Ger Thijs nu heeft gemaakt zou die legendestatus wel kunnen bereiken. Hij kleedt niet eens zozeer zijn hoofrolspeelster, als wel de roman uit tot op de kale huid, en zelfs ietsjes daaronder. Zo krijg je uitzicht op een verhaal dat actualiteit helemaal niets verloren heeft. Want wat is het verschil tussen Nederlandse kolonialen in een achterafprovincie van Indonesië of soldaten op 'vredesmissie' in een uithoek van Afghanistan? De sinds kort weer zo immens populaire 'VOC-mentaliteit' blijkt in ieder geval geen garantie voor een letterlijk smetteloos blazoen in de internationale verhoudingen. Met Couperus in de hand laat Ger Thijs zien dat 'wij' 'daar' niets te zoeken hebben, zolang onze goede bedoelingen niet stroken met de cultuur ter plaatse.
In zijn regie laat Ger Thijs dat zien door de van nature tragische uitstraling van acteur Tom Jansen in de rol van Resident Van Oudijck te spiegelen aan het krachtige zelfrespect van 'inlanders', mooi en zonder pijnlijke folklore neergezet door Martin Schwab, Esther Scheldwacht en Heddy Lester. Het 'etnisch correcte' inzetten van deze gekleurde acteurs is mede daardoor op zijn plek, omdat ze in hun spel niets van het traditionele 'Indonesiërtje spelen' meenemen. Deze regie- en spelopvatting opent de deur naar een volledig kleurenblinde versie van het stuk in de nabije toekomst.
En mag dan ook alsjeblieft Oda Spelbos weer meedoen? Hoewel ze gekleed gaat in de lelijkste toneeljurk die ik ooit zag, is in De Stille Kracht haar aanwezigheid een verademing in een toch al goede avond. Spelbos is een van de weinige actrices in Nederland die de kunst van de ironie tot in de puntjes beheerst. Ze staat daarmee op gelijke hoogte met toppers als Marlies Heuer en Elsie de Brauw. En met die ironie zorgt ze dus voor de meest komische, maar ook voor de meest tragische momenten in deze indrukwekkende theatervoorstelling.

De Stille Kracht door Hummelinck Stuurman Theaterproducties. Gezien: 28 oktober 2006 in Leiden. Tournee t/m 21 februari 2007. Inlichtingen: www.hummelinckstuurman.nl

Labels:

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

22 oktober 2006

Vaders!

Nienke Römer overtuigt in 'Vaders!'

Door Wijbrand Schaap

Leiden (GPD) _ Dat succes en kwaliteit bitter weinig met elkaar te maken hebben, bewijst de toneelschrijfcarrière van Haye van der Heyden. In Vaders!, zijn nieuwste proeve, komt dat opnieuw pijnlijk helder aan het licht: de tekst is in één woord verschrikkelijk. Desondanks is Vaders! een voorstelling die gezien mag worden. Dat is te danken aan het spel van Piet en Nienke Römer, en aan de inbreng van regisseur Wannie de Wijn.
Toneelschrijver Haye van der Heyden was ooit een veelbelovend debutant, maar hij verkoos het kortebaanwerk van de televisiecomedy (In de Vlaamse Pot) boven de lange adem van het theater, waar je je publiek toch een uurtje of twee bij de les moet houden. Dat is te merken: acteurs krijgen te weinig materiaal mee om hun figuren geloofwaardig te kunnen maken. Een logische plot, waarmee je een spanningsboog voor meer dan de tien minuten tussen de tv-reclameblokken in de lucht kunt houden? Daar heeft Van der Heyden nog nooit van gehoord. Wel van de kennelijke noodzaak om iedere drie minuten minimaal één grap voorbij te laten komen. Hoe belegen ook. Het ergste: uit gebrek aan fantasie laat hij niets, maar dan ook helemaal niets aan de verbeelding van de toeschouwer over.
En dan is daar dus regisseur Wannie de Wijn. Deze wonderboy heeft ideeën. Hij denkt in beelden en staat stevig genoeg in zijn schoenen om de schrijver aan de kant te zetten als dat nodig is. Voor Vaders! beperkt hij het toneelbeeld tot een even ingenieus als eenvoudig draaitoneel, met daarop slechts één bank en mooi strakke schermen van doorzichtig gaasdoek. Het is niet alleen effectief voor het maken van snelle scènewisselingen, het biedt lichtontwerper Coen van der Hoeven alle mogelijkheden om met een paar automatische spots een prachtig lijnenspel op die doeken te toveren. De door Van der Heyden voorgeschreven gruwelijk oubollige decors worden niet getoond, maar door de spelers beschreven en dat werkt. Het tempo blijft in de voorstelling zonder dat het ergens haastig wordt.
Het verhaal is, zoals we konden verwachten, belangrijker dan de personages. Hymke de Vries en René van Zinnicq Bergmann spelen een getrouwd maar kinderloos gebleven stel. Ze doen aan open huwelijk, dus pikt echtgenoot een jong ding (Nienke Römer) op, en natuurlijk raakt die zwanger. Maar niet van de echtgenoot. Maar die heeft dan al gezegd dat hij best vader zou willen zijn, waarmee hij diep verraad pleegt aan zijn onvruchtbare echtgenote. Zij verlaat hem. O, ja. En er was ook nog een vader van de wouldbevader: Piet Römer. Die vader komt om te sterven aan A.L.S. en was kennelijk niet zo tof als vader.
In dit verhaal, dat ver blijft van echt pijnlijke confrontaties over opvoeding, ziekte, onvruchtbaarheid, euthanasie en abortus, blijven de karakters los zand. Schrijver Van der Heyden gaat er abusievelijk van uit dat alleen het noemen van erge dingen al genoeg is voor de zo broodnodige serieuze ondertoon waar geen komedie zonder kan. Zo blijven de rollen van Hymke de Vries en René van Zinnicq Bergmann eendimensionaal: zijn ze vrolijk dan spelen ze overdreven komedie, wordt het serieus dan gaan ze meteen uit hun dak. Best knap, en een paar applausjes waard, maar alleen het flegmatieke waar de familie Römer het patent op heeft, zorgt in de regie van De Wijn voor echte humor. Vooral Nienke Römer schittert met haar overtuigende spel als frivole flirt. Met niets anders dan innerlijke overtuiging weet zij een suggestie van ernst aan haar rol mee te geven waar een goede komedieschrijver alleen maar van kan dromen.

Vaders! door Joop van den Ende Theaterproducties. Gezien: 21 oktober in Leiden (première). Tournee t/m 24 maart 2007. Inlichtingen: www.toneel.nl


Labels:

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

15 oktober 2006

Strijards - Breekbaar

Teveel tegeltjes in Breekbaar

Door Wijbrand Schaaap
Eindhoven (GPD) _ De troost van de filosofie: dat je alles verloren hebt en dat er dan iemand komt met een gitaar die zachtjes Nietszche gaat citeren, speciaal voor jou. Er zijn bitterder eindes denkbaar. Het overkomt Magda, een toneelpersonage gespeeld door Ria Eimers in de theatervoorstelling Breekbaar bij Het Zuidelijk Toneel. Bert Luppes is de man met de gitaar. Hij speelt Andrew, de zakelijk leider van de theaterschool waarvan Magda de baas is. Of was. Want in Breekbaar gaat alles dat van waarde is weerloos ten onder in de strijd met het grootkapitaal.
Breekbaar is een nieuwe tekst van Frans Strijards, de man van wie we na de roemloze ondergang van zijn eigen gezelschap Art &Pro niet veel meer vernamen. Hij ging lesgeven op de toneelschool in Arnhem. Nooit zou hij meer schrijven. Tot dit jaar dan.
De voorstelling, geregisseerd door Matthijs Rümke, levert in ieder geval een interessant weerzien op. Breekbaar is een onvervalste Strijards. Dat betekent goed, maar ook slecht nieuws. Goed nieuws is het dat het stuk past in de lange lijn van sleuteldrama's van Strijards, die ooit begon met het stuk Comedie over acteurs op zoek naar zichzelf en hun stuk, en die via de legendarische productie Hensbergen over de zoektocht naar groots en meeslepend theater uitliep op de wat minder ontvangen voorstelling Goldberg Variaties, waarin een regisseur eenzaam en onbegrepen aan zijn einde kwam. Talloos zijn Strijards' stukken en ze zijn geniaal wanneer de verkrampte taal wordt gebracht in de verkrampte speelstijl die Strijards als regisseur van zijn spelers eiste.
Maar Strijards is ook een van de grootste mopperkonten die het Nederlandse toneel rijk is, en daar begint het slechte nieuws. In zijn laatste producties bij Art&Pro stond bijna altijd een generatieconflict centraal, en altijd was het duidelijk wie daarin de grootste leeghoofden waren: de jongeren, de aanstormende talenten. Nu mag dat misschien zo zijn, maar het keer op keer herhalen van die bittere boodschap begon op de zenuwen te werken. En nu doet Strijards het dus weer: een mooi stuk toneel over toneel verpesten door het oude liedje te herhalen, dat de jeugd voor een grijpstuiver te koop is. We zijn daar al eens geweest, hebben het al eens gedaan en lopen nog rond in het T-shirt dat we er ooit van gekocht hebben.
Matthijs Rümke, zelf nog lang niet zo bitter als Strijards, doet zijn uiterste best om Breekbaar niet zo clichématig te laten zijn. De spelersgroep bestaat uit vier relatief jonge acteurs en twee oude rotten en er wordt heel wat afgedanst en gezongen. Dat ziet er niet slecht uit, net zo min als de videoprojecties tussen de bedrijven door, waarin we het hoofd van Magda mooi gemanipuleerd zien worden.
Maar het stuk komt niet tot leven. Het kwam in ieder geval niet tot leven op de première. Het meest storend was het feit dat de twee generaties ook als acteur niet tot goed ensemblespel komen. Ria Eimers blijft op grote afstand van haar jongere collega's en dat uit zich ook in speelstijl. Daardoor klinken de toch al niet zo natuurlijke teksten opeens erg gekunsteld en ben je op zeker moment de tegeltjeswijsheden van Strijards beu.
Goed gaat het in de schaarse scènes tussen Ria Eimers en Bert Luppes. Die twee zijn aan elkaar gewaagd, ze voelen elkaar aan en dat geeft chemie. En daarom loopt het toch goed af. Omdat ze, achterop het toneel, troost vinden in elkaar, en in Nietszche.

Breekbaar door Het Zuidelijk Toneel. Gezien: 13 oktober in de Stadsschouwburg Eindhoven. Tournee t/m 12 januari 2007. Inlichtingen: www.hzt.nl

Labels:

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

14 oktober 2006

Hemel boven Berlijn

Mafaalani verbindt los zand


Door Wijbrand Schaap

Amsterdam (GPD) _ Je dacht dat zoiets alleen in het grote Amerika kon. Dat je daar artiesten had die niet alleen heel erg goed in dat ene ding waren, maar die ook even goed waren in iets anders. Zoals de luchtacrobate Mam Smith. Die beschikt niet alleen over een duizelingwekkende combinatie van gratie, spierkracht en doodsverachting, ze blijkt ook nog eens een heel mooi acterend meisje te zijn. Maar we hebben in Nederland dus ook van die types. Neem Hadewych Minis. Ook mooi, soms zelfs iets té, maar zeker een begenadigd actrice, en nu blijkt ze niet alleen ook nog oosteuropees te kunnen zingen, maar speelt ze zomaar een paar zuivere noten viool en doet ze een lekker vette basgitaar.

Het is allemaal te zien in Hemel boven Berlijn, de nieuwste voorstelling van Toneelgroep Amsterdam. De eigenzinnige regisseuse Ola Mafaalani, die over zoveel passie in d'r lijf beschikt dat ze zelfs Adelheid Roosen kan temmen, zoals ze in een eerder project bewees, is nu aan het werk getogen met een legendarische film van Wim Wenders. Zo legendarisch, dat ik hem alweer vergeten was. Alleen de titel: Himmel über Berlin, is blijven hangen. De voorstelling zoals die nu gepresenteerd wordt is een ode aan die film uit de jaren tachtig, maar het mooie is, dat je van geen meter gaat terugverlangen naar die film. 'Hemel boven Berlijn' bewijst zijn bestaansrecht als unieke toneelvoorstelling. En dat is best een groot compliment.

Maar waar gáát het over? Simpel gezegd: van twee al eeuwen bevriende engelen wil er één mens worden omdat hij het hemelse 'dolce far niente' een beetje zat is. Dus valt Fedja van Huet uit de lucht omdat hij verliefd is op een trapeze-artieste. Maar dat is in de theatervoorstelling pas helemaal aan het eind. Daarvoor hebben we Fred Goessens als onheilsprediker aan zijn eind zien komen, hebben we Frieda Pittoors weer een paar onnavolgbare waarheden horen debiteren. En hebben we een ontzettend leuke Amerikaanse acteur zich hardop horen afvragen wat hij hier in Godsnaam op dat toneel zat uit te voeren.

Inderdaad, Amerikanen. Voor deze voorstelling werkt Toneelgroep Amsterdam samen met het American Repertory Theatre. Dat is een toonaangevend gezelschap uit het Amerikaanse Cambridge, met prachtspelers als Bernard White en Stephen Payne, en een grungeartiest als Jesse Lenat. Mooie mensen, mooie taal en dat op een kaal toneel gedrapeerd rondom een oerhollandse snackmobiel, beheerd door meester-frietbakker Niko Bovenberg. Met echte klanten. Figuranten op leeftijd als Walter Altena, Ans Drenth, Johannes de Klerk en Willy van den Ijssel. En voor de broodnodige actualiteit leest Noraly Beyer, persoonlijke vriendin van Mafaalani, ook nog live op het toneel het nieuws van de dag voor.

De voorstelling is los zand, even los als het zand dat in prachtige sluiers uit de zoldering van de schouwburg stroomt. Maar die sluiers zijn dus schitterend, net als al die andere beelden die langs komen. Himmel über Berlin is een montage-voorstelling in de beste traditie van dat genre. Het is een montage van attracties die je na afloop niet zozeer met een vast omschreven boodschap achterlaat, als wel met een onontkoombaar gevoel. En gevoel dat we toch met zijn alleen eens poepjandorie heel erg aardig voor mekaar moeten gaan zijn.

Of zoiets.


Hemel boven Berlijn door Toneelgroep Amsterdam en het American Repertory Theatre. gezien: 8 oktober in de Akmsterdamse Stadsschouwburg (première). Daar nog t/m 20 oktober. Daarna tournee t/m 9 november. Inlichtingen: www.toneelgroepamsterdam.nl


Labels:

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.