08 november 2006

Dirk Tanghe (TheaterMaker)

De Tunnel van Tanghe

Dirk Tanghe regisseert tien jaar bij De Paardenkathedraal. Wijbrand Schaap blikt terug.

Er komt een dag, dan is het niet leuk meer. Die dag komt in ieder repetitieproces. Die dag is zelfs noodzakelijk in ieder repetitieproces. Zonder die dag is er niet de broodnodige doorbraak, waarna alles waaraan acht weken is geploeterd op zijn plek valt. Zonder die dag, een tiental dagen voor de première, is er geen première.
Maar deze keer, in oktober 2005, leek het er serieus op of er helemaal geen première zou komen. Het was crisis tussen de acteurs van De Paardenkathedraal en hun regisseur, met wie ze samen werkten aan Camille Claudel, de voorstelling over de miskende muze van Auguste Rodin. De crisis was diep. Een van de acteurs, een van Tanghes favoriete acteurs, stelde de vertrouwenskwestie. Als Dirk Tanghe niet met een helder idee zou komen over de inzet van figuranten zou hij het vertrouwen verliezen. De regisseur moest keuzes maken over het concept van de voorstelling. De regisseur moest de fles laten staan, al was het maar tot de première.
Ik zat erbij. Geschokt. Als stille toeschouwer, maar ook als journalist op reportage. Ik durfde niet bewegen in de schijnbaar minuten durende stilte die op deze uitval volgde. Ik registreerde hoe de grote regisseur ineenkromp en geen antwoord had op de aanval van zijn acteurs. Ik registreerde hoe alle andere aanwezigen, medewerkers en leiding van het Utrechtse gezelschap, zwegen en daarmee stilzwijgend de acteurs in hun aanval op de regisseur steunden.
De première is gekomen, de voorstelling was een tamelijk groot succes voor vooral hoofdrolspelers Bas Keijzer en Marleen Scholten. Van de vijfentwintig figuranten, waarvan eerder sprake was, en waarover dat eerdere conflict was gegaan, was er geen enkele overgebleven. Het was er niet van gekomen. Dat besluit was genomen tijdens een andere, nog zeker zo beladen, repetitie.
Werken met Dirk Tanghe is spannend. Op zijn zachtst gezegd.

Hamlet
Al lang voor hij de nieuwe leider van de Paardenkathedraal werd, was de faam van Dirk Tanghe in Utrecht gevestigd. En dat kwam niet door zijn opmerkelijke Gentse voorstellingen die wel eens de Stadsschouwburg aandeden, zoals De Getemde Feeks of Romeo en Julia. Tanghe's roem werd gevestigd door de repetities voor zijn Hamlet, de voorstelling die het vijftigjarig jubileum van de Utrechtse Stadsschouwburg markeerde. Zelfs de castingdagen waren een happening.
De Utrechtse toneelwereld was eigenlijk nog maar net bekomen van de impact die Canci Geraedts had gehad met haar extreme, psychedelische voorstellingen aan het begin van de jaren tachtig. De vele kleine groepjes die destijds met behoud van uitkering hun ding deden waren inmiddels ter ziele of op sterven na dood. Jeugdtheater werd ondergebracht bij een platform en de theaterzaal van 't Hoogt was beleidsmatig om zeep geholpen.
Toen was daar opeens Tanghe. Hij was anders. Hij creëerde een buzz die buitengewoon luid doorklonk. Geruchten over heftige repetitieruzies klonken ook toen al. Er waren open dagen waarop hele spannende dingen gebeurden in alle hoeken en gaten van de schouwburg. En er was de laatste generale-week. Waar andere theatermakers de try-outs zien als rustige inspeelvoorstellingen, maakte Tanghe er nachtenlange sessies van, waarin hij nietsontziend met zijn acteurs omging, scènes onderbrak en tientallen keren liet overdoen. Bij die repetities zat de schouwburg vol. Het publiek genoot van het spektakel en Tanghe ook. Tot hij het zat werd en het publiek de zaal uit stuurde. 1000 man op straat. Dat laat zich wel doorvertellen. Of het dus allemaal werkelijk zo spectaculair was als ik nu opschrijf, weet ik niet eens, maar de stad schudde op zijn grondvesten.

Glazen Speelgoed
En ik was niet eens een fan van Dirk Tanghe. Zijn Shakespeare-interpretaties vond ik buitengewoon oppervlakkig. Music for the millions, behaagziek spektakeltoneel dat niets met de diepere lagen van meesterwerken als De Feeks, Romeo & Julia of Hamlet te maken had. Maar ik kon er ook niet omheen dat zijn theater een onontkoombare kracht had, en dat hij inderdaad bomvolle zalen trok. En dat het zo slecht eigenlijk dus niet was, omdat er in die tijd veel ergere dingen denkbaar waren. Zoals de bovenmatig manieristische en monumentale voorstellingen die toen door Aram Adriaanse bij De Paardenkathedraal, het voormalige Jeugdtheaterplatform Utrecht, werden gemaakt.
Maar toen begon dus in 1996 Tanghes zegetocht in Utrecht. Nu ja. Zegetocht? Zou het een vloek zijn geweest van Aram Adriaanse, de net naar Toneelgroep De Appel vertrokken oprichter van De Paardenkathedraal? Van deze man, die kort daarna zelf zo onfortuinlijk op straat werd gesmeten door De Appel, is bekend dat hij om onduidelijke redenen heel erg tegen Tanghe's komst naar Utrecht was. Of was het gewoon het noodlot, waarmee Dirk Tanghe altijd al zo'n innige relatie heeft gehad? In ieder geval ging zijn debuutvoorstelling in Utrecht niet door. Waarschijnlijk was de zaal op het Utrechtse Veeartsenij-terrein gewoon te klein voor twee diva's tegelijk. Hoe dan ook was de afgelasting van Glazen Speelgoed wegens artistieke onenigheid tussen Jasperina de Jong en Dirk Tanghe een enorme domper op de Utrechtse feestvreugde.
Zie je wel?, zeiden we. Tanghe kreeg nu helemaal de naam van breekbare prima donna. Had Utrecht met de man die The Kitchen had gemaakt en die in Den Haag niet was komen opdagen, niet gewoon een enorm dure kat in de zak gekocht. Had toplobbyiste Jetta Ernst een te grote gok gewaagd door de subsidiegrenzen tot het uiterste op te rekken voor het engagement van de Vlaamse wonderboy? Er waren genoeg aasgieren die klaar stonden om toe te happen. En als er een ding is waar Dirk Tanghe als de dood voor is, dan zijn het wel aasgieren.

,,Ik moet u een geheim vertellen”, zegt Dirk Tanghe wanneer hij mij bij een van mijn reportagebezoeken tijdens Camille Claudel apart neemt: ,,Maar deze voorstelling gaat over mij. Dit is mijn autobiografie.” Ik kijk hem vragend aan. ,,Was dat een geheim dan?”
Misschien is dat juist wel de kern van Tanghe's werk in Utrecht. In al zijn voorstellingen is, net als bij sommige beeldend kunstenaars of singer-songwriters, zijn eigen autobiografie de belabngrijkste inspiratiebron. Was hij in zijn Gentse jaren nog vooral een repertoirejongen, imand die draaide wat het publiek vroeg, in Utrecht, of misschien zelfs zal bij de omstreden voorstelling The Kitchen, koos hij voor een strik autobiografisch kunstenaarschap. Opvallend daarbij is, dat zijn kunstenaarschap zelf ook weer onderwerpo zou kunnen zijn van zijn voorstellingen.

Met uiterste inspanning van het hele gezelschap werd, in februari 1997, de première van Strindbergs Froken Julie voor de poorten van de hel weggesleept, omdat er twee weken voor de première nog een acteur moest worden vervangen. De voorstelling werd een succes, en daarmee een mooi debuut voor Paula Bangels.
Het voltooide, maar ongebruikte decor van Glazen Speelgoed kreeg later dat seizoen nog een mooi plekje in een wat magere Festival aan de Werf-voorstelling van Tanghe, met een cameo-rol voor de net aan de soap ontsnapte Antonie Kamerling in een moeilijk stukje van Rini en Will, of wel Jan-Erik Hulsman en Henk Elich.
Het wachten was nog steeds op de echte knaller. En die kwam.

Golden Years

De Wereldverbeteraar kan nog steeds gerekend worden tot een van de mooiste voorstellingen van het Nederlandse theater uit de afgelopen decennia. Dirk Tanghe had alle problemen van de periode daarvoor overwonnen en regisseerde meesteracteur Peter de Graeff in een vlijmscherpe interpretatie van Thomas Bernhards tekst. Uri Rapaport had het lef om slechts een enkele bouwlamp te gebruiken en Marie Louise Stheins hield haar hele flamboyante wezen in, wat niet alleen een ontzagwekkende prestatie was, maar ook een prachtig effect had. Feitelijk bereiktye Tanghe's streven naar het sublieme autonome theaterkunstenaarschap hier een hoogtepunt. Tanghe was de Wereldverbeteraar. De onverstaanbaar monkelende Peter de Graef zijn ideale vertolker.

Niemand twijfelde nog aan Tanghes talent en iedereen in Utrecht was trots op Jetta Ernst, die zoveel risico had genomen met het pleiten voor Tanghes komst naar de Domstad. Tartuffe was, in 1998, een Tanghevoorstelling zoals er zelden een te zien was geweest. Katholiek tot op het bot, bourgondisch op een manier waar Bourgondië zelf niet van durfde dromen, en met alle rook en vuur en naaktheid en kostumering ook een voorstelling die overdonderde. Want ook dat is Tanghe: een man die koketteert, die ijdel is, die in alles een ode brengt aan de theaterkunst die hij zo bewondert.
En toen was hij opeens vertrokken. Na opeenvolgende successen als Burgermansbruiloft van Brecht en een bekroonde tournee van Reigen, met sterspelers Stheins en De Graeff, verdween Tanghe uit Utrecht. Hij was onbereikbaar, naar het schijnt zelfs voor zijn intiemste vertrouwelingen. De reden is altijd onduidelijk gebleven. Kwam het door het aangekondigde vertrek van zijn twee steracteurs? Feit blijft dat het voor alle betrokkenen een ramp was, die binnen de perken werd gehouden dankzij de tomeloze inzet van zakelijk leider Jetta Ernst en een zeer geslaagd optreden van Paula Bangels die met Hartststikke Tjechov de cast stand-by wist te houden. Huisvriend Loek Zonneveld kwam in het vizier als artistiek adviseur en verdween een jaar later even plotseling en heel erg definitief naar Groningen toen iemand het woord artistiek leider in zijn buurt gehoord had, zonder dat Zonneveld dat toen heel erg hard tegensprak.

Brand
Dirk Tanghe komt terug met De Familie Tot. Een nieuwe cast van de Paardenkathderaal treedt aan en het wordt een feest, al denkt niet iedereen er zo over bij de première. Het is opnieuw een persoonlijk stuk. Tanghe's eigen familie staat op het toneel. De inzet is daarmee hoog, de opgeroepen kewetsbaarheid voor Tanghe zelf gigantisch. Na het succes van Tot keerde Tanghe terug naar Froken Julie. In de bescherming van het eigen theater werkte hij in lange doorrookte en met wijn overgoten nachtelijke sessies aan een versie van zijn Utrechtse debuut die zinderde en stoomde zoals alleen een Tanghe kan zinderen en stomen. Hij had kennelijk iets af te rekenen met dit stuk en zijn eerdere versie ervan, en dat maakte de voorstellingen, in het decor van die andere voorstelling die niet door was gegaan, meer dan speciaal.
Maar er was ook de brand, vlak voor de première van Strindbergs stuk, die Tanghe niet alleen beroofde van zijn woning in Utrecht, maar ook van zijn complete persoonlijke archief. Een verschrikkelijke ramp. Zeker voor iemand die zo uit zijn eigen leven put als Tanghe. Hij neemt sindsdien de schamele resten van wat de vlammen overleefde mee naar alle plekken waar hij komt. In Goesting, het naar een Michelinster strevende restaurant naast de Paardenkathedraal, zien ze deze zonderling met zijn kaarsjes en fotootjes liever gaan dan komen. Dirk Tanghe verkeert in shock.
De Midsummernightsdream, die volgde, is daarbij dan weer een opvallend onbezorgde voorstelling, vooral ook dankzij de door Paula Bangels in een krachtige choreografie gevatte figurantenschare. Een kreet om leven, en tegelijkertijd een prachtige ode aan het mooiste vak ter wereld: het theater.

Of het door de brand kwam is onzeker, maar in de jaren die volgden is het persoonlijke, nietsontziende kunstenaarschap van Dirk Tanghe alleen maar nietsontziender geworden. De kwetsbaarheid die hij daarmee over zichzelf afriep, werd bijna ondraaglijk. Het maakte de spelers ook bewust van het feit dat toneelspelen eigenlijk nop eieren lopen was, en dat ieder verhaal dat je vertrelde in principe het verhaal is van een persoonlijke tragedie. Van de regisseur. Equus was daar een zuiver gespeeld voorbeeld van. Night and Day, het confronterende stuk over een door alcoholisme verscheurd gezin, werd een heftig bekentenisstuk. Extreem in alle opzichten, op het gênante af. Na de op een na laatste voorstelling liet Tanghe zijn acteurs het stuk nog een keer spelen, omdat hij close-up shots nodig had voor de videoregistratie. Hij wilde bovendien de uitputting op hun gezichten filmen, en hoe kan dat beter dan na een intensieve speelserie in het holst van de nacht met een bezeten regisseur op de hielen? De film is nog niet in roulatie gebracht. Overigens.

Tunnel
De Mensenhater, Tanghes terugkeer naar zijn geliefde Molière, was niet zijn sterkste voorstelling. De Revisor kan zelfs ronduit mislukt worden genoemd. Tanghe's privé-concepten pasten niet meer op zijn voorstellingen. Het werd te persoonlijk. Als regisseur kreeg hij steeds meer moeite om het totaal in het vizier te houden. Alsof Tanghe in een tunnel zat en alleen nog maar het conflict van het bedreigde individu tegenover een vijandige wereld kon zien. In voorstellingen als De Wereldverbeteraar of De Familie Tot wist hij een ruim veld van betekenissen buiten dat centrale thema te raken, maar in zijn laatste regies is dat totaal verdwenen.
Die laatste producties van voor het tienjarig jubileum getuigen bijna van paranoïa. De scherpe conflicten met zijn acteurs die tijdens de repetities voor Camille Claudel opvlamden, zijn daar mede door ontstaan, is mijn idee. Tanghe was uitsluitend nog bezig om zichzelf overeind te houden, en dat slokte al zijn aandacht op. Het moet gezegd: ook al is hij niet de enige in theaterland die de verleidingen van een goede chardonnay niet kan weerstaan, toch lijkt juist dat in die laatste voorstellingen steeds meer een probleem te zijn geworden. In plaats van het slachtoffer van een keihard en onbegrijpend ouderlijk huis dat Tanghe van zichzelf wilde laten zien, verandert hij in dader: Camille Claudel is dan misschien hoe Tanghe zichzelf ziet, wat toeschouwers tijdens de repetities langs de kant zien is een Auguste Rodin die uitsluitend in zijn eigen sores is geïnteresseerd en die van zijn leerlingen het uiterste eist. Tanghe is misschien wel zijn vader geworden. Voor even.

Kuur
Deze zomer is Tanghe op een hele speciale vakantie geweest in een Schots kuuroord. Het zou mooi zijn als we de heilzame werking daarvan zouden kunnen terugzien in August, August, August. Na 15 jaar is Tanghe terug met een Schouwburgjubileum, en nu is het ook zijn eigen jubileum bij de Paardenkathedraal. Het zou mooi zijn als dat stuk niet alleen over de bij voorbaat verloren strijd van een kleine kunstenaar tegen een grote wereld zou gaan, maar dat het ook, net als in die vroegere stukken, een ode zou zijn aan de onontkoombare levenskracht van het theater. En dat er de juichkreet van een overlever. in doorklinkt. Want zo heb ik Dirk Tanghe leren kennen, zo wil ik hem vooral vaker zien en zo wil ik hem ook blijven herinneren.

Labels:

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

Dirk Tanghe (GPD)

Dirk Tanghe's tienjarig jubileum in Utrecht, in tien reisvoorstellingen
Een zegetocht langs rand van de afgrond

Dirk Tanghe viert dit seizoen zijn tienjarig jublileum als artistiek leider van het Utrechtse theatergezelschap De Paardenkathedraal. In die tijd ging het gezelschap ook tien keer op tournee. Er zaten legendarische voorstellingen tussen, maar ook mislukkingen.

Door Wijbrand Schaap
Utrecht (GPD)_Heel veel van al het mooie komt uit België, en op theatergebied geldt dat al helemaal. Dirk Tanghe maakte al diep in jaren tachtig spraakmakend theater in Vlaanderen. Zijn Getemde Feeks uit 1986 bij Malpertuis en de Romeo en Julia die in 1988 hij bij de KVS maakte, zijn legendarisch. Toch was Tanghe in die tijd al zoekende naar nieuwe uitdagingen, of liever gezegd: rust aan zijn hoofd. Zijn succes had hem in Gent het directeurschap van het Publiekstheater bezorgd en dat beviel hem slecht. Hij stopte er en ging weer freelancen. Dat bracht hem in Nederland, waar hij na Hamlet, de jubileumvoorstelling van de Utrechtse Stadsschouwburg, met nog een aantal voorstellingen opviel, maar niet altijd in positieve zin. The Kitchen, een locatieproject over terreur in een restaurantkeuken, leverde hem zelfs de status van schandaalregisseur op, omdat hij zijn acteurs en zijn publiek ontoelaatbaar wreed zou behandelen.
In Utrecht was ondertussen al jaren hard gewerkt aan het opzetten van een professioneel theatergezelschap. Aram Adriaanse slaagde in die opdracht door van het Jeugdtheaterplatform Utrecht een volwassen theatercentrum te maken dat hij De Paardenkathedraal noemde, vanwege het monumentale uiterlijk van het gebouw, een oude manege op het Utrechtse Veeartsenijterrein. Met het gezelschap op de rails verruilde hij De Paardenkathedraal voor Scheveningen, waar hij na het vertrek van oprichter Erik Vos bij De Appel aan het werk kon.
Er was daardoor een gat in Utrecht, maar tot ieders verbazing bleek opeens Dirk Tanghe weer te strikken te zijn voor een artistiek leiderschap. Hij zocht een plek waar hij zich in artistieke rust op zijn theaterwerk kon richten, zonder zich zorgen te hoeven maken over personeel, huisvesting, subsidies en andere taken die hem als directeur van het Gentse Publiekstheater zo zwaar waren gevallen. Utrecht bood die mogelijkheid dankzij de inzet van Jetta Ernst, een vrouw die in haar lange theatercarrière veel in Utrecht en daarbuiten mogelijk had gemaakt.
Opeens had Utrecht een theatermaker van naam in huis en zou De Paardenkathedraal een gezelschap van betekenis kunnen worden. Mits er een paar legendarische voorstellingen uit de wankelmoedige regisseur zouden worden geperst. Na een moeizame start begon echter Tanghe's zegetocht. Negen keer trok zijn theater het land door, en eind november komt nummer tien eraan.

Fröken Julie (1997)
Marie Louise Stheins, Henk Elich en Paula Bangels spelen een frisse versie van Strindbergs klassieker over een deftige dame die tijdens een feestje op avontuur gaat. Een strak decor, metalen beats en een mooi debuut voor Paula Bangels, de huidige tweede regiseur van De Paardenkathedraal. Tanghe zou zijn belofte wel eens waar kunnen geaan maken.

De Wereldverbeteraar (1997-1998)
Die belofte maakt Tanghe vervolgens waar met deze extreme versie van Thomas Bernhards hermetische tekst over filosoof/schrijver op zijn retour. Meesterverteller Peter de Graef zit de hele avond rechts voor op het toneel, dat afgedekt is met een enorm zeildoek. Een effectief lichtplan, dat feitelijk uit niet veel meer bestaat dan een enkele lamp voor De Graefs voeten, zorgt voor een beeld dat herinneringen oproept aan expressionistische films uit de jaren '20. De Graef kraait, Marie Louise Stheins mompelt en samen zorgen ze voor de theatergebeurtenis van het jaar.

Burgermansbruiloft (1998-1999)
Zo'n succes overtreffen is moeilijk, maar Tanghe slaagt met verve door van Brechts beginnersstuk een volslagen idiote tragiklucht te maken. De acteurs spreken Koeterwaals en Duits door elkaar, de feestneuzen vliegen je om de oren en decor stort in terwijl onschuldige mensenlevens geruïneerd worden. Zelden een zo goede combinatie van spot en tragiek gezien als in deze voorstelling.

Reigen (1999-2000)
Na het grote massaspektakel van De Burgermansbruiloft keert Tanghe terug naar zijn lievelingsacteurs Marie Louise Stheins en Peter de Graef. In een extreme bewerking van het stuk Reidans van Arthur Schnitzler zoekt Tanghe de grenzen op van stampende hartstocht en theatrale explosiviteit. Idiote stemmetjes, oorverdovende beats en veel rook uit een gigantisch dragster-wiel maken de overdonderende voorstelling compleet.

De Familie Tót (2001)
Een volslagen onbekend stuk van een bij het gewone publiek totaal vreemde schrijver markeert Tanghe's terugkeer naar het grote familiespektakel. Met een nieuw ensemble, dat na het onverwachte vertrek van Stheins en De Graef gezocht moest worden, keert de Vlaamse bourgondiër terug na een instorting. Maar wat is De Familie Tót een prachtstuk! Plat Vlaams dialect in een kleinsteeds leven waarin de aburditeit uit elke beweging op het toneel blijkt. Hoofdrolspeler Bas Keijzer valt definitief op als een nieuwe drager van het gezelschap.

Midsummernightsdream 2001-2002
De tragedies in het privéleven van Tanghe stapelen zich op. Zijn Utrechtse woning gaat in vlammen op, met inbegrip van zijn totale persoonlijke archief. Tanghe verkeert in shock, maar mede dankzij de inzet van Paula Bangels, die van regie-assistent op is geklommen naar co-regisseur, wordt deze versie van Shakespeare's klassieker een hartverwarmend stuk, met een mooie serieuze kwinkslag aan het einde: hoe mooi de liefde ook is, er ligt altijd duisternis op de loer.

De Mensenhater (2003)
Molière is een schrijver naar Tanghe's hart, zoals hij liet zien in Tartuffe, een voorstelling die wegens het enorme decor alleen in Utrecht te zien was. Tanghe's versie van Molières Misantroop mist echter kwaliteit. De jonge acteurs kunnen slecht met de rijm overweg en de geëxalteerde, extreem gestileerde speelstijl levert eerder overlast dan overtuiging op. De grimmige interpretatie van Molière's toch al grimmige stuk mist hierdoor zijn doel.

De Revisor (2003-2004)
Ook Gogols legendarische komedie over een klein dorpje dat wordt opgeschrikt door de mededeling dat er een overheidsconttroleur op bezoek komt, wordt in de versie van Tanghe geen monsterhit. De verkrampte vormideeën die ook al opvielen bij De Mensenhater voert Tanghe nog strenger door. Het keurslijf biedt de acteurs geen mogelijkheden om zich met hun rol te verbinden. Het commentaar dat Tanghe op Gogols stuk lijkt te geven keert zich tegen de voorstelling: waarom spelen als je de personages afwijst?

De Theatermaker (2005)
Terug bij Thomas Bernhard kan Tanghe de eerdere mokerslag van De Wereldverbeteraar maar nauwelijks evenaren. Zwarter, somberder en ook verkrampter schetst Tanghe een beeld van een regisseur die aan grootheidswaan en kleinsteedse zieligheid te gronde gaat. Even schemert het beeld er doorheen van Tanghe zelf, de gekwelde geest die steeds meer moeite heeft om zijn ideeën helder te communiceren.

August, August, August (2006-2007)
Een kuur in een Schotse topkliniek heeft Tanghe er weer bovenop geholpen. Misschien sadder, maar zeker wiser geworden door de doorstane ontberingen zou dit absurdistische oudje van Pavel Kohout wel eens de terugkeer kunnen markeren van Dirk Tanghe in de absolute voorhoede van het Nederlandse theater. Hij heeft het verdiend.

Première op 25 november 2006 in de Utrechtse Stadsschouwburg. Tournee t/m 3 mei 2007. Inlichtingen: www.paardenkathedraal.nl

Labels:

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.