19 april 2007

Hou nou eens op met die onzin

Ingrid van Frankenhuyzen / NRC Handelsblad 13 april 2007

Dans Debat

Hou eens op met die onzin

Hoe de Nederlandse danswereld zich in slaap liet sussen
De veronderstelde toppositie van de Nederlandse dans is volgens kenners maar schijn. In werkelijkheid zijn we volledig achterop geraakt.



‘Ik zou wel met een zweep door de dans in Nederland willen gaan.” De Vlaamse dansprogrammeur Marc Goossens zegt het met een licht vermoeide zucht, en hij is de enige niet. De Vlaamse Annemie Vanackere, medeartistiek leider van de Rotterdamse Schouwburg en Productiehuis Rotterdam, bekent dat ze zich van de Nederlandse dans heeft afgekeerd „omdat het me allemaal niet meer zo prikkelt. Er is hier niemand die de gebaande paden mijdt.” Samuel Würsten, directeur van het Holland Dance Festival en de Rotterdamse Dansacademie, formuleert het met enige tegenzin, als: „Er is niemand die hier ooit eens tegen de choreografen zegt: hou nou eens op met die onzin. Soms zit ik een uur lang naar een voorstelling te kijken en dan denk ik alleen maar: is er een dokter in de zaal?”
Buitenlandse programmeurs als Goossens of Michel Didier (Frankrijk) zijn van mening dat wat hier de laatste jaren gemaakt wordt slaapverwekkend en betekenisloos is. En ze hebben gelijk. Want hoewel Nederland massaal de mantra bezingt dat onze dans een internationale toppositie inneemt, concludeert de Raad voor Cultuur in het net verschenen Vooradvies dat de Nederlandse moderne dans ver ondervertegenwoordigd is op internationale festivals. Nederlandse dans, waarvan altijd wordt gezegd dat het zo’n goed exportproduct is, omdat het taalloos is, is in het buitenland minder te zien dan Nederlands toneel, dat wel de taalbarrière moet nemen.
Dat het niet bijster goed gaat met de dans, valt niet te ontkennen. Op veel fronten zijn er problemen. Nederlandse programmeurs vinden moderne dans te ontoegankelijk, zalen blijven leeg. Het aanbod is niet alleen veel groter dan de vraag, het is ook versnipperd en paradoxaal genoeg eenzijdig. Veel gezelschappen zijn gezichtloos geworden; choreografen hoppen van het ene naar het andere gezelschap.
Waar ging het dan allemaal mis? In elk geval niet toen vijftig jaar geleden Rudi van Dantzig en Hans van Manen aan het toneel verschenen. Ook niet toen Jiri Kylián in de jaren zeventig van de vorige eeuw het Nederlands Dans Theater op de wereldkaart zette. Maar deze drie ‘grootvaders’ zijn al decennia het vertrek- en ijkpunt van de Nederlandse dans. Op hun verdienste – en die van Kyliáns erfopvolgers Paul Lightfoot en Sol Léon – drijft de mooie Hollandse reputatie nog altijd. Zij verankerden de dans als serieus te nemen te nemen discipline en met de virtuoze NDT-dansers trekken zij in binnen- en buitenland volle zalen.
Pieter Zeeman, projectmedewerker internationalisering van SICA (Stichting Inter Culturele Activiteiten) zegt erover: „In vergelijking met het buitenland is hier veel geld. Er eten nu alleen te veel mensen uit de ruif. Daardoor heeft iedereen een beetje geld en toch weinig. Dat levert verstarring op.” Creativiteit bloedt dood. Het behouden en binnenhalen van subsidie is een dagtaak geworden; artistieke urgentie en noodzakelijkheid bestaan niet meer. Op uitzonderingen als Itzik Galili, Emio Greco/PC en Krisztina de Châtel na, heeft de dans zichzelf verschanst in een gesloten inrichting, staart nog slechts naar de eigen navel en brabbelt zo verhullend mogelijk onzin aan elkaar.
Neem de welkomsttekst op de website van choreografenduo Leine & Roebana: „De constante afwisseling van veellagig lichamelijk contrapunt, agressieve aanzetten, lijnverbuiging, ambigue eenvoud, visuele complexiteit en organische deconstructie maakt onze bewegingsstijl tegelijk veeleisend en natuurlijk.” Vlaming Marc Goossens zucht nog eens: „Het zweeft bij jullie allemaal te ver boven de begane grond. In Nederland is men onvoldoende op zoek naar wat ik noem het krabben op de maatschappij. Het onderzoek houdt niet meer in dan ‘hoe houd ik mijn arm hoog. Op 30 of 40 graden?’”
Jaap van Baasbank, mededirecteur van het festival Julidans beaamt dit: „Choreografen hier zijn niet nieuwsgierig, ze zien ook zelden iets van over de grens. Het enige wat we in Nederland mooi vinden is beeldende kunst en design. We zijn denk ik meer van de vorm dan de inhoud. Nederland is bovendien geen cultuurminded volk. In tegenstelling tot bijvoorbeeld Frankrijk, dat hecht aan cultuur, debat en educatie. Buitenlandse programmeurs zijn geschokt als ze zien dat in onze talrijke cultuurpaleizen de cabaretvoorstellingen de boventoon voeren. Nederland heeft een amusementscultuur.”
Als een van de belangrijkste oorzaken ziet Marc Goossens de regulering van de kunst in Nederland. Er wordt op voorhand gezegd aan kunstenaars wat van hen verwacht wordt. „De ene subsidieperiode moeten ze zich richten op multicultureel, dan weer op multimediaal. Daardoor waaien choreografen met alle politieke winden mee. Het worden dossierschrijvers: hun aanvragen schrijven ze naar de hand van de beleidsmakers. Je creëert er een perfecte grasmat voor paniekvoetbal mee.”
Alle geïnterviewden kunnen zich vinden in de analyse van een verlammend subsidiesysteem. Maar Würsten valt ook een gebrek aan ambitie op. Op de vooropleiding in Rotterdam (de 'danshavo') krijgt hij al te maken met wat hij noemt een verwende jeugd; zijn scholieren vinden de opleiding ‘reuzeleuk’ maar van absolute gedrevenheid is geen sprake. „Ik mis hier de drive om naar de top te willen, het killerinstinct. Hier heerst een consensusmodel. Maatschappelijk en sociaal is dat misschien fantastisch, maar als het om kunst gaat is het funest. Ik neem bij audities op de academie zelfs Nederlanders aan die minder goed zijn dan buitenlandse kandidaten. Anders houd ik geen Nederlander over.”
Te lang zijn choreografen volgens Wüsten niet afgerekend op het gebrek aan succes. „Zoiets is en was hier onbespreekbaar. Je was kunstenaar en dus hoefde je aan niemand rekenschap af te leggen. Publiek deed er niet toe. Daardoor heeft de dans zichzelf uit de markt geprezen.” Moderne dans is langzaamaan het stiefkindje onder de kunsten geworden, terwijl het in België juist floreert.
Maar is het bij de altijd bejubelde Vlamingen dan echt zo goed? Sidi Larbi Cherkaoui (Les Ballets C de la B) en Peeping Tom zijn in België de chroniqueurs van de dans, zij vertalen de grote thema’s over liefde, dood, geschiedenis en identiteit in bewegingsvormen met inhoud. Zij verruimen de dans door hiphop met Indiase dans te combineren, tegelijk niet loepzuiver Gregoriaans te zingen, geweldsesthetiek te verheerlijken en echte baby’s ten tonele te voeren. Geen grens is heilig. In België staat het experiment op een hoger plan dan esthetiek.
„De lessen die de Vlamingen tijdens de Vlaamse golf van zo'n dertig jaar geleden hebben geleerd”, zegt Marc Goossens, „is dat we te klein zijn en dus internationale allianties moesten aangaan. We hebben netwerken opgezet. Alain Platel heeft toen hij met Les Ballets C de la B subsidie kreeg, meteen anderen een kans geboden. In Nederland worden jonge choreografen – de humuslaag van de dans – niet gestimuleerd om artistiek en financieel onafhankelijk te zijn.” De grotere Nederlandse gezelschappen zijn geen goed rolmodel, vinden Marc Goossens en Annemie Vanackere.
Zeker. Openheid, flexibiliteit, internationalisering, moed en vooral kwaliteit zijn de kernwoorden. Er moet durf komen om ingrijpende beslissingen te nemen. Velen hebben het al jaren over de artistiek middelmatige bijdrage van bijvoorbeeld het Scapino Ballet maar zoveel mensen tegelijk ontslaan blijkt telkens een te pijnlijke beslissing. Sociaal beleid wint het van de kunst.
Directeuren van gezelschappen en productiehuizen zouden strenger moeten kunnen selecteren op hun (reis)voorstellingen zodat de mislukkingen niet nog maanden voor lege zalen spelen. De mogelijkheid scheppen om flexibel te programmeren, maakt dat groepen successen kunnen hernemen. Er gebeurt op dat gebied ook al wat want kleine marketinginitiatieven als de Danscombinatie en Dansclick (in één programma gecombineerde ‘hits’) staan garant voor iets goeds.
Goossens, Vanackere, Würsten, Van Baasbank en Zeeman opteren ook voor internationale allianties. Omdat, zegt Vanackere, „alle partners geld bijdragen. Zodat iemand op verschillende plekken een tijd kan werken aan een voorstelling. Alain Platel heeft op die manier bijvoorbeeld een jaar aan zijn VSPRS gewerkt. Incubatietijd is van levensbelang voor kwaliteit.”
Maak het landschap ook diverser en heb de durf om anderen toe te laten: een razend populaire groep als Ish van Marco Gerris bereikt oneindig veel jongeren, heeft inmiddels een eigen opleidingsinstituut en oefent veel maatschappelijke impact uit. De verscheidenheid van de dans moet zich ook profileren met mensen als Emio Greco en Pieter Scholten die internationaal triomfen vieren maar in Nederland nauwelijks een kans kregen.
In het theater pleitte regisseur Johan Simons voor kwaliteit door makers eerst drie voorstellingen zonder subsidie te willen laten maken voor ze überhaupt geld mogen aanvragen. Om theatrale wildgroei te bestrijden. Dat gaat misschien ver maar het zegt iets over de nieuwe tijdsgeest. De danssector moet zich ontdoen van een slaperige ambtenarenmentaliteit en de luiken open zetten. -->
Op 16 april om 16.00 uur vindt in het Theaterinstituut in Amsterdam een debat plaats over de dans naar aanleiding van het vooradvies van de Raad voor Cultuur. Inl: www.tin.nl Festivals voor jonge choreografen: Springdance Utrecht 18-28 april en Voorjaarsontwaken in Korzo Den Haag 12-14 april.

Labels: , ,

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

20 maart 2007

Marleen Scholten (GPD)

'Toneel mag best pijn doen'


Kader: Het Vierde Rijk


Scherp toneelstuk van schrijver Peer Wittenbols en regisseur Rob Ligthert. Twee stellen, op de vlucht voor de harde samenleving in Nederland, hebben een theatertje gekocht in Pinsk, vlak bij de Wit-Russische hoofdstad Minsk. Hun ideaal om daar een nieuw en zuiver leven te beginnen wordt wreed verstoord door drie Hollandse nieuwkomers die er een erotisch kuurparadijs willen vestigen.


Kader: Peer Wittenbols en Rob Ligthert


Sins 2001 vormen regisseur Rob Ligthert en schrijver Peer Wittenbols het artistieke hart van Toneelgroep Oostpool, het in Arnhem gevestigde toneelgezelschap dat zich specifiek richt op Overijssel en Gelderland.
Als duo werken ze al zeker zestien jaar samen en maakten voorstellingen waarin jonge acteurs samen spelen met ervaren rotten als Hans Hoes, en Han Römer. Actrice Monic Hendrickx speelde in de eerste jaren een paar van haar mooiste rollen bij Ligthert en Wittenbols.
Hoogtepunt van hun samenwerking was het toneeldrieluik 'Trilogie van het Verlies'. In de stukken Zullen we het Liefde noemen, Het Zouthuis en Goedbloed werd een genadeloos, maar ook uiterst humoristisch beeld geschetst van jonge Nederlanders in vertwijfeling. Het Vierde Rijk is het eerste stuk waarmee ze de grote schouwburgen van Nederland bespelen.


Kader: Marleen Scholten, actrice, 27 jaar, geboren in Groningen.


Nu te zien bij Toneelgroep Oostpool in Het Vierde Rijk als: Hanna, een streng gereformeerde jonge vrouw, op zoek naar het paradijs verdwaald in een oud theater in het Wit-Russische Pinsk.
Bekend van tv: Mijn Dochter en Ik, waarin ze de rol van dochter Chris speelde. De serie werd voor het eerst uitgezonden van 1993 tot 1996, maar wordt nog steeds herhaald.
Bekend in het theater: twee jaar geleden speelde ze de bezeten titelrol in Dirk Tanghe's heftige bioshow over de beeldhouwster Camille Claudel, muze van Auguste Rodin.
Beroemd van: Het theatercollectief Wunderbaum, ooit ontstaan als Jong Hollandia, een opvallend gezelschap dat vooral op vreemde locaties als achtertuinen of winkelcentra werkt. Het collectief werd onlangs bekroond met de Mary Dresselhuysprijs.
Binnenkort te zien in hoofdrollen in Johan Simons' bewerking van Tarkovski's Dekalog, Nachtwake bij De Paardenkathedraal en de film Nadine.


Interview door Wijbrand Schaap

Arnhem (GPD)

Veel mensen kennen je nu nog van je rol in Mijn dochter en ik, de televisieserie waar je vroeger als jong meisje in meespeelde. Die serie wordt nog steeds herhaald. achtervolgt je dat?
,,Totaal niet. Maar ik merk de herhalingen ook niet want ik heb al een jaar geen tv meer in huis.

Principes?
Nee, hoor. Ik ben er alleen sinds mijn verhuizing nog niet aan toegekomen om er een aan te sluiten.

Na 'Mijn dochter en ik' ben je naar de toneelschool gegaan, terwijl je ook voor het grote geld had kunnen kiezen. Bewust?
Zeker. Toen de opnames klaar waren kwam er iemand met mij praten met de vraag: wat zullen we nu doen met je carrière? Wil je nu graag soap of musical? Ik vond het geen moment moeilijk om die verleiding te weerstaan. Niet omdat ik mezelf daar te goed voor vond. Het was meer dat ik in die serie met zoveel hele goede acteurs had gewerkt, dat ik dolgraag wilde leren wat zij al konden. En dus was de enige optie voor mij de toneelschool.

Dat je vader, Henk Scholten, een grote naam heeft in de theaterwereld, als directeur van een groot subsidiefonds, de Utrechtse Stadsschouwburg en nu het Theaterinstituut, maakte daar niets in uit?
Juist niet. Mijn ouders hebben mij helemaal vrijgelaten in mijn beslissing. Maar in 1997 was ik echt nog te jong om te denken: dit is commercieel en dat niet, en dat is wel goed en dat niet. Hallo: ik was achttien. Ik wist nog niks. Ik wist wel dat ik heel graag wilde acteren. En ik wist dat dat niet bij tv kon. De televisie gaat heel snel. Wanneer je daar als kind binnenkomt vind men je al heel snel goed, omdat je gewoon dingen doet zoals je ze doet. Dat heet naturel en dat werkt goed op tv. Ik wist niet waaróm dingen goed of slecht waren. Ik ben dolblij dat ik dat geleerd heb op de toneelschool.

Dit stuk is nogal heftig. Er vloeit bloed. Er zijn heftige emoties, het geloof wordt aangevallen. En aan het eind ben je de weg kwijt. Hoe repeteer je zoiets?
Ik probeer me heel strak aan de kern te houden: de geschreven tekst. In deze voorstelling bestaat 70 procent van het acteren eigenlijk uit de geschreven tekst. Je hoeft er helemaal niet zoveel omheen te doen. Je moet zíjn, en gewoon je tekst zeggen.

Je personage Hanna komt binnen als een behoorlijk dikke roze wolk, enorm gelukkig, maar eigenlijk schuilt er de hele tijd een enorme angst achter. Ze is bang dat haar baby bezeten is van demonen. Dat klinkt als Rosemary's baby, die enge thriller uit de seventies.
Dat merk je dus vooral aan het einde. Ze gaat na de bevalling op zoek naar de moederkoek, en durft haar kind niet aan te kijken. Uiteindelijk bekent ze dat ze altijd bang was tijdens de zwangerschap, omdat haar man dronken was bij het verwekken en de hele tijd vloekte toen ze seks hadden. Voor een meisje dat zo gereformeerd is als zij is dat een verschrikking.

Kom je zelf uit een christelijk nest?
Mijn opa was een dominee, maar zelf ben ik niet christelijk opgevoed. Des te interessanter is het om iemand te spelen die daar helemaal in opgaat. Die zegt: ik heb Hem en ik heb mijn man, en daardoor voel ik me zo sterk.

Dit stuk gaat heftige reacties oproepen. Bereid je je daarop voor?
Het stuk is natuurlijk heel zwart, maar als je de voorstelling ziet, zit er wel degelijk hoop in. Voor mij zit er hoop in die treurigheid van het einde, wanneer de twee hoofdfiguren besluiten dat ze niet langer samen kunnen zijn. De vrouw gaat er niet aan ten onder. Ze heeft de kracht om eruit te stappen en zelf opnieuw te beginnen. In mijn personage zit ook hoop. Hanna accepteert uiteindelijk haar kind. Ik vraag me af of het publiek dat ook als hoopvol zal ervaren. Ik verwacht toch dat veel mensen met pijn in hun maag naar buiten komen, na afloop. Dat is niet erg. Dat mag best, in het theater op dit moment.

Hoezo?
Aan het begin van het stuk is er een openingsspeech waarin de hoofdfiguur Hans alles opnoemt, waar hij niet meer de dupe van wil zijn. Hij wil niet meer beïnvloed worden door al het gruwelijke van het Nederland van vandaag. Dat is een beetje naïef van die man, en dat leidt ertoe dat hij naar een gat als Pinsk trekt om zijn eigen paradijs te creëren. Dat levert niet anders dan ontberingen, harde aarde en grijze luchten op. Ik vind het heel erg dat mensen nu al zover heen zijn dat ze zulk vluchtgedrag vertonen. Daar mogen we best eens over nadenken.

Labels: ,

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

19 februari 2007

Ad de Bont (GPD)

Wereldberoemd buiten Nederland
Jeugdtheaterschrijver Ad de Bont viert jubileum met gewaagd experiment

In Duitse theaters, van Hamburg tot Müchen, wordt zijn naam met eerbied uitgesproken. De BBC verfilmde een stuk van hem met Jeremy Irons in de hoofdrol. In Nederland won hij zo'n beetje alle prijzen die er te winnen zijn in zijn vakgebied: het jeugdtheater. Daarom is Ad de Bont volslagen onbekend bij het grote publiek. Hij viert zijn 25-jarig jubileum met een bizarre voorstelling naar een nog vreemdere, experimentele theatertekst: De Hompelaar. Ook voor tere zieltjes.

Door Wijbrand Schaap
Zwolle (GPD) _ Als iemand maar vaak genoeg roept: 'Ik haat je! Ik haat je! Ik haat je!', ga je vanzelf Kaatje heten. Zo eenvoudig kan poëzie zijn. En humor. En tragiek. Voor Ad de Bont (57) was dat inzicht aanleiding voor een nieuw experiment. De schrijver die al 25 jaar artistiek aan de leiding staat van het beste jeugdtheatergezelschap van Nederland, Theatergroep Wederzijds, schreef een tekst die het beste van Dylan Thomas samenbrengt met het delirium van Werner Schwab en Duitse hardrockschlagers. In De Hompelaar, zijn jubileumstuk dat vanaf 23 februari in tientallen Nederlandse theaters is te zien, beschrijft hij in prachtige taal de lotgevallen van een klein jongetje wiens vader wel heel erg vreemd gaat, wiens moeder zelfmoord pleegt en die opgroeit met een tante met wel heel erg volwassen fantasieën. En dat allemaal voor kinderen van 10 tot 88 jaar in een voorstelling waarin de acteurs van Wederzijds samen met 25 prachtige, levensgrote poppen van Theater Gnaffel samenspelen.
,,Ik ben al 25 jaar bezig met de vraag wat er allemaal kan voor kinderen”, zegt Ad de Bont, wanneer ik hem vraag of er dan werkelijk geen grenzen zijn aan wat je in jeugdtheater kunt vertellen. ,,Ik vind dat alles moet kunnen voor kinderen. Kinderen maken deel uit van dezelfde wereld waar jij en ik deel van uitmaken. Als mijn moeder sterft, of mijn zus kanker heeft, dan maken zij dat mee. Vroeger zei je nog: 'houd dat maar weg voor die kinderen.' Daar hoef je nu niet meer aan te beginnen. Op tv zien ze alles. Seks. Geweld. Een documentaire over euthanasie, waarbij er iemand voor je ogen sterft.”

Bosnië
Met deze opvatting heeft De Bont in 25 jaar een indrukwekkend repertoire opgebouwd van kunstzinnige stukken, maar ook van stukken die heel erg over de actualiteit gingen. Voorlopig hoogtepunt, zowel artistiek als publicitair, was de tekst 'Mirad, een jongen uit Bosnië'. In een uiterst sobere vorm, die bestond uit een acteur en een actrice die van achter een lessenaartje voorlazen, werd het publiek deelgenoot van het leven van een 14-jarige jongen uit Bosnië. Via brieven aan zijn naar Nederland gevluchte oom en tante worden we de verschrikkingen ingezogen van de burgeroorlog die Joegoslavië veranderde in de verzameling losse republieken die het nu is. Het stuk werd in talloze talen vertaald en verfilmd. De BBC nam het project op met Jeremy Irons in de hoofdrol.
Naast zulke indringende actuele stukken, schrijft De Bont ook meer artistiek werk. De Hompelaar is daar een treffend voorbeeld van: ,,Nu wilde ik een stuk schrijven waarbij mijn bedoelingen vooraf niet duidelijk waren”, vertelt De Bont. ,,Niet voor het publiek, maar ook niet voor mezelf. Je kunt namelijk niet alles vangen onder bedoelingen of moraal. Ik wilde nu een stuk schrijven dat de autonome kracht van de taal vooropstelt.”

Rooie oortjes
Een eerste versie van dat stuk heette De Luistering. Het begint met een droomscène, waarin een vrouw van middelbare leeftijd in heel poëtische taal een erotische fantasie beschrijft, waarin ze door zes mannen overweldigd wordt. Gewaagd, erkent ook De Bont: ,,Ik dacht: wat moeten kinderen hiermee? Dat wilde ik gaan onderzoeken. Toen heb ik de tekst gerepeteerd met een paar acteurs en daar een cd van gemaakt. Die cd hebben we meegenomen naar scholen en we hebben aan de kinderen gevraagd: we hebben iets waarvan we niet weten wat kinderen daar aan hebben. Willen jullie luisteren en dan vertellen wat we ermee moeten? Misschien zeggen jullie wel: 'Doe dat maar voor volwassenen'. Tot onze verbazing luisterden ze met rooie oortjes. Zij zeiden na afloop: 'dit is een geheime blik in de wereld van de volwassenen. Alsof je door een sleutelgat in de slaapkamer van je vader en moeder kijkt'. Dat vond ik prachtig. Er zijn natuurlijk een hoop geheimen waarvan kinderen wel een bestaan vermoeden, maar die nooit echt aan de orde komen. Natuurlijk zien ze hun moeder haar borsten opkrikken. Horen ze rare gesprekken van hun moeder met haar vriendinnen of horen ze vreemde geluiden van de slaapkamer komen. Kennelijk was er toch een verbinding die ik zelf niet eens vermoedde. Dat gaf me moed om verder te schrijven. Ik kan die vragen nu vrijelijk oproepen: haat tussen zussen, wat is het om je moeder te verliezen door zelfmoord? Dat maken kinderen ook mee. Er zitten inhoudelijk veel elementen in waar je goed over kunt praten.”
Het stuk werd uiteindelijk door de Humanistische Omroep Stichting aangekocht en als hoorspel uitgezonden. De Hompelaar borduurt voort op De Luistering: ,,Het oorspronkelijke stuk eindigde met de zelfmoord van de moeder. Ik wilde er nu voor zorgen dat het verhaal daarna verder ging. Dus heb ik er een tweede deel aan vastgeschreven.”
Wat niet wegneemt dat zo'n zelfmoord, of de brand waarmee het tweede deel eindigt, nogal heftig is om voor tienjarigen te brengen. De voorstelling is echter buitengewoon helder en liefdevol, blijkt bij een eerste try-out met een kinderpubliek. De reacties zijn goed: er zijn emoties, maar er is vooral betrokkenheid en fascinatie. ,, Ik verwacht geen gelazer”, zegt De Bont na afloop. ,,Uiteindelijk is het ook een heel idiote, bijna vrolijke, bizarre gebeurtenis, al zit er heel veel pijn en drama onder.”

Hamburg
Dat hij met zijn werk in het buitenland beroemder is dan in Nederland, deert de schrijver en regisseur niet. De Bont schreef de openingsvoorstelling voor de jeugdafdeling van het beroemde Schauspielhaus in Hamburg, waar onlangs ook Ivo van Hove een regie deed. Zijn stuk Moeder Afrika werd onlangs drievoudig bekroond met Duitse prijzen, nadat hij eerder in Nederland al talloze prijzen voor ander werk kreeg. Dat het grote publiek zijn werk en zijn gezelschap, Wederzijds, nauwelijks kent, komt omdat Wederzijds eigenlijk altijd uitsluitend in gymzalen speelt. Maar zelden speelt een Wederzijds-stuk in schouwburgen. Met De Hompelaar, dat wel veel 'openbare' voorstellingen heeft, is een kentering ingezet. ,,Deze productie is gemaakt om in een gymzaal te kunnen spelen zonder kunstlicht. Maar we kunnen bijna nergens meer terecht. Een gymzaal voor een dag vrijmaken, dat schijnt voor de meeste scholen niet meer mogelijk te zijn. Er wordt steeds meer gesport, en door bezuinigingen moeten ze veel strakker exploiteren. We moeten nu bijvoorbeeld soms alweer om half vier eruit, omdat de turnvereniging klaar staat. Ik vraag me af of we een volgend groot project nog wel aan moeten bieden voor de gymzalen. Misschien moeten we dan gelijk zeggen dat we het alleen nog in theaters doen. Dat zou heel erg jammer zijn. Maar de tijden veranderen en daar moet je in mee.”

De Hompelaar door Wederzijds en Gnaffel. Première: 22 februari in Amsterdam. Speelperiode: 12 februari t/m 28 april 2007. Inlichtingen: www.wederzijds.nl.

Labels: ,

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

Mark Rietman (GPD)

Mark Rietman speelt notoire vreemdganger in Het Wijde Land
'Het moet vooral niet te zwaar worden'

Mark Rietman heeft een beetje het imago van de goeiige tobber. In de legendarische tv-serie Oud Geld speelde hij de in zichzelf gekeerde 'nerd' Kiet Bussink, en radioluisteraars kunnen sinds begin februari genieten van zijn vertolking van Ollie B. Bommel in het gelijknamig hoorspel. Nu speelt hij bij de Theatercompagnie een vrouwenverslinder in Schnitzlers toneelstuk Het Wijde Land. ,,Soms denk ik: 'Man, stort eens in!'”

Door Wijbrand Schaap
Amsterdam (GPD) _ ,,Wat is fout? In de burgerlijk moraal gebeurt zoveel dat fout heet te zijn, maar dat eigenlijk niet is.” Mark Rietman, veel bekroond acteur, nuanceert graag het beeld dat mensen zouden kunnen krijgen van zijn rol in Arthur Schnitzlers Het Wijde Land. In dit toneelstuk uit het begin van de twintigste eeuw speelt hij Frederik Hofreiter, een man die er een nogal egocentrische huwelijksmoraal op nahoudt. Hij gaat openlijk vreemd en ontsteekt uiteindelijk in woede als zijn vrouw hetzelfde doet. In de regie van Theu Boermans bij De Theatercompagnie staat Rietman centraal in een groot ensemble, waarin verder opvallende acteurs optreden als Katja Herbers en Leny Breederveld.
We kennen Mark Rietman vooral als acteur van integere, kwetsbare mannenrollen. Hoe is het om een nu eens een echte slechterik te spelen? Rietman zoekt in die rol naar die ene zwakke plek: ,,Misschien heeft hij ook wel een gat in zijn eigen ziel, waardoor hij zich niet aan de medemens kan verbinden. Theu Boermans zegt dat hij op de vlucht is voor de dood. Hij accepteert zijn sterfelijkheid niet. Hij voelt dat het bestaan zinloos is, en heeft daarom geen morele principes meer. Waarom zou je je houden aan regels terwijl dat alleen maar afspraken zijn? Je kunt heel erg van iemand houden, maar tegelijkertijd iemand voorbij zien komen waarmee je ook heel graag zou willen samenleven. Dat kan gebeuren. En ook al is dit stuk honderd jaar oud, ook in deze tijd loop je daarbij nog tegen morele grenzen op.”

Twijfel
Voor Rietman is de hoofdrol in Het Wijde Land een lang gekoesterde wens. Hij zag er zelfs voor af van een rol in De Familie Avenier, het stuk van Maria Goos waarin veel van zijn collega's uit de legendarische tv-serie Oud Geld weer meespelen. ,,Ik heb dit stuk meer dan twintig jaar geleden gezien in Den Haag met Guido de Moor in de hoofdrol. Dat vond ik geweldig, en het is me ook altijd bijgebleven. Nu ik er zelf mee bezig ben komen er ook steeds meer beelden uit die voorstelling terug in mijn herinnering. Ik denk dat ik diep van dat stuk houd. Ik herken die zoektocht wel. Veel mannen hebben dat, die twijfel aan hun eigen oprechtheid.”
Schnitzler, die ook het schandaalstuk Reidans schreef, is een meester van de ontkenning: nooit zegt iemand wat hem werkelijk bezighoudt. Best lastig spelen, zoiets: ,,Soms is het lekker om te weten dat je ergens in de loop van het stuk een scène hebt waarin je er doorheen kunt zakken, waarna het deksel er weer terug op gaat. Maar in dit stuk blijft iedereen doen alsof er niets aan de hand is. Soms denk ik: Man, stort eens in!”
Dat net-niet-instorten moet toch eigenlijk een makkie zijn voor een acteur die beschikt over een groot talent voor ironie. Zijn bijrol in het stuk Alexander, dit najaar, bracht broodnodige humor in dat wat zware stuk: ,,In deze rol zit al zoveel ironie dat ik eigenlijk meer moet zoeken naar de tragische ernst van mijn personage dan andersom. Iedereen ontkent alles. Dat is heel modern, eigenlijk. Zo gaan we bijna altijd om met liefdesaangelegenheden. We willen het er ergens wel over hebben, maar het moet vooral niet te zwaar worden.”

Risico
Rietman heeft ooit zelf regie-ambities gehad, maar heeft die inmiddels weer op een laag pitje gezet. Die fase van twijfel over zijn acteercarrière, een jaar of zeven geleden, heeft hem uiteindelijk wel een beter acteur gemaakt. Rietman dankt daarvoor vooral zijn collega Victor Löw: ,,Hij zat een beetje in hetzelfde schuitje als ik. En hij heeft me uiteindelijk ook weer in dat spelen getrokken. Ik vond namelijk dat ik wel aardig kon acteren, maar ik vond ook dat ik een beetje grijs was. Er waren geen grote uitschieters. Het werd te gewoontjes, bleef te klein. Victor ging toen een stuk met mij doen: 'Dans van de reiger' van Hugo Claus. Hij zei: ik ga je bij elke zin tekst vragen om niet in het grijze middengebied te gaan zitten, want dat kennen we nu wel. Hij zei: doe bij elke zin wat anders, wat extreems. Dat heeft voor mij dat acteren weer geopend. Ik durf sindsdien meer risico te nemen in mijn spel.”
Rietman geeft ook zelf les aan aankomende acteurs. Niet alleen op de toneelschool, blijkt. ,,Er zijn een paar stagiaires die nu meedoen aan Het Wijde Land, en die help ik wel eens een beetje. Soms snappen ze niet gelijk wat Theu Boermans bedoelt als hij bijvoorbeeld zegt: Ik wil meer vuur. Dan gaat zo'n speler alleen maar iets harder praten. Op zo'n moment zeg ik zachtjes tegen zo'n medespeler: misschien moet je gewoon even boos worden. En dat werkt dan soms. Ik vind het nog steeds leuk om te kijken naar hoe anderen spelen, en hoe ze tot spelen komen.”
Die collegiale houding siert de man die algemeen erkend is al een van de beste acteurs van Nederland: ,,Inmiddels heb ik wel een soort gemak gekregen. Ik weet dat ik kan acteren, ik weet hoe het moet. Ik zie dat ook bij mijn collega's van dezelfde leeftijd. Maar er zit meer in. Ik zou Pierre Bokma wel weer eens in een grote Shakespeare willen zien. Of Gijs Scholten van Aschat. Niet dat ik vind dat ze nu aan het klooien zijn, maar ik heb gewoon behoefte om ze weer eens in iets groots te zien.”
En hoe ziet Rietman dat voor zichzelf? ,,Toen ik de Louis d'Or had gekregen voor Raak me Aan (in 2005) zei mijn regisseur, Ger Thijs, tegen me: Jij en Carine Crutzen, jullie moeten gewoon de grote rollen spelen. Hij zei: Jullie moeten je wanhoop geven, dat is jullie taak in deze wereld.” Hij zwijgt even. ,,Dat sloeg wel bij me aan. Die wanhoop. Dat is wel waar ik voor ga.”

Het Wijde Land door De Theatercompagnie. Van 21 februari t/m 27 april in vele theaters in Nederland. Première: 23 januari. Inlichtingen: www.theatercompagnie.nl.


Labels: ,

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

08 februari 2007

2MoveDanceCompany/Soltar

NRC Handelsblad 6 februari 2007

Wij willen dans bij de mensen brengen

Ingrid van Frankenhuyzen

Polak en De Jong starten nieuw gezelschap

Is moderne dans moeilijk? Niet volgens dansers Kevin Polak en Miquel de Jong. Met een uitzonderlijk concept en gezelschap brengen ze dans dichterbij het publiek.

Het is een nieuw gezelschap in de Nederlandse dans en volgens de website een gezelschap dat je de choreograaf en zijn choreografie laat zien. Hoewel gezelschap misschien een wat groot woord is. 2MoveDanceCompany bestaat uit twee dansers, kent geen echte premières, heeft geen kantoor met dito overhead, geen choreograaf als boegbeeld, geen eigen dansstudio, geen technici of medewerkers en geen subsidie. Dansers Kevin Polak en Miquel de Jong zijn en hebben een concept. Een concept om de moderne dans waar het in Nederland toch niet zo goed mee gaat dicht bij de mensen te brengen en echt persoonlijk te maken. Het werkt als volgt: in hun spaarzame vrije tijd nodigen Polak en De Jong een choreograaf uit die voor hen een (gratis) dansduet van 15 minuten maakt. Ze filmen de repetities en interviewen de choreograaf. De voorstelling bestaat uit de gemonteerde, op een groot doek geprojecteerde film van een minuut of zes die het publiek van alles vertelt over de maker zelf en over het hoe, wat en waarom van de choreografie. Na de film wordt er door Polak en De Jong gedanst. Voor het publiek is het vaak gratis, de theaters betalen een lage gage. De theaters, (buiten)festivals maar ook een jubilerend bedrijf kunnen naar wens kiezen uit één of meer choreografieën. Tot nu toe heeft 2MoveDanceCompany drie duetten op het repertoire: Brotherhood van Piet Rogie, La Fletrissuré van Jens van Daele en, net nieuw, Soltar van Claudia Hauri. Dat moeten er uiteraard meer worden.
In een van Conny Janssen geleende studio in Rotterdam vertellen De Jong en Polak over hun motieven. Je zou kunnen zeggen dat Nederland al vol zit met dansgezelschappen, zegt De Jong, maar voor een groot publiek is de stap naar het theater nog te groot. Dans staat bekend als moeilijk en blijkt nog te ver van mensen af te staan. Wij geloven in laagdrempeligheid. In de film kun je als toeschouwer echt een verbinding leggen tussen de maker en zijn of haar werk. Eigenlijk kun je filmisch zien wat er normaliter geschreven staat in het programmaboekje. Dat bijna nooit iemand leest trouwens. Nu krijg je een kijkje in de keuken. Polak vult aan: Maar de dans laat genoeg over voor ieders eigen verbeelding. Toegankelijkheid mag niet ten koste gaan van kwaliteit, het blijft wel echte moderne dans van niveau.
De Jong en Polak laten de nieuwe film en de choreografie Soltar van Claudia Hauri (ex-choreografe van het Rotterdamse gezelschap Lieber Gorilla) zien: ze vertolken twee aan lager wal geraakte oudere Russische, maffiose balletdansers. Ze stoeien op aanstekelijke en theatrale wijze met een wc-pot en een hoop flessen sterke drank. Hun stijldansen zijn vermengd met elegante krachtacrobatiek. Hauri vertelt in de korte film onder meer dat ze van Columbiaans-Zwitserse afkomst is, van tango houdt, graag met stereotiepen als de machoman werkt om uiteindelijk sociale maskers af te werpen. De lijven van beide dansers verraden een goedgetrainde achtergrond: Kevin Polak (1970) danste dan ook bij het Nederlands Dans Theater en Scapino, hij werkt nu voor Pia Meuthen en doet de buitenlandtournees van Conny Janssen Danst. Miquel de Jong (1971) danste bij Scapino maar ook in Londen bij Russell Maliphant en in Frankrijk bij Ballet Preljocaj. Hij danst binnenkort in een Korzo-productie.
Polak vertelt dat het concept van 2MoveDanceCompany ook bedacht is om jonge Nederlandse choreografen in het buitenland onder de aandacht te brengen. Op een of andere manier sijpelt er niets van de jonge generatie door naar het buitenland. Neem Jens van Daele. Een groot talent, maar hij wordt over de grens niet opgemerkt. Wij sturen buitenlandse festivals een dvd en ook doordat we goedkoop zijn, is er al veel interesse. Ook van de kant van jonge (internationale) makers is er veel belangstelling: er is al een wachtlijst aangelegd voor choreografen. Omdat de producties in de vrije tijd van Polak en de Jong tot stand komen, liggen premières en repetitietijden niet vast.
Beide dansers streven er wel naar om met subsidie te kunnen werken, maar hun concept, twee dansers die een gezelschap zijn en leiden, valt buiten alle categorieën en structuren van de fondsen. We bewandelen de omgekeerde weg, eerst een gezelschap, dan pas geld vragen. Het komt dan ook allemaal voort uit passie. En die willen we delen, daar gaat het ons om.

Labels:

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

10 december 2006

Rouw Siert Electra

Toneelgroep Amsterdam maakt opnieuw kennis met Elektra
'Het is een bikkelharde voorstelling'

Toneelgroep Amsterdam is terug aan de top van het Nederlandse theater. Directeur Ivo van Hove werkt ondertussen gestaag verder aan de internationale carrière van niet alleen zichzelf, maar ook zijn gezelschap. Vanaf donderdag 7 december is er bovendien de herneming van een legendarisch stuk waarmee Van Hove ooit in Amsterdam furore maakte: Rouw Siert Elektra.

Door Wijbrand Schaap
Amsterdam (GPD) _ ,,Het is een bikkelharde voorstelling. Daar schrok ik wel van, toen ik hem terug zag.” Ivo van Hove, directeur van Toneelgroep Amsterdam is desondanks goed te spreken over zijn versie van Rouw siert Electra, de bewerking die de Amerikaanse schrijver Eugene O'Neill in de jaren dertig maakte van de klassieke tragedie Oresteia. ,,Nu zelfs, als ik het met mijn acteurs weer repeteer, ben ik verbijsterd over wat ze doen. Dan wil ik het zachter maken, maar zeggen zij: 'Nee, Ivo, dit is zoals je het wilde'. Toen ben ik maar eens naar de dvd gaan kijken die er destijds van gemaakt is, en keek ik hem in één keer uit. Dat zegt wel iets over de kwaliteit. Het sleepte me mee tot het einde. Dat gebeurt met je eigen werk niet zo snel.”
Ook de Nederlandse pers en het publiek waren geschokt door de voorstelling, maar er was ook oog voor de onmiskenbare kwaliteit van het stuk, waarin eer- en bloedwraak op de schaal van een Amerikaanse familie werd getoond. Al had de ontvangst in Nederland volgens Van Hove wel een onsje minder gekund: ,,Het stuk werd in de Nederlandse kranten beschreven als een pornoshow, terwijl het dat toch echt niet is. Het stuk is wel bijna Japans hard en hoekig. Er is geen tederheid. Het is een meedogenloze voorstelling, eigenlijk. Dat heeft zeker te maken met mijn gevoelsklimaat van dat moment.”
En dat gevoelsklimaat was kil. Van Hove zelf denkt niet graag terug aan die periode van 2002 tot 2004. Zijn komst naar Toneelgroep Amsterdam als opvolger van de vertrekkende artistiek leider Gerardjan Rijnders leidde tot grote onrust. Niet alleen had het bestuur ambities van Theu Boermans' gezelschap De Trust om tot een fusie met Toneelgroep Amsterdam te komen, gedwarsboomd, ook de nieuwe stijl van leiding geven van de Vlaamse regisseur leidde tot conflicten. Acteurs vertrokken en ook de steracteur, Pierre Bokma, verkoos een carrière buiten de Amsterdamse Stadsschouwburg. Inmiddels werkt Bokma via een omweg weer bij het gezelschap, nu hij de rol van Agamemnon speelt in de Oresteia die Toneelgroep Amsterdam samen NTGent heeft gemaakt. Toch is de relatie met Bokma nooit slecht geweest, vertelt van Hove nu: ,,Alleen wilde niemand dat geloven. Er waren anderen die niet meer met mij wensten te werken, maar Pierre wilde gewoon na zoveel jaar bij Toneelgroep Amsterdam te zijn geweest iets voor zichzelf. Hij is daar altijd heel erg open over geweest. Ook binnen het gezelschap. Pierre weet bovendien dat de deur hier wagenwijd openstaat, mocht hij terug willen keren. Het leven is wat mij betreft ook te kort voor een breuk tussen mij en Pierre.”
Hoe dan ook: deze nieuwe voorstelling heeft een andere bezetting dan die waarmee het stuk in dat roerige jaar 2003 in première ging: Eelco Smits speelt de rol die Jochem ten Haaf destijds speelde en Hans Kesting heeft de rol van Pierre Bokma erbij genomen, zodat zijn rol nu een dubbelrol is, wat ook de bedoeling is geweest van O'Neill. Daarmee wordt het wel een ander stuk, toch?
,,Natuurlijk past de rol zich aan aan de acteur.”, verklaart van Hove. ,,Bij Hedda Gabler werkte dat ook zo. Dat had ik eerst in New York gemaakt met een Amerikanse cast en daarna hier met Halina Reijn in de hoofdrol. Dat leverde een totaal andere dynamiek op.” Maar niet per se slechter, volgens de regisseur, die met de Nederlandse versie van Hedda Gabler in juni van dit jaar kon rekenen op een gematigde ontvangst door de Nederlandse pers. ,,Ik heb gemerkt dat dat een win-win situatie is. Ik kies ook nooit zomaar een tekst. Ik heb wel een boekenkast vol met toneelwerk, maar ik kan niet zomaar alles op ieder moment doen. Juist daarom is zo'n terugkeer naar iets dat je al gedaan hebt, een prachtige gelegenheid tot verdieping. Het is als thuiskomen na een lange reis. Je kent het huis, maar door het met frisse ogen te bekijken kun je nog beter zien wat je wilt veranderen, wat je wilt weglaten of erbij wilt zetten.”
Dat hernemen van stukken met dezelfde interpretatie, maar met andere acteurs, doet van Hove vaker. De internationale carrière van Van Hove, die zich al uitstrekte over Nederland, België en Amerika waar naast New York en Boston inmiddels ook Los Angeles in zicht is, heeft er inmiddels ook een Duitse dimensie bijgekregen. Eind november ging in het Schauspielhaus in Hamburg 'Der Geizige' in première, een nieuwe versie van Molière's 17e eeuwse komedie De Vrek. Het stuk, dat in Duitsland wisselend werd ontvangen, zal hij wellicht later dit jaar ook in New York maken. Van Hove: ,,Wat ik in Amsterdam doe: repertoire opbouwen, dat doe ik eigenlijk over de hele wereld. Ik ga De Vrek nu ook doen in New York. Dat ga ik wel doen met een totaal ander idee over de casting. Ik ga de Vrek door een vrouw laten spelen, en maak de cast verder helemaal multiraciaal. New York is vooralsnog de enige plek in de wereld waar je op zulk hoog niveau met een multiraciale cast kan werken. Maar dat betekent ook dat ik wat anders met het stuk ga zeggen: geld is niet alleen een mannenzaak, zoals bij Molière, maar ook een zaak van vrouwen en van minderheden. Het zit door de hele maatschappij heen verweven.”
De interpretaties die Van Hove geeft van bekende stukken, worden niet altijd op waarde geschat, volgens de regisseur, die ook heeft gemerkt dat een stuk dat in het ene land met gejuich wordt onthaald, in het andere land op boegeroep kan rekenen. Toch past hij zijn ideeën daar niet op aan. Zijn visie blijft hij trouw: ,,In mijn voorstellingen zijn er meestal geen slachtoffers. Althans: de slachtoffers zijn even goed ook daders als dat de daders slachtoffer zijn. Dat zit in mijn Hedda. Dat zit in Rouw siert Electra. Dat zit in De Vrek. Mensen gunnen elkaar het leven niet. Dat is een eigentijds beeld van hoe we met elkaar omgaan.”

Rouw Siert Elektra wordt gespeeld in de serie Topstukken. Te zien in onder andere: Groningen, Eindhoven en Arnhem. Inlichtingen: www.topstukken.nl

Labels: ,

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

22 november 2006

Platonov

Vorig jaar maakte ik een reportage over de repetities van de eerste versie. Hier te lezen.

Het ro theater herneemt Tsjechovs oerstuk Platonov

'We consumeren ons het leplazarus'

Vorig jaar was het alleen in Rotterdam te zien. Gelukkig is Platonov, het Tsjechovstuk dat Alize Zandwijk maakte bij het ro theater, nu uitgekozen om als 'Topstuk' op tournee te gaan. Er moet dan nog wel hard gewerkt worden om een aantal nieuwe acteurs in te werken. ,,Een acteur is in die eerste kennismaking met een tekst vaak het scherpst.”

Door Wijbrand Schaap
Rotterdam (GPD)_En dan is het meteen al anders. Bart Slegers moet een mislukte grap vertellen, en hij doet dat zoals alleen Bart Slegers dat kan. Iedereen schatert. Regisseuse Alize Zandwijk gilt het uit. De man die ooit, bij Ivo van Hove's Zuidelijk Toneel, ster was in een legendarische Hamlet, keert na een lange afwezigheid terug aan het Nederlandse toneel. In Platonov, het legendarische oerstuk van Tsjechov dat nu door het ro theater in tournee wordt gebracht, vervangt hij Cees Geel, die vorig jaar nog meespeelde, maar die nu hard op weg is om talkshowhost te worden bij de commerciële televisie.
Alize Zandwijk maakte Platonov vorig jaar bij het ro theater, en het stuk was alleen in Rotterdam en Antwerpen te zien. Zonde, vonden ze niet alleen bij het ro theater, maar ook bij organisatie die jaarlijks de tournee organiseert van zogenaamde Topstukken: dit jaar is Platonov een van die stukken die een extra tournee krijgen langs een aantal grote Nederlandse schouwburgen. Voor Zandwijk biedt het een kans om nog eens goed naar haar eigen werk van een jaar een geleden te kijken. ,,Ik heb nu meer afstand”, verklaart ze na afloop van de repetitie. ,,Vorig jaar zette ik het begindeel van het stuk heel traag op, met extreem veel stiltes en pauzes. Ik wilde er een naar feestje van maken. Ik ga dat nu anders doen. Ik ben daarom ook zo dol op hernemingen, want daarmee heb ik de kans om mezelf te corrigeren. Om te verbeteren wat ik in die eerste versie niet goed vond.”
Het is natuurlijk de vraag of dat nodig was. Het stuk werd door de recensenten wisselend ontvangen. Er waren heel erg enthousiaste reacties, maar er waren ook mensen bij die zich boos maakten om de ledigheid die Zandwijk liet zien. Zijn die verschillen in de recensies nog reden om het stuk nu te verduidelijken? Voor de regisseuse die zich in het verleden nogal eens boos maakte op de kwaliteit van de Nederlandse theaterjournalistiek, zijn de recensies geen reden om haar werk te herzien: ,,Ik pas het stuk vanuit mezelf aan. Ik ben er nu achter dat we in de vorige versie de woorden allemaal iets te belangrijk hebben gemaakt. Dat kon drammerig overkomen, en dat moet helemaal niet. Ik ben nu dus die woorden wat minder nadrukkelijk in aan het zetten. Het mag wat minder barok, en wat alledaagser.”
En over die alledaagsheid moet het stuk ook gaan, volgens Zandwijk: ,,Tjechov is natuurlijk heel vaak klassiek opgevoerd, zwaar en serieus. Maar dan ontken je de humor. Die mensen lachen natuurlijk heel vaak met elkaar, ondanks de leegte, of misschien wel dankzij de leegte. Dat laat ik zien. Niemand neemt verantwoordelijkheid voor zijn eigen leven.”
En dat leidt tot grote ellende, natuurlijk. Zoals in elk stuk haalt Alize Zandwijk ook uit dit stuk één zin die alles voor haar zegt: ,,'waarom leven we toch nu niet zoals we zouden kunnen?'. Zo'n zin gaat over de spijt die in al Tsjechovs werk zit. Het was de frustratie van Tsjechov zelf dat hij zijn hele leven lang kneiterhard gewerkt heeft om veel geld te verdienen, en hij wilde ook iets, terwijl iedereen om hem heen maar op zijn reet zat en niks deed en zich daarbij ook nog eens verveelde. Ons grootste probleem is niet eens de verveling, maar juist het feit dat we die verveling op allerlei manieren proberen op te lossen. Wij gaan consumeren. Nog een nieuwe auto, nog een nieuwe broek, nog een nieuwe trui. Alleen maar spullen om je te bevredigen. Maar dat helpt steeds minder. Je hebt steeds meer nodig. We consumeren ons het leplazarus om onze verveling te verdrijven.”
Dat klinkt als een stevige moraal. ,,In het stuk zit die moraal niet zo sterk, hoor”, sust Zandwijk de eventuele vrees voor drammerigheid. ,,Maar als ik regisseer wil ik voor mezelf altijd een stevige moraal hebben. Ik wil iets hebben waar het voor mij over gaat. Maar ik ga niet een voorstelling gebruiken om met de vinger te wijzen.”
Een herneming betekent ook dat er met nieuwe acteurs moet worden gewerkt. Niet alleen Bart Slegers is nieuw, ook Anneke Blok, die een van de dragende rollen speelde in de versie van vorig jaar, moet worden vervangen omdat ze elders werk heeft aangenomen. Haar rol wordt overgenomen door Fania Sorel, die nu langs de kant zit om te zien hoe Anneke Blok haar rol speelt. Ze heeft een week de tijd om de rol te leren. Dat is kort, maar volgens Zandwijk hoeft dat geen probleem te zijn. Nog kort geleden moest ze een acteur vervangen in een voorstelling die ze maakte bij het Hamburgse Thalia Theater, waar ze sinds haar bekroonde regie van Tsjechovs Ivanov twee jaar geleden vaste gast is: ,,Ik moest in een week tijd een nieuwe acteur inwerken, maar dat beviel uitstekend. De regie was eigenlijk al helemaal klaar, en de nieuwe acteur kon zich moeiteloos in dat gespreide bedje inwerken. Voor een acteur is dat heel bijzonder, want je hoeft niet meer zelf de rol helemaal te bedenken, maar vanwege het tijdgebrek ben je gedwongen om volledig op je intuïtie af te gaan. En een acteur is in die eerste kennismaking met een tekst vaak het scherpst. Vaak ben je in een regulier repetitieproces van 8 weken alleen maar bezig om de intensiteit van die eerste week terug te halen.”

Platonov van het ro theater is te zien in Rotterdam (25 en 26 november), Groningen (29 november t/m 2 december), Breda (6 t/m 9 december), Eindhoven (13 t/m 16 december), Leeuwarden (19 t/m 22 december), Amsterdam (27 t/m 30 december), Arnhem (3 t/m 6 januari 2007), Maastricht (10 t/m 13 januari), Den Haag (17 t/m 20 januari) en Utrecht (24 t/m 27 januari) Let op: vervroegde aanvangstijd in alle theaters: 19.30 uur. Inlichtingen: www.rotheater.nl.

Labels: ,

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

08 november 2006

Maria Stuart

Will van Kralingen en Mirjam Stolwijk in pittig drama van Schiller
Koninklijke catfight op tournee





Erik Vos, een van de grand old men van het Nederlandse theater, regisseert Maria Stuart. In dit stuk van Friedrich Schiller spelen Will van Kralingen en Mirjam Stolwijk twee koninginnen van Engeland waarvan er één teveel is. En dan kan het er hard aan toe gaan: ,,Op een gegeven moment slaan gewoon de stoppen door bij de dames. Is natuurlijk ook niet zo raar, als je bedenkt wat ze meemaken.”

Door Wijbrand Schaap
Den Haag (GPD)_ Na een tijdje gaat de wandelstok aan de kant. Dat is alleen maar lastig, dat steunen op die stok. Hij moet kunnen bewegen. Het toneel op rennen, aan zijn acteurs kunnen zitten. Zevenenzeventig is hij alweer, maar Erik Vos laat zich door zijn respectabele leeftijd niet tegenhouden. Als er geregisseerd moet worden, zal alles daarvoor wijken. Maria Stuart, de grote tragedie van de Duitse auteur Friedrich Schiller over twee koninginnen die elkaar naar het leven staan, is tenslotte niet zomaar een stuk.
Mirjam Stolwijk, de actrice die de ter dood veroordeelde katholieke Maria Stuart speelt, werkt voor het eerst met de beroemde regisseur: ,,Hij zit zo op de mensen en op de acteurs, en hij is er zo intens mee bezig, dat het altijd in beweging blijft. Dankzij Erik Vos' aanpak worden de personages veel kleurrijker dan ik me kon voorstellen.” Haar tegenspeelster, Will van Kralingen, die de rol van de protestante koningin Elisabeth speelt, beaamt dat: ,,Het is indrukwekkend om te merken hoe goed Erik Vos zich voorbereidt. Hij weet je steeds weer informatie te geven die nieuw is, en waar je echt wat aan hebt. Die bevlogenheid en die geestdrift is enorm inspirerend. Want wie zou hem zevenenzeventig geven? Hij gaat als een wilde tekeer, valt plat op de grond, scheurt een script doormidden als hij dat nodig vindt, hij valt je aan. Hij doet alles nog alsof hij een jongen van twaalf is. Dat rare kind, daar krijgen wij ook iets van mee. Hij legt niets definitief vast, maar houdt je in beweging.”
En dat moeten we heel letterlijk nemen. Erik Vos gaat nog een paar stappen verder dan Friedrich Schiller aan het eind van de achttiende eeuw deed. Voegde Schiller aan de waargebeurde strijd tussen de twee koninginnen van Engeland en Schotland een nooitgebeurde ontmoeting tussen hen toe, Erik Vos maakt van die ontmoeting op zijn beurt een complete vechtpartij. Deze koninklijke 'catfight', zoals dat populair wordt aangeduid, is tonend voor Vos' aanpak. Hij zoekt snel naar verbeelding van dingen die anderen liever niet laten zien. De grand old man van het Nederlandse theater richtte ooit Toneelgroep De Appel op, wat toen, in de vroege zeventiger jaren, eigenlijk het enige gezelschap was waar fysiek en beeldend theater werd gemaakt. Nu hij de leeftijd heeft bereikt die voor sommigen vooral een periode van rust en bezinning inleidt, gaat Vos er nog steeds keihard tegenaan. Dat zit in de vormgeving, die monumentaal is, en sterk geïnspireerd op het sublieme schilderwerk van de Spaanse schilder Goya, maar het zit ook in de muziek, gemaakt door Vos' zoon Matthijs. Die moderne 'score' lijkt op opera maar er klinken ook stevige beats in door. Terwijl hij tussen zijn spelers door beweegt zorgt hij er tegelijkertijd voor dat ze in hun spel 'klein' blijven.
Vos houdt niet van grote gebaren en veel schreeuwen. Dat betekent zoeken, vertelt Will van Kralingen: ,,Hoe kan ik een koningin spelen zonder koninginnetje te spelen? Dat is best lastig met al die mooie kostuums. en dat spectaculaire decor. Wij moeten oppassen dat we door die schitterende kostuums niet te netjes worden.” Maar dat is het niet alleen. Van Kralingen moet, een paar weken voor de première, nog steeds wennen aan haar rol: ,,Ik voel me als Will volslagen belachelijk als koningin. Het is heel raar om een koningin te spelen. Een koningin is niks, namelijk. Mensen maken jou tot koningin. Ik kan dat helemaal niet spelen in mijn eentje.”
En als je al niet gek wordt van je rol,, dan kun je het nog van de regisseur worden. Vos blijft tijdens de repetitie alles in de gaten houden. Gaat een lamp niet op tijd uit, of zet de geluidsband te laat in? Vos onderbreekt. Mirjam Stolwijk is eraan gewend: ,,Erik Vos onderbreekt graag. Daar moet je wel tegen kunnen.” Van Kralingen heeft er, ondanks al haar jaren met Vos, nog wel eens moeite mee: ,,Ik heb ook wel eens tegen Erik gezegd: het is best een keer prettig om niet te onderbreken, zodat we het een keertje helemaal verkeerd kunnen doen. Dan kunnen we ook voelen dat het helemaal verkeerd is. Daar moet je dan even doorheen, dat doet verschrikkelijk veel pijn, maar je leert er wel heel veel van. Erik doet dat zelden. Als het echt fout gaat, dan springt hij erin. Dan kan hij het niet aanzien, dat lijden.”
In zijn strenge aanpak behandelt Erik Vos al zijn acteurs gelijk, ervoer de nog relatief jonge Mirjam Stolwijk: ,,Voor Erik maakt het geen zak uit of je met een carrière van dertig jaar op hert toneel staat, of dat je maar net komt kijken. Hij behandelt iedereen hetzelfde. Als jonkie kun je je nog wel eens belazerd voelen omdat je dingen steeds moet overdoen. Dan is het heel prettig om te zien dat hij mijn ervaren collega's net zo hard aanpakt.”

Will van Kralingen weet heel goed dat voelt. Ze debuteerde ooit bij Erik Vos. ,,Inmiddels is hij wel milder geworden. Vooral tegen mij. Vroeger was hij veel strenger. We hebben wel eens een week niet met elkaar gesproken. Ik had een tekst die ik maar bleef verhaspelen. Hij werd steeds bozer, en ik ook. Na tien keer had ik een trillipje, na vijftien keer een huilbui. Ik weg. Hij woedend. Dat liep volledig uit de hand en we hebben elkaar een week niet gesproken. Het is uiteindelijk goed gekomen, en achteraf vraag je je dan af waar het hele gedoe in godsnaam om begonnen is. En een paar manden later kreeg ik een vast contract aangeboden.”
En voor dat contract is Will van Kralingen Vos nog steeds dankbaar: ,,Erik Vos was de eerste die mij van mij vaardigheden bewust maakte. Hij zei: Will, het paard is de emotie, jij bent de ruiter die dat stuurt. Dat had ik daarvoor nooit in de gaten. Ik stortte me volledig in een scène en dan konden ze me na afloop wegbrengen naar een inrichting, bij wijze van spreken. Dat zal me nu niet meer gebeuren.”
Voor Will van Kralingen is dit de tweede keer dat ze het stuk speelt. Eerder speelde zij de rol van Maria Stuart tegenover Anne-Wil Blankers die toen Elisabeth speelde: ,,Ik merk dat het een volstrekt andere moeilijkheidsgraad heeft. Er is veel verschil tussen Maria en Elisabeth. Elisabeth moet regeren, ze moet aan haar familie denken, en Maria is familie, maar ze moet ook rekening houden met het volk en met de politiek. Zij heeft een groot probleem met haar geweten. Voor Maria is het simpeler: zij staat voor haar keuze en haar geloof. In het echt werd Maria volkomen hysterisch. Ze was natuurlijk al een tikje 'tralala', maar aan het eind was ze helemaal in God. Ze ging jubelend naar de hemel.”
Niet dat Mirjam Stolwijk haar rol zo zal spelen: ,,Ik was er bang voor om teveel het slachtoffer te spelen. Ik heb daar een tijd in vastgezeten. Schiller is heel erg op de hand van Maria. Dat is best lastig. Dan maakt hij er soms een wat te heilig type van, terwijl ze natuurlijk ook niet mis was. Maar bij Schiller dacht ik vaak: komkom, het mag wel een beetje in het midden liggen, want anders is het stuk zo snel gedaan. Waar het kon hebben we dus wel geprobeerd om haar wat harder te maken. En op een gegeven moment slaan gewoon de stoppen door bij de dames. Is natuurlijk ook niet zo raar, als je bedenkt wat ze meemaken.”

Maria Stuart door Het Natonale Toneel. Premiere 16 november in de Koninklijke Schouwburg. Buiten Den Haag te zien: Compagnietheater Amsterdam 6 -23 december, Stadsschouwburg Eindhoven 10 t/m 13 januari 2007. Inlichtingen: www.hnt.nl.

Labels: ,

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

23 oktober 2006

Marijke Schermer - Het Alphapaar


Marijke Schermer schrijft toneelstuk over bedenkers van smakeloze ideeën

Ultiem geluk is te koop


Eerder maakte ze De Claim, een stuk over mensen die een schadevergoeding willen voor hun ongelukkige leven. Nu maakt toneelschrijfster Marijke Schermer een voorstelling over types die programma's bedenken als De Gouden Kooi: ,,Het zijn mensen die al hun intellectuele en financiële vermogen helemaal nooit inzetten om iets van de wereld te proberen te begrijpen.”

Door Wijbrand Schaap

Hengelo (GPD)_,,Maar de bijbel, dat is een heel dik boek!”, roept één van de karakters in Het Alphapaar uit. ,,Je hoeft alleen maar te lezen over het Paradijs, dat is helemaal in het begin en maar een klein stukje!”, stelt haar partner haar gerust. Welkom in de snelle wereld van de media, de programmaformules en het grote geld. Marijke Schermer, toneelschrijfster en regisseur van Toneelgroep Alaska, schreef er een stuk over. Vier etages van een torenflat worden bevolkt door programmaformulebedenkers, een schrijver van doe-het-zelf-boeken en een vrouw die net niet verdronken is. Overal hangen camera's. Dat lijkt een beetje op Big Brother, dus? Dat klopt, volgens de 31-jarige Marijke Schermer:

,,Ik wilde een stuk maken over mensen die beroemd zijn geworden zonder iets te kunnen. Mensen die dus alleen maar beroemd zijn omdat ze op tv zijn, niet omdat ze kunnen voetballen of zingen. Ik kwam er al snel achter dat zulke mensen helemaal niet interessant zijn op het toneel. Dus besloot ik iets te maken over mensen die heel creatief zijn en bevlogen in het bedenken van de meest smakeloze programma's.”

Maar ondertussen is er wel iets aan de hand. De flat waarin de personages zich bevinden is geen gewone flat.

,,Het is een geïsoleerde groep mensen die niet meer echt naar buiten kijkt. Het zijn mensen die al hun intellectuele en financiële vermogen helemaal nooit inzetten om iets van de wereld te proberen te begrijpen. Ze zijn totaal gefixeerd op 'gelukkig worden'. En ze komen er niet aan toe om de krant te lezen. Er is wel een krant, maar steeds als iemand hem pakt roept iemand anders: 'nee, laten liggen, die moet ik nog lezen!'. En zo lezen ze hem dus nooit.”

Er wordt in het stuk gerefereerd aan De Toverberg, de beroemde roman van Thomas Mann over mensen in een sanatorium die ook niet meer naar de wereld willen kijken. Is Het Alphapaar een soort bewerking van dat boek?

,,Er zijn kleine parallellen met Thomas Manns roman, maar voor de rest gaat dit stuk echt over iets anders. Misschien wel over mensen die graag laten merken dat ze Thomas Mans De Toverberg hebben gelezen.”

Het is nogal conceptueel, de tekst. Niet erg realistisch.

,,Dat is de vorm ook. We hebben een heel strak decor, en er zijn geen individuele kostuums. Er zijn mannenpakken en vrouwenpakken. Dus ik kwam er al snel achter dat de acteurs juist heel erg personages moeten gaan spelen en geen ideeën. We zijn dus enorm bezig met nadruk te leggen op de onderlinge relaties, emotionele lijnen en verdieping van de rollen. Als ze met deze teksten ook nog eens exemplarische mensen zouden gaan spelen zou het wel een heel erg pretentieuze en ingewikkelde voorstelling worden. Het moet dus heel licht gebracht worden. Het is ook als een komedie geschreven.”

Bedenk je die vorm dus als schrijver al?


,,Dat het een komedie moest worden wist ik al toen ik het schreef. Maar er zijn anderen die dingen mede bepalen. Richard Jansen, die vroeger speelde in de Fatal Flowers, bepaalt het geluidsdecor, de projecties en de vormgeving. Dat is heel prettig omdat hij een tegenkant laat zien. Ik denk heel erg inhoudelijk, terwijl hij in beelden denkt. Zo vullen we elkaar aan, omdat zijn vormgeving ook al heel veel dicteert. De speelstijl die bedenken we eigenlijk pas op de vloer.”

Het stuk gaat over de maakbaarheid van het geluk. Twee van de personages besluiten dat dat geluk het beste kan worden gemaakt in de vorm van een baby'tje. Dat is nogal een cliché, niet?

,,Dat is ook helemaal niet wat ik zou zien als oplossing. Er wordt niet voor niets aan het eind door een van de andere personages gevraagd wat er nou zo happy is aan dit einde. Er staan duidelijk verschillende keuzes naast elkaar. Een van de andere personages verdrinkt aan het einde. Dat is ook niet echt een moraal, natuurlijk.”

Wat is je boodschap?

,,Ik ben duidelijk tegen de opvattingen zoals een paar personages die uiten, dat geluk maakbaar is, en dat alles mag worden ingezet voor persoonlijk gewin. Maar ik ben ook weer niet zo rechtlijnig als de Clara-figuur, die iets probeert te begrijpen van de wereld. Zij maakt alleen de hele grote fout door zich af te sluiten van de wereld en zo te ontkennen dat het ervaren van dingen een van de belangrijkste middelen is om het leven te leren kennen.”

Put je daarvoor uit eigen ervaring?

Ik heb nu allemaal biologieboeken gelezen als voorbereiding op dit stuk. Ik was begonnen in Darwin, maar dat is helemaal niet leuk, want het gaat alleen maar over planten. Maar ik heb wel Frans de Waal gelezen, en De Naakte Aap van Desmond Morris.”

Dus nu gaat het over aapjes kijken, terwijl je hiervoor een stuk over rechtszaak over prenataal testen schreef. Is dat een ontwikkeling?

,,Vroeger schreef ik veel realistischer. Dit is het eerste stuk dat ik schrijf dat niet over mensen in een huiskamer gaat. Dat was ook een bewuste opdracht die ik mezelf heb gesteld. Ik wilde een complexere structuur, meer lijnen naast elkaar. Vroeger deed ik ook minder research voor stukken. Ik maakte stukken over geïsoleerde mensen in een sneeuwlandschap of een gesloten ruimte. Dan ging het vooral over menselijke verhoudingen of over psychologie. Dan was de buitenwereld niet belangrijk. Tegenwoordig doe ik research omdat ik ook wil dat mijn stukken iets over de wereld zeggen. Als je alleen maar uit je eigen leven of je eigen hoofd put, schrijf je uiteindelijk alleen nog maar stukken over schrijvers die een writers block hebben omdat ze schrijver zijn die alleen nog maar over zichzelf schrijven en niks meemaken.”

Altijd schrijver willen worden?

,,Jawel, maar ik heb eerst nog heel lang gedacht dat ik ook actrice wilde worden. Ik kwam er op de toneelschool in Arnhem achter dat ik liever wilde schrijven en geen actrice wilde worden. ik ben nog wel als actrice afgestudeerd, maar ik wilde gaan schrijven. Ik heb sindsdien ook nooit meer gespeeld. Ik ben ook echt geen acteur. De toneelschool was ook best een zware tijd.”

Waarom ben je er dan aan begonnen?

,,Ik wist helemaal niks, eigenlijk. Ik zat in Groningen op de jeugdopleiding. We waren best een ambitieus clubje. We gingen ook nooit zelf naar toneel kijken, we waren te druk met zelf maken. Op de toneelschool kwam ik er pas achter dat je ook andere dingen kon doen, zoals de regie-opleiding. Maar toen zat ik dus al op de acteursopleiding.”

Nog ambitie om een boek te gaan schrijven?

,,Zeker wel. Maar daar zie ik ook tegenop. Een boek, dat is pas arbeidsintensief. Ik doe al zo lang over een stuk. Ik doe daar vijf maanden over. Een roman kost dan zeker een jaar.”


Het Alphapaar door Toneelgroep Alaska. Première op 28 oktober in het rabotheater te Hengelo. Tournee. Inlichtingen: www.toneelgroepalaska.nl.



Labels: ,

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.

16 oktober 2006

Jeroen van den Berg - Blessuretijd

Vechten tot de allerlaatste minuut


Jeroen van den Berg schreef Blessuretijd, een stuk over dementerende ouderen, tot elkaar veroordeeld in een kil verpleegtehuis. Het was een enorm succes in Friesland. Nu is het in een Nederlandse vertaling te zien in de rest van het land. ,,We laten zien dat je nog alle mogelijkheden hebt om iets anders met je leven te doen.”


Door Wijbrand Schaap


Amsterdam (GPD) _ ,,Het is een vreselijke ziekte.” Toneelschrijver Jeroen van den Berg maakte het van dichtbij mee toen zijn oma begon te dementeren. ,,Ik was een jaar of 15, dus het beeld is verwaterd, maar ik vond het verschrikkelijk wat er met haar gebeurde. Dat ze uit haar vertrouwde omgeving weg moest naar zo'n onpersoonlijke omgeving. We moesten al haar spulletjes in dozen doen terwijl ze nog niet dood was. Ik heb thuis nog een doos met spullen uit dat huis. Daar zitten briefjes in die ze voor zichzelf geschreven heeft, en je ziet die steeds warriger worden. Je ziet de persoonlijkheid uit het handschrift verdwijnen. Dat is heel triest om te zien. Ik weet niet hoe erg het is als je het meemaakt. Mijn oma huilde altijd als we weggingen, en dat bleef ze doen, terwijl ze ons niet meer herkende. Er moet dus nog iets van herkenning zijn geweest. Ik ben bang dat ze zich heel opgesloten voelde.”

Het idee voor een toneelstuk over dementie kwam niet van Van den Berg zelf. Het was een verzoek van een aantal acteurs van het Friese theatergezelschap Tryater. ,,Zij zitten allemaal in de leeftijd dat hun ouders met ouderdomsklachten komen, en soms dement worden. Of ze kwamen in een verzorgingstehuis terecht. Dat was voor de acteurs dus iets wat hen direct aanging, en zij wilden daar theater over maken.”

Maar het moest wel in het Fries, terwijl Jeroen van den Berg dan wel uit het noorden komt, maar geen Fries kan schrijven. Dat leverde een omslachtig werkproces op: ,,De acteurs van Tryater hebben geïmproviseerd in het Fries. Daarna heb ik het in het Nederlands opgeschreven. Dat werd een een eerste versie die zij weer in het Fries hebben vertaald en die werd gerepeteerd. En naar aanleiding van die eerste werkversie heb ik het definitieve toneelstuk geschreven dat weer door een echte vertaalster in het Fries is vertaald.”

Een dergelijke werkwijze zorgde er wel voor dat het stuk dicht op de huis van de spelers lag: ,,Ze hebben allemaal geïmproviseerd op basis van mensen die ze zelf heel goed kenden. Vaak speelden ze hun eigen vaders of moeders. Dat maakte de voorstelling heel speciaal. Niet alleen voor de spelers, maar ook voor het publiek. Je voelde dat het heel dichtbij was.”

Het stuk speelt in een verpleeghuis, waar een aantal dementerende ouderen bij elkaar zit. In het begin spelen vooral de onderlinge verschillen een rol. Zo is één van de patiënten de hele tijd aan het strijden voor een betere behandeling en wil een ander meehelpen aan onderzoek naar een medicijn tegen dementie. En er is liefde. Maar gaandeweg verliezen de personages hun eigenheid. Net als in het echte leven. ,,We laten zien dat kje nog van al;les kan als je in zoń toestand komt aan het eind van je leven, maar dat daarna wel onherroepelijk het afscheid komt.”

De voorstelling maakte diepe indruk in Friesland, maar of het dat ook in Nederland zal doen, blijft spannend. Nu wordt het stuk immers gespeeld door acteurs die het niet zelf hebben bedacht.

Van den Berg heeft er echter alle vertrouwen in dat het minstens even goed zal worden als die Friese versie, die alleen in Friesland al 10.000 bezoekers trok. ,,De acteurs die het nu spelen hebben niet die directe band, dus dat geeft een andere spanning. Ik heb een doorloop gezien en ik was verbaasd over hoe goed het was. Deze spelers hebben meer afstand tot het onderwerp en die afstand levert ook inzicht op.”

Bovendien is de spelersgroep met grote namen als Nettie Blanken en Helmert Woudenberg natuurlijk om van te smullen. Dus, ook al regisseert Jeroen van den Bergs boezemvriend en vaste maat Ivar van Urk het stuk net als in Friesland, een kopie wordt het niet: ,,De eerste versie is wel het uitgangspunt, maar het stuk bestaat voor een groot deel uit monologen en een monoloog wordt altijd heel erg gekleurd door de acteur die het doet. De acteurs die deze voorstelling spelen zijn qua sfeer ook heel anders dan de acteurs in Friesland.”


Blessuretijd van Jeroen van den Berg gaat op 20 oktober a.s. in première in Haarlem.

Speellijst: wo 18 & di 19 (try-outs) Haarlem Toneelschuur 023-5173910 vr 20 (première) Haarlem Toneelschuur 023-5173910 za 21 Haarlem Toneelschuur 023-5173910 di 24 Capelle a/d IJssel Isala Theater 010-4586400 do 26 Utrecht Stadsschouwburg 030-2302023 vr 27 Zoetermeer Stadstheater 079-3427565 za 28 Tilburg Theater De NWE Vorst 013-5328532 november 2006 do 2 Velp Kunsthuis 13 026-3642613 za 4 Rotterdam Schouwburg 010-4118110 di 7 & do 16 Gouda Goudse Schouwburg 0182-513750 do 9 Hoorn Schouwburg Het Park 0229-291000 za 11 Amersfoort Theater De Lieve Vrouw 033-4226555 vr 17 Amstelveen Schouwburg 020-5475175 wo 22 Den Bosch Koningstheater 0900-33727233 do 23 Soest Theater Idea 035-6095829 vr 24 t/m zo 26 Amsterdam Theater Bellevue 020-5305301 wo 29 Kampen Stadsgehoorzaal 038-3317373 do 30 Goes Podium 't Beest 0113-233285 december 2006 vr 1 Arnhem Schouwburg 026-4437343 za 2 Hilversum Theater Achterom 035-6233993



Labels: ,

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.